<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:10414</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-15T14:03:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/691084-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10414">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10414</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-15T14:02:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:10414 Rechtbank Rotterdam , 12-09-2017 / 10/691084-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:10414:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:10414:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/691084-17</para>
      <para>Uitspraakdatum: 12 september 217</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>bijgestaan door mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 augustus 2017.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. <?linebreak?>De tekst van de tenlastelegging is als <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Het ten laste gelegde opzettelijk vervoeren van ruim een kilogram cocaïne kan worden bewezenverklaard. De aanwezigheid van de een flinke hoeveelheid cocaïne in de auto die de verdachte bestuurde kan hem, als frequente gebruiker en tenaamgestelde van het voertuig, niet zijn ontgaan. Dit geldt temeer omdat bij zijn aanhouding een hoeveelheid wit poeder is aangetroffen op het matje achter de bijrijdersstoel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld de door Reclassering Nederland geadviseerde bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Er is geen bewijs voorhanden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervoeren dan wel het opzettelijk voorhanden hebben van cocaïne. Verdachte had de auto pas drie weken voor het aantreffen van de drugs op verzoek van derden op zijn naam laten zetten. Deze derden maakten regelmatig zelf gebruik van de auto. Verdachte wist niet dat er cocaïne zat in de verborgen ruimte van zijn auto en hij kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor deze drugs.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vrijspraak </emphasis>
        </para>
        <para>Hetgeen verdachte is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen en hij moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat oordeel is gegrond op het volgende.</para>
        <para>Op 13 juni 2017 is onder de zitting van de achterbank van de auto van verdachte een hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte heeft ontkend op de hoogte te zijn geweest van de aanwezigheid van die drugs. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte wist van de aanwezigheid van de cocaïne in zijn auto, laat staan dat hij deze opzettelijk heeft vervoerd. Het enkele feit dat de auto op naam van verdachte stond en hij deze ook bestuurde, is hiervoor onvoldoende. Daarbij weegt mee dat de auto pas op 29 mei 2017 op naam van verdachte is gesteld, het niet onaannemelijk is dat ook derden deze auto gebruiken, en niet is komen vast te staan wanneer en door wie de cocaïne in de auto is gelegd. Ook zijn er geen omstandigheden gebleken op grond waarvan verdachte had moeten weten dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zich cocaïne onder de achterbank van zijn voertuig bevond. De witte poeder die op het voetenmatje is aangetroffen maakt dit niet anders, al was het maar omdat nadien is gebleken dat dit geen cocaïne betrof. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het aan hem ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.C. Franken en mr. F.A. Hut, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. dr. M. Koek en mr. D.A.S. Ince, griffiers, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Franken en mr. dr. Koek zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 13 juni 2017 te Rotterdam opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1001,9 en/of 50 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van</para>
      <para>artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>