<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:10941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T08:54:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/681036-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10941">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T08:52:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:10941 Rechtbank Rotterdam , 20-10-2017 / 10/681036-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:10941:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor dreiging met een aanslag door middel van een atoombom. Ontslag van alle rechtsvervolging. Plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:10941:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4762b3bb-193e-4234-a54d-8df831dc56b7" depth="50" width="125" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>promis</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4c6eeac7-4e4d-47b4-adc0-9ed4f7560884" depth="2" width="519" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK  ROTTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/681036-17 </para>
      <para>Datum uitspraak: 20 oktober 2017 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken,  in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Penitentiair  Psychiatrisch  Centrum (PPC) Den Haag,</para>
      <para>raadsman  mr. P.J. de Bruin, advocaat te  Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. M. Reinders heeft gevorderd: bewezenverklaring van  het onder 1, 2 en 3 ten  laste gelegde;</para>
      <para>ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte omdat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is;</para>
      <para>oplegging van de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van 1 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4.</nr>Waardering van het  bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder  nadere  motivering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere motivering  bewezen  worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd. Het dossier bevat een aangifte van de  moeder van de verdachte die zegt dat haar zoon haar op 31 januari 2017 heeft opgebeld    vanuit een snackbar en haar heeft bedreigd  met de woorden "Ik maak je af, ik kom nu naar   je toe en ik steek een mes tussen je ribben en ook mijn zus maak ik af''. Omdat de rechtbank van oordeel  is dat deze verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vindt in de  verklaring van de getuige  [naam getuige 1] en de verklaring van de zus van de verdachte, oordeelt   de rechtbank dat voor dit feit onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. De verdachte zal daarom  worden  vrijgesproken  van de verdenking als tenlastegelegd onder feit  2.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 3</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt  verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd. Voor dit feit is echter voldoende wettig bewijs aanwezig en de rechtbank acht dit bewijs ook overtuigend.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen is bewezen dat de verdachte zich op 17    januari 2017 schuldig heeft gemaakt aan de onder 3 ten laste gelegde mishandeling van [naam slachtoffer 1]  door het (onverhoeds en met kracht) geven  van een duw in de   rug.</para>
          <para>De aangifte vindt steun in de verklaring van de verdachte dat hij daar die dag was en vindt daarnaast steun in de verklaring van de getuige [naam getuige 2] die heeft gezien dat haar man in de rug werd geduwd en dat verdachte degene was die tot de komst van de politie in bedwang werd gehouden door haar man en zoon. Van de overige meer of anders ten laste gelegde geweldshandelingen wordt de verdachte (partieel) vrijgesproken, omdat deze geen steun vinden in de overige bewijsmiddelen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.</para>
        <para>Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande,  is wettig en overtuigend  bewezen  dat de verdachte het onder 3 ten  laste gelegde heeft  begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte  heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze  begaan  dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 06 februari 2017 te Dordrecht, (telkens) gegevens, te weten e-mailberichten en mondelinge mededelingen, heeft doorgegeven aan de Politie en de sociale dienst van de gemeente Dordrecht, met de navolgende teksten: "Ik ga een aanslag plegen met een atoombom station Dordrecht, 17:00, 6 februari" en "Bomaanslag op het station Dordrecht om 17:00 uur", met het oogmerk anderen ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij op 17 januari 2017 te Dordrecht</para>
        <para>
          [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door  tegen de rug (met kracht) te duwen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden  vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5.</nr>Strafbaarheid  feiten</title>
    <parablock>
      <para>De bewezen feiten leveren op: 1.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">dat op een publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus  strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6.</nr>Strafbaarheid  verdachte</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van  justitie en  verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van alle bewezen verklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en hij om die reden moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdediging heeft zich gerefereerd  aan het oordeel van de  rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Psychiater Dr. J. van der Meer heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 september 2017. Het rapport is opgemaakt naar aanleiding van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Een volledig psychiatrisch onderzoek is niet mogelijk geweest door de weigering van de verdachte om volledig mee te werken. Op basis van alleen dit onderzoek kan door de psychiater geen conclusie worden getrokken over de aan- of afwezigheid van een psychiatrische ziekte, maar door de psychiater zijn de hieronder in de voetnoot 1</para>
      </parablock>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f6105ea6-8fb0-4995-ab2c-0b81c5e40946" depth="2" width="191" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para>1. Beschikbare  en geraadpleegde  stukken  door de psychiater</para>
      <parablock>
        <para>- Proces verbaal  rechter commissaris , d d  09-02-2017</para>
        <para>- Uittreksel justitiële documentatie d.d. 08-02-2017</para>
        <para>- Proces verbaal Politie Eenheid Rotterdam [proces-verbaalnummer]</para>
        <para>- Pro Justitia Rapportage van psychiater J. Necleman , d.d. 10-03-2014</para>
        <para>- Voorgcleidingsconsult van psychiater A.C. Hoek, d.d 21-01-2014</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4375e8b6-02dd-4bc2-b48d-76a194fc89df" depth="2" width="521" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>weergegeven stukken geraadpleegd , waaronder eerder over de verdachte opgemaakte rapporten en behandelinfonnatie.</para>
        <para>Het rapport van de psychiater houdt - voor zover relevant onderzoek heeft plaatsgevonden omtrent de strafbaarheid van de verdachte - het volgende in:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er wordt een redelijk verzorgde man gezien met een uiterlijk dat bij zijn kalenderleeftijd past. Hij komt geladen over en deze lading neemt in de loop van het gesprek ook toe. Het is met enige moeite mogelijk om contact te maken, maar er is geen contactgroei en alles wat de onderzoeker doet is voor verdachte reden voor irritatie en een toename van zijn geladenheid. Het bewustzijn is helder. De oriëntatie imponeert in tijd, plaats en persoon in tact. De aandacht is te trekken, maar moeilijk vast te houden. Verdachte vertelt zijn eigen verhaal en is hierin niet te structureren. De oriëntatie imponeert in trias in tact. Er is geen geremde psychomotoriek of monotone spraak. Et is geen evident hallucinatoir gedrag, maar de waarneming kon niet worden beoordeeld. Het denken is verhoogd associatief en er lijkt een paranoïde waan te zijn. De waarneming, de stemming en de suïcidaliteit kunnen niet worden beoordeeld.</para>
        <para>Op basis van de eerdere pro justitia rapportages zijn er wel aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige psychiatrische stoornis. In de eerdere pro justitia rapportage van maart 2014 van psychiater Neeleman wordt een psychotische stoornis nao, alcoholafhankelijkheid en zwakbegaafdheid vastgesteld. Volgens het projustitia onderzoek van de psycholoog H. Leijssen van juli 2012 wordt een psychotische stoornmis nao en afhankelijkheid van alcohol in remissie vastgesteld. Op as II worden enkele paranoïde en schizo typische persoonlijkheidstrekken vastgesteld. Volgens het voorgeleidingsconsult van de psychiater</para>
        <para>A.C. Hoek van januari 2014 zijn er bij verdachte aanwijzingen voor het bestaan van psychotische  problematiek.</para>
        <para>Daarnaast komen er uit het proces verbaal aanwijzingen  naar voren voor het bestaan  van  een psychose. Verdachte schrijft volgens het proces verbaal dat hij een aanslag gaat plegen met een atoombom, omdat hij meent dat hij radioactief is besmet. Dit zal waarschijnlijk berusten op het bestaan  van een waan. Daarnaast geeft de moeder van verdachte volgens    het proces verbaal aan dat verdachte  lijdt aan  schizofrenie.</para>
        <para>Tenslotte vinden ook de medewerker van de reclassering en de mederapporteur dat verdachte psychotisch overkomt. Verdachte spreekt met hen over een veelheid aan complotten. Zo denkt verdachte dat hij radioactief is besmet door België en dit was voor hem de reden om een Belgische man te mishandelen . De moeder van verdachte heeft aan de reclasseringsmedewerker aangegeven dat verdachte steeds zijn medicatie weigert en dat het hierdoor steeds slechter met hem gaat.</para>
        <para>Ook in het korte contact met verdachte zijn er aanwijzingen voor het bestaan van een psychotische stoornis nao. Verdachte komt (ook dan) geladen over en in het psychiatrisch onderzoek  blijkt het denken  verhoogd  associatief te zijn en  is er een paranoïde waan.</para>
        <para>Al met al zijn er aanwijzingen voor het bestaan van een psychotische stoornis. Toch  kunnen  op basis van het huidige onderzoek geen definitieve conclusies worden getrokken over het huidige psychiatrische toestandsbeeld van verdachte, omdat verdachte niet kon worden onderzocht.  Het risico op recidive  wordt vooralsnog  hoog  in geschat.</para>
        <para>Het advies van de psychiater is om het ten laste gelegde in het geheel niet toe te rekenen  aan de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Psycholoog  B.Y. van Toorn  heeft een  rapport opgemaakt, gedateerd  26 september  2017. Een  psychologisch ·onderzoek  is niet mogelijk geweest door de weigering  van verdachte om</para>
      </parablock>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="759f2c99-7d1c-4eb9-9ba7-d8c945280cf4" depth="2" width="193" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Pro Justitia Rapportage van psycholoog H. Leijssen, d.d. 09-07-2012</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Voorgeleidingsconsult van psycholoog C. Moerland, d.d. 09-02-2017</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>In de onderhavige zaak werd tevens een onderzoek gedaan door ].F.G.M. van Nunen , psycholoog</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>mee te werken. Gelet daarop heeft de psycholoog zich ook niet uitgelaten over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.</para>
        <para>Gesteld wordt door de psycholoog dat de psychiater wel voldoende informatie heeft verzameld om te kunnen komen tot een diagnose en conclusies.  De psycholoog  beveelt aan de verdachte te plaatsen op een FPA of een FPK in verband  met verzet en/of mogelijk  beheers problematiek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het rapport van Reclassering Nederland van 29 maart 2017, opgemaakt door [naam reclasseringsmedewerker] . Geadviseerd wordt wegens de ernst van de psychiatrische- en verslavingsproblematiek en de zorg mijdende houding van de verdachte een klinische opname in een dubbel diagnose kliniek in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht. Na zijn klinische opname zal een opname in een passende beschermde woonvorm noodzakelijk zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de verdachte heeft geweigerd om mee te werken aan het psychologisch onderzoek, beantwoordt de rechtbank de vraag naar de toerekeningsvatbaarheid uitsluitend op  basis van het rapport van de psychiater en hetgeen overigens op de terechtzitting is  gebleken.</para>
        <para>De rechtbank acht op basis van het rapport van de psychiater zich ook voldoende geïnformeerd om deze vraag te kunnen beantwoorden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de psychiater de verdachte één keer heeft gesproken en daarnaast veel informatie  van derden  in zijn beoordeling  heeft betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>D rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de psychiater gedragen worden door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken.</para>
        <para>De rechtbank neemt deze conclusies dan ook over en maakt die tot de hare.</para>
        <para>De psychiater heeft zich niet uitgesproken over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het begaan van feit 3 (op 17 januari 2017). Uit de conclusies van de psychiater en de onderliggende bevindingen volgt wel dat de verdachte al langere tijd lijdt aan de genoemde stoornissen. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat kan worden geconcludeerd dat ook ten tijde van het begaan van feit 3 bij de verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in verband waarmee dit feit niet aan hem kan worden toegerekend </para>
        <para>De verdachte wordt dus volledig ontoerekeningsvatbaar geacht ter zake van de bewezen verklaarde feiten.</para>
        <para>De verdachte is derhalve niet strafbaar en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Gelet op het hoge recidiverisico vormt de verdachte een gevaar voor anderen en/of de algemene veiligheid van personen of goederen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De feiten I en 3 kunnen niet aan de verdachte worden toegerekend. De verdachte is voor deze feiten niet strafbaar. Hij zal dan ook voor deze feiten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7.</nr>Motivering van de maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten , de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de maatregel is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft gedreigd dat hij een aanslag zou plegen met een atoombom, omdat hij meent radio-actief te zijn  besmet. Daarmee  heeft hij onrust  gezaaid.</para>
        <para>Ook heeft hij uit het niets een Belgische man mishandeld, omdat de vermeende besmetting in België zou hebben plaatsgevonden. Daarmee heeft hij pijn toegebracht aan deze man.</para>
        <para>Ook heeft dit geleid tot gevoelens van onveiligheid  bij deze man en zijn    gezin.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld ter zake van geweldsdelicten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapportages</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de hiervoor genoemde rapporten  van de psychiater en  de psycholoog.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De psychiater adviseert om aan de verdachte de maatregel als bedoeld in artikel 37 Sr op te leggen. De psycholoog ziet geen contra-indicaties voor een dergelijke maatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat terugdringen van het recidiverisico uitsluitend mogelijk is door behandeling van de ziekelijke stoornis van de verdachte. Nu de verdachte zelf geen ziektebesef heeft en geen noodzaak voor behandeling ziet , dient behandeling plaats te vinden in het kader van een maatregel als bedoeld in artikel 37 Sr, door hem te plaatsen in een psychiatrische inrichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte dient op grond van het vorenstaande voor een termijn van één jaar in een psychiatrisch  ziekenhuis  te worden geplaatst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8.</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet is op de artikelen 37, 142a en 300  van het Wetboek  van   Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9.</nr>Bijlagen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in dit vonnis genoemde  bijlagen  maken deel uit van dit  vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10. </nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan   vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven,  heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor  bewezen  is verklaard en spreekt de verdachte daarvan  vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen  verklaarde  oplevert de hiervoor vermelde strafbare   feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde onder 1 en 3 niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast dat de verdachte in <emphasis role="bold">een psychiatrisch ziekenhuis </emphasis>zal worden geplaatst voor een termijn van <emphasis role="bold">1 (één)  jaar.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door: mr. V.F. Milders, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. E.A. Poppe-Gielesen en K.T. van Barneveld, rechters,  in tegenwoordigheid  van J. Nederlof,  griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter  is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 06 februari 2017 te Dordrecht, althans in Nederland (telkens) gegevens, te weten e-mailberichten en/of mondelinge mededelingen, heeft doorgegeven aan de Politie en/of de sociale dienst van de gemeente Dordrecht, met de navolgende teksten:"Ik ga een aanslag plegen met een atoombom station Dordrecht, 17:00, 6 februari" en/of "Bomaanslag op het station Dordrecht om 17:00 uur", met het oogmerk anderen ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats</para>
      <para>een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 142a lid 2 Wetboek  van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 januari  2017 te Dordrecht, althans  in  Nederland</para>
      <para>
        [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]  heeft  bedreigd  met</para>
      <para>enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandel ing, immers heeft verdachte (telefonisch) opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je af, ik kom nu naar je toe en ik steek een mes tussen je ribben en ook mijn zus maak ik af', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van welke bedreiging voormelde [naam slachtoffer 3] (de zus van verdachte) op of omstreeks  31 januari  te Dordrecht, althans in Nederland,  kennis heeft genomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 285 lid 1 Wetboek van  Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 januari 2017 te Dordrecht</para>
      <para>
        [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal in/op/tegen de rug, althans op/tegen het lichaam  te slaan en/of (met kracht)  te duwen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>