<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:5019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-12T13:19:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 15/7424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3&amp;g=2002-04-01">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:5019">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:5019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-12T13:17:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:5019 Rechtbank Rotterdam , 05-07-2016 / ROT 15/7424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:5019:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag voor een pgb verpleging &amp; persoonlijke verzorging. Beroep tegen brief van CZ groep Zorgverzekeringen waarin CZ weigert terug te komen op de afwijzing van het pgb. Zorg uit het basispakket. Bestuursrechter is niet  bevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:5019:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Bestuursrecht 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 15/7424</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2016 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Spijkenisse, eiseres,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M. ter Haar-Bas,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">CZ groep Zorgverzekeringen, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een brief van verweerder van 13 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder bestuursorgaan verstaan:</para>
    </parablock>
    <para>a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of</para>
    <para>b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft bij brief van 22 mei 2015 aan eiseres bericht dat hij niet akkoord is met de aanvraag voor een pgb verpleging &amp; persoonlijke verzorging van eiseres. De dochter van eiseres heeft daarover een e-mail gestuurd aan verweerder, met het verzoek terug te komen op deze beslissing. Verweerder heeft daarop de situatie van eiseres opnieuw beoordeeld en meegedeeld dat de zorgvraag van eiseres niet voldoet aan de voorwaarden om een pgb te krijgen.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft zich vervolgens gewend tot de rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, met het verzoek de beslissing van verweerder te vernietigen en te bepalen dat de aanvraag voor een pgb verpleging &amp; persoonlijke verzorging wordt toegekend.</para>
    <para />
    <para>4. Sinds 1 januari 2015 is de Algemene wet bijzondere ziektekosten, op grond waarvan voorheen pgb’s konden worden toegekend, vervallen. AWBZ-taken zijn onder andere ondergebracht in de Zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraars hebben er in dat kader per 1 januari 2015 nieuwe taken bij gekregen, waaronder taken op het gebied van verpleging &amp; verzorging. Deze taken worden dan vanuit het basispakket van de zorgverzekering geregeld. Verweerder is één van die zorgverzekeraars.</para>
    <para />
    <para>5. Met haar aanvraag (in 2015) voor een pgb verpleging &amp; persoonlijke verzorging heeft eiseres verweerder gevraagd om toekenning van zorg uit het basispakket van verweerder. Na de afwijzing heeft zij verweerder verzocht om een heroverweging. In van artikel 22.2 van de Verzekeringsvoorwaarden Zorgverzekeringen en Aanvullende Verzekeringen 2015 van verweerder staat dat indien een verzekerde het niet eens is met de uitkomst van de heroverweging, deze naar de bevoegde rechter kan, of het geschil kan voorleggen aan de Geschillencommissie Zorgverzekeringen van de Stichting Klachten en geschillen Zorgverzekering. Eiseres heeft ervoor gekozen naar de rechter te gaan. </para>
    <para />
    <para>6. Eiseres heeft beroep ingesteld bij de bestuursrechter. Een verzoek aan de zorgverzekeraar om toekenning van een taak uit het basispakket leidt echter niet tot een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit van een bestuursorgaan. De beslissing van verweerder vindt haar grondslag in het burgerlijk recht. De bestuursrechter is dus niet de bevoegde rechter. </para>
    <para />
    <para>7. Nu verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen beslissing als bedoeld in artikel 1:3 en 7:1 van de Awb heeft genomen, kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat tegen de beslissing in de brief van verweerder van 13 oktober 2015 uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is daarom kennelijk onbevoegd, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Schreuder, rechter, in aanwezigheid van K.J. van de Leijgraaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>