<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:8657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-07T17:00:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBROT:2016:8428</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/473398 / HA ZA 15-328</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:8657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:8657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-14T10:11:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:8657 Rechtbank Rotterdam , 09-11-2016 / C/10/473398 / HA ZA 15-328</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:8657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in een tweede, door dezelfde partij opgeworpen, vrijwaringsincident in reconventie. Na het vonnis in het eerste vrijwaringsincident in reconventie blijkt dat de incidenteel eiser buiten zijn schuld om een verkeerde partij in vrijwaring wenste op te roepen. Vandaar dat hij vervolgens een nieuwe incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van de juiste partij instelt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:8657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2f6763a6-a7ca-4e1a-be5f-91857a3bd24e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb5ee043-aed0-439b-b9fd-59966ec18028" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team haven en handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/473398 / HA ZA 15-328</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 9 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PREFUNKO B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,</para>
      <para>eiseres in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het tweede vrijwaringsincident in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. S.H. Broeseliske,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BOUWBEDRIJF BOOGERT B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Oosterland (gemeente Schouwen-Duiveland),</para>
      <para>gedaagde in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het tweede vrijwaringsincident in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. W.H. Lindhout.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Prefunko en Boogert genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het incidenteel vonnis van 8 juni 2016 (hierna: het vonnis in het eerste vrijwaringsincident in reconventie) alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het herstelvonnis van 6 juli 2016 van het vonnis in het eerste vrijwaringsincident in reconventie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de door Prefunko genomen conclusie van repliek in conventie tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring in reconventie tevens (deels voorwaardelijke) conclusie van antwoord in reconventie, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident in reconventie van Boogert;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte vermindering eis incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring in reconventie van Profunko.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het tweede vrijwaringsincident in reconventie.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in het tweede vrijwaringsincident in reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Prefunko vordert na eisvermindering dat de rechtbank:</para>
      <para>- haar toestaat de CAR-verzekeraar van Boogert, bij Prefunko bekend als HDI-Gerling Verzekeringen N.V., gevestigd te (3012 KL) Rotterdam, aan het adres Westblaak 14, tegen een nader door de rechtbank te bepalen datum in vrijwaring op te roepen teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;</para>
      <para>- Boogert veroordeelt in de kosten van de procedure in vrijwaring tegen HDI-Gerling Verzekeringen N.V.;</para>
      <para>- Boogert veroordeelt in de kosten ter zake van het vrijwaringsincident met betrekking tot NCIS.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Prefunko legt hieraan het volgende - verkort weergegeven - ten grondslag.</para>
        <para>Ten aanzien van de CAR-verzekeraar van Boogert, HDI-Gerling Verzekeringen N.V., beroept Prefunko zich op artikel R van de onderaannemingsovereenkomst die tussen Boogert en Prefunko is gesloten ten behoeve van het nieuwbouwproject “De Nieuwe Gooye” te Dirksland.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Boogert refereert zich aan het oordeel van de rechtbank over de vordering van Prefunko tot oproeping in vrijwaring van HDI-Gerling Verzekeringen N.V. Ten aanzien van de overige vorderingen van Prefunko voert Boogert verweer en concludeert zij tot afwijzing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De argumenten die Boogert tot haar verweer aanvoert, worden, voor zover zij relevant zijn, hieronder bij de beoordeling behandeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Inleiding</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In het eerste vrijwaringsincident in reconventie heeft Prefunko, de incidentele eiseres in dat incident, gevorderd dat haar zou worden toegestaan (onder meer) <emphasis role="italic">NCIS, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, de CAR-verzekeraar van Boogert</emphasis> in vrijwaring op te roepen. Daarop heeft de rechtbank in het vonnis in het eerste vrijwaringsincident Prefunko toegestaan <emphasis role="italic">NCIS, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk</emphasis> te dagvaarden tegen de terechtzitting van 20 juli 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Niet in geschil in het onderhavige incident, het tweede vrijwaringsincident in reconventie, is dat Prefunko buiten haar schuld gedwaald heeft omtrent de (rechts)persoon die heeft te gelden als de CAR-verzekeraar van Boogert en dat Prefunko om die reden in het eerste vrijwaringsincident in reconventie gevorderd heeft dat haar werd toegestaan NCIS in vrijwaring op te roepen in plaats van HDI-Gerling Verzekeringen N.V.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering tot oproeping in vrijwaring van HDI-Gerling Verzekeringen N.V.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Op de voet van artikel 210 Rv kan de verweerder in reconventie iemand in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat wordt gesteld - en onderbouwd - dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak (mede) te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In de onderhavige zaak heeft Profunko voldoende gesteld dat met de CAR-verzekeraar een rechtsverhouding bestaat die tot vrijwaring verplicht, zodat in beginsel aan de vereisten voor oproeping is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Aangezien Boogert in dit incident geen verweer heeft gevoerd maar zich refereert aan het oordeel van de rechtbank, zal de vordering tot oproeping in vrijwaring van HDI-Gerling Verzekeringen N.V. dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering tot veroordeling van Boogert in de kosten van de procedure in vrijwaring tegen HDI-Gerling Verzekeringen N.V.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Een vonnis in een vrijwaringsincident leent zich niet voor een beoordeling van een vordering van de eisende partij in dit incident tot veroordeling van de verwerende partij in dit incident in de kosten van de procedure in vrijwaring (vgl. HR 28 oktober 2011, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2012, 213, ECLI:NL:HR:2011:BQ6079).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het tweede vrijwaringsincident in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>staat toe dat:</para>
        <para>HDI-Gerling Verzekeringen N.V., gevestigd te (3012 KL) Rotterdam, aan het adres Westblaak 14 door Prefunko wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van <emphasis role="bold">21 december 2016</emphasis>,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaal weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">21 december 2016</emphasis> voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2016.</para>
        <para>901/1729</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>