<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:1337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-21T10:14:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/992004-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:1337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:1337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-21T10:13:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:1337 Rechtbank Rotterdam , 20-02-2017 / 11/992004-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:1337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mega Tipai 2. Bewezenverklaring medeplegen van gewoontewitwassen en valsheid in geschrift. Strafmotivering. Ondanks forse overschrijding van de redelijke termijn zijn in elk geval retributie en generale preventie als strafdoel aan te wijzen. De rechtbank acht zich niet gebonden aan de toezegging van de advocaat-generaal in hoger beroep in de zaak tegen een medeverdachte geen gevangenisstraf te zullen eisen die qua tijdsduur uit zal gaan boven de tijd die deze medeverdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:1337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 11/992004-12</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 februari 2017</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [plaats] op [datum], </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>[adres]</para>
      <para>raadsman mr. M.E. Pennings, advocaat te Rotterdam.</para>
      <para />
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 13 augustus 2015, 24, 26 en 31 januari 2017 en 2 en 6 februari 2017.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officieren van justitie mrs. R. Ahling en A.C. Schaafsma (hierna “de officier van justitie”) hebben gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
        <para />
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <bridgehead role="underline">Ten aanzien van feit 2</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Partiële vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          <?linebreak?>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, 72 facturen van het bedrijf [derde bedrijf 1] en 8 facturen van het bedrijf [derde bedrijf 2] valselijk heeft opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft ontkend dat hij (valse) facturen heeft opgemaakt voor [derde bedrijf 1] en [derde bedrijf 2]. De eigenaren van deze bedrijven, de heren [getuige 1], respectievelijk [getuige 2], hebben weliswaar gesteld dat de verdachte de in de tenlastelegging bedoelde facturen van hun bedrijven valselijk zou hebben opgemaakt, maar zij hebben geen redenen van wetenschap hieromtrent in hun verklaringen gegeven. Bovendien heeft [getuige 2] in zijn latere verhoor bij de rechter-commissaris verklaard dat hij “aannam” dat Seedorf de facturen voor zijn bedrijf had opgemaakt, maar dat hij dat eigenlijk helemaal niet zeker weet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat het dossier ook overigens geen bewijs bevat op basis waarvan betrokkenheid van de verdachte bij het valselijk opmaken van de tenlastegelegde facturen van [derde bedrijf 1] en [derde bedrijf 2] kan worden vastgesteld, kan dit onderdeel van de tenlastelegging niet worden bewezen. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het (medeplegen van het) valselijk opmaken van de facturen van [derde bedrijf 1] en van [derde bedrijf 2]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>De verdachte wordt verweten dat hij zich in de periode van 23 augustus 2007 tot en met <?linebreak?>17 februari 2010 tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het (gewoonte)witwassen van geldbedragen tot een totaal van ongeveer € 758.968,05.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Witwassen van uit misdrijf afkomstig geld</emphasis>
        </para>
        <para>Om te beginnen dient te worden bewezen dat het in de tenlastelegging bedoelde geld uit misdrijf afkomstig was. In het onderhavige geval is op basis van het dossier geen rechtstreeks verband te leggen tussen dit geld en een bepaald brondelict. Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan in zo’n geval niettemin bewezen worden geacht dat een geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, indien het op grond van vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat dit geld uit misdrijf afkomstig is. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Op grond van het dossier en de behandeling van de zaak ter terechtzitting kunnen de navolgende feiten, voor zover hier van belang, als vaststaand worden aangemerkt. </para>
        <para>[bedrijf] is blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel een bedrijf dat zich onder meer bezig houdt met de in- en verkoop van plantaardige oliën en vetten. Directeur en bestuurder van [bedrijf] was de heer [naam]. Verder was werkzaam binnen het bedrijf de heer [medeverdachte].  </para>
        <para>In de administratie van [bedrijf] zijn facturen aangetroffen van de bedrijven [bedrijf van verdachte], [derde bedrijf 1] en [derde bedrijf 2] (hierna gezamenlijk te noemen: de derde bedrijven). Op deze facturen wordt steeds vermeld dat de desbetreffende derde bedrijven een hoeveelheid vet of andere goederen aan [bedrijf] hadden geleverd voor een bepaald bedrag. [bedrijf] heeft die facturen voldaan. <?linebreak?>Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat voornoemde derde bedrijven nooit enig product hebben geleverd aan [bedrijf] en dat de facturen vals zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu uit het dossier niet is gebleken van een legale handelsactiviteit van [bedrijf] van een omvang die de door haar aan genoemde derde bedrijven gedane betalingen kan verklaren en (mede)verdachten en/of anderen ook niet hebben verklaard dat de gelden een legale herkomst hadden, laat staan welke legale herkomst die gelden dan zouden hebben gehad, dient te worden aangenomen dat de geldbedragen, die op de bankrekeningen van de derde bedrijven zijn gestort, middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte niet wist dat de geldbedragen die door [bedrijf] waren gestort op de bankrekeningen van zijn, verdachtes, bedrijf en die van de andere twee hiervoor genoemde derde bedrijven uit misdrijf afkomstig waren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. Het kan niet anders zijn dan dat de verdachte heeft geweten dat deze geldbedragen een criminele herkomst hadden, nu de derde bedrijven onmiskenbaar de uiterlijke verschijningsvorm van een witwasconstructie hadden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zowel de verdachte als [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat hun bedrijven nimmer vet of andere goederen hebben geleverd aan [bedrijf].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is volgens eigen zeggen benaderd door [medeverdachte], met de mededeling dat hij geld konden verdienen met het oprichten van een bedrijf en het openen van een bankrekening op naam van dat bedrijf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft, zo heeft hij zelf verklaard, [getuige 1] bij [medeverdachte] geïntroduceerd, nadat die hem, verdachte, had gevraagd of hij mensen kende die tegen een vergoeding een bedrijf wilden oprichten, met als enige activiteit geld pinnen.  </para>
        <para>Ook was de verdachte direct betrokken bij het bedrijf van [getuige 2], die zich met soortgelijke praktijken bezig hield. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zowel de verdachte als [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat nagenoeg de enige activiteit die zij voor hun bedrijf moesten verrichten, bestond uit het opnemen van geld van de bankrekeningen van hun bedrijf, nadat dit door [bedrijf] was gestort. Zowel [getuige 1] als [getuige 2] hebben verklaard dat de verdachte bij hen in de buurt was wanneer zij geld pinden. De verdachte leverde door hem, [getuige 1] en [getuige 2] gepind geld contant af bij [medeverdachte]. Ook haalde de verdachte envelopjes op bij [getuige 1] en [getuige 2] om die enveloppen vervolgens af te leveren bij [medeverdachte]. De verdachte, [getuige 1] en [getuige 2] mochten een klein gedeelte van de gepinde bedragen zelf houden. <?linebreak?></para>
        <para>De verdachte heeft vervolgens in 2010 door [bedrijf] ook geldbedragen laten overmaken naar de bankrekening van zijn eigen (op 1 november 2008 opgerichte) eenmanszaak [bedrijf van verdachte]. In een periode van slechts anderhalve maand heeft hij van [bedrijf] bijna <?linebreak?>€ 85.000,- euro op de bankrekening van zijn bedrijf gestort gekregen, zonder dat zijn bedrijf daarvoor enig goed of dienst had geleverd. </para>
        <para>Ter verantwoording van deze betalingen heeft de verdachte samen met [medeverdachte] valse facturen opgemaakt en hij ontving een vergoeding voor het pinnen van grote bedragen (zo snel mogelijk nadat die bedragen door [bedrijf] op de bankrekening waren gestort) en het vervolgens afgeven van dat contante geld bij [medeverdachte]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er was onder deze omstandigheden geen enkele aanleiding voor de verdachte om te veronderstellen dat hij met legaal geld van doen had. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich in de periode van 23 augustus 2007 tot en met 17 februari 2010 tezamen en in vereniging met anderen (opzettelijk) heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van geldbedragen, en daarvan een gewoonte heeft gemaakt. </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. </para>
      <parablock>
        <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 23 augustus 2007 tot en met 17 februari 2010 <emphasis role="strike-through">(telkens) te Dordrecht en/of Rotterdam en/of (elders)</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">), althans alleen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) van een of meer </emphasis>voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, te weten <emphasis role="strike-through">een of meer (</emphasis>gira<emphasis role="strike-through">(a)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en/of contant<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">))</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) tot een totaal</emphasis> van <emphasis role="strike-through">ongeveer Euro 758.968,05</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(Euro 165.376,89 (</emphasis>[derde bedrijf 2]<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through"> Euro 509.051,42 (</emphasis>[derde bedrijf 1]<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis><emphasis role="italic">een geldbedrag van </emphasis></para>
        <para> Euro   84.539,74 ([bedrijf van verdachte]) </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">althans (telkens) een of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst heeft verborgen en/of verhuld, en/althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den), en/of (telkens) die/dat voorwerpen heeft verworven en/of </emphasis>voorhanden heeft gehad</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of heeft overgedragen</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> heeft omgezet, terwijl hij, verdachte, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">) (telkens)</emphasis> wist<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dat bovenomschreven <emphasis role="strike-through">voorwerp(en)/</emphasis>geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) (telkens)</emphasis> geheel of</para>
        <para>gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren uit enig<emphasis role="strike-through">(e)</emphasis> misdrijf<emphasis role="strike-through">/misdrijven</emphasis>, hebbende hij, verdachte, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. </para>
      <parablock>
        <para>hij <emphasis role="strike-through">in of</emphasis> omstreeks de periode van <emphasis role="italic">11 januari 2010 </emphasis><emphasis role="strike-through">17 augustus 2007</emphasis> tot en met 15 februari 2010 <emphasis role="strike-through">(telkens) te Dordrecht en/of Rotterdam en/of (elders)</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">A.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">8, althans een (aantal), factu(u)r(en) van [derde bedrijf 2] aan [bedrijf 2], waaronder, althans in elk geval:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">-factuur nummer 2007/53, datum 20-11-2007, factuurbedrag Euro 18.742,50 (proces verbaal PL17R4-2011140258, document 1210290925.AMB, p. 3226) en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">-factuur nummer 03121008/30, datum 03-12-2008, factuurbedrag Euro 42.899,50 (p. 3231)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">B.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">72, althans een (aantal), factu(u)r(en) van [derde bedrijf 1] aan [bedrijf], waaronder, althans in elk geval:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">-factuur nummer 20-09-422, datum 17-06-2009, factuurbedrag Euro 5.439,25 (p. 3120)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">-factuur nummer 20-09-435b, datum 24-07-2009, factuurbedrag Euro 12.383,14 (p. 3221)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">C.</emphasis>
        </para>
        <para>13<emphasis role="strike-through">, althans een (aantal),</emphasis> factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van [bedrijf van verdachte] aan [bedrijf],</para>
        <para>waaronder<emphasis role="strike-through">, althans in elk geval</emphasis>:</para>
        <para>-factuur nummer 2010-21, datum 11 januari 2010, factuurbedrag Euro 12.283,18 <emphasis role="strike-through">(proces verhaal PL17R4-2011140258, document 1112051226.OIG, p. 394)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
        <para>-factuur nummer 2010-24, datum 25 januari 2010, factuurbedrag Euro 10.079,30 <emphasis role="strike-through">(p. 395)</emphasis></para>
        <para>en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
        <para>-factuur nummer 2010-33, datum 16 februari 2010, factuurbedrag Euro 10.192,35 <emphasis role="strike-through">(p. 396)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>- zijnde die<emphasis role="strike-through">/dat</emphasis> factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) (een)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) dat/</emphasis>die bestemd <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt <emphasis role="strike-through">of heeft vervalst, en/althans</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen</emphasis>, immers <emphasis role="strike-through">hebben/</emphasis>heeft verdachte <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader(s) (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> valselijk - in strijd met de waarheid - in die factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> vermeld<emphasis role="strike-through"> of doen vermelden</emphasis>, dat <?linebreak?><emphasis role="strike-through">Ad A)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">die [derde bedrijf 2] (telkens) aan [bedrijf 2] de in de betreffende factu(u)r(en) vermeld(e) goed(eren) geleverd heeft (telkens) op de in die factu(u)r(en) vermelde datum tegen de in die factu(u)r(en) vermelde prijs en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">Ad B en/of C)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">die [derde bedrijf 1] en/of die</emphasis> [bedrijf van verdachte] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aan [bedrijf] de in de betreffende factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> vermelde hoeveelheid vet geleverd heeft <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> op de in die factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> vermelde datum tegen de in die factu<emphasis role="strike-through">(u)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> vermelde prijs,</para>
        <para>zulks <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met het oogmerk om die<emphasis role="strike-through">/dat</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.<?linebreak?></para>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>medeplegen van gewoontewitwassen;</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
    </title>
    <bridgehead role="bold">valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>Rondom het bedrijf [bedrijf] is een misdaadonderneming opgezet die zich in elk geval heeft bezig gehouden met grootschalige witwaspraktijken. Het dossier en het verhandelde op de zitting geven aanleiding om te veronderstellen dat deze praktijken veel omvangrijker zijn geweest en langer hebben geduurd dan is vastgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Misdaadondernemingen hebben maatschappelijk een groot ontwrichtend effect. Zij ondermijnen het vertrouwen waarop het financieel-economisch verkeer noodzakelijk moet zijn gebaseerd en de grote hoeveelheden geld die erin omgaan, werken nieuwe misdrijven als fraude, corruptie en geweld in de hand. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak zijn miljoenen euro's witgewassen, waaraan de verdachte een belangrijke bijdrage heeft geleverd. De verdachte heeft aanvankelijk gefungeerd als zogenoemde facilitator. Hij heeft een kennis van hem in contact gebracht met een medeverdachte, tevens werknemer bij [bedrijf], en die kennis geholpen bij het oprichten van een bedrijf, zodat [bedrijf] daar gelden, die zij uit misdrijf had verkregen, op kon storten. De verdachte haalde het geld op bij zijn kennis, nadat die het had gepind, en deed dat ook voor een ander bedrijf, dat met hetzelfde (witwas)doel was opgericht. Het geld leverde hij af bij de medeverdachte. Vervolgens heeft de verdachte ook zijn eigen bedrijf gebruikt voor soortgelijke witwaspraktijken. Zo heeft hij 13 facturen valselijk opgemaakt om te doen voorkomen dat zijn bedrijf olie en vet leverde aan [bedrijf] terwijl er in werkelijkheid niets werd geleverd. De door [bedrijf] op zijn bedrijfsrekening gestorte bedragen pinde hij en gaf hij vervolgens, onder inhouding van een eigen vergoeding, af aan [medeverdachte]. [bedrijf] heeft ruim € 680.000,- op de bankrekeningen van de drie hiervoor genoemde derde bedrijven gestort (dossier witwassen, p. 4107: € 109.387,39 overgemaakt naar [derde bedrijf 2]; p. 3862: € 486.808,17 overgemaakt naar [derde bedrijf 1] en p. 2282: € 84.539,74 overgemaakt naar [bedrijf van verdachte]). Een zeer groot deel daarvan heeft de verdachte contant bij de medeverdachte afgeleverd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In beginsel dient daarop te worden gereageerd met gevangenisstraffen van langere duur.</para>
        <para>Tegen het opleggen van lange gevangenisstraffen pleit evenwel de forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim drie jaar. Dit leidt ertoe dat de rechtbank gevangenisstraffen zal opleggen van enige duur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen het opleggen van gevangenisstraffen van enige duur pleit, anders dan de verdediging heeft gesteld, niet dat dergelijke gevangenisstraffen na verloop van ruim vijf jaar na het plegen van de laatste feiten verdachten zullen schaden in hun maatschappelijk bestaan en (dus) zinloos zijn. Behalve speciale preventie hebben straffen ook tot doel om genoegdoening aan de samenleving te bieden (retributie) en potentiële wetsovertreders af te schrikken (generale preventie). Wat er van het nut van speciale preventie in deze zaak ook zij, in elk geval dienen de gevangenisstraffen van enige duur de doelen van retributie en van generale preventie.</para>
        <para />
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van de strafoplegging op het standpunt gesteld dat, gelet op het tijdsverloop, met een taakstraf kan worden volstaan. Dit geldt temeer nu de advocaat-generaal in hoger beroep in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte], heeft toegezegd geen gevangenisstraf te zullen eisen die qua tijdsduur uit zal gaan boven de tijd die deze medeverdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, terwijl de rechtbank in die zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft opgelegd van 30 maanden voor meer feiten over een langere periode dan deze verdachte wordt verweten, aldus de raadsman </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank legt dit strafmaatverweer van de raadsman naast zich neer. Het hof is in de zaak van medeverdachte [medeverdachte] niet gebonden aan de toezegging van de advocaat-generaal. De rechtbank is in deze – en dus een andere – zaak evenmin gebonden aan die toezegging. Bovendien doet een dergelijke opvatting naar het oordeel van de rechtbank, ondanks de forse overschrijding van de redelijke termijn, geen recht aan de ernst van de feiten en het bereiken van de eerder genoemde strafdoelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf is tevens rekening gehouden met een op naam van de verdachte gesteld uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 september 2016. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, maar dat deze veroordelingen dateren van meer dan vijf jaar geleden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportage d.d. 21 november 2014 die Reclassering Nederland over de verdachte heeft opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan het openbaar ministerie heeft geëist, omdat zij minder feiten bewezen acht dan het openbaar ministerie. </para>
        <para />
        <para>Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 47, 57, 63, 225, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.L.M. Boek, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J.J. van den Berg en J. Holleman, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 23 augustus 2007 tot en met 17 februari 2010</para>
      <para>(telkens) te Dordrecht en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(telkens) van een of meer voorwerp(en), </para>
      <para>te weten een of meer (gira(a)l(e) en/of contant(e)) geldbedrag(en) tot een</para>
      <para>totaal van ongeveer Euro 758.968,05</para>
      <para>(Euro 165.376,89 ([derde bedrijf 2]) en/of </para>
      <para> Euro 509.051,42 ([derde bedrijf 1]) en/of </para>
      <para> Euro   84.539,74 ([bedrijf van verdachte]) </para>
      <para>althans (telkens) een of meer geldbedrag(en), </para>
      <para>de werkelijke aard en/of herkomst heeft verborgen en/of verhuld, en/althans</para>
      <para>heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)</para>
      <para>was/waren, of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den),</para>
      <para>en/of</para>
      <para>(telkens) die/dat voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad</para>
      <para>en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet,</para>
      <para>terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en)</para>
      <para>dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en) (telkens) geheel of</para>
      <para>gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e)</para>
      <para>misdrijf/misdrijven,</para>
      <para>hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420ter Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>in of omstreeks de periode van 17 augustus 2007 tot en met 15 februari 2010</para>
      <para>(telkens) te Dordrecht en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A.</para>
      <para>8, althans een (aantal), factu(u)r(en) van [derde bedrijf 2] aan [bedrijf 2], </para>
      <para>waaronder, althans in elk geval:</para>
      <para>-factuur nummer 2007/53, datum 20-11-2007, factuurbedrag Euro 18.742,50</para>
      <para>(proces verbaal PL17R4-2011140258, document 1210290925.AMB, p. 3226)</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-factuur nummer 03121008/30, datum 03-12-2008, factuurbedrag Euro 42.899,50</para>
      <para>(p. 3231)</para>
      <para>en/of</para>
      <para>B.</para>
      <para>72, althans een (aantal), factu(u)r(en) van [derde bedrijf 1] aan [bedrijf],</para>
      <para>waaronder, althans in elk geval:</para>
      <para>-factuur nummer 20-09-422, datum 17-06-2009, factuurbedrag Euro 5.439,25</para>
      <para>(p. 3120)</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-factuur nummer 20-09-435b, datum 24-07-2009, factuurbedrag Euro 12.383,14</para>
      <para>(p. 3221)</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>C.</para>
      <para>13, althans een (aantal), factu(u)r(en) van [bedrijf van verdachte] aan [bedrijf],</para>
      <para>waaronder, althans in elk geval:</para>
      <para>-factuur nummer 2010-21, datum 11 januari 2010, factuurbedrag Euro 12.283,18</para>
      <para>(proces verhaal PL17R4-2011140258, document 1112051226.OIG, p. 394)</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-factuur nummer 2010-24, datum 25 januari 2010, factuurbedrag Euro 10.079,30</para>
      <para>(p. 395)</para>
      <para>en/of </para>
      <para>-factuur nummer 2010-33, datum 16 februari 2010, factuurbedrag Euro 10.192,35</para>
      <para>(p. 396)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zijnde die/dat factu(u)r(en) (een) geschrift (en) dat/die bestemd was/waren</para>
    <parablock>
      <para>om tot bewijs van enig feit te dienen -</para>
      <para>valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,</para>
      <para>en/althans</para>
      <para>valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,</para>
      <para>immers hebben/heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk</para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met de waarheid - in die factu(u)r(en) vermeld of doen vermelden,</para>
    <parablock>
      <para>dat <?linebreak?></para>
      <para>Ad A)</para>
      <para>die [derde bedrijf 2] (telkens) aan [bedrijf 2] de in de betreffende</para>
      <para>factu(u)r(en) vermeld(e) goed(eren) geleverd heeft (telkens) op de in die</para>
      <para>factu(u)r(en) vermelde datum tegen de in die factu(u)r(en) vermelde prijs</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad B en/of C)</para>
      <para>die [derde bedrijf 1] en/of die [bedrijf van verdachte] (telkens) aan</para>
      <para>[bedrijf] de in de betreffende factu(u)r(en) vermelde hoeveelheid vet</para>
      <para>geleverd heeft (telkens) op de in die factu(u)r(en) vermelde datum tegen de in</para>
      <para>die factu(u)r(en) vermelde prijs,</para>
      <para>zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en</para>
      <para>onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>