<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:9015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-25T12:23:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">STR-16_151925_BIJZRK_10112016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=89&amp;g=2002-10-01">Wetboek van Strafvordering 89</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=591a&amp;g=2013-01-01">Wetboek van Strafvordering 591a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:9015">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:9015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-25T12:19:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:9015 Rechtbank Rotterdam , 10-11-2016 / STR-16_151925_BIJZRK_10112016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:9015:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek 89 Sv.    Onderdeel van het systeem is dat de eerste dag als volledige dag wordt vergoed (ongeacht het tijdstip van inverzekeringstelling), maar de dag van invrijheidstelling niet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:9015:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 2</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaalnummer: PL1700-2015155679-27</para>
    <para>Raadkamernummers: 15/1925 (89 Sv)</para>
    <para>		         15/1926 (591a Sv) </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking </emphasis>van de rechtbank Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de verzoeken als bedoeld in de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] , verzoeker,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op 11 augustus 1994 te Rotterdam,</para>
      <para>voor deze zaak domicilie kiezende te (3021 HM) Rotterdam, Mathenesserlaan 214, ten kantore van zijn advocaat mr. B. Kizilocak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Op 27 juli 2015 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 89 en artikel 591a Sv. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeken zijn op 10 november 2016 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. A. Ekiz en de advocaat zijn gehoord. De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 89 Sv </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker ten laste van de Staat wordt toegekend een bedrag van € 210,00 als vergoeding voor de immateriële schade als gevolg van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de verzoeker heeft bij e-mailbericht van 26 september 2016 gepersisteerd bij het verzoek ook te laatste dag van de inverzekeringstelling te vergoeden met verwijzing naar de uitspraak NBSTRAF 2016/127, afkomstig van de Rechtbank Gelderland - 06-04-2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek voor zover het </para>
      <para>de forfaitaire vergoeding voor het ondergane voorarrest beloopt en acht een bedrag van </para>
      <para>€ 105,00  toewijsbaar. Voor het overige dient het verzoek te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 591a Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 550,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De verzoeker is in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer op 28 april 2015en 29 april 2015 in verzekering gesteld geweest, op verdenking van het plegen van een zededelict. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schriftelijke kennisgeving  heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak tegen hem/haar is geseponeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 89 Sv </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld wordt dat de rechtbank ingevolge artikel 89 Sv op verzoek van de gewezen verdachte - indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel - hem een vergoeding kan toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge artikel 90 Sv plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat er ten tijde van de toepassing van de inverzekeringstelling voldoende verdenking tegen de verzoeker was om dat dwangmiddel te rechtvaardigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Alle omstandigheden in aanmerking genomen worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker een vergoeding voor materiële en immateriële schade als gevolg van het voorarrest toe te kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende vraag is wat de hoogte van deze vergoeding moet zijn. Daarbij dienen de forfaitaire tarieven, zoals die door het LOVS worden voorgestaan voor voorarrest dat is ondergaan op of na 1 september 2008, voor de rechtbank als uitgangspunt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeken als de onderhavige komen veelvuldig voor en zijn onderling over het algemeen in hoge mate vergelijkbaar. Om die reden heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Straf (LOVS) gestreefd naar een zekere uniformering in de afdoening ervan. Gekozen is voor een systeem dat is gebaseerd op standaardbedragen per dag. Onderdeel van het systeem is dat de eerste dag als volledige dag wordt vergoed (ongeacht het tijdstip van inverzekeringstelling), maar de dag van invrijheidstelling niet (zie: Hof Den Haag 18 december 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:5124 en hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2016:5789). Vergoeding van één dag vindt ook plaats indien iemand maar een gedeelte van een dag in verzekering is gesteld geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze berekening sluit bovendien aan bij de wijze waarop de aftrek van het voorarrest op grond van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt, waarbij indien er sprake is van meer dan een dag voorarrest, de dag van invrijheidstelling evenmin wordt meegerekend. Voor die aansluiting is temeer reden nu de in voorarrest doorgebrachte dagen in voorkomend geval op de voet van artikel 90, vierde lid, Sv in mindering kunnen worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van een uit andere hoofde opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraf.</para>
      <para>Gelet op het voorgaande zal aan de verzoeker voor geleden immateriële schade een vergoeding ter hoogte van € 105,00 worden toegekend en zal het verzoek voor het overige worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 591a Sv </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld wordt dat een gewezen verdachte indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - op grond van artikel 591a juncto artikel 90 Sv in beginsel aanspraak kan maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten voor de rechtsbijstand, zulks voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten rechtsbijstand voor opstellen, indienen en behandelen verzoekschrift</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek ziet op de vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 89 en 591a Sv ingediende verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van de op grond van artikel 89 en 591a Sv ingediende verzoekschrift een vergoeding van € 550,00 toe te kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">t.a.v. het onder RK-nummer 16/1925  ingeschreven verzoek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kent aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 105,00 (zegge: honderdvijf euro);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">t.a.v. het onder RK-nummer 16/1064 ingeschreven verzoek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,= (zegge:  vijfhonderdvijftig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door:</para>
      <para>mr. W.A.F. Damen, rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>