<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:1204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:22:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/492880 / KG ZA 16-39</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0032203">Aanbestedingswet 2012</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0032203&amp;artikel=2.90">Aanbestedingswet 2012 2.90</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Aanbesteding 2016/361</rdf:li>
          <rdf:li>JAAN 2016/89</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:1204">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:1204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-24T13:41:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:1204 Rechtbank Rotterdam , 15-02-2016 / C/10/492880 / KG ZA 16-39</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:1204:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Overheidsaanbesteding. ARW 2012.vraag of Gemeente terecht besliste dat inschrijver niet over een geldige referentie beschikte gelet op de in het bestek opgenomen eis ‘Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-’. Uitleg van de eis. Gemeente kon in redelijkheid </para>
        <para>komen tot haar beslissing. Vordering afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:1204:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cc8deea4-0b59-4feb-a7e5-d09d69811fb1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="de04640e-2baf-4265-959a-08b49c4cb363" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/492880 / KG ZA 16-39</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Beesd,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. F.H. Hulshof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENTE ROTTERDAM</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.M. Dijkman-Uulders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en met als tussenkomende partij</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">KWS INFRA B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Vianen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.F. van Nouhuys.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] , KWS en Gemeente Rotterdam genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de producties van [eiseres]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de producties van Gemeente Rotterdam</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van KWS</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 1 februari 2016, welke mondelinge behandeling gelijktijdig met de mondelinge behandeling van de vorderingen van [bedrijf1] (zaaknummer / rolnummer: C/10/492836 / KG ZA 16-33) en KWS (zaaknummer / rolnummer: C/10/492864 / KG 16-36) jegens Gemeente Rotterdam in het kader van dezelfde aanbesteding heeft plaatsgehad, in welke zaken heden vonnis wordt gewezen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [eiseres]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van Gemeente Rotterdam</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van KWS.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Gemeente Rotterdam heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure geïnitieerd voor de opdracht ‘Goudse Rijweg /Vlietlaan, Herinrichting’. <?linebreak?>Op de aanbesteding is het ARW 2012 (Aanbestedingsreglement Werken) van toepassing. Gunningscriterium is laagste prijs. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De inschrijving op de aanbesteding wordt geregeld in het bestek met nummer <?linebreak?>1-012-15 (hierna: het bestek). Het bestek luidt, voor zover van belang, als volgt. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>0.02</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Procedure</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aanbestedingsprocedure is overeenkomstig de Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van 31 maart 2004, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken leveringen en diensten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Europese openbare aanbestedingsprocedure vindt plaats met toepassing van hoofdstuk 2 het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>0.04</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inschrijving</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Verwezen wordt naar artikel 2.15 en 2.16 van het ARW 2012, en naar artikel 01.01.02 van de Standaard RAW Bepalingen (Standaard 2010).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. De inschrijving dient uiterlijk op het tijdstip van aanbesteding via het aanbestedingsplatform te zijn ingediend. Zie hiervoor de instructies op het aanbestedingsplatform. De inschrijver draagt het risico voor tijdige en volledige indiening van zijn inschrijving.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Alle voor de inschrijving benodigde stukken dienen digitaal op het aanbestedingsplatform te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend en gescand als PDF.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. De inschrijving dient te geschieden met gebruikmaking van het inschrijvingsbiljet dat bij het bestek is gevoegd.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gegevens die door de inschrijver bij de inschrijving moeten worden ingediend om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk als bedoeld in artikel 2.5 tot en met 2.10 van het ARW 2012 zijn, naast het inschrijvingsbiljet en de inschrijvingsstaat:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. Een opgave van de referenties en tevredenheidsverklaringen om aan te tonen dat Inschrijver voldoet aan de gestelde kerncompetenties zoals bedoeld onder lid 5 sub c.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. De eisen waaraan een inschrijver als bedoeld in artikel 2.5 tot en met 2.10 van het ARW 2012 moet voldoen zijn:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. ervaring hebben met het in de laatste vijf jaar uitvoeren van vergelijkbare opdrachten, elk</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">aantoonbaar naar tevredenheid van de opdrachtgever(s) hebben uitgevoerd en tijdig opgeleverd, verleend uitstel daarin begrepen. De ervaring dient minimaal te zijn opgebouwd uit de volgende kerncompetenties:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">totaalbedrag van minimaal € 250.000,-; </emphasis>(hierna in dit vonnis aangeduid met kerncompetentie 3)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inschrijver dient per kerncompetentie één referentie inclusief een tevredenheidsverklaring van de opdrachtgever over te leggen. In één referentie mogen ook meerdere kerncompetenties voorkomen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de begeleidende brief bij het bestek is bepaald dat de inschrijving uiterlijk op 18 november vóór 11.00 dient te worden ingediend op het aanbestedingsplatform, zoals omschreven in het bestek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 12 oktober 2015 is in aansluiting op het bestek een Nota van Inlichtingen gepubliceerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 10 november 2015 is een tweede Nota van Inlichtingen gepubliceerd in aansluiting op het bestek en de Nota van Inlichtingen van 12 oktober 2015. In deze tweede Nota van Inlichtingen is onder meer gewijzigd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestekposten gewijzigd conform bijlage Wijzigingen. Correctie betreffende de bedragen (staartposten) in de inschrijvingsstaat: Bestekspostnummer 960030 “Bijdrage VISI-systematiek (0,15%)” vervalt en is als zodanig verwerkt in de inschrijvingsstaat-herzien. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">B. Betreffende de inschrijvingsstaat: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De in uw bezit zijnde inschrijvingsstaat is vervallen. Bij de inschrijving dient u gebruik te maken van de bij deze nota van inlichtingen gevoegde </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">inschrijvingsstaat-herzien</emphasis>
          <emphasis role="italic">. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 18 november 2015 is een derde Nota van Inlichtingen gepubliceerd in aansluiting op het bestek, de Nota van Inlichtingen van 12 oktober 2015 en de Nota van Inlichtingen van d.d. 10 november 2015. In deze derde Nota van Inlichtingen is onder meer gewijzigd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deel 2.2 NADERE OMSCHRIJVING</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestekposten gewijzigd conform bijlage Wijzigingen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de Nota van Inlichtingen d.d. 10 november 2015, bijlage wijzigingen, is abusievelijk bestekpost 950060 komen te vervallen. Bestekpost 950060 bestaat niet in bestek 1-012-15, deze wijziging dient als niet gedaan te worden beschouwd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De in uw bezit zijnde inschrijvingsstaat-herzien is vervallen. Bij de inschrijving dient u gebruik te maken van de bij deze nota van inlichtingen gevoegde </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">inschrijvingsstaat-Herzien 2</emphasis>
          <emphasis role="italic">. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft zich ingeschreven als gegadigde voor de aanbesteding. <?linebreak?>Naast [eiseres] hebben [bedrijf1] , KWS en 5 andere bedrijven, waaronder [bedrijf2] (hierna: [bedrijf2] ), zich aangemeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 21 december 2015 heeft Gemeente Rotterdam bij brief aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving ongeldig was verklaard. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van de op 2 december 2015 gehouden aanbesteding met betrekking tot het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het herinrichten van de Goudse Rijweg-Vlietlaan in de gemeente Rotterdam, overeenkomstig bestek nr. 1-012-15, en de EU-publicatie op TED met kenmerk 2015/S 197-355905 van 10 oktober 2015, delen wij u mede dat de opdrachtgever, op grond van het gunningcriterium de laagste geldige inschrijving, voornemens is het werk te gunnen aan [bedrijf2] te Geldermalsen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De door u bij inschrijving ingediende inschrijvingsstaat is niet opgesteld conform het bestek</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en/of de bij de 3e nota van Inlichtingen van d.d. 18 november 2015 gevoegde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“inschrijvingsstaat-herzien 2e versie”. Het betreft de volgende discrepanties:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Post 131110: de hoeveelheid resultaatsverplichting klopt niet. In uw inschrijvingsstaat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">staat in kolom resultaatsverplichting 116,00 m, volgens de door de opdrachtgever</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2 moet dit 115,00 m zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 131730: de eenheid klopt niet. In uw inschrijvingsstaat staat in de kolom eenheid</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“week”, volgens de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moet dit “st” zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 154160: de “kenmerk resultaatverplichting” klopt niet. In uw inschrijvingsstaat</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt in de kolom ‘kenmerk resultaatverplichting” een “l” aangegeven terwijl dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">volgens de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2 een “A”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moet zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 155850: de eenheid klopt niet. In uw inschrijvingsstaat staat in de kolom eenheid</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘st’, volgens de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2 moet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dit “m” zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 368020: de eenheid klopt niet. In uw inschrijvingsstaat staat in de kolom eenheid</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘are”, volgens de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moet dit “st’ zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 454130: de “kenmerk resultaatverplichting” klopt niet. In uw inschrijvingsstaat</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt in de kolom “kenmerk resultaatverplichting” een ‘V’ aangegeven terwijl dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">volgens de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2 een “A”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moet zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Post 576010: de ‘kenmerk resultaatverplichting” klopt niet. In uw inschrijvingsstaat </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt in de kolom “kenmerk resultaatverplichting” niks aangegeven terwijl dit volgens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de door de opdrachtgever aangeleverde inschrijvingsstaat herzien 2 een “N” moet zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 01.01.02 lid 02 van de RAW Standaard 2010 en artikel 2.22.1 van het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanbestedingsreglement voor Werken 2012 in acht genomen, is uw inschrijving ongeldig.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tevens heeft u op basis van de aangeleverde referentieprojecten niet aangetoond dat u</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ervaring heeft met de gestelde eis in paragraaf 0.04 lid 5 sub c van het bestek, te weten:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Kerncompetentle 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-“ en “Kerncompetentie 4: Ervaring hebben met het toepassen van een tijdelijke toolbemalingsinstallatie met een capaciteit 500 mᶾ/h in inclusief benodigde afdichtingen van het riool meteen minimale diameter van 500 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 100.000,-’.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft op 6 januari 2016 verzocht om een nadere toelichting op de afwijzing. </para>
        <para>Gemeente Rotterdam heeft bij brief, voor zover van belang, op de brief van 6 januari 2016 gereageerd als volgt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Voor wat betreft het referentieproject wat door u is ingediend om aan te tonen dat u beschikt over de kerncompetenties 3 en 4 zoals beschreven in het bestek onder par.0.0.4 lid 5 sub c. kunnen wij u mededelen dat in het betreffende project geen sprake was van werkzaamheden in de leiding(en) van het collecteur- of stamriool (zoals bedoeld bij kerncompetentie 3).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij blijven echter bij onze conclusie dat de ingediende referentieopdracht niet voldoet om aan te tonen dat u beschikt over kerncompetentie 3.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert – na wijziging van eis –  samengevat:</para>
        <para>I.Gemeente Rotterdam te verbieden uitvoering te geven aan het gunningsvoornemen aan [bedrijf2] ;</para>
        <para>II.Gemeente Rotterdam te gebieden – indien zij tot gunning van de opdracht wenst over te gaan – de opdracht aan geen ander dan [eiseres] te gunnen;</para>
        <para>III.Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht aan [bedrijf2] of enige ander te gunnen en Gemeente Rotterdam te gebieden [eiseres] alsnog een herstelmogelijkheid te bieden en Gemeente Rotterdam te gebieden tot een herbeoordeling van de aanbieding van [eiseres] over te gaan, zulks met inachtneming van het te wijzen vonnis;</para>
        <para>V.te bepalen dat Gemeente Rotterdam een dwangsom van € 1.000.000,00 verbeurt, bij schending van de onder I, II of III genoemde ver- of geboden;</para>
        <para>VI.Gemeente Rotterdam te veroordelen in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, en te vermeerderen met rente wanneer Gemeente Rotterdam niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot betaling van de proceskosten overgaat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de voorzieningenrechter het door Gemeente Rotterdam geuite bezwaar tegen de eiswijziging van [eiseres] afgewezen met als reden dat deze niet in strijd werd geacht met de goede procesorde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft de schending van beginselen van het aanbestedingsrecht aan haar vordering ten grondslag gelegd. Zij stelt hiertoe het volgende.  </para>
        <para>
          [eiseres] heeft op 8 punten niet conform de gewijzigde inschrijfstaat ingeschreven. Het betreft in alle gevallen onjuistheden die de inschrijving niet ongeldig en ook niet onvergelijkbaar maken. In 7 gevallen gaat het om evidente kleinigheden met betrekking tot eenheden. Het bestek bepaalt immers de eenheid. De eenheid is geen keuze van de inschrijver. Het was daarom volkomen duidelijk wat [eiseres] wenste aan te bieden, zoals ook reeds blijkt uit de brief van 21 december van Gemeente Rotterdam. </para>
        <para>Ten aanzien van één post is uitgegaan van 1 m² teveel. Dat correspondeert met 45 euro ten nadele van [eiseres] . Er is sprake van een kennelijke vergissing die zich leent voor herstel. </para>
        <para>Gemeente Rotterdam heeft ook ten onrechte beslist dat niet werd voldaan aan Kerncompetentie 3, omdat het referentiewerk niet in een besloten ruimte zou zijn uitgevoerd. Dat is onjuist. Het referentiewerk ‘Wolphaertsbocht’ is uitgevoerd in een leiding en voldoet aan de gevraagde ervaring. Het gefactureerde bedrag voor het referentiewerk overstijgt het in de eis genoemde bedrag van € 250.000,00. Dat ook aan van collecteur-/stam rioolleidingen is gewerkt blijkt reeds uit de tekening die als productie 7 is overgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gemeente Rotterdam voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>KWS vordert in het incident – kort gezegd - primair te mogen tussenkomen en subsidiair voeging aan de zijde van Gemeente Rotterdam.</para>
        <para>KWS vordert in de hoofdzaak, samengevat, de vordering van [eiseres] af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis. </para>
        <para>Voorts vordert KWS in de hoofdzaak bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair </emphasis>
        </para>
        <para>Gemeente Rotterdam te gebieden de opdracht te gunnen aan KWS, althans te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan KWS,</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair </emphasis>
        </para>
        <para>Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan [bedrijf2] of enige ander en te gebieden KWS de mogelijkheid tot herstel te bieden van haar inschrijving en tot herbeoordeling over te gaan,</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan [bedrijf2] of enige ander en tot herbeoordeling over te gaan, zulks met inachtneming van het te wijzen vonnis</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uiterst subsidiair:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gemeente Rotterdam </emphasis>te verbieden de opdracht te gunnen aan [bedrijf2] of enige ander en te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en voor zover Gemeente Rotterdam de opdracht in de markt wenst te plaatsen, deze opnieuw aan te besteden,</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>Alles op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 per gebod en verbod.</para>
        <para>Zowel in het incident als in de hoofdzaak, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">In het incident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het verzoek van KWS om te mogen tussenkomen – waartegen door Gemeente Rotterdam geen bezwaar is gemaakt – is ter zitting toegewezen, aangezien KWS geacht kan worden belang te hebben bij tussenkomst om benadeling van haar eigen rechten en rechtspositie te voorkomen en aangezien voorts het geding ten gevolge van de tussenkomst niet nodeloos wordt vertraagd of nodeloos ingewikkeld wordt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang vloeit reeds voort uit de aard van de vorderingen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vorderingen van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] ziet op twee verschillende aspecten, namelijk ten aanzien van de 8 onjuistheden en ten aanzien van Kerncompetentie 3, op grond waarvan de inschrijving van [eiseres] ongeldig is verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Allereerst zal de voorzieningenrechter de vraag beantwoorden of Gemeente Rotterdam aan [eiseres] mocht tegenwerpen dat zij niet over een geldige referentie beschikte gelet op de in het bestek opgenomen eis ‘Kerncompetentie 3: <emphasis role="italic">Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-’.</emphasis></para>
        <para>Voor het beantwoorden van die vraag zal door middel van uitleg een oordeel moeten worden gegeven over wat onder Kerncompetentie 3, een geschiktheidseis als bedoeld in artikel 2.90 Aanbestedingswet 2012, moet worden verstaan.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de uitleg van wat onder een geschiktheidseis moet worden verstaan dient het transparantiebeginsel in acht te worden genomen zoals geformuleerd in HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99. Dit beginsel strekt ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft.</para>
        <para>Daarnaast dient bij de uitleg van de ervaringseis acht te worden geslagen op de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van alle aanbestedingsstukken. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uitgaande van het hiervoor beschreven toetsingskader komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat Gemeente Rotterdam op goede grond heeft kunnen oordelen dat niet was voldaan aan Kerncompetentie 3. De voorzieningenrechter acht het volgende van belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting is door partijen uitvoerig toegelicht wat het verschil is tussen (onder meer) een ontvangput of bassin enerzijds en een collecteur-/stamrioolleiding anderzijds. </para>
        <para>De voorzieningenrechter acht gelet op de toelichting voldoende aannemelijk dat een relevant onderscheid kan worden gemaakt tussen de wijze waarop en de omstandigheden waaronder werkzaamheden in een ontvangput of bassin worden uitgevoerd en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder werkzaamheden aan een collecteur-/stamrioolleiding worden uitgevoerd. </para>
        <para>Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht is af te leiden dat een ontvangput of bassin ruimer is dan een collecteur-/stamrioolleiding en dat het uitvoeren van renovatiewerkzaamheden in een collecteur-/stamrioolleiding in een beperktere ruimte plaatsvindt. De werkzaamheden in een collecteur-/stamrioolleiding vinden over het algemeen plaats in een besloten ruimte op grote(re) afstand van een opening naar buiten, zonder daglicht en met geen of weinig ventilatie. </para>
        <para>Deze feitelijke verschillen ten aanzien de werksituaties in een ontvangput of bassin en een stamriool kunnen bij partijen bekend worden verondersteld. De juistheid van de feitelijke verschillen tussen de situaties is ook niet gemotiveerd betwist. </para>
        <para>Voor zover [eiseres] heeft aangevoerd dat voor beide situaties dezelfde veiligheidsregels van toepassing zijn, doet dit aan het vorenstaande niet af. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de feitelijke verschillen brengt uitleg van Kerncompetentie 3, gelet op de bewoording van de competentie, met zich mee dat een referentieproject expliciet moest zien op uitgevoerde werkzaamheden in het kader van renovatie van een collecteur-/stam rioolleiding. </para>
        <para>Met name nu in de eis, naast de ‘collecteur-/stam rioolleiding’, de bewoordingen zijn gebruikt ‘in besloten ruimte’ en ‘voor een totaalbedrag van € 250.000,00’, moet worden aangenomen dat de eis zodanig moet worden uitgelegd dat expliciet ervaring werd vereist met het in een besloten ruimte renoveren van een collecteur-/stam rioolleiding en dat ervaring met werkzaamheden in de omgeving van een collecteur-/stam rioolleiding waarbij ook enige werkzaamheden aan (de aansluiting van) een collecteur-/stam rioolleiding zijn uitgevoerd, niet voldoende is om aan de eis te voldoen. </para>
        <para>Van een inschrijver mocht worden verwacht dat hij dit zou begrijpen gelet op de feitelijke verschillen en de in de eis gebruikte bewoordingen en de aanvulling van het totaalbedrag als indicatie van de minimale omvang van aan een collecteur- /stam rioolleiding verrichte werkzaamheden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] stelt in het kader van het referentiewerk Wolphaertsbocht ook werkzaamheden te hebben uitgevoerd in het collecteur /stamriool, zodat zij voldoet aan Kerncompetentie 3. Zij onderbouwt haar standpunt met de tekening die zij als productie 7 in het geding heeft gebracht, die ziet op de door haar verrichte (referentie)werkzaamheden en waar aan de onderkant (ook) de term “collecteur riool” staat.</para>
        <para>
          [eiseres] meent dat Gemeente Rotterdam gelet op die tekening niet kon oordelen dat zij niet voldeed aan de eis van Kerncompetentie 3, onder meer niet omdat het gefactureerde bedrag voor het (referentie)werk Wolphaertsbocht ruim de vereiste € 250.000,00 oversteeg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Gemeente Rotterdam heeft aangevoerd dat de werkzaamheden in het kader van het referentiewerk bij haar goed bekend zijn. Het betrof geen werkzaamheden aan het collecteur- /stam rioolleiding, maar slechts renovatie van de mechanische en elektrische installaties, het reinigen van het bassin en het bouwkundig aanpassen van het bassin, aldus Gemeente Rotterdam.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter acht uitgaande van de hiervoor gegeven uitleg van Kerncompetentie 3 de stelling van [eiseres] dat zij voldoet aan kerncompetentie 3 niet voldoende aannemelijk om op grond daarvan te oordelen dat Gemeente Rotterdam ten onrechte heeft beslist dat niet was voldaan aan die eis. <?linebreak?>Het enkele gegeven dat op de tekening van productie 7 aan de onderkant de term “collecteur riool” staat is onvoldoende om op grond daarvan aannemelijk te achten dat [eiseres] beschikt over de in Kerncompetentie 3 genoemde ervaring. </para>
        <para>Vaststaat dat de door [eiseres] uitgevoerde werkzaamheden met name gericht waren op, en plaatsvonden in, het bassin. Dat daarnaast enkele werkzaamheden aan de rioolleiding zijn uitgevoerd, is gelet op hetgeen hiervoor reeds werd overwogen niet voldoende om te kunnen vaststellen dat daarmee is voldaan aan Kerncompetentie 3. Dit geldt temeer nu [eiseres] desgevraagd ter zitting heeft verklaard niet verder dan 1,5 meter in de rioolleiding te hebben gewerkt. [eiseres] heeft redelijkerwijs moeten begrijpen dat de door haar verrichte werkzaamheden aan de collecteur-/stam rioolleiding in het kader van het referentiewerk niet gelijk waren te stellen aan de vereiste ervaring met het renoveren van een ‘collecteur-/stam rioolleiding met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal <?linebreak?>€ 250.000,-’.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat Gemeente Rotterdam in redelijkheid kon komen tot haar beslissing dat [eiseres] niet aan de geschiktheidseis Kerncompetentie 3 voldeed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>In deze situatie kan in het midden kan blijven of de onjuistheden in de verschillende posten in de inschrijvingsstaat zich zouden lenen voor herstel althans geen grond opleverde voor de ongeldigverklaring van de inschrijving van [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <parablock>
        <para>Het door [eiseres] gevorderde zal daarom afgewezen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten van Gemeente Rotterdam. </para>
        <para>Zoals ter zitting is bevestigd, althans niet is weersproken, zal in de relatie met de tussenkomende partij geen proceskostenveroordeling worden opgelegd.</para>
        <para>De kosten aan de zijde van Gemeente Rotterdam en KWS worden, voor ieder afzonderlijk begroot op:</para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht	€ 	619,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	816,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.435,00</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vorderingen van KWS, als tussenkomende partij,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <parablock>
        <para>In de stellingen van KWS in het incident ligt besloten dat haar belang bij de door haar gevorderde tussenkomst er (met name) in is gelegen te voorkomen dat de vordering van [eiseres] zou worden toegewezen en de inschrijving van [eiseres] alsnog in de beoordeling zou worden betrokken. </para>
        <para>Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Bij die stand van zaken heeft KWS geen belang bij toewijzing van haar vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen. </para>
        <para>Daarbij is meegewogen dat het door KWS naast afwijzing van de vordering van [eiseres] gevorderde in dit kort geding overeenkomt met het door KWS gevorderde in de door haar geëntameerde procedure met kenmerk C/10/492864 / KG ZA 16-36. In die procedure zullen de vorderingen inhoudelijk worden beoordeeld. Door KWS is niet gemotiveerd gesteld dat zij een rechtens te respecteren belang heeft bij het hebben van meerdere titels ten aanzien van hetzelfde geschil tussen haar en Gemeente Rotterdam.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal KWS in het kader van haar vorderingen worden veroordeeld in de kosten van Gemeente Rotterdam. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat Gemeente Rotterdam als gevolg van die vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Daarom kan een proceskostenveroordeling op dit onderdeel achterwege blijven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat de tussenkomst van KWS toe,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak, ter zake de vorderingen van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Rotterdam tot op heden begroot op € 1.435,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak, ter zake van de vordering van KWS</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het door KWS gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat geen proceskostenvergoeding wordt opgelegd. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2016.<footnote-ref linkend="_95fe830b-160b-4db3-a2ca-c622e0224718" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_95fe830b-160b-4db3-a2ca-c622e0224718" label="1">
    <para>1634/676</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>