<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:10271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-24T14:24:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/750390-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:10271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-08T09:19:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:10271 Rechtbank Rotterdam , 12-12-2017 / 10/750390-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:10271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lichten van de verdachte. Bezwaarschrift tegen maatregelen in het belang van het onderzoek ongegrond; artikel 62 en 62a Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:10271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <para>Parketnummer: 10/750390-17</para>
  <para>RK-nummer : 17/3822</para>
  <para>Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 62a lid 4 Sv tegen het lichtingsbevel van de officier van</para>
  <para>justitie.</para>
  <para>De rechtbank te Rotterdam, raadkamer;</para>
  <para>Gezien het op 08 december 2017 ter griffie van deze rechtbank ingediende bezwaarschrift van de</para>
  <para>verdachte:</para>
  <para />
  <bridgehead role=" bold">genaamd : [naam verdachte]</bridgehead>
  <bridgehead role=" bold">geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]</bridgehead>
  <bridgehead role=" bold">wonende te  : [adres verdachte] , [woonplaats verdachte]</bridgehead>
  <bridgehead role=" bold">thans verblijvende: PI De IJssel te Krimpen aan den IJssel,</bridgehead>
  <bridgehead />
  <section>
    <title />
    <parablock>
      <para>tegen het lichtingsbevel van de officier van justitie d.d. 08 december 2017, teneinde verdachte</para>
      <para>voor verhoor te laten lichten op 13 en 20 december 2017;</para>
      <para>Gezien de stukken;</para>
      <para>Gehoord de officier van Justitie;</para>
      <para>Gehoord de raadsman;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 62, tweede lid, juncto artikel 76 van het Wetboek van Strafvordering (hierna:</para>
      <para>Sv) zijn gedurende de voorlopige hechtenis maatregelen in het belang van het onderzoek</para>
      <para>mogelijk. Deze bestaan, behoudens de maatregelen genoemd in artikel 61a Sv, onder meer uit</para>
      <para>beperkingen met betrekking tot het ontvangen van bezoek, telefoonverkeer etc. (artikel 62,</para>
      <para>tweede lid, aanhef en onder a, Sv) en uit overbrenging naar een ziekenhuis, of andere instelling of</para>
      <para>verblijf in verband met medisch toezicht (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Sv). Blijkens</para>
      <para>de tekst van de wet en onderstreept in de Memorie van Toelichting bij de wijziging van artikel 62</para>
      <para>Sv in 2001 is de opsomming in de wet niet limitatief (IK 1999—2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Verder</para>
      <para>is met de invoering van de regeling in het Wetboek van Strafvordering bedoeld om de onder de</para>
      <para>artikelen 222 en 225 Invoeringswet Strafvordering ontstane praktijk te continueren (TK 1999—</para>
      <para>2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Tot die praktijk behoort het lichten van de verdachte om in het kader</para>
      <para>van een ander onderzoek te worden gehoord (T&amp;C Sv, aant. 2 bij art. 62).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eén en ander brengt naar het oordeel van de raadkamer mee, dat onder maatregelen in het</para>
      <para>belang van het onderzoek als bedoeld in artikel 62, tweede lid, aanhef, Sv ook dient te worden</para>
      <para>gerekend, het lichten van de verdachte tegen zijn wil in kader van het onderzoek waarin hij</para>
      <para>voorlopig is gehecht. Of het lichten in het concrete geval is toegestaan hangt, anders dan de</para>
      <para>raadsman heeft gesteld, af of dit in het belang van het onderzoek is en of dit proportioneel en</para>
      <para>subsidiair is; anders gezegd, of de ernst van de verdenking dit rechtvaardigt en of het doel</para>
      <para>redelijkerwijs niet met een ander, minder ingrijpend middel kan worden bereikt. De ernst van de</para>
      <para>verdenking wordt bepaald door de verhouding tussen de mate van verdenking en de aard van het</para>
      <para>feit. Dat de verdachte, zoals de raadsman heeft gesteld, zich op zijn zwijgrecht zal beroepen, doet</para>
      <para>daar niet aan af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is op 20 november 2017 een bevel bewaring gegeven omdat ernstige bezwaren tegen</para>
      <para>de verdachte zijn gerezen dat hij (kort gezegd) een met name genoemde ander al dan niet met</para>
      <para>voorbedachten rade van het leven zou hebben beroofd, althans (zwaar) zou hebben mishandeld,</para>
      <para>de dood ten gevolg hebbend. Verder waren er ernstige bezwaren dat hij bij twee met name</para>
      <para>genoemde anderen pogingen tot moord c.q. doodslag zou hebben begaan, althans (zware)</para>
      <para>mishandeling zou hebben gepleegd. De slachtoffers betroffen steeds (hoog) bejaarden die met</para>
      <para>insuline zouden zijn ingespoten. Op 30 november 2017 is door de raadkamer van deze rechtbank</para>
      <para>een bevel gevangenhouding gegeven en een vordering tot wijziging van de feiten voorlopige</para>
      <para>hechtenis toegewezen (de 67-b vordering). Die laatste vordering, zo heeft de officier van justitie in</para>
      <para>raadkamer toegelicht, is een vordering waarbij aan de feiten voor voorlopige hechtenis worden</para>
      <para>toegevoegd vergelijkbare feiten ten aanzien van twee met name genoemde personen en ook een</para>
      <para>aantal onbepaalde personen, nu tijdens het onderzoek het vermoeden is gerezen dat de</para>
      <para>verdachte meer vergelijkbare feiten zou hebben gepleegd. Blijkens een aanvullend proces-verbaal</para>
      <para>van bevindingen dat de politie voor deze raadkamerzitting heeft opgemaakt ( [proces-verbaalnummer] ),</para>
      <para>worden thans vijftien zaken van niet medisch geïndiceerde toediening van potentieel dodelijke</para>
      <para>medicatie, waaronder in de meeste gevallen insuline, aan bejaarden onderzocht, de drie</para>
      <para>hierboven bedoelde zaken meegerekend. In zeven van die gevallen is het slachtoffer overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op bovenstaand wettelijk kader en op de feiten van deze zaak oordeelt de raadkamer als</para>
      <para>volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het horen van de verdachte is zonder twijfel in het belang van het onderzoek naar alle feiten.</para>
      <para>Gelet op de toewijzing van de 67-b vordering dient de raadkamer ervan uit te gaan, dat er</para>
      <para>ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte wat betreft de in die vordering genoemde feiten, die</para>
      <para>met levenslange gevangenisstraf zijn bedreigd en dus zeer ernstig zijn te noemen. De maatregel</para>
      <para>is, gelet op het feit dat de verdachte al van zijn vrijheid is beroofd, in zoverre niet extra belastend.</para>
      <para>Weliswaar bepaalt ook de Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen van</para>
      <para>1januari 2013 (Stct. 2012, 268B2) dat een verhoor zo mogelijk in het huis van bewaring dient</para>
      <para>plaats te vinden, maar de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een verhoor</para>
      <para>in een speciale verhoorkamer dient plaats te vinden met het oog op audio-visuele registratie.</para>
      <para>Gelet op de ernst van de verdenking is dit laatste alleszins te billijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovenstaande brengt mee dat lichting van de verdachte tegen zijn wil op 13 december 2017 en op</para>
      <para>20 december 2017 niet onrechtmatig is en het bezwaarschrift ongegrond zal worden verklaard.</para>
      <para>Daaraan doet niet af, dat de verdachte steeds recht zal hebben op verhoorbijstand van zijn</para>
      <para>raadsman en zich steeds kan beroepen op zijn zwijgrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESCHIKKENDE:</title>
    <para>Verklaart het bezwaarschrift ongegrond.</para>
  </section>
  <bridgehead>Aldus gedaan in raadkamer op 12 december 2017</bridgehead>
  <bridgehead>door de voorzitter mr. J.L.M. Boek,</bridgehead>
  <bridgehead>in tegenwoordigheid van de griffier H.M. Terpstra-Bos</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>