<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2015:9872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-21T11:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/477778 / HA ZA 15-660</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:9872">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:9872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-21T11:11:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2015:9872 Rechtbank Rotterdam , 14-10-2015 / C/10/477778 / HA ZA 15-660</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2015:9872:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Eiseres is gevestigd in Madagaskar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2015:9872:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a66708f5-dc67-4fca-b919-53d14f1b5273" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9e825bd2-5a97-4249-9d41-5c9ca4330ca6" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team haven en handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/477778 / HA ZA 15-660</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 oktober 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar het recht van Madagaskar</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENELEC SA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Antanaviro, Madagaskar,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. Z. Jusic,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. A.H. Nierman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Enelec en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 juni 2015, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 15 juni 2015, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten ex artikel 224 Rv van 12 augustus 2015;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van 26 augustus 2015.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat Enelec wordt veroordeeld om zekerheid te stellen voor de betaling van alle kosten, schade en rente, waarin zij naar aanleiding van het door haar ingestelde geding ten behoeve van [gedaagde] zou kunnen worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Enelec verzoekt om [gedaagde] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, althans dat [gedaagde] deze vorderingen wordt ontzegt, met een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] in de kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De incidentele vordering is tijdig en vóór alle weren ingesteld. Op de voet van artikel 224 lid 1 Rv. zijn allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden. Die verplichting bestaat niet indien er sprake is van één van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingsgronden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat Enelec geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is zij in beginsel op grond van artikel 224 lid 1 Rv verplicht om op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zou kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Enelec heeft blijkens de dagvaarding haar vestigingsplaats in Madagaskar. Madagaskar is geen partij bij een verdrag of een EG-verordening waaruit volgt dat er geen verplichting tot het stellen tot zekerheid bestaat. De stelling dat een vonnis bij een veroordeling van Enelec in Madagaskar ten uitvoer gelegd kan worden wordt door Enelec niet onderbouwd. De rechtbank acht dit voorshands niet aannemelijk nu er geen executieverdrag is waarbij zowel Nederland als Madagaskar partij is. Ook overigens is niet gebleken dat een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen zich voordoen. Enelec is dan ook gehouden op grond van artikel 224 Rv ten behoeve van [gedaagde] zekerheid te stellen voor de door [gedaagde] te maken proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zou kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De hoogte van het bedrag waarvoor zekerheid gesteld dient te worden, wordt door de rechtbank als volgt vastgesteld. Aan de incidentele conclusie wordt één punt à € 452,00 (tarief II) toegekend. Voor de hoofdzaak zal de rechtbank voor de conclusie van antwoord en de comparitie van partijen twee punten à € 2.580,00 (tarief VII) toekennen. Daarnaast is het griffierecht voor [gedaagde] vastgesteld op € 1.533,- . De rechtbank bepaalt het bedrag waarvoor thans genoegzame zekerheid dient te worden gesteld derhalve op € 6.693,-. Aan de zekerheidsstelling zal een termijn van zes weken worden verbonden. De rechtbank merkt hierbij op dat in het geval de proceskosten tot een hoger bedrag oplopen, [gedaagde] de mogelijkheid heeft om een incidentele vordering tot verkrijging van aanvullende zekerheid op te werpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De zekerheid kan gesteld worden door storting op de derdengeldrekening van de Stichting Derdengelden VGB Advocaten waarbij de voorwaarde wordt gesteld dat het gestorte bedrag bij het eindigen van de hoofdzaak onmiddellijk zal worden vrijgegeven. Indien Enelec er de voorkeur aan geeft om een bankgarantie te stellen, kan ook op die wijze aan de verplichting tot zekerheidstelling worden voldaan, mits - binnen de in dit vonnis gestelde grenzen - is voldaan aan de vereisten van artikel 6:52, lid 2, BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Enelec zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt Enelec S.A., gevestigd te Antananarivo, Madagaskar, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak, tot zekerheidsstelling voor een bedrag van € 6.693,-(zesduizendzeshonderddrieënnegentig euro), ter zake van de proceskosten tot betaling waarvan zij veroordeeld kan worden, ten behoeve van [gedaagde] , uiterlijk <emphasis role="bold">25 november 2015 </emphasis>door middel van storting op de derdengeldrekening van VGB Advocaten danwel door het stellen van een bankgarantie, een en ander zoals hiervoor weergegeven onder 3.4. en 3.5.,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Enelec in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 452,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het anders of meer verzochte af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">9 december 2015</emphasis> voor akte uitlating over de vraag of zekerheid is gesteld en, zo ja, tevens voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.</para>
        <para>2130/1729</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>