<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:7320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:31:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/476899 / HA ZA 15-604</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2750</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:7320">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:7320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T13:19:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:7320 Rechtbank Rotterdam , 07-09-2016 / C/10/476899 / HA ZA 15-604</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:7320:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bestuurders van een inmiddels failliete jobcoachorganisatie vorderen een verklaring voor recht dat door het UWV opgestelde rapporten zonder grondslag zijn, althans onzorgvuldig zijn opgesteld, althans onrechtmatig zijn aangewend. De rapporten leiden tot de conclusie dat de jobcoachorganisatie tot een aanzienlijk bedrag ten onrechte declareerde bij het UWV. Het UWV heeft op basis van die rapporten de erkenning als jobcoachorganisatie ingetrokken en een navordering ingesteld waarop de jobcoachorganisatie failliet is gegaan.</para>
        <para>De rechtbank is bij de beoordeling voorbijgaan aan de inhoud van (omvangrijke) niet in de processtukken samengevatte producties, waarvan evenmin is aangegeven in hoeverre elke specifieke productie van belang is voor de beoordeling van de zaak. De vordering wordt afgewezen. Onjuist is de stelling dat in het onderzoeksrapport ten aanzien van de urenverantwoording ten onrechte uitgegaan van de sinds 1 juli 2011 geldende vereisten en dat die vereisten voordien niet golden. De jobcoachorganisatie heeft ten onrechte reiskosten en administratiekosten gedeclareerd als jobcoachuren. Het UWV heeft in het onderzoeksrapport terecht verklaringen van de werkgevers en Wajongeren betrokken, dat de jobcoachorganisatie geen administratie bijhield van daadwerkelijk bestede jobcoachuren komt voor haar risico.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:7320:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bf5c285b-0220-428b-b254-f4e73d5df142" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="558443f5-6796-46bf-8dd5-79c00b63ed81" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team haven en handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/476899 / HA ZA 15-604</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 september 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KARMAMY BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rhoon,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. Klaassen te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. P. van den Broek te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers zullen afzonderlijk worden aangeduid met (respectievelijk): [eiser 1] ; [eiser 2] ; [eiser 3] en Karmamy en zullen gezamenlijk worden aangeduid met [eisers] .<?linebreak?>Gedaagde zal worden aangeduid met UWV. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- het vonnis van de rechtbank Amsterdam in de onderhavige zaak tussen partijen van 6 mei 2015 waarbij de zaak is verwezen naar deze rechtbank teneinde daar gevoegd te behandelen met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer C/10/455227/ HAZA 14-734;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van deze rechtbank van 29 juli 2015 waarbij inzake HAZA 15-604 een comparitie van partijen is gelast, gelijktijdig te houden met die inzake HAZA 14-734;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 16 oktober 2015 in beide zaken, waarbij een tevoren toegezonden akte van [eisers] , houdende vermeerdering van eis (in de onderhavige zaak), met producties (8-12) in het geding is gebracht en waarbij met partijen is afgesproken dat:</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>in de zaak tussen de curator en [eisers] (HAZA 14-734) een kort vóór de comparitie door [eisers] toegezonden (zeer omvangrijke) map met producties niet ter comparitie doch eventueel nadien in het geding zal worden gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zaak tussen de curator en [eisers] (HAZA 14-734) naar de parkeerrol zal worden verwezen en als de zaak door de meest gerede partij wordt opgebracht, deze naar de rol zal worden verwezen voor conclusie na comparitie aan de zijde van [eisers] , waarna de curator een antwoordconclusie kan nemen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de onderhavige zaak tussen [eisers] en UWV (HAZA 15-604) naar de rol zal worden verwezen voor vonnis;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een brief zijdens UWV van 16 november 2015 houdende opmerkingen over het proces-verbaal.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderhavige zaak (HAZA 15-604) vonnis bepaald.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Inzake HAZA 14-734 is – na herhaalde verzoeken om aanhouding – de zaak naar de rol verwezen voor conclusie na comparitie zijdens [eisers] , hierop is aan [eisers] een akte niet dienen verleend en is een verzoek van [eisers] tot het nemen van een akte met producties (inzake ontwikkelingen in diverse strafzaken) afgewezen waarna ook in die zaak vonnis is gevraagd en bepaald.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen in verband met benoeming elders. Partijen hebben niet gereageerd op de (ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad op 31 oktober 2014 ECLI:NL:HR:2014:3076) aan partijen verzonden mededeling van de rechtbank daaromtrent bij brief van 24 mei 2016, en aldus geen aanspraak gemaakt op een (nadere) comparitie ten overstaan van de rechter die het vonnis wijst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Blijkens het proces-verbaal van comparitie is kort vóór de comparitie door [eisers] nog een (zeer omvangrijke) map met producties toegezonden aan UWV teneinde deze ter comparitie in het geding te brengen. UWV heeft daartegen ter comparitie bezwaar gemaakt. Ter comparitie is een beslissing op dit bezwaar aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat, nu deze stukken niet overeenkomstig de in het rolreglement voorgeschreven termijn van (tenminste) veertien dagen vóór de zitting zijn toegezonden, voor deze overschrijding van de termijn door [eisers] geen speciale reden is aangevoerd en een deugdelijke toelichting op deze omvangrijke hoeveelheid stukken ontbreekt, UWV aldus is geschaad in zijn belang bij en recht op tijdige kennisname daarvan ten behoeve van de verdediging. De rechtbank zal deze map dan ook buiten beschouwing laten.<?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.	De feiten</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre onbetwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen het volgende vast.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser 3] ; [eiser 2] is enig bestuurder en aandeelhouder van Karmamy. [eiser 3] en Karmamy zijn bestuurders en (ieder voor 50%) aandeelhouder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PWG Jobcoaching B.V., hierna te noemen: PWG.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>PWG was een door UWV in het kader van de hieronder weergegeven jobcoachregelingen erkende jobcoachorganisatie voor jonggehandicapten.</para>
        <para>In de periode 2009 - 2011 heeft PWG in dat kader declaraties ingediend bij en betaling ontvangen van UWV.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kosten van jobcoaching voor jonggehandicapten worden in de hier relevante periode 2009 – 2011 door het UWV vergoed op grondslag van de navolgende regelgeving:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> art. 35 van de <emphasis role="underline">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)</emphasis> en<?linebreak?> art. 2:22 van de <emphasis role="underline">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong)</emphasis>: <?linebreak?>“<emphasis role="italic">1. Het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die arbeid in dienstbetrekking verricht, of die arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten, doch niet werkzaam is of zal zijn als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening, of die scholing of opleiding in het kader van de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces volgt of gaat volgen, of arbeid op een proefplaats verricht of gaat verrichten, met uitzondering van de jonggehandicapte, die werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening, op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, het volgen van de scholing of opleiding of het verrichten van arbeid op die proefplaats.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">2. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…	</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">d. noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan de jonggehandicapte opgedragen taken, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen.”</emphasis><?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>art. 18 van het <emphasis role="underline">Reïntegratiebesluit</emphasis>:<?linebreak?>“<emphasis role="italic">1. ‘De persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA en artikel 2.22, tweede lid, onderdeel d, van de Wet Wajong, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">2. De persoonlijke ondersteuning wordt slechts verleend indien:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wet Wajong, gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">b. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wet Wajong bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten; en </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">c. de persoonlijke ondersteuning wordt gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het UWV erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning als bedoeld in onderdeel a.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">3. De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wet Wajong bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.”</emphasis><?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de <emphasis role="underline">Regeling Erkenningscriteria voor Jobcoachorganisaties van 13 december 2005 (hierna: “Erkenningsregeling</emphasis>” houdende nagenoeg gelijkluidende erkenningscriteria voor jobcoachorganisaties met de voordien geldende <emphasis role="underline">Regeling van 29 maart 2000)</emphasis>:<?linebreak?><emphasis role="italic">“…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De erkenningstaak van UWV komt voort uit de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en is gekoppeld aan de voorziening persoonlijke ondersteuning zoals omschreven in artikel 35 lid 2 onder d, Wet WIA en artikel 18 van het Re-integratiebesluit (Stb.2005,622) waarin nadere regels over o.m. WIA-voorzieningen worden gegeven. …</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Persoonlijke ondersteuning kan worden gezien als de eindfase van de methodiek begeleid werken. Bij deze methodiek, ook bekend onder de naam Supported Employment, gaat het om een gestructureerde werkwijze van arbeidstoeleiding en training en begeleiding op de werkplek.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">UWV wil met de voorgestelde erkenningscriteria een minimum kwaliteitsnorm stellen, waaraan de organisatie die persoonlijke ondersteuning bieden, moeten voldoen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De activiteiten die worden beschouwd als persoonlijke ondersteuning zijn nader beschreven in de indicatieve lijst (zie bijlage 1). Uitgangspunt is dat de rechtspersoon zich ten doel stelt om ondersteuning te bieden gericht op het functioneren van de werknemer in de reguliere arbeidssituatie, met andere woorden: werkgerelateerde ondersteuning.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De erkenningscriteria kunnen worden onderverdeeld naar de volgende drie categorieën:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">1. Organisatie;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">2. Personen die persoonlijke ondersteuning bieden: de jobcoaches;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">3. Dienstverlening.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Personen die de persoonlijke ondersteuning bieden: de jobcoaches</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Criterium 5: de organisatie staat garant voor de kwaliteit van de dienstverlening door haar jobcoaches en maakt inzichtelijk op welke wijze zij de vakbekwaamheid van haar medewerkers waarborgt.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Voornoemde indicatieve lijst van activiteiten (bijlage 1 van de Erkenningsregeling, toevoeging rechtbank) die beschouwd kunnen worden als persoonlijke ondersteuning vormt onder meer het toetsingskader voor dit criterium. Het gaat er immers om dat deze activiteiten door de jobcoach vakbekwaam en efficiënt kunnen worden uitgevoerd.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Dienstverlening</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Over de dienstverlening van de jobcoachorganisaties zijn een aantal minimale eisen te formuleren. Het gaat daarbij om zaken als bereikbaarheid, beschikbaarheid, continuïteit en procedures rondom aanvraag en declaratie. De jobcoachorganisatie dient te beschikken over een interne beschrijving, waarin de normen en procedure voor deze aspecten beschreven staan.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Criterium 6: de organisatie dient te beschikken over een interne beschrijving van de afspraken rondom de te leveren diensten onder meer terzake van bereikbaarheid, tijdigheid en continuïteit en procedures.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">...</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De jobcoachorganisatie volgt het Protocol jobcoach voor de (vervolg-)aanvragen, de verantwoording en afrekening van de jobcoachuren. Hiertoe houdt de jobcoachorganisatie onder andere een urenverantwoording (datum/tijd/uren,) bij die indien nodig (bijvoorbeeld in het kader van een ESF subsidie) aan UWV overlegd wordt.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…”</emphasis><?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>bijlage 1 van voormelde erkenningsregeling:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Indicatieve lijst van begeleidingsactiviteiten die vallen onder de voorziening Persoonlijke ondersteuning/Jobcoaching</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Algemeen</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Het gaat om ondersteuning bij het verrichten van arbeid, werkgerelateerde begeleiding, gegeven door een jobcoach die verbonden is aan een erkende jobcoachinstelling.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Activiteiten</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">1. Het introduceren van de cliënt:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- in het bedrijf</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- in het team (directe collega’s ).</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">2. Structureren van het werk en adviseren over:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- inrichting werk;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- (aanpassing) organisatie van het werk.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">3. Inwerken van de cliënt:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- aanleren handelingen,</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- trainen benodigde vaardigheden;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- aanleren sociale vaardigheden (bedrijfscultuur).</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">4. Opsporen en verhelpen storingen in arbeidssituatie (bij calamiteit of crisis):</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- bij de werknemer;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- bij de werkgever;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- bij beiden.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">5. Begeleiden werknemer (o.a. afspraken maken en bewaken):</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- in contact met collega‘s;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- in contact met leidinggevende;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- bij de verwerking van algemene bedrijfsinformatie;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- bij interne voorlichting cursussen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">6. Begeleiding werkgever (voorzover gerelateerd aan functioneren werknemer) bij belangrijke gesprekken onder meer over:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- functioneren;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- reorganisatie.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">7. Evaluatie en coördinatie:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- van de werkafspraken (tussen werknemer en werkgever);</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- van de jobcoachdienstverlening,</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- verantwoording aan uitvoeringsinstelling met het oog op voortzetting vergoeding.”</emphasis><?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het met ingang van 1 oktober 2008 in werking getreden <emphasis role="underline">Protocol Jobcoach 2008</emphasis>:<?linebreak?><emphasis role="italic">“…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">UWV en jobcoachorganisaties conformeren zich aan de afspraken van het protocol en kunnen elkaar daarop aanspreken.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De hoeveelheid begeleiding die de cliënt toegekend krijgt, wordt uitgedrukt als percentage van het aantal door de cliënt te werken uren per kalenderjaar. Het protocol kent in het eerste jaar vier begeleidingsregimes: een zeer licht, licht, midden en intensief regime (zie Tabel 1). In het tweede jaar vallen het zeer lichte en lichte regime samen. In het derde jaar (en verder) komt daar ook het midden regime bij. Na drie jaar blijven de regimes gelijk.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De keuze voor een begeleidingsregime bij de aanvraag, geeft aan welk verloop van de begeleidingsintensiteit de cliënt naar verwachting nodig heeft.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Het eerste halfjaar begeleiding</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Nadat UWV de beschikking PO heeft afgegeven dient de jobcoachorganisatie een voorschotfactuur van 50% ter waarde van een halfjaar PO in. UWV betaalt vervolgens deze voorschotfactuur:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Na afloop van het verstreken halfjaar ontvangt UWV van de jobcoachorganisatie - naast een verantwoordingsrapportage - een eindfactuur voor de werkelijk gerealiseerde uren. UWV maakt de eindafrekening op basis van het werkelijke aantal gerealiseerde uren tot het maximum van het aantal toegestane uren behorende bij het geaccordeerde regime. Het opmaken van de eindafrekening vindt plaats onder aftrek van het verstrekte voorschot van 50%. In geval het verstrekte voorschot hoger is dan het te betalen eindbedrag, wordt het verschil door de jobcoachorganisatie terugbetaald. De eindfactuur heeft dan de vorm van een creditnota.</emphasis><?linebreak?>...<?linebreak?><emphasis role="italic">UWV ontvangt na verloop van het verstreken halfjaar een verantwoordingsrapportage en een factuur voor de resterende betaling. In de rapportage geeft de jobcoachorganisatie aan hoeveel contactmomenten er zijn geweest en hoeveel begeleidingsuren de jobcoach aan de cliënt heeft besteed.</emphasis><?linebreak?>…<?linebreak?><emphasis role="italic">In principe is jobcoachbegeleiding werkgerelateerd. Tijdens vakantie of langdurig ziekteverzuim hoeft er niet begeleid te worden. In de urenberekening is al rekening gehouden met de vakantie. Bij kortdurend ziekteverzuim kan jobcoaching gericht zijn op snelle hervatting.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">In geval van langdurig ziekteverzuim (meer dan vier weken) kan begeleiding gericht op werkhervatting ook nodig zijn. Deze begeleiding dient (conform uitspraak 23.01.02 RSV 2011/75 van de Centrale Raad van Beroep) vergoed te worden. De jobcoachorganisatie kan begeleidingsuren bij langdurig ziekteverzuim declareren als hij daarbij aangeeft dat deze begeleiding heeft plaatsgehad met het oog op terugkeer naar de werkplek.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, stopt de voorziening PO van rechtswege op de datum einde arbeidsovereenkomst. In dat geval wordt door de jobcoachorganisatie een eindrapportage en einddeclaratie ingediend.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Indien de bestaande overeenkomst wijzigt kan dit leiden tot een tussentijdse heroverweging van de toekenning. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Een ingrijpende wijziging van de arbeidsovereenkomst die gevolgen heeft voor de begeleiding wordt tussentijds door de jobcoachorganisatie voorgelegd aan UWV.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Bij een nieuwe arbeidsovereenkomst moet PO opnieuw worden toegekend.</emphasis><?linebreak?>…<emphasis role="italic">”</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het <emphasis role="underline">Protocol Jobcoach 2008</emphasis> is voorafgaand aan haar inwerkingtreding ter kennisgeving als bedoeld in art.3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gepubliceerd op de website van UWV. <?linebreak?>Bij e-mail van 7 oktober 2008 heeft UWV voorts alle door haar erkende jobcoachorganisaties — waaronder destijds PWG — het gewijzigde protocol toegezonden en gewezen op de wijzigingen ten opzichte van de eerdere versie van het Protocol Jobcoach:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dames en heren,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij wijzen wij u op de publicatie van het bijgestelde Protocol jobcoach. …</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aanpassingen in het protocol die het gevolg zijn van deze maatregel betreffen voornamelijk ….</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat afgerekend wordt op de werkelijk geleverde jobcoachuren zal de jobcoachorganisatie pas na afloop van de halfjaarperiode aan UWV rapporteren. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">…</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- De jobcoachorganisatie zal in de praktijk de eindfactuur veelal tegelijk met de halfjaarrapportage indienen. De eindfactuur is gebaseerd op de werkelijk bestede begeleidingsuren minus het aantal uren waarvoor met het voorschot van 50% al betaald is. Indien dit een negatief bedrag oplevert, heeft de eindfactuur de vorm van een creditnota.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">….</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">- Omdat er afgerekend wordt op de werkelijke begeleidingsuren vervallen de verrekeningsvoorschriften ….ingeval van langdurig ziekteverzuim en beëindiging van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arbeidsovereenkomst.</emphasis>
          <?linebreak?>2.5.	Met ingang van 1 juli 2011 is in werking getreden het <emphasis role="underline">Protocol Jobcoach 2011</emphasis>, inhoudende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Mede tbv de verantwoording voor het ESF (Europees Sociaal Fonds dat subsidie toekent voor jobcoaching, toevoeging rechtbank) voegt de jobcoachorganisatie bij de factuur een door de jobcoach of administrateur ondertekende urenspecificatie waarin naast naam en BSN-nummer van de klant een overzicht van de geleverde jobcoachdiensten (data, ingezette tijd) gegeven wordt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke activiteiten aangemerkt kunnen worden als jobcoachdiensten is beschreven in een lijst van jobcoachactiviteiten welke als bijlage (1) bij het protocol is gevoegd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Medio 2011 heeft het UWV een onderzoek ingesteld naar het declaratiegedrag van PWG. In dit onderzoek zijn de dossiers van de 39 Wajongeren die in de periode 2009-2011 via PWG een jobcoach toegewezen hebben gekregen, betrokken.<?linebreak?>Met betrekking dot deze 39 dossiers is door onderzoekers gesproken met de Wajongeren, hun werkgevers/inleners, jobcoaches van PWG, administratief medewerkers van PWG, medewerkers van het ESF bureau en [eiser 1] en [eiser 2] als feitelijk bestuurders van PWG. Daarnaast zijn de ESF formulieren die in deze zaken door PWG bij declaratie aan UWV zijn verstrekt geanalyseerd en is er onderzoek gedaan naar de eigen administratie bij PWG.<?linebreak?>Dit heeft geresulteerd in een onderzoeksrapport d.d. 16 november 2012, gevolgd door een schadeberekening in een rapport d.d. 13 maart 2013. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In het UWV onderzoeksrapport van 16 november 2012 is vermeld:<?linebreak?>“…<?linebreak?><emphasis role="italic">Het doel van dit onderzoek is controle uit te voeren naar de rechtmatigheid van de ingediende declaraties ten aanzien van de Jobcoachvoorziening en de rechtmatigheid van de verleende loonkostensubsidie welke gekoppeld is aan de omvang van het dienstverband.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">…</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Wij rapporteurs hebben diverse inspecteurs van UWV een gesprek met bovenstaande Wajong gerechtigden laten aangaan. Doel van die gesprekken was te onderzoeken of de declaraties van de jobcoach mogelijk onrechtmatig door PWG Jobcoaching B.V. bij UWV zijn ingediend, dan wel dat deze mogelijk valselijk zijn opgemaakt waar er mogelijk jobcoachvoorziening is gedeclareerd, terwijl er feitelijk geen (of minder) jobcoaching heeft plaatsgevonden. In het geval, waarbij loonkostensubsidie is aangevraagd en verkregen , is tevens getracht duidelijk te krijgen of verzekerde wel of niet werkzaam is geweest bij het bedrijf/de bedrijven waar hij/zij met loonkostensubsidie zou hebben gewerkt en om duidelijk te krijgen wat de rol van de jobcoach en PWG Jobcoaching B.V. hierin is geweest.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Uit onderzoek administratie PWG is gebleken dat</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">-er een discrepantie is tussen de door de jobcoach afgegeven en geadministreerde uren en de administratie opgemaakt door PWG;</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">-er door PWG uren, gemaakt door administratieve krachten, opgevoerd worden als jobcoachuren;</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">-er door PWG reistijd van jobcoaches geboekt werden als jobcoachuren;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-er uren voor opmaak IRO (Individuele Re-integratie Overeenkomst, toevoeging rechtbank) etc. geboekt werden als jobcoachuren.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">…</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Bij vergelijking van de administratie van PWG/urenverantwoording Jobcoaches met de verklaringen van de Wajonggerechtigden en de inleners …zag ik dat bij de 30 beschreven verrichtingenoverzichten en de declaraties op een totaalbedrag van € 728.441,05 gedeclareerd jobcoachbudget in totaal een bedrag van € 344.331,86 ten onrechte door de jobcoaches is gedeclareerd (=47% ten onrechte gedeclareerd).”</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">…</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Op basis van bovenvermeld onderzoek kan worden gesteld dat:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">- er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de Jobcoachvoorziening door PWG Jobcoaching B.V.;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">de Wajonggerechtigden niet de beloofde begeleiding hebben gekregen zoals door PWG Jobcoaching B.V. aangevraagd/verantwoord is;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">de administratie van de werkgever niet overeenkomt met de urenstaten bijgehouden door de jobcoaches;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">de gedeclareerde jobcoachuren door PWG niet overeenkomen met hetgeen de verzekerde en inlener verklaren over de Persoonlijke Ondersteuning (PO) door de jobcoach;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">uren gemaakt door administratieve krachten van PWG als jobcoachuren worden geboekt bij Wajonggerechtigden;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">ziektewetbepalingen door het UWV aan PWG Jobcoaching B.V. zouden zijn verstrekt terwijl Wajonggerechtigden niet ziek zouden zijn geweest;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">tijdens ziektewetperioden declareren de jobcoaches begeleidingsuren, waaronder ook de begeleidingsuren op de werkplek.</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">…”</emphasis>
            <?linebreak?>2.8.	In het UWV schaderapport van 13 maart 2013 zijn de in de eigen administratie van PWG verantwoorde uren, onder aftrek van de uren voor reistijd en administratie (behoudens 2 uur administratie voor een aangeleverde halfjaar- of eindrapportage) vergeleken met de gedeclareerde uren en is de totale benadeling in alle 39 dossiers begroot op € 296.161,71.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>UWV heeft op 21 december 2012 conservatoir derdenbeslag gelegd op de bankrekeningen van PWG.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>UWV heeft bij besluit van 21 februari 2013 de erkenning van PWG als jobcoachorganisatie ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>UWV heeft op 20 maart 2013 aangifte gedaan van vermoedelijk misbruik van jobcoachgelden door PWG. De Inspectie SZW (de opsporingsinstantie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft hierop een onderzoek ingesteld op basis van de rapporten van UWV.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>PWG is op 26 maart 2013 (op eigen verzoek) in staat van faillissement verklaard. De curator in het faillissement van PWG heeft [eisers] als (middellijk) bestuurders van PWG aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort en gedagvaard (inzake HAZA 14-734) en baseert zich daartoe onder meer op de rapporten van UWV.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] vordert bij dagvaarding een verklaring voor recht dat de door het UWV opgestelde rapporten d.d. 16 november 2012 en 13 maart 2013 zonder grondslag zijn, althans onzorgvuldig zijn opgesteld, althans onrechtmatig zijn aangewend conform een in alinea 22 van de dagvaarding vermelde samenvatting van onzorgvuldig en onrechtmatig handelen van het UWV, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van UWV in de kosten van het geding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de dagvaarding zijn in alinea 22 van de dagvaarding als onrechtmatig aangemerkt: <?linebreak?>- een opdracht aan inspecteurs die niet aansloot bij enige geconstateerde realiteit;</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een gebrek aan kennis bij de inspecteurs omdat zij niet op de hoogte waren van de werking van Wajong trajecten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een onprofessionele benadering door inspecteurs van betrokkenen, veelal ruw en onbeschoft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> het niet op de hoogte zijn van de inhoud van protocollen onder meer ten aanzien van declaraties en het steevast toepassen van het Protocol 2011 als leidraad van het onderzoek naar declaratiegedrag uit 2009 en 2010 en de eerste helft 2011;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> het steevast niet willen begrijpen van de ESF richtlijn van 2009 en de wijze van implementatie hiervan door UWV richting onder meer PWG;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het steevast zonder grondslag aanmerken van reistijd en tijd besteed aan administratieve werkzaamheden als niet declarabel zonder daarvoor enig argument te kunnen noemen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het nemen van actie tegen PWG zoals het opschorten van betalingen en het leggen van beslagen op basis van rapportage waarvan UWV wist althans had moeten weten dat deze de conclusies niet kon dragen en daarmee functioneren van PWG als Jobcoachorganisatie onmogelijk maakte;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het miskennen van gebruiken en methodieken die werden gehanteerd door UWV waarbij eisers erop mochten vertrouwen dat dit de juiste waren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het willens en wetens negeren van sluitende argumenten van de zijde van PWG door willens en wetens niet te communiceren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het in de wetenschap dat UWV in het kader van de Jobcoachorganisaties totaal niet functioneerde steevast de verantwoordelijkheden af te schuiven en bij derden neer te leggen die daar eigenlijk niets mee van doen hadden waaronder PWG en eisers;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het doen van aangifte tegen onder meer [eiser 1] en [eiser 2] in de wetenschap dat strafrechtelijk laakbaar handelen tot dan toe niet is aangetoond en daarna ook niet;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het indienen van een vordering in verband met de onderzoeksrapporten in het faillissement van PWG in de wetenschap dat de grondslagen en de hoogte van de vordering zeer discutabel zijn.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft bij een ter comparitie in het geding gebrachte akte zijn eis vermeerderd in die zin dat de bij dagvaarding ingestelde vordering is aangemerkt als primaire vordering en is vermeerderd met een subsidiaire vordering om voor recht te verklaren dat [eisers] als (middellijk) bestuurders van PWG ten opzichte van UWV niet onrechtmatig heeft gehandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>UWV heeft hiertegen ter comparitie bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van de toelaatbaarheid van de eisvermeerdering overweegt de rechtbank dat artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat eiser bevoegd is zijn eis te wijzigen zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen en dat de gedaagde bevoegd is hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De rechtbank is, partijen gehoord, van oordeel dat toelating van deze eiswijziging, tot onredelijke vertraging in het geding zou leiden. <?linebreak?>Niet alleen omdat laatstbedoelde subsidiair gevorderde verklaring voor recht ruim is geformuleerd (niet aan een periode gebonden), doch ook en met name omdat daarmee naast de (on-)rechtmatigheid van het handelen van UWV, thans ook die van [eisers] als (middellijk) bestuurders van PWG ter beoordeling wordt voorgelegd. Laatstbedoelde beoordeling heeft een eigen toetsingskader en zou een nieuwe conclusiewisseling vergen. <?linebreak?>De rechtbank is dan ook van oordeel dat de wijziging van eis in strijd is met de eisen van goede procesorde en zal de wijziging van eis dan ook buiten beschouwing laten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>UWV heeft de vordering gemotiveerd betwist, daartoe stellende:</para>
        <para>I. [eisers] heeft geen belang bij de vordering;</para>
        <para>II. De formele rechtskracht van de intrekking door UWV van de vergunning van PWG als jobcoachorganisatie staat aan de vordering in de weg;</para>
        <para>III. Het UWV rapport is niet zonder grondslag, niet onzorgvuldig en niet onrechtmatig,</para>
        <para>met conclusie tot afwijzing van de vordering en een - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde -</para>
        <para>veroordeling van [eisers] in de proceskosten met inbegrip van nakosten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De hiervoor onder I en II vermelde verweren strekken tot niet ontvankelijkheid en zullen om die reden als eerste worden beoordeeld. Beide verweren falen. <?linebreak?>ad I. De enkele omstandigheid dat de rechtmatigheid van de UWV rapportage ook in de hoofdzaak, waarin de (middellijk) bestuurders van PWG ( [eisers] ) door de curator als aansprakelijk zijn gesteld, zou kunnen worden beoordeeld, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat [eisers] bij een beoordeling daarvan in de onderhavige procedure geen belang zou hebben. De uitkomst van een onderzoek naar de rechtmatigheid van die rapportage in de onderhavige procedure geldt niet althans niet zonder meer als vaststaand tussen partijen in een procedure tussen de curator (van PWG) en [eisers]</para>
        <para>Het verweer dat [eisers] reeds om de hiervoor weergegeven reden bij de onderhavige procedure geen belang kan hebben faalt derhalve.<?linebreak?>ad II. Ook dit verweer faalt. De rechtmatigheid van de (totstandkoming van) de UWV-rapportage kan door de (burgerlijke) rechter worden beoordeeld. Dat deze rapportage ook ten grondslag lag aan de intrekking door UWV van de erkenning van PWG als jobcoachorganisatie en dit besluit inmiddels formele rechtskracht heeft doet daar niet aan af. Ingeval UWV wegens onrechtmatige rapportage aansprakelijk zou zijn is het overigens wel zeer de vraag of schade daarvan het gevolg is of  bijvoorbeeld van de omstandigheid dat PWG geen gebruik heeft gemaakt van de administratieve rechtsgang tegen het intrekkingsbesluit. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Hiermee komt de vraag aan de orde of de door het UWV opgestelde rapporten d.d. 16 november 2012 en het daarop gebaseerde schaderapport van 13 maart 2013 zonder grondslag zijn, althans onzorgvuldig zijn opgesteld, althans onrechtmatig zijn aangewend.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] verwijzen voor de gronden van deze vordering zonder nadere toelichting naar een als productie 2 opgenomen brief van PWG aan het UWV d.d. 21 januari 2013 van 90 pagina’s.<?linebreak?>Ook ten aanzien van de overige door [eisers] bij dagvaarding in vier ordners overgelegde producties  (1-7) ontbreekt een toelichting.</para>
        <para>
          <?linebreak?>UWV heeft hiertegen bezwaar gemaakt.<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling daarvan het volgende voorop.<?linebreak?>Krachtens de hoofdregel neergelegd in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering rust op [eisers] de stelplicht c.q bewijslast ten aanzien van de door haar gevorderde verklaring voor recht. </para>
        <para>Van een uitzondering op dit beginsel is in dit geval geen sprake.</para>
        <para>Het is derhalve aan [eisers] om in zijn conclusies alle relevante stellingen en feiten waarop hij zich wenst te beroepen te presenteren. <?linebreak?>De rechter kan volgens vaste jurisprudentie voorbijgaan aan de inhoud van (omvangrijke) niet in de processtukken samengevatte producties, waarvan evenmin is aangegeven in hoeverre elke specifieke productie van belang is voor de beoordeling van de zaak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit is hier in ruime mate het geval.</para>
        <para>Ten aanzien van de bij dagvaarding overgelegde producties heeft te gelden dat deze uitsluitend in de beoordeling worden betrokken voor zover daarnaar bij dagvaarding, akte of ter comparitie expliciet en concreet is verwezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorzover in de brief van 21 januari 2013 feiten of stellingen aan de orde komen die niet terugkomen in - of zijn terug te voeren op - de bij dagvaarding vermelde gronden, blijven deze buiten beschouwing, te weten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat UWV ten onrechte suggereert dat PWG geregeld Wajongeren te werk zou stellen via een uitzendbureau Matchpool, waarvan Karmamy Beheer B.V. de aandelen, houdt en Matchpool voor hen loonkostensubsidie zou ontvangen, terwijl dit slechts enkele gevallen betreft; <?linebreak?>- dat PWG met het ESF van de Handleiding Projectadministratie ESF afwijkende afspraken zou hebben gemaakt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat UWV in de periode vanaf 1 november 2011 een aantal aanvragen van PWG voor jobcoaching door PWG zou hebben afgewezen;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- dat aan het Protocol Jobcoach 2008 geen rechtskracht toekomt omdat het niet als voorgeschreven in artikel 3:42, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is gepubliceerd in de Staatscourant.     	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft (met inachtneming van het voorgaande) aan haar vordering – verkort weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd:<?linebreak?>a. UWV is in het onderzoeksrapport ten aanzien van de urenverantwoording door PWG in de periode 2009-2011 ten onrechte uitgegaan van de sinds 1 juli 2011 geldende vereisten, voordien golden die vereisten niet;</para>
      <para>b. UWV heeft in het onderzoeksrapport ten onrechte geen rekening gehouden met de omstandigheid dat PWG in de periode tot 1 juli 2011 altijd urenlijsten indiende zoals dat op dat moment in de regelingen werd voorgeschreven, te weten het reële aantal uren per week als gemiddelde verspreid over de werkdagen;</para>
      <para>c. reiskosten en administratiekosten zijn terecht gedeclareerd als jobcoachuren;<?linebreak?>d. de conclusies in het onderzoeksrapport zijn ten onrechte gebaseerd op verklaringen van de werkgevers en Wajongeren en niet op de urenlijsten die door PWG aan het UWV op cd-rom zijn aangeleverd.                                                 .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Ten aanzien van de hiervoor onder a.-d. vermelde grondslagen van de vordering overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>(ad a en c) UWV is naar het oordeel van de rechtbank in haar rapportages niet van onjuiste vereisten uitgegaan.<?linebreak?>Uit de in de onderzoeksperiode geldende regelgeving, te weten het op 1 oktober 2008 in werking getreden Protocol Jobcoach 2008 inhoudende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In de rapportage geeft de jobcoachorganisatie aan hoeveel contactmomenten er zijn geweest en hoeveel begeleidingsuren de jobcoach aan de cliënt heeft besteed” en “een eindfactuur voor de werkelijk gerealiseerde uren” </emphasis>
          <?linebreak?>volgt onmiskenbaar dat uitsluitend de door de jobcoach daadwerkelijk aan jobcoaching bestede uren konden worden gedeclareerd. <?linebreak?>Blijkens de op art. 18 van het Reïntegratiebesluit gebaseerde erkenningsregeling met bijlage 1. is duidelijk omschreven wat onder de door de jobcoach te bieden persoonlijke ondersteuning (PO) dient te worden verstaan. <?linebreak?>Het betreft ook blijkens die omschrijving de door de jobcoach daadwerkelijk aan contactmomenten met de jongere en zijn werkgever bestede uren alsmede de door de jobcoach bestede uren inzake: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Evaluatie en coördinatie:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- van de werkafspraken (tussen werknemer en werkgever);</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- van de jobcoachdienstverlening,</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- verantwoording aan uitvoeringsinstelling met het oog op voortzetting vergoeding.”</emphasis><?linebreak?>De stelling van [eisers] dat ook reistijd en door administratieve medewerkers bestede uren als “jobcoach” uren gedeclareerd konden worden is dan ook onjuist. <?linebreak?>Deze kosten zijn kennelijk begrepen in het “all-in” uurtarief voor de jobcoach. <?linebreak?>Indien - zoals door [eisers] is betoogd - door de administratie en het management feitelijk (ook) “jobcoach”  activiteiten zijn verricht, is dit een keuze van PWG maar komen de daaraan bestede uren blijkens de hiervoor weergegeven regeling niet voor een vergoeding door UWV in aanmerking. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De rechtbank acht het daarbij vanzelfsprekend dat de jobcoachorganisatie de gedeclareerde uren - desgevraagd - vanuit haar administratie moet kunnen verantwoorden. Dat PWG zich dat niet realiseerde laat zich niet goed begrijpen en disculpeert reeds daarom niet omdat dit vereiste ook expliciet is opgenomen in de sinds 2000 geldende Erkenningsregelingen, waarin is vermeld:<?linebreak?>“<emphasis role="italic">De jobcoachorganisatie volgt het Protocoljobcoach voor de (vervolg-)aanvragen, de verantwoording en afrekening van de jobcoachuren. Hiertoe houdt de jobcoachorganisatie onder andere een urenverantwoording (datum/tijd/uren,) bij die indien nodig (bijvoorbeeld in het kader van een ESF subsidie) aan UWV overlegd wordt.”</emphasis> . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat PWG haar administratie – naar eigen zeggen – in de periode 2009-2011 uitsluitend heeft ingericht voor interne managementdoeleinden (jobcoaches registreerden uitsluitend “een gemiddeld aantal uren” per dag), komt dan ook voor haar risico.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het standpunt dat de eis dat gedeclareerde uren bij een controle moeten kunnen worden verantwoord, niet eerder dan in 2011 gold is dan ook onjuist. Het verschil met het vanaf 1 juli 2011 geldende Jobcoach Protocol 2011 is dat sindsdien reeds bij declaratie:<?linebreak?><emphasis role="italic">“een door de jobcoach of administrateur ondertekende urenspecificatie waarin naast naam en BSN-nummer van de klant een overzicht van de geleverde jobcoachdiensten (data, ingezette tijd)” </emphasis>diende te worden verstrekt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.	 (</nr>
      <para>ad b) Aan de verklaring van [werknemer UWV] (UWV) afgelegde verklaring waaruit volgens [eisers] blijkt dat PWG in de relevante periode met declaraties niets opvallend afwijkends heeft gedaan komt - in het licht van het voorgaande -  geen betekenis toe, het gaat niet om de wijze van declareren  - waaraan sinds 2011 inderdaad een gewijzigde eis werd gesteld -  maar om het feit dat de door PWG bij UWV gedeclareerde uren bij controle voor een niet onaanzienlijk deel niet als “jobcoachuren” konden worden verantwoord.   <?linebreak?>Daarbij is niet relevant dat de declaraties van PWG niet eerder (dan in het onderzoek naar 2009-2011) door UWV zijn gecontroleerd of ter discussie zijn gesteld. <?linebreak?>Evenmin is relevant dat in de onderzoeksperiode mogelijk ook door andere jobcoachorganisaties ten onrechte is gedeclareerd. [eisers] stelt zich naar het oordeel van de rechtbank in dit verband ten onrechte op het standpunt dat UWV in het onderzoek heeft nagelaten “te spreken met de eigen personeelsleden over de dagelijkse gang van zaken in de contacten met jobcoachorganisaties en de wijze van declareren”. De overheid stelt een budget ter beschikking voor jobcoaching op basis van de jobcoachregeling. UWV is belast met de uitvoering daarvan en aldus gerechtigd tot onderzoek naar de rechtmatigheid van ingediende jobcoachdeclaraties. Als zij al in die controle eerder danwel ten aanzien van andere jobcoachorganisaties tekortschoot kan PWG evenmin als [eisers] daaraan rechten ontlenen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.	 (</nr>
      <parablock>
        <para>ad d) [eisers] betoogt voorts dat de wijze waarop UWV haar onderzoek uitvoerde onrechtmatig is nu zij daarin ten onrechte en op onzorgvuldige wijze tevens verklaringen van PWG medewerkers, Wajongeren en hun werkgevers heeft betrokken. </para>
        <para>In de door [eisers] overgelegde productie 2 wordt door PWG per Wajongere uitgebreid ingegaan op de aard en inhoud van de persoonlijke ondersteuning (PO) door de jobcoach. Deze toelichting bevat echter naast kritiek op de waarde van de door werkgevers en Wajongeren afgelegde verklaringen, geen meetbaar inzicht in de hier aan de orde zijnde kwantiteit van de terzake gedeclareerde uren, nu PWG zich in de toelichting (al dan niet bij monde van de betreffende jobcoaches) beperkt tot uitlatingen in de zin van: “een aantal malen per week”; “in het begin bijna iedere dag”, “iedere dag telefonisch”, “veel tijd”; “soms meer dan twee uur”; “zeker….veel meer uren gemaakt dan gedeclareerd zijn door de jobcoach”; de jobcoach heeft veel meer uren gemaakt dan dat is gedeclareerd aan het UWV”; ”vaak heeft de jobcoach telefonisch contact gehad”, e.d.. <?linebreak?>Nu PWG zelf de door haar bij UWV gedeclareerde jobcoachuren niet deugdelijk administreerde en kennelijk ook achteraf niet kon reconstrueren, getuigt het niet van onzorgvuldigheid en/of onrechtmatigheid dat UWV in haar onderzoek de – naar beste vermogen en zonder eigenbelang – door werkgevers en Wajongeren opgegeven	  inschattingen van de werkelijk bestede PO uren (mede) in aanmerking heeft genomen.<?linebreak?>Dit geldt temeer daar blijkens de in meergemelde Bijlage 1 van de Erkenningsregeling opgenomen lijst van jobcoachactiviteiten, deze binnen het gezichtsveld van de Wajongere en hun werkgever/inlener plaatsvinden, dit met uitzondering van de in die lijst onder 7 vermelde  “<emphasis role="italic">verantwoording aan uitvoeringsinstelling met het oog op voortzetting vergoeding”</emphasis>, waarvan het tijdbeslag door UWV in haar berekening van de schade </para>
        <para>- onbetwist - op twee jobcoachuren per halfjaarsrapportage/aanvraag is begroot. <?linebreak?>Dat het onderzoeksrapport niet onzorgvuldig op verklaringen is gebaseerd vindt overigens tevens bevestiging in de omstandigheid dat het UWV schaderapport de schade nadien op basis van de uiteindelijk door PWG op cd rom overgelegde eigen administratie van PWG weliswaar op een wat lager bedrag begroot doch dat dit niet tot wezenlijk andere uitkomsten heeft geleid. <?linebreak?>5.9.	De overige door [eisers] vermelde omstandigheden dat UWV tijdens haar onderzoek gespreksverslagen met medewerkers van PWG wel maar hun schriftelijke toevoegingen aanvankelijk niet in aanmerking had genomen en dat een aantal Wajongeren zonder begeleiding zijn gehoord en - aanvankelijk - geen gespreksverslag hadden gekregen, leiden zonder nadere toelichting, die er niet is, evenmin althans niet zonder meer tot de conclusie dat het onderzoek tot onjuiste uitkomsten heeft geleid danwel jegens PWG onzorgvuldig cq onrechtmatig zou zijn uitgevoerd. De bewering dat onderzoekers de Wajongeren onbeschoft zouden hebben benaderd is niet nader geconcretiseerd en blijft reeds daarom buiten beschouwing. Dit geldt ook voor het door [eisers] gestelde omtrent gebrek aan professionaliteit en onkunde van UWV inspecteurs nu ook deze bewering niet is gesubstantieerd. De enkele verwijzing naar een artikel van de Nationale Ombudsman over UWV in een andere kwestie (zzp-ers), is in dit verband onvoldoende.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande vloeit voort dat UWV op basis van door PWG (uiteindelijk) op cd-rom ter beschikking gestelde urenadministratie en de verklaringen van de betreffende Wajongeren, hun werkgevers en jobcoaches heeft kunnen concluderen dat PWG gedurende enkele jaren aanzienlijk meer uren heeft gedeclareerd – en vergoed gekregen – dan waarop PWG op basis van de toen geldende regelgeving recht had omdat zij ten onrechte uren van administratieve krachten en reistijd heeft geboekt als jobcoachuren bij Wajonggerechtigen; dat Wajonggerechtigden aldus niet de beloofde begeleiding hebben gekregen zoals door PWG aangevraagd en verantwoord is en dat er aldus door PWG oneigenlijk gebruik is gemaakt van de Jobcoachvoorziening. <?linebreak?></para>
        <para>Dit betekent dat uit hetgeen door [eisers] is aangevoerd niet kan worden vastgesteld dat de door het UWV opgestelde rapporten d.d. 16 november 2012 en het daarop gebaseerde schaderapport van 13 maart 2013 zonder grondslag zijn, althans onzorgvuldig zijn opgesteld (als weergegeven bij dagvaarding in alinea 22).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>Hiermee is in wezen ook de grondslag aan de vordering om voor recht te verklaren dat de rapporten onrechtmatig zijn aangewend, komen te ontvallen.<?linebreak?>De intrekking van de erkenning van PWG als jobcoachorganisatie, het opschorten van betalingen aan PWG, het leggen van beslag, het indienen van een vordering in het faillissement van PWG en het doen van aangifte tegen onder meer [eiser 1] en [eiser 2] is (ongeacht de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek) op basis van deze rapporten dus niet zonder grond en evenmin anderszins onrechtmatig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Uit het voorgaande vloeit voort dat de gevorderde verklaring voor recht, dat een en ander wel zo is, dient te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>
        [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van UWV worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€	3.864,00</para>
      <para>- salaris advocaat		<emphasis role="underline">904,00</emphasis>(2,0 punt × tarief € 452,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	4.768,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van UWV tot op heden begroot op € 4.768,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. van der Hoeven en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2016.<?linebreak?>39/32</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>