<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:7379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:40:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/501042 / FT RK 16/292</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2788</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2016-0380</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:7379">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:7379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-27T11:24:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:7379 Rechtbank Rotterdam , 08-09-2016 / C/10/501042 / FT RK 16/292</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:7379:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing faillissementsrekest. Steunvorderingen betaald. Niet, dan wel onvoldoende aangevoerd dat er nog andere schuldeisers zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:7379:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichtingen</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">STICHTING PENSIOENFONDS METAAL EN TECHNIEK;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">STICHTING 	OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <bridgehead role="bold"> METAALBEWERKINGSBEDRIJF;</bridgehead>
    <para>3. <emphasis role="bold">STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>alle gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>verzoeksters,</para>
      <para>advocaat: mr. J.P.M. Castelein,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres 1],</para>
      <para>handelend onder de naam [handelsnaam],</para>
      <para>kantoorhoudende te [plaats], [adres 2],</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters, bij monde van haar advocaat, mr. J.P.M. Castelein, en verweerder, bijgestaan door zijn adviseur, de heer [naam 2], zijn gehoord in raadkamer op 9 augustus, 23 augustus en 6 september 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters hebben gesteld dat zij in totaal, inclusief boetes en kosten, ruim € 51.000,- van verweerder te vorderen hebben. Hoewel verweerder de vorderingen van verzoeksters sub 2 en sub 3 heeft voldaan, zijn er thans weer twee nieuwe vorderingen bijgekomen aan openstaande premies, te weten het tweede kwartaal over 2016 ten bedrage van ongeveer <?linebreak?>€ 8.000,- (welke vordering inmiddels aan de deurwaarder uit handen is gegeven) en het derde kwartaal over 2016 voor ruim € 6.000,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft gesteld dat hij verzoekster sub 2 en sub 3 volledig heeft voldaan. De vordering van verzoekster sub 1 is teruggebracht tot ongeveer € 34.000,-, inclusief boetes en kosten. Verweerder heeft verklaard dat hij op de nota van het tweede kwartaal al € 4.400,- heeft betaald, maar dat hij nog in afwachting is van een reactie op zijn melding dat de nota te hoog is vastgesteld. De betalingstermijn van de nota over het derde kwartaal 2016 is nog niet vervallen. Verweerder heeft voorts verklaard dat hij een aanvraag voor een Bbz-lening heeft ingediend en dat deze voorwaardelijk is geaccepteerd. Een extern bureau gaat de ingediende financiële stukken controleren en doorrekenen, waarna de definitieve beslissing komt op de aanvraag. Van de lening wordt € 32.000,- gereserveerd om de verzoekster sub 1 te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Van deze feiten en omstandigheden blijkt indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat de vorderingen van verzoeksters sub 2 en sub 3 door verweerster zijn voldaan. Dat betekent dat alleen de vordering van verzoekster sub 1 resteert. Uit de stellingen van verzoeksters begrijpt de rechtbank dat de nieuwe openstaande premies over het tweede en derde kwartaal eveneens verschuldigd zijn aan verzoekster sub 1. Namens verzoeksters is niet, dan wel onvoldoende aangevoerd dat verweerster andere schuldeisers onbetaald laat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het stelsel van de Faillissementswet volgt dat het faillissement verdeling door de curator beoogt van het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers. Dat brengt mee dat voor faillietverklaring geen plaats is ten aanzien van de schuldenaar die niet meer dan één schuldeiser heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is derhalve van oordeel dat niet summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst af het verzoek tot faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 8 september 2016 gegeven door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van N. van Gaans, griffier. <footnote-ref linkend="_1954ab79-1a88-4e60-b03d-1eca4a52f914" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1954ab79-1a88-4e60-b03d-1eca4a52f914" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>