<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2015:5675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-05T10:52:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/14/467 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=354a&amp;g=2015-08-05">Faillissementswet 354a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:5675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:5675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-05T10:52:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2015:5675 Rechtbank Rotterdam , 03-08-2015 / C/10/14/467 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2015:5675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beëindiging schuldsaneringsregeling o.g.v. artikel 354a FW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2015:5675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 3 augustus 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 10 april 2014 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>schuldenaar,</para>
      <para>bewindvoerder: N.L. Menso.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht bij brief van </para>
      <para>22 mei 2015. Zij heeft de rechtbank geadviseerd de schuldsaneringsregeling van schuldenaar te beëindigen op grond van artikel 354a van de Faillissementswet (Fw), nu niet de verwachting bestaat dat aan het einde van de looptijd van de schuldsaneringsregeling een bedrag ter uitkering aan schuldeisers beschikbaar zal zijn. De rechter-commissaris heeft vervolgens op 3 juli 2015 een voordracht gedaan tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 354a Fw.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling geen reëel doel dient. Schuldenaar is immers gelet op zijn inkomen geen dusdanige afdracht aan de boedel verplicht dat na voldoening van de boedelkosten uitkering aan de schuldeisers mogelijk zal zijn. Daarnaast is hij tot het einde van de schuldsaneringsregeling vrijgesteld van zijn sollicitatieverplichting en bestaat om die reden en ook niet anderszins de verwachting dat zijn afdrachtcapaciteit zodanig zal toenemen dat uitkering aan schuldeisers wel mogelijk wordt. Van omstandigheden als bedoeld in artikel 350 lid c tot en met g Fw is geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling beëindigen op grond van artikel 354a Fw. Aan schuldenaar zal de zogenoemde “schone lei” worden verleend .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 2.134,55 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoende dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en dat van omstandigheden als bedoeld in artikel 350 lid c tot en met g Fw geen sprake is;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 3 augustus 2015;</para>
    <para />
    <para>- verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal                € 2.134,55.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2015.<footnote-ref linkend="_641f9e5a-532c-461a-b3a7-b8a8abbdf045" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_641f9e5a-532c-461a-b3a7-b8a8abbdf045" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>