<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:9090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:15:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/16/610 F</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/3513</rdf:li>
          <rdf:li>RI 2017/30</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/1981</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2017/113 met annotatie van mr. M.A. Broeders</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2016-0406 met annotatie van B. WESSELS</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:9090">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:9090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-25T11:15:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:9090 Rechtbank Rotterdam , 25-11-2016 / C/10/16/610 F</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:9090:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opening secundaire insolventieprocedure op grond van artikel 27 Insolventieprocedure. Hoofd-insolventieprocedure in Duitsland: vorläufiges Insolvenzverfahren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:9090:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Insolventienummer: [nummer 1]</para>
      <para>Uitspraak: 25 november 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op de aangifte tot faillietverklaring (rekestnummer: [nummer 2] ) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dr. Dietmar Penzlin,</emphasis>
      </para>
      <para>handelend in zijn hoedanigheid van “vorläufiger Insolvenzverwalter” (hierna: de voorlopige Insolvenzverwalter) in het “vorläufiges Insolvenzverfahren” van de commanditaire vennootschap naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland <emphasis role="bold">Hanjin Shipping Europe GmbH &amp; Co. KG</emphasis> (hierna: Hanjin Europe),</para>
      <para>woonplaats kiezende te Amsterdam,</para>
      <para>advocaten: mr. G.C. Verburg en mr. M.S. Breeman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 november 2016 is de voorlopige Insolvenzverwalter, bij monde van mr. Verburg en mr. Breeman, in aanwezigheid van de heer [naam 1] , in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorlopige Insolvenzverwalter verzoekt de rechtbank te Rotterdam om Hanjin Europe in staat van faillissement te verklaren en te bepalen dat dit een secundaire insolventieprocedure is in de zin van artikel 3 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (Insolventieverordening). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1</para>
      <para>Hanjin Europe is blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel statutair gevestigd in Hamburg, Duitsland. Hanjin Europe heeft een vestiging in Rotterdam. Uit het Handelsregister blijkt dat in de Rotterdamse vestiging 59 werkzame personen zijn en dat hier  laad-, los- en overslagactiviteiten voor zeevaart plaatsvinden onder de naam Hanjin Shipping Netherlands. Tevens bevindt zich in Nederland een ING-bankrekening met een saldo van  €78.804,53. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2</para>
      <para>Hanjin Europe heeft de Duitse rechter verzocht om een Insolvenzverfahren te openen op de grondslag dat zij insolvent is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3</para>
      <para>Op 26 oktober 2016 is door het Ambtsgericht in Hamburg naar aanleiding van dit verzoek een “Beschluss” gegeven waarin Dr. Dietmar Penzlin als voorlopige Insolvenzverwalter van Hanjin Europe is benoemd op basis van §21, 22 van de Duitse insolventiewet, de “Insolvenzordnung” (InsO). In het Beschluss van 26 oktober 2016 is onder meer het volgende bepaald: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Verfügungen der Schuldnerin über Gegenstände ihres Vermögens sind nur noch mit Zustimmung des vorläufigen Insolvenzverwalters wirksam (§ 21 Abs. 2 Nr. 22. Alt. InsO).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…] Er hat die Aufgabe, durch Überwachung der Schuldnerin deren Vermögen zu sichern und zu erhalten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Den Schuldern der Schuldnerin (Drittschuldnern) wird verboten, an die Schuldnerin zu zahlen. Der vorläufige Insolvenzverwalter wird ermächtigt, Bankguthaben und sonstige Forderungen der Schuldnerin einzuziehen sowie eingehende Gelder entgegenzunehmen. Die Drittschuldner werden aufgefordert, nur noch unter Beachtung dieser Anordnung zu leisten (§ 23 Abs. 1 Satz 3 InsO).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Der vorläufige lnsolvenzverwalter wird zugleich beauftragt, als Sachverständiger zu prüfen,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">ob ein nach der Rechtsform der Schuldnerin maβgebender Eröffnungsgrund vorliegt und welche Aussichten für eine Fortführung des schuldnerischen Unternehmens bestehen. Er hat ferner zu prüfen, ob das schuldnerische Vermögen die Kosten des Verfahrens decken wird (§ 22 Abs. 1 Nr. 3, Abs. 2 InsO).</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">in welchem Land sich der Mittelpunkt der hauptsächlichen Interessen der Schuldnerin befindet (Art. 3 Abs. 1 EulnsVO) und ob ggf. in einem anderen Mitgiledstaat bereits em Hauptinsolvenzverfahren über das Vermögen der Schuldnerin eröffnet wurde.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">ob zwei der drei Schwellenwerte des § 22 a Abs. 1 InsO erreicht sind und wer als Mitglied eines vorläufigen Gläubigerausschusses nach Maβgabe der §5 21 Abs. 2 S. 1 Nr. la, 67 Abs. 2 InsO in Betracht kommt und zurAnnahme des Amtes bereit ist. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4</para>
      <para>De voorlopige Insolvenzverwalter is bij Beschluss van het Ambtsgericht Hamburg van 21 november 2016 gemachtigd om in Nederland, België, Frankrijk en Tsjechië een “Sekundärinsolvenzverfahrens” zoals bedoeld in artikel 29 van de Insolventieverordening aan te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5</para>
      <para>Er is een e-mail overgelegd van [naam 2] die schrijft als managing director van Hanjin Europe Shipping Management GmbH (de bestuurder van Hanjin Europe) in te stemmen met het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.1</para>
      <para>Een secundaire procedure kan worden aangevraagd door een curator van een hoofdprocedure (art. 29 Insolventieverordening). Een hoofdprocedure is een insolventieprocedure, geopend door de rechter van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen zijn (art. 3 lid 1 Insolventieverordening). Insolventieprocedure is in artikel 2 aanhef en onder a) gedefinieerd als de collectieve procedures als bedoeld in artikel 1, lid 1 Insolventieverordening. Art. 2 verwijst naar bijlage A, waarin de procedures worden opgesomd. De Insolvensverfahren staat op lijst A. De vorläufiges Insolvenzverfahren niet. Bij arrest van 2 mei 2006 heeft het Hof van Justitie EG bepaald dat artikel 16 lid 1 eerste alinea Insolventieverordening aldus moet worden uitgelegd dat de beslissing van een rechter van een lidstaat bij wie een verzoek tot opening van een insolventieprocedure is ingediend dat is gesteund op de insolventie van de schuldenaar en strekt tot opening van een procedure van bijlage A Insolventieverordening, een beslissing tot opening van de insolventieprocedure in de zin van deze bepaling vormt, wanneer de beslissing ertoe leidt dat de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen verliest en een in bijlage C Insolventieverordening bedoelde curator wordt aangewezen. Dit verlies van het beheer en de beschikking houdt in dat de schuldenaar de bevoegdheden voor het beheer van zijn vermogen verliest. (Arrest van het Hof van Justitie EG/EU 2 mei 2006, zaaknr. C-341/04 Eurofood). Deze overweging brengt mee dat ook een insolventieprocedure die niet op lijst A staat, maar wel aan de voorwaarden voldoet, erkend kan worden als een hoofd-insolventieprocedure. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.2</para>
      <para>De Duitse rechter heeft beslist dat het centrum van de voornaamste belangen van Hanjin Europe in Duitsland ligt op basis van het vermoeden dat aan de statutaire zetel kan worden ontleend. De voorlopige Insolvenzverwalter heeft echter ook als opdracht gekregen om te onderzoeken of het centrum van de voornaamste belangen in Duitsland is gelegen. Het oordeel van de Duitse rechter over het centrum van de voornaamste belangen lijkt daardoor niet definitief. Bij de verdere beoordeling van het onderhavige verzoek zal de rechtbank dit oordeel wel volgen, aangezien er op dit moment geen objectieve factoren vastgesteld kunnen worden waaruit blijkt dat het centrum van de voornaamste belangen elders zou zijn gelegen. De voorlopige Insolvenzverwalter staat vermeld op lijst C bij de Insolventieverordening. Uit het Beschluss van 26 oktober 2016 blijkt  dat Hanjin Europe het beheer en de beschikking over haar vermogen (in ieder geval gedeeltelijk) is verloren. Dit leidt tot het oordeel dat de procedure die in Duitsland is geopend, een insolventieprocedure is als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Insolventieverordening, geopend in het land waar het centrum van de voornaamste belangen is gelegen. De voorlopige Insolvenzverwalter is derhalve bevoegd  om een secundaire procedure aan te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.1</para>
      <para>Aangezien Hanjin Europe een vestiging in Rotterdam heeft, kan de Nederlandse rechter een secundaire insolventieprocedure openen. Artikel 27 Insolventieverordening bepaalt dat de insolventie van de Nederlandse vestiging van Hanjin Europe daarvoor niet behandeld hoeft te worden. De bewoordingen van deze bepaling laten enige ruimte voor toetsing. In dit geval is dat ook op zijn plaats, aangezien de twee beslissingen die zijn overgelegd geen definitief oordeel bevatten omtrent de insolventie van Hanjin Europe. De voorlopige Insolvenzverwalter heeft in de Duitse voorlopige procedure de opdracht gekregen om onderzoek te doen naar de staat van de boedel. In het verzoek heeft de voorlopige Insolvenzverwalter uiteen gezet dat Hanjin Europe vanwege insolventie heeft gevraagd om toepassing van de Insolvenzverfahren, en dat de verwachting is dat deze definitief zal worden toegekend op of omstreeks 1 december 2016. De voorlopige Insolvenzverwalter schat in dat er onvoldoende boedelactief zal zijn om het salaris van het personeel over de opzegtermijn te voldoen. Gezien het voorgaande acht de rechtbank de insolventie op dit moment voldoende gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.2</para>
      <para>Er is ook belang bij de opening van een secundaire insolventieprocedure. De voorlopige Insolvenzverwalter heeft gesteld dat de salarissen van de werknemers vanaf november 2016 niet meer kunnen worden betaald. Het gaat om een maandelijks bedrag van ongeveer </para>
      <para>€ 150.000,-. Het Duitse Bundesagentur für Arbeit biedt geen compensatie aan Nederlandse werknemers voor wegens faillissement onbetaald gebleven loon. De voorlopige Insolvenzverwalter heeft een secundaire procedure nodig, teneinde de huur- en arbeidsovereenkomsten in Nederland af te wikkelen en de Nederlandse activa te gelde te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.3</para>
      <para>Op grond van het voorgaande zal de rechtbank het faillissement van Hanjin Europe uitspreken en daarbij bepalen dat het een secundaire insolventieprocedure betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart HANJIN SHIPPING EUROPE GMBH &amp; CO. KG voornoemd in staat</para>
    <para>	van faillissement;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat dit een secundaire insolventieprocedure betreft;</para>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. A. Lablans, lid van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- stelt aan tot curator mr. C.F.W.A. Hamm, advocaat te Rotterdam;</para>
    <para />
    <para>- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de</para>
    <para>	gefailleerde gericht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. S. Verberne, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 november 2016 </para>
      <para>te 10:00 uur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit</para>
      <para>vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>