<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2016:10503</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-24T15:30:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/447594 / HA ZA 14-336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:10503">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:10503</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-24T15:29:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2016:10503 Rechtbank Rotterdam , 20-04-2016 / C/10/447594 / HA ZA 14-336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2016:10503:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na bewijslevering; getuigenverhoor na voorlopig getuigenverhoor; beperking van de partij getuige verklaring; inhoud getuigenverklaringen feitelijk niet anders dan verklaringen van getuigen tijdens voorlopig getuigenverhoor, die reeds betrokken waren in de beoordeling van de zaak; aldus is geen nadere concrete invulling gegeven aan het opgedragen bewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2016:10503:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="309e3d02-dda3-44ac-b0a5-b4eb39cd654f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="94fcb7a3-2b5e-496b-b26c-54aa5f8a024a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/447594 / HA ZA 14-336</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">ASTARTE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te ‘s-Gravenhage,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.L. Oudshoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. C. Blanken,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">ZICHT B.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres zal hierna Astarte worden genoemd, gedaagde sub 1 Nationale Nederlanden, gedaagde sub 2 [gedaagde 2] en gedaagde sub 3 Zicht. Gedaagden sub 2 en 3 zullen gezamenlijk [gedaagde 2] c.s. genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 22 april 2015 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 1 juli 2015 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van getuigenverhoor van 22 juli 2015;  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie na getuigenverhoor; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordconclusie na getuigenverhoor. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">De vordering tegen [gedaagde 2] c.s.</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij vonnis van 22 april 2015 is Astarte opgedragen te bewijzen dat [gedaagde 2] als assurantietussenpersoon niet aan de jegens haar in acht te nemen zorgplicht heeft voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter voldoening aan die bewijsopdracht heeft Astarte als getuigen doen horen </para>
        <para>
          [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] . Aan allen werd de verklaring voorgehouden die zij in het kader van het voorlopig getuigenverhoor hadden afgelegd. Zij verklaarden allen desgevraagd dat zij in die verklaring volharden. [getuige 2] voegde daaraan – kort gezegd – nog toe dat het destijds niet tot haar bevoegdheid behoorde om aanvraagformulieren voor verzekeringen namens Astarte te ondertekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nadat aanvankelijk het voornemen was geuit om ook [gedaagde 2] in enquête als getuige te doen horen, is tussen partijen overeengekomen dat de verklaring die [gedaagde 2] in het kader van het voorlopig getuigenverhoor heeft afgelegd heeft te gelden als een verklaring afgelegd door [gedaagde 2] onder ede in het kader van de onder 2.1 weergegeven bewijsopdracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] c.s. heeft afgezien van het recht op contra-enquête. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vraag is thans of Astarte in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. Daarbij wordt vooropgesteld dat de verklaring van [getuige 1] , [naam functie] van Astarte, heeft te gelden als een partijgetuigeverklaring die onderworpen is aan de beperking van artikel 164 lid 2 Rv. Dat betekent dat zijn verklaring geen bewijs in het voordeel van Astarte kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijverklaring voldoende geloofwaardig maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat de door de getuigen in enquête afgelegde verklaringen feitelijk niet anders zijn dan de verklaringen die deze getuigen ter gelegenheid van het voorlopig getuigenverhoor hebben afgelegd. Astarte heeft in de processtukken, waaronder de inleidende dagvaarding, reeds een beroep op die verklaringen gedaan. De rechtbank heeft deze verklaringen blijkens het vonnis van 22 april 2015 ook uitdrukkelijk betrokken in haar beoordeling van de zaak (r.o. 2.7). De rechtbank heeft op basis van de door Astarte ingenomen stellingen, de in het kader van het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen en de overige in het geding gebrachte stukken geoordeeld (r.o. 4.16):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Met de thans in het geding gebrachte stukken heeft Astarte naar het oordeel van de rechtbank niet, ook niet voorshands, voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een schending van een zorgplicht door [gedaagde 2] .” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Astarte heeft ter voldoening aan haar bewijsopdracht geen nieuwe stukken, verklaringen en/of andere bewijsmiddelen in het geding gebracht en aldus geen concrete invulling gegeven aan het haar opgedragen bewijs. Bij deze stand van zaken is Astarte er niet in geslaagd de door haar gestelde schending van een zorgplicht door [gedaagde 2] te bewijzen. </para>
        <para>Hetgeen getuige [getuige 2] in enquête ter aanvulling van haar in het kader van het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaring heeft verklaard, leidt niet tot een andersluidend oordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering onder III voor afwijzing gereed ligt. Astarte zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] c.s., vermeerderd met de wettelijke rente en de gevorderde nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] c.s. worden begroot op € 13.462,00:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>griffierecht 	€   3.829,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris advocaat	€   <emphasis role="underline">9.633,00</emphasis> + (3 pnt x tarief VIII € 3.211,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Totaal		€ 13.462,00</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vordering tegen Nationale Nederlanden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij vonnis van 22 april 2015 is reeds beslist dat Nationale Nederlanden niet tot uitkering gehouden, dat de vordering onder I en II voor afwijzing gereed ligt en dat Astarte als de in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Nationale Nederlanden, vermeerderd met de wettelijke rente en de gevorderde nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De kosten aan de zijde van Nationale Nederlanden worden begroot op € 11.856,50:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>griffierecht	€   3.829,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris advocaat	€   <emphasis role="underline">8.027,50</emphasis> + (2,5 pnt x tarief VIII € 3.211,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Totaal		€ 11.856,50</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Astarte in de kosten van de procedure, aan de zijde van Nationale Nederlanden bepaald op € 11.856,50,  vermeerderd met de wettelijke hierover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening en nakosten ten bedrage van respectievelijk € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover Astarte niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan deze veroordeling heeft voldaan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Astarte in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde 2] c.s. bepaald op € 13.462,00, vermeerderd met de wettelijke hierover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening en nakosten ten bedrage van respectievelijk € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover Astarte niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan deze veroordeling heeft voldaan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Verschuur op 20 april 2016.<footnote-ref linkend="_1d117eb4-ba85-4532-aa39-4ec7adc54463" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1d117eb4-ba85-4532-aa39-4ec7adc54463" label="1">
    <para>801/2323</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>