<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:10946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T14:54:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 5321678 CV EXPL 16-6569</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10946">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T14:53:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:10946 Rechtbank Rotterdam , 01-06-2017 /  5321678 CV EXPL 16-6569</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:10946:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mocht de werkgever de aan de werknemer betaalde 'bestuurdersvergoeding' verrekenen bij de terugbetaling van de ten onrechte in rekening gebrachte vervoerskosten?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:10946:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 5321678 CV EXPL 16-6569</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 1 juni 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1] </emphasis>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: F.W. Roguski, <?linebreak?></para>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. van der Voet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 20 april 2017 en de daarin genoemde stukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van de zijde van eisers;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van de zijde van [gedaagde] .</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het totaalbedrag dat [gedaagde] voor het vervoer bij eisers in rekening heeft gebracht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Eisers komen in hun akte tot een bedrag van € 639,85 netto voor zowel [eiser 1] als [eiser 2] . [gedaagde] komt tot een bedrag van € 619,75 voor [eiser 1] en € 599,65 voor [eiser 2] . De berekeningen van [gedaagde] komen overeen met de salarisstroken die door eisers zijn overgelegd. Haar berekeningen zullen dan ook tot uitgangspunt worden genomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Eisers hebben over bovengenoemde vergoedingen de wettelijke verhoging gerekend. In het tussenvonnis is echter reeds beslist dat de wettelijke verhoging hierover niet verschuldigd is en hetgeen partijen hebben aangevoerd geeft geen aanleiding daarop terug te komen (zie r.o. 5.13). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat de bestuurdersvergoeding die zij aan eisers heeft betaald, van bovenstaande bedragen moet worden afgetrokken. Dat standpunt wordt niet gevolgd. Het enkele feit dat [gedaagde] deze vergoeding – zonder daartoe verplicht te zijn – heeft betaald, doet aan haar verplichting om de in rekening gebrachte vervoerskosten terug te betalen, niet af. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] is gelet op het vorenstaande aan [eiser 1] een bedrag van € 619,75 verschuldigd en aan [eiser 2] een bedrag van € 599,65. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft er nog op gewezen dat zij van de onderhavige vorderingen reeds een bedrag van in totaal € 467,38 heeft voldaan. De kantonrechter gaat ervan uit dat dit een verschrijving betreft, aangezien eisers reeds bij dagvaarding hebben aangevoerd dat [gedaagde] al een bedrag van € 537,21 heeft voldaan. Dat laatste bedrag komt ook overeen met de productie waarnaar [gedaagde] in haar akte verwijst. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gelet op de hoogte van het totaal toe te wijzen bedrag, is aan buitengerechtelijke kosten – conform het Besluit buitengerechtelijke incassokosten – een bedrag van € 209,72 toewijsbaar. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Het door [gedaagde] betaalde bedrag strekt op de vorderingen van eisers in mindering. Dit bedrag strekt conform artikel 6:44 BW eerst in mindering van de buitengerechtelijke incassokosten. Dat bedrag wordt daarom geacht reeds te zijn voldaan. Het daarnaast betaalde bedrag van € 327,49 zal voor de helft (€ 163,75) in mindering worden gebracht op de vergoeding die [gedaagde] aan [eiser 1] moet terugbetalen en voor de andere helft ( € 163,74) op de vergoeding die zij aan [eiser 2] moet terugbetalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van € 315,50 bruto aan loon en € 157,75 aan wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van € 456,- aan ten onrechte ingehouden reiskostenvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 2] te betalen een bedrag van € 435,91 aan ten onrechte ingehouden reiskostenvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 223,- aan griffierecht, € 101,08 aan explootkosten en € 400,- aan salaris voor de gemachtigde van eiseres;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>371</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>