<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:1534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:40:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/492383 / KG ZA 16-1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/605</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2016-0120</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:1534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:1534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-01T14:14:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:1534 Rechtbank Rotterdam , 17-02-2016 / C/10/492383 / KG ZA 16-1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:1534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot opheffing eigenbeslag. De gepretendeerde vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid is summierlijk toetsend ondeugdelijk, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:1534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e1d9793c-16cc-451b-a531-6223c6a7a8cd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cdac5627-68e1-40dd-8ce4-ca4305caff1b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/492383 / KG ZA 16-1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 17 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. R. Sinke,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CHEMOIL EUROPE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. P.W. Tubbergen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 de naamloze vennootschap N.V. SCHADEVERZERINGSMAATSCHAPPIJ MAAS LLOYD,</bridgehead>
    <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
    <para>3. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">AMLIN EUROPE N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
    <para>4. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
    <para>5. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ALLIANZ BENELUX N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Brussel,</para>
    <para>6. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
    <para>7. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ACHMEA PENSIOEN- EN LEVENSVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para>8. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,</emphasis></para>
    <para>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
    <para>9. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,</emphasis></para>
    <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para>10 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">ABN AMRO ASSURADEUREN B.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Zwolle,</para>
      <para>gedaagden in conventie,</para>
      <para>advocaat mr. R. Roos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] , Chemoil (gedaagde sub 1) en verzekeraars (gedaagden sub 2 t/m 10) genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties van  [eiser]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties, van Chemoil</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 8 februari 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [eiser]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ter zitting overgelegde productie van verzekeraars betreffende het mandaat van mr. Roos voornoemd. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Uit de processtukken blijkt dat aanvankelijk onduidelijkheid leek te bestaan over de persoon die in dit kort geding als advocaat zou kunnen optreden namens verzekeraars. Op 5 februari 2016 heeft mr. Tubbergen de voorzieningenrechter bericht dat hij en niet mr. Roos advocaat van verzekeraars was. Mr. Roos kon daarom, aldus mr. Tubbergen, de beslagen niet opheffen namens verzekeraars. [eiser] was hierover reeds geïnformeerd. Direct bij aanvang van de mondelinge behandeling bleek dat niet langer onduidelijk was wie advocaat is van verzekeraars, mr. Tubbergen treedt (slechts nog) op voor Chemoil en mr. Roos voor verzekeraars. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen de vennootschap naar Duits recht Oilko Mineralölproducte Vertriebsgesellschaft mbH (hierna: Oilko) (en [eiser] ) enerzijds en Chemoil en verzekeraars anderzijds zijn sinds 2002 meerdere gerechtelijke procedures gevoerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] is, althans was (gelet op de hierna te noemen vereffening), bestuurder en grootaandeelhouder van Oilko.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij vonnis van 12 maart 2008 is voor recht verklaard dat Oilko aan Chemoil schade dient te vergoeden, op te maken bij staat. Bij vonnis van 1 oktober 2008 is voor recht verklaard dat Oilko aan verzekeraars dient te betalen de door Chemoil geleden en te lijden schade, voor zover die schade door verzekeraars is vergoed, krachtens een goederentransportpolis d.d. 19 oktober 2009, een en ander op te maken bij staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 10 april 2015 is Oilko ontbonden en vereffend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 16 september 2015 heeft de bodemrechter van de rechtbank Rotterdam tussen Chemoil en verzekeraars (als eisers in de hoofdzaak en verweersters in het tweede bevoegdheidsincident) en Oilko (als gedaagde in de hoofdzaak) en [eiser] (als gedaagde in de hoofdzaak en eiser in het tweede bevoegdheidsincident), een vonnis in incident gewezen dat, voor zover van belang, luidt als volgt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. De beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. 1. De akte vermeerdering van gronden van eis van 20 mei 2015 van Chemoil c.s. bevat</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">een vermeerdering van de gronden van haar eis als bedoeld in artikel 130 Rv., tegen (alleen) [eiser] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Chemoil c.s. voert als nieuwe gronden aan dat [eiser] jegens haar uit onrechtmatige daad aansprakelijk is, omdat [eiser] als bestuurder, dan wel als vereffenaar van Oilko heeft verzuimd om tijdig de vordering van Chemoil c.s. bij de vereffening van Oilko te betrekken en deze te voldoen, dan wel daarvoor adequate voorzieningen te treffen, dan wel het faillissement van Oilko (in vereffening) aan te vragen. Volgens Chemoil c.s. heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] , in strijd met de op hem als bestuurder en vereffenaar van Oilko rustende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wettelijke verplichtingen en met inbreuk op het recht van Chemoil c.s., hierdoor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bewerkstelligd dat Chemoil c.s. bij Oilko geen verhaal meer heeft voor haar vordering.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De nieuwe vordering wijkt af van de oorspronkelijke vordering in meer dan één opzicht. De</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oorspronkelijke vordering betreft gestelde aansprakelijkheid van [eiser] wegens het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">namens Oilko verkopen en doen afleveren als ware het “MDO blend” van een product dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet als zodanig valt aan te merken. De nieuwe vordering betreft andere aan [eiser] verweten gedragingen, kort gezegd onrechtmatig handelen bij gelegenheid van de vereffening van Oilko. Ten tweede betreft de nieuwe vordering een andere hoedanigheid van [eiser] , immers die van vereffenaar van Oilko. Voorts betreft de nieuwe vordering andere schade, omdat het daarbij (slechts) om schade wegens verminderd verhaal van dc vordering op Oilko betreft. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. De beslissing</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in liet incident</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">4,1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Chemoil c.s. in de kosten van liet incident, aan de zijde van Oilko tot op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heden begroot op € 452,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 21 oktober 2015 heeft de bodemrechter van de rechtbank Rotterdam tussen Chemoil en verzekeraars, als eisers, en Oilko en [eiser] , als gedaagden, een vonnis gewezen dat, voor zover van belang, luidt als volgt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2. De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij vonnis van deze rechtbank van 12 maart 2008 is voor recht verklaard dat Oilko</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de met eiseres sub 1 (hierna: Chemoil)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in november 1999 gestoten koopovereenkomst betreffende leverantie van Monomer Topsel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(hierna: MDO Blend) en is Oilko veroordeeld om aan Chemoil alle door deze als gevolg</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarvan gelden schade te vergoeden, op te maken bij staat.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een relevante overweging uit dit vonnis luidt als volgt:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Alles overziende concludeert de rechtbank dat niet duidelijk is geworden dat ATF (Rb: thans Chemoil) wist of had behoren te weten dat zij van Oilko een partij plantaardige Olie kocht. Dat betekent dal Oilko kon worden verweten dat zij ATF niet (naar behoren) daarop heeft gewezen. ATF behoefde niet te verwachten dat zij geen minerale olie kocht maar plantaardige olie. De geleverde plantaardige olie beantwoordde niet aan de overeenkomst, zodat Oilko toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming daarvan en zij verplicht is om de schade die ATF daardoor heeft geleden te vergoeden, Deze schade zal nader moeten worden vastgesteld”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij vonnis van 1 oktober 2008 in dezelfde procedure is Oilko veroordeeld om aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eiseressen sub 2 tot en met 10 (hierna: de verzekeraars) te betalen de door Chemoil geleden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en nog te lijden schade als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten door Oilko in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nakoming van de hiervoor genoemde overeenkomst, voor zover die schade door de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verzekeraars is vergoed, op te maken bij staat.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij arrest van 18 juni 2013 heeft het gerechtshof Den Haag voornoemde vonnissen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bekrachtigd. Partijen hebben berust in dit arrest.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiser] is Geschäftsführer (directeur) van Oilko.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 30 oktober 2013 is Oilko in staat van liquidatie gegaan en op 10 april 2015 is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deze liquidatie voltooid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Chemoil c.s. vordert - samengevat - hoofdelijke veroordeling van Oilko en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] tot betaling aan Chemoil van € 570.261,69, US$ 181.627,42, US$ 99.955,50,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">GBP 564,00, US$ 325.000,00 en € 74.899,96 en aan de verzekeraars van € 99.115,07,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vermeerderd met de wettelijke rente en (na)kosten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Chemoil c.s. voert daartoe aan dat voornoemde bedragen de hoogte van de schade betreffen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">die Chemoil heeft geleden in verband met het toerekenbaar tekortschieten van Oilko in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nakoming van de onder 2.1. genoemde koopovereenkomst met Chemoil betreffende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">leverantie van de MDO Blend.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ook [eiser] is volgens Chemoil c.s. voor deze schade aansprakelijk, maar dan uit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoofde van onrechtmatige daad, omdat hij bij de totstandkoming van de koopovereenkomst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in november 1999 namens Oilko welbewust onjuiste informatie heeft verschaft over het te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">leveren product, namelijk dat het MDO Blend, een minerale olie, betrof, terwijl hij wist dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het in feite geen minerale olie was.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor zover de verzekeraars de schade aan Chemoil hebben vergoed, dienen Oilko en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] aan hen te betalen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">4. De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering jegens [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als gezegd, is de aansprakelijkheid van Oilko al vastgesteld, maar de omvang</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarvan nog niet. De gestelde aansprakelijkheid van [eiser] noch de omvang daarvan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijn vastgesteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank heeft met partijen afgesproken dat eerst de gestelde aansprakelijkheid van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] zal worden beoordeeld en dat vervolgens de omvang van de aansprakelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van Oilko en - indien van toepassing - die van [eiser] zal worden beoordeeld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het meest vestrekkende verweer van [eiser] houdt in dat de vordering is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verjaard.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met [eiser] oordeelt de rechtbank dat Chemoil c.s. er reeds eind december</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1999 van op de hoogte was dat [eiser] als mogelijk aansprakelijke persoon moest</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">worden aangemerkt, om de volgende redenen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Chemoil c.s. heeft eerst bij dagvaarding van 25 juli 2014 de vordering ingesteld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tegen [eiser] . Gesteld noch gebleken is dat Chemoil c.s. [eiser] al voordien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aansprakelijk heeft gesteld of anderszins de verjaring heeft gestuit. Derhalve was meer dan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vijf jaar verstreken nadat Chemoil c.s. bekend was geworden met de schade en met de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mogelijk daarvoor aansprakelijke persoon, [eiser] . De vordering is dan ook verjaard.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op het voorgaande zal de vordering jegens [eiser] worden afgewezen.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Chemoil c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.590,00 aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">griffierecht en € 8.027,50 (2,5 punten x tarief € 3.211,00) aan salaris advocaat.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">5. De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de zaak jegens [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">wijst de vordering af,</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Chemoil c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitspraak begroot op € 9.617,50,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de zaak jegens Oilko</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Oilko om aan de verzekeraars, de eiseressen sub 2 tot en met sub 10, te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betalen een bedrag van € 99.115,07 (negenennegentig duizendéénhonderdvijftien euro en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zeven eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">18 januari 2002 tot de dag van volledige betaling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Chemoil en de verzekeraars hebben op de rolzitting van gerechtshof Den Haag 2015 een incidentele memorie ex artikel 235 Rv genomen en daarin geconcludeerd tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van, naar de voorzieningenrechter begrijpt, het hiervoor onder 2.6. bedoelde vonnis, althans daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling te verbinden. In maart 2016 zal hierover schriftelijk gepleit worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Chemoil en verzekeraars hebben de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 23 december 2015 verlof verzocht tot het leggen van conservatoir eigenbeslag voor een vordering op [eiser] (uit hoofde van diens onrechtmatig handelen als bestuurder en vereffenaar) van in ieder geval € 25.564,60, te vermeerderen met rente en kosten. Op 24 december 2015 heeft de voorzieningenrechter het verzochte verlof verleend en de vordering begroot op € 33.233.98. Op 24 december 2015 hebben Chemoil en verzekeraars de (eigen)beslagen gelegd – kort gezegd – op alle gelden, die Chemoil en verzekeraars onder zich hebben ten behoeve van [eiser] en/of verschuldigd zijn aan [eiser] , waaronder de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 21 januari 2016 heeft mr. Roos namens verzekeraars aan [eiser] bericht de op 24 december 2015 door verzekeraars gelegde (eigen)beslagen op te heffen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in conventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat en na vermindering van eis ter zitting – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad opheffing van de door Chemoil op 24 december 2015 ten laste van [eiser] gelegde beslagen, met hoofdelijke veroordeling van Chemoil en verzekeraars in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft aan zijn vordering misbruik van recht, de ondeugdelijkheid van de vordering en het onjuist informeren van de voorzieningenrechter ten grondslag gelegd.  </para>
        <para>
          [eiser] stelt hiertoe – kort gezegd – het volgende. </para>
        <para>Chemoil heeft uitsluitend beslag gelegd om onder de proceskostenveroordeling uit te komen. [eiser] had reeds executiemaatregelen aangekondigd, wanneer niet tot betaling werd overgegaan. Impliciet heeft Chemoil toen betaling toegezegd. Vervolgens werd ineens beslag gelegd. Chemoil heeft de voorzieningenrechter hierover niet juist geïnformeerd. </para>
        <para>De vordering die Chemoil stelt te hebben is ondeugdelijk. Chemoil meent dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld in het kader van de vereffening van Oilko. Dat standpunt onderbouwt zij niet. [eiser] heeft vereffend volgende de (Duitse) wet, en ook als dat niet zo zou zijn geweest dan staat daarmee nog niet vast dat Chemoil daardoor schade heeft geleden. Het is onjuist dat [eiser] het bedrag van het maatschappelijk kapitaal van Oilko aan zichzelf heeft uitgekeerd. Chemoil wist dat Oilko in liquidatie was gegaan, nu de dagvaarding van 25 juli 2014 is gericht aan Oilko ter attentie van [eiser] <emphasis role="italic">“Liquidator”</emphasis>.</para>
        <para>Ten aanzien van de gevorderde hoofdelijke proceskostenveroordeling heeft [eiser] aangevoerd dat het voor hem tot het begin van de mondelinge behandeling niet duidelijk was wie als advocaat van verzekeraars optrad, zodat [eiser] het onderhavige kort geding daarom zowel tegen Chemoil als tegen verzekeraars moest instellen. Dat rechtvaardigt dat ook verzekeraars in de proceskosten moet worden veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Chemoil voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Chemoil vordert – voorwaardelijk, voor het geval de beslagen worden opgeheven – [eiser] te verbieden de vonnissen van 16 september en 21 oktober 2015 ten uitvoer te leggen totdat 14 dagen zijn verstreken nadat het gerechtshof een beslissing heeft genomen op het artikel 235 Rv incident, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Chemoil heeft aan haar vordering haar verweer in conventie ten grondslag gelegd. </para>
        <para>Zij stelt vorderingen te hebben op [eiser] , en wel op twee gronden. Het gaat om een vordering uit onrechtmatige daad wegens het willens en wetens als MDO verkopen van een daarvoor niet geschikte partij plantaardige olie en wegens het in strijd met de Duitse wetgeving liquideren van Oilko. Wanneer zij thans tot betaling van de uit hoofde van de vonnissen van 16 september 2015 en 21 oktober 2015 verschuldigde proceskosten overgaat, vreest zij voor de onmogelijkheid tot verhaal, wanneer haar vorderingen alsnog worden toegewezen. </para>
        <para>Er is reeds een vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad ingediend bij het gerechtshof. Dat is voldoende grond om thans de executie van het vonnis van 21 oktober 2015 te schorsen in afwachting van de beslissing van het gerechtshof.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling in conventie</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Volgens art. 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is (HR 14 juni 1996, NJ 1997/481). Er zal evenwel beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. De Hoge Raad heeft hier aan toegevoegd dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De vraag of het leggen van een conservatoir beslag als misbruik van recht en daarom als onrechtmatig moet worden aangemerkt, dient in beginsel te worden beantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden ten tijde van de beslaglegging, waaronder de hoogte van de te verhalen vordering, de waarde van de beslagen goederen en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door het beslag op (een van) die goederen in zijn belangen wordt getroffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter acht in het onderhavige kort geding het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De op 24 december 2015 gelegde beslagen zijn reeds opgeheven, voor zover deze zijn gelegd op verzoek van verzekeraars. Thans liggen nog de beslagen gelegd door Chemoil ter beoordeling voor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De gelegde beslagen zijn eigenbeslagen. Voor zover de verzoekende partijen inmiddels zijn gesplitst in Chemoil en verzekeraars kan hieraan in het kader van de beoordeling van de gronden van de beslagen niet veel betekenis worden gehecht, nu deze splitsing pas na het leggen van de beslagen en het uitbrengen van de onderhavige kort geding dagvaarding heeft plaatsgevonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De beslagen zijn gelegd op de door Chemoil en verzekeraars uit hoofde van het vonnis van 21 oktober 2015 aan [eiser] verschuldigde proceskosten. Tegen het vonnis van 21 oktober 2015 heeft Chemoil hoger beroep ingesteld. Het gevolg van de beslagen is dat [eiser] niet kan beschikken over het bedrag dat volgens het vonnis aan hem zou moeten worden betaald nu de uitvoerbaarheid bij voorraad is geblokkeerd.</para>
        <para>Chemoil had op het moment van beslaglegging bij hof Den Haag al een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij voorraad ingediend, omdat zij meent een veel grotere vordering op Koroscheck te hebben en gerechtvaardigde vrees koestert ten aanzien van verhaalsmogelijkheden ten aanzien van [eiser] , die geen bezittingen en ook geen waarneembaar inkomen in Duitsland of Nederland heeft. Anders dan Chemoil stelt bestaat er geen goed gebruik dat de uitkomst van een dergelijk incident wordt afgewacht. Ten aanzien van dat incident heeft verder te gelden dat Chemoil ofwel geen spoedbehandeling heeft verzocht dan wel dat haar verzoek om met spoed op het incident te beslissen is afgewezen. Het schriftelijk pleidooi staat immers pas voor maart gepland.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Chemoil stelt in haar conclusie van antwoord dat zij de beslagen heeft gelegd voor een vordering op grond van handelen van [eiser] in het kader van de vereffening van Oilko en wegens schade die voortvloeit uit het willens en wetens als MDO verkopen van een daarvoor niet geschikte partij plantaardige olie. Uit het beslagrekest volgt echter dat dit laatste element niet is meegenomen in de begroting van de vordering. Die vordering wordt immers begroot op het uitgegeven kapitaal (Stammkapital) van Oilko, welk bedrag [eiser] volgens Chemoil aan zichzelf heeft uitgekeerd. Voor de andere vordering is, zo moet uit het rekest en de beslissing daarop worden afgeleid, geen vordering begroot en derhalve ook geen verlof verleend en geen beslag gelegd. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter zich in het hierna volgende beperken tot alleen de vereffeningsgrondslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd acht de voorzieningenrechter de vorderingen die Chemoil op [eiser] pretendeert te hebben ter zake de liquidatie van Oilko summierlijk toetsend ondeugdelijk, omdat deze vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd. </para>
        <para>Gelet op het verweer van [eiser] ten aanzien van de vorderingen (in de kort geding dagvaarding, en maar ook in zijn op 17 juni 2015 genomen conclusie van antwoord in de bodemzaak, meer expliciet in punten 38 tot en met 42 daarvan, welke conclusie niet aan de beslagrechter is overgelegd zodat de beslagrechter in zoverre onvoldoende is voorgelicht) en gelet op de reeds gewezen vonnissen in de bodemprocedure mocht van Chemoil worden verwacht dat zij haar stellingen en vordering, in het beslagrekest maar ook tijdens de mondelinge behandeling, nader zou onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Het gaat dan onder meer om de stelling van Chemoil dat [eiser] het Stammkapital van Oilko aan zichzelf zou hebben uitgekeerd, welke stelling door [eiser] wordt betwist, en stellingen over de gestaakte activiteiten en afwezigheid van vermogensbestanddelen van Oilko gedurende langere tijd (voorafgaand aan de liquidatie). Ook wordt niet ingegaan op de schade en het causaal verband terwijl [eiser] op die punten in de bodemprocedure al het nodige naar voren had gebracht. Anders dan Chemoil blijkbaar meent, lag het wel op haar weg om hier nader op in te gaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hiervoor overwogene is al voldoende om tot opheffing van de beslagen te komen zodat de overige stellingen hierna onbesproken zullen blijven. Aan een belangenafweging komt de voorzieningenrechter in deze situatie niet meer toe.</para>
        <para>De vordering van [eiser] zal worden toegewezen op de wijze als in het dictum is bepaald. [eiser] heeft, hoewel de vordering jegens verzekeraars ter zitting is komen te vervallen, gepersisteerd bij zijn vordering om Chemoil en verzekeraars hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten. Nu niet langer sprake is van meerdere partijen die door dezelfde advocaat worden vertegenwoordigd, maar van meerdere partijen die door middel van een eigen advocaat afzonderlijke standpunten hebben ingenomen en conclusies hebben genomen, bestaat geen grond (meer) voor een hoofdelijke proceskostenveroordeling. Ten aanzien van Chemoil en verzekeraars zal een eigen proceskostenveroordeling worden bepaald.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Chemoil zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser] . De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:</para>
      </parablock>
      <para>- dagvaarding	€ 	77,75</para>
      <para>- griffierecht		               288,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	816,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.191,75</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu het [eiser] niet eerder dan ten tijde van de mondelinge behandeling duidelijk werd dat zij geen belang meer had bij opheffingsvordering jegens verzekeraars, omdat die beslagen door een daartoe bevoegde advocaat waren opgeheven, zulen verzekeraars worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij in de rechtsverhouding tussen hen en [eiser] en zullen zij worden veroordeeld in de kosten van [eiser] . </para>
        <para>Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gesteld en gebleken dat [eiser] als gevolg van de vorderingen jegens verzekeraars extra kosten heeft moeten maken. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding trad mr. Tubbergen immers ook nog op als advocaat van verzekeraars, zodat slechts eenmaal een dagvaarding opgesteld is waarvan ook slechts een maal betekening heeft plaatsgevonden. Dat overigens extra kosten zijn gemaakt, die een afzonderlijke begroting behoeven is vooralsnog evenmin gesteld en gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>
      <?linebreak?>6.	De beoordeling in reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>In de beoordeling in conventie ligt reeds besloten dat de vordering in reconventie dient te worden afgewezen. Niet aannemelijk is geworden dat [eiser] geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan en dat het belang van Chemoil bij de schorsing van de tenuitvoerlegging zwaarder dient te wegen dan het belang van [eiser] . Voorts is de incidentele procedure bij het gerechtshof op zichzelf onvoldoende om tot toewijzing van de vordering over te gaan. Geheel ten overvloede zij nog overwogen dat ten aanzien van [eiser] in het vonnis van 16 september 2015 geen beslissing is genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Chemoil zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van [eiser] . De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 408,00 aan salaris advocaat. Vanwege de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie wordt het salaris voor de reconventie gehalveerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In conventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft de ten laste van [eiser] op 24 december 2015 gelegde conservatoire beslagen op</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt Chemoil in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.191,75</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verzekeraars in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In reconventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vorderingen af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt Chemoil in de kosten van de vordering in reconventie aan de zijde van [eiser] begroot op € 408,00 aan salaris advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2016.<footnote-ref linkend="_804f0589-9aeb-4094-9773-16ad0341e5d9" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_804f0589-9aeb-4094-9773-16ad0341e5d9" label="1">
    <para>1634/2009</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>