<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:10412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-12T14:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/710087-17 ( vonnis ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10412">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-15T12:31:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:10412 Rechtbank Rotterdam , 21-12-2017 / 10/710087-17 ( vonnis ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:10412:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verduistering, meermalen gepleegd. De veroordeelde moet € 221.771,50 aan de staat betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:10412:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 10/710087-17</para>
    <para>Uitspraakdatum: 21 december 2017<?linebreak?>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>VONNIS (ontneming) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum veroordeelde] te [gebooorteplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres <?linebreak?>[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>bijgestaan door mr. M. Jansen, advocaat te Spijkenisse.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VOORAFGAANDE VEROORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 21 december 2017 is de veroordeelde veroordeeld wegens het na te noemen strafbare feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VORDERING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie, mr. T.H. Slieker,  strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van <emphasis role="bold">€ 221.714,50.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor de veroordeelde  is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STANDPUNT VAN VEROORDEELDE</para>
      <para>De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat er voordeel is genoten en zich ten aanzien van de vordering en de vaststelling van de hoogte van het bedrag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STRAFBARE FEIT WAAROP DE VOORDEELSBEREKENING IS GEBASEERD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens voormeld vonnis van 21 december 2017 is de veroordeelde veroordeeld ter zake van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>verduistering, meermalen gepleegd. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure wordt derhalve als vaststaand aangenomen dat dit feit door de veroordeelde is begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VASTSTELLING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van het hiervoor vermelde strafbare feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit voordeel dient te worden ontnomen. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betreft een optelsom van het navolgend, uit het ontnemingsdossier verkregen, overzicht van de door de veroordeelde opgenomen geldbedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[LIJST VAN BEWIJSMIDDELEN OPGENOMEN BEDRAGEN]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Totaal: € 221.714,50.  </title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaald zal worden dat het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde aan de staat moet worden betaald. De veroordeelde zal dus worden verplicht tot betaling aan de staat van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 221.714,50</emphasis>.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 221.771,50 (zegge: tweehonderdeenentwintigduizend zevenhonderdeenenzeventig euro en vijftig cent)</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van <emphasis role="bold">€ 221.771,50 (zegge: tweehonderdeenentwintigduizend zevenhonderdeenenzeventig euro en vijftig cent);</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E. Rabbie, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.C.M. Persoon en mr. M. Timmerman, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>