<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:5859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-28T09:51:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/661081-16v</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008804&amp;artikel=13&amp;g=2013-07-01">Wet wapens en munitie 13</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:5859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:5859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-28T09:46:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:5859 Rechtbank Rotterdam , 26-07-2016 / 10/661081-16v</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:5859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorhanden hebben van een pistool met bijhorende munitie en een geluiddemper</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:5859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/ [parketnummer] -16</para>
      <para>Datum uitspraak: 26 juli 2016</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboortedatum en geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , </para>
      <para>raadsman mr. P.T.F. Langerak, advocaat te Zoetermeer, namens kantoorgenoot </para>
      <para>mr. L. da Silva.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2016.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid officier van justitie / bewijsuitsluiting</title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt verdediging</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft - overeenkomstig de aan de rechtbank overgelegde pleitnotities - primair bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard, omdat er ten tijde van de aanhouding van de verdachte geen redelijk vermoeden van schuld jegens hem bestond. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat als gevolg van de onrechtmatige doorzoeking in de woning van de (vriendin van de) verdachte, het daaruit voortvloeiende bewijs dient te worden uitgesloten van het bewijs. Dit betekent dat de verdachte wegens gebrek aan voldoende rechtmatig verkregen bewijs, integraal dient te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de inhoud van het dossier (zaaksdossier “Hotel”) wél naar voren komt op grond van welke specifieke feiten en omstandigheden de verdachte is aangehouden. Daartoe is redengevend dat het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte met proces-verbaal nummer 2016114901-28 - opgemaakt en ondertekend door de verbalisanten [verbalisanten] - vermeldt dat aangaande deze aanhouding een proces-verbaal van bevindingen is opgemaakt met nummer 2016114901-26. In laatstgenoemd proces-verbaal, opgenomen op pagina 28 en 29 van het zaaksdossier Hotel, wordt door de verbalisanten [verbalisanten] gerelateerd dat zij op 7 april 2016 van de politiemeldkamer vernamen dat er werd geschoten bij het Van der Valk hotel aan de Energieweg te Rotterdam en dat daarna meerdere verdachten van dat hotel waren weggelopen. Eén van de mannen zou een rood/zwart geblokt hemd dragen en de ander een grijze broek. Genoemde verbalisanten zagen op de Daltonlaan, blijkens het bijgevoegde overzichtskaartje gelegen in de onmiddellijke omgeving van het hotel, twee mannen lopen die aan het opgegeven signalement voldeden en zij hebben beide mannen aangesproken. De mannen zeiden eigener beweging direct dat ze niks gingen zeggen en dat ze nergens aan mee wilden werken. Zij werden vervolgens aangehouden op verdenking van openlijke geweldpleging gepleegd aan de Energieweg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande - in onderling verband en samenhang bezien - kan het niet anders dan dat één van de twee aangehouden verdachten, de verdachte [verdachte] betrof. Op grond van voormelde onderzoeksresultaten bestond voldoende verdenking jegens de verdachte van betrokkenheid bij de schietpartij c.q. openlijke geweldpleging gepleegd bij het Van der Valk hotel aan de Energieweg te Rotterdam op 7 april 2016. Die verdenking rechtvaardigde tevens de doorzoeking op grond van de Wet wapens en munitie in de woning van de (vriendin van de) verdachte. Immers, onderzoek had op dat moment blijkens het proces-verbaal “Wet Wapens en Munitie” (nummer 2016077886) uitgewezen, dat getuigen hadden gezien dat er bij de openlijke geweldpleging gebruik werd gemaakt van vuurwapens en messen; op de plaats delict werden hulzen en een vuurwapen aangetroffen. Een verdachte had een schampschot aan het achterhoofd opgelopen. Op basis daarvan konden naar het oordeel van de rechtbank de bij de openlijke geweldpleging aangehouden verdachten, onder wie dus de verdachte, in verband worden gebracht met het gebruik van vuurwapens en kon er redelijkerwijs vermoed worden dat wapens of munitie in de woning waar de verdachte verbleef aanwezig was. De aanhouding van de verdachte en die doorzoeking zijn derhalve rechtmatig geweest. Er is naar het oordeel van de rechtbank dus geen sprake van enig vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het verweer primair strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van de officier van justitie en subsidiair tot bewijsuitsluiting gaat niet op.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verweren van de raadsman worden verworpen en de officier van justitie is ontvankelijk.</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>
    <nr>5</nr>Partiële vrijspraak <?linebreak?>De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen’, niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud opgenomen van de wettige bewijsmiddelen die zien op de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt. Op grond daarvan, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">in of omstreeks de periode van 07 april 2016 tot en met 08 april 2016, in </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">elk geval</emphasis> op 08 april 2016 te Amsterdam, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet </para>
      <para>wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van </para>
      <para>die wet in de vorm van een revolver Colt 1851 NAVY, kaliber .36 voorhanden </para>
      <para>heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">in of omstreeks de periode van 07 april 2016 tot en mot 08 april 2016, in </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">elk geval</emphasis> op 08 april 2016 te Amsterdam, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen</emphasis>, </para>
      <para>munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te</para>
      <para>weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie </para>
      <para>III, te weten</para>
      <para>-222 kogelpatronen, kaliber .22LR en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> .38 Special en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 7.62x39 millimeter </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 9x19 millimeter, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>-45 knalpatronen, kaliber 9 millimeter (.380), en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>-3 hagelpatronen, kaliber 16</para>
      <para>voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1</emphasis>:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 2</emphasis>:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>Motivering straf </title>
    <bridgehead role="italic">Algemene overweging</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een revolver en munitie (in totaal 270 (kogel)patronen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vuurwapens worden steeds meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vuurwapens kunnen (ook bij het enkel voorhanden hebben daarvan) tot zeer gevaarzettende situaties leiden. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de samenleving met zich. Voorts valt door een toename van wapenbezit een drempelverlaging ten aanzien van het gebruik ervan te vrezen. Vanwege de gevaarzetting van vuurwapens dient streng tegen het illegaal voorhanden hebben daarvan te worden opgetreden. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 juni 2016, waaruit blijkt dat de verdachte reeds meer dan 6 jaar niet voor enig strafbaar feit is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank</para>
      <para>de in het Landelijk Overleg van de Voorzitters van Strafsectoren van de gerechten (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten in ogenschouw genomen. Deze oriëntatiepunten voorzien in het geval van het voorhanden hebben van een revolver in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden als uitgangspunt. Gelet op deze omstandigheid is de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf buitenproportioneel hoog. Anderzijds heeft te gelden dat de bij de verdachte aangetroffen grote hoeveelheid munitie in genoemde drie maanden nog niet is verdisconteerd, en dat de revolver geladen, en dus gebruiksklaar was om kogels mee af te vuren. Ook werkt bepaald niet in zijn voordeel dat de verdachte op 7 april 2016 aanwezig is geweest bij een ontmoeting tussen (rivaliserende) motorclubs, waaronder de club waarvan hij lid is, dat is uitgelopen tot een conflict waarbij (vuur)wapens zijn gebruikt. Dat hij aldaar slechts een schnitzel aan het eten was acht de rechtbank niet geloofwaardig.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te melden duur. </para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>
    <nr>10</nr>Voorlopige hechtenis <?linebreak?>Nu de rechtbank geen noodzaak ziet daar anders over de oordelen, mag de verdachte een eventueel hoger beroep op vrije voeten afwachten. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis dus opheffen.</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen: 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>13</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
      <para>
        <?linebreak?>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. L.C. van Walree, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. C. Laukens en G.M. Munnichs, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.A.N. Maat, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>