<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:3478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:53:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4420742</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2016/292</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:3478">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:3478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-10T11:06:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:3478 Rechtbank Rotterdam , 04-03-2016 / 4420742</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:3478:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nota zorgverlener niet betaald door zorgverzekeraar.In de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat patiënt zelf de nota dient te betalen.Zorgverlener maakte gebruik van een door de zorgverzekeraar niet geaccepteerde wijze van uitbesteden van zorg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:3478:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 4420742 CV EXPL 15-39092</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 4 maart 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] handelende onder de naam [handelnaam van eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Aartsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N. Majid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “ [handelnaam van eiseres] ” en “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het exploot van dagvaarding van 26 augustus 2015, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 10 november 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de nagekomen producties aan de zijde van [handelnaam van eiseres] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de op 15 december 2015 gehouden comparitie van partijen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte aan de zijde van [handelnaam van eiseres] met productie 16 a tot en met 16 f;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De GGZ-instelling Europsyche heeft ten behoeve van [gedaagde] therapeutische behandelingen verricht in de periode 17 juni 2011 tot 5 juni 2012. Europsyche heeft [handelnaam van eiseres] , in de persoon van [eiseres] , ingeschakeld om de therapeutische behandelingen uit te voeren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Europsyche is op 5 juni 2012 failliet verklaard. De curator in het faillissement, </para>
        <para>
          [naam curator] , heeft met [handelnaam van eiseres] , althans met [eiseres] , een vaststellingsovereenkomst gesloten. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De Curator is gebleken dat de voor 5 juni 2012 middels EuroPsyche gefactureerde DBC’s niet kunnen worden geïncasseerd en het, vanwege een betwisting door de verzekeraars, niet vaststaat dat alle DBC’s terecht door EuroPsyche aan de zorgverzekeraars ter declaratie zijn aangeboden;”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De eerder ten behoeve van de Behandelaar aan de zorgverzekeraars gefactureerde DBC’s worden door de Curator weer ter beschikking van de Behandelaar gesteld waarbij, voorzover vereist, de vordering van EuroPsyche op de cliënt wordt overgedragen aan de Behandelaar.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het staat de Behandelaar vrij geheel zelfstandig, al dan niet middels derden, de betreffende DBC’s te declareren aan de betrokken zorgverzekeraars.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De term DBC staat voor Diagnose Behandel Combinatie en ziet op de registratie en bekostiging van gespecialiseerde gezondheidszorg. Voor een bepaald DBC wordt een vast tarief gehanteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [handelnaam van eiseres] heeft op 1 november 2013 aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.822,75. Op de factuur is vermeld <emphasis role="italic">‘Deze rekening betreft een behandeling die uitgevoerd is door de GGZ-instelling EuroPsyche. Na het faillissement van EuroPsyche op 6 juni 2012 is door de verantwoordelijke curator, [naam curator] in twee brieven dd. 190712 en 231012 het zogenaamde ‘zelfstandig declaratierecht’ afgegeven. Alle nog uit te betalen of nog op te maken facturen zijn hiermee gecedeerd. Met deze factuur wordt tevens de verjaring gestuit. De onderstaande factuur is opgemaakt voor de bestede tijd binnen de DBC tot op de datum faillissement’</emphasis>.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De stellingen van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [handelnaam van eiseres] vordert bij dagvaarding, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 1.749,84 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding alsmede de nakosten van € 100,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [handelnaam van eiseres] legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft therapeutische behandelingen gevolgd bij Europsyche welke behandelingen door Europsyche zijn uitbesteed aan [handelnaam van eiseres] . Zorgverzekeraars weigerden echter vanaf februari 2012 aan Europsyche uit te keren omdat zij de behandelingen uitbesteedde door derden, niet zijnde de hoofdbehandelaar. Europsyche is als gevolg daarvan failliet gegaan. De curator heeft [handelnaam van eiseres] gemachtigd de factuur namens Europsyche te factureren en tegelijk de vordering van Europsyche gecedeerd aan [handelnaam van eiseres] . [handelnaam van eiseres] heeft [gedaagde] een factuur gezonden maar [gedaagde] heeft de factuur niet voldaan. [handelnaam van eiseres] vordert dan ook nakoming van betalingsverplichting door [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. Op de afzonderlijke verweren van [gedaagde] wordt hierna in het kader van de beoordeling ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een drietal verweren gevoerd. In de eerste plaats is [gedaagde] van mening dat Europsyche geen vorderingsrecht had op [gedaagde] . [gedaagde] is van mening dat Europsyche handelde in strijd met de polisvoorwaarden van de zorgverzekeraar waardoor deze laatste de verleende zorg niet heeft vergoed aan Europsyche. Het kan niet zo zijn, aldus [gedaagde] , dat de verleende zorg in dat geval simpelweg bij de cliënt in rekening wordt gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In beginsel dient [gedaagde] te betalen voor de behandelingen die hij heeft ondergaan. In de gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar dat [gedaagde] de factuur alsnog (zelf) moet voldoen. [gedaagde] heeft een zorgverzekering en was verzekerd voor de overeengekomen zorg, althans [gedaagde] verkeerde en mocht verkeren, in de veronderstelling dat de behandelingen zouden worden vergoed door de verzekeraar. Het is niet zo dat [gedaagde] niet voldoende verzekerd was, dat er wijzigingen zijn geweest in zijn zorgpakket of dat hij de premies niet heeft betaald. Door een omstandigheid die buiten de risicosfeer van [gedaagde] ligt werd de verleende zorg niet meer vergoed. Europsyche maakte gebruik van de zogenoemde verlengde armconstructie en die manier van uitbesteden van behandelingen werd door de zorgverzekeraar (overigens niet alleen de zorgverzekeraar van [gedaagde] maar meerdere zorgverzekeraars) niet langer goedgekeurd. [gedaagde] wist bij aanvang van de behandeling niet - en had ook niet behoeven te weten - dat de verlengde armconstructie niet in overeenstemming was met de polisvoorwaarden van de zorgverzekeraar. Kortom, de zorgverzekeraar heeft niet uitgekeerd om een reden die gelegen was in de risicosfeer van Europsyche. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [handelnaam van eiseres] stelt zich op het standpunt dat er niets mis was met de verlengde armconstructie en dat zij als hoofdbehandelaar was aan te merken. De kantonrechter zal over dat punt geen oordeel geven nu dat in het bijzonder een geschilpunt is tussen de zorgverzekeraar en Europsyche althans [handelnaam van eiseres] . De vraag rijst echter wel waarom [handelnaam van eiseres] in dat geval de gefactureerde DBC niet ter declaratie aan de zorgverzekeraar van [gedaagde] heeft aangeboden, een en ander overeenkomstig de vaststellingsovereenkomst tussen haar en de curator van Europsyche. De vordering van [handelnaam van eiseres] zal dan ook worden afgewezen. Gelet hierop wordt aan de bespreking van de overige verweren van [gedaagde] niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [handelnaam van eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Het salaris voor de gemachtigde aan de zijde van [gedaagde] wordt vastgesteld op € 300,- (2 punten à € 150,-).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van [handelnaam van eiseres] af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [handelnaam van eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 300,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>540</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>