<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2015:317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:43:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/448618 / HA ZA 14-399</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TvA 2015/34</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:317">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-02T08:13:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2015:317 Rechtbank Rotterdam , 21-01-2015 / C/10/448618 / HA ZA 14-399</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2015:317:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Incidentele vordering van Max, gedaagde in de hoofdzaak, tot onbevoegdverklaring op grond van een overeengekomen geschillenclausule.</para>
        <para>Partijen zijn expliciet overeengekomen een zogenoemde minitrail te voeren conform een met zoveel woorden omschreven reglement. Vast staat dat dit reglement niet meer bestaat. Hoewel het partijen vrij staat overeen te komen om alsnog arbitrage te doen plaatsvinden langs de lijnen van dat voormalige reglement, kan niet zonder meer worden aangenomen dat partijen daartoe ook verplicht zijn. Het onderhavige beding biedt daarvoor geen aanknopingspunten en er zijn geen feiten gesteld die tot die uitleg aanleiding geven. Zoals in het tussenvonnis is overwogen dient Pelosa, eiseres in de hoofdzaak/verweerster in het incident, in beginsel eerst de minitrailprocedure te volgen. Nu vast is komen te staan dat de minitrailprocedure niet meer mogelijk is, moet de geschillenclausule zoals opgenomen in de algemene voorwaarden geacht worden krachteloos te zijn.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2015:317:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="75ac6fd9-e930-462f-8d0f-efce0bbe38da" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8f0dd6c6-134f-47b3-80ac-d6582648805e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team haven en handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/448618 / HA ZA 14-399</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 21 januari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PELOSA NETWORK ENGINEERING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. A.J.S. van Popering-Kalkman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MAX HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. W.Th. van Dijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Pelosa en Max genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis in het incident van 24 september 2014</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte na tussenvonnis van Max</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte na tussenvonnis van Pelosa.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident, aanvankelijk op 3 december 2014.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank Max in de gelegenheid gesteld om te reageren op de stelling van Pelosa dat de minitrailprocedure niet meer bestaat en is vervangen door een vorm van mediation. Max heeft bij akte na tussenvonnis betwist dat het volgen van een het minitrailprocedure niet meer mogelijk zou zijn. Zij stelt dat met het consent van Pelosa nog steeds mogelijk zou moeten zijn conform het vervallen reglement een minitrialprocedure te volgen bij de SGOA. De rechtbank acht de betwisting door Max van de stelling van Pelosa onvoldoende. Partijen zijn expliciet overeengekomen een zogenoemde minitrail te voeren conform een met zoveel woorden omschreven reglement. Vast staat dat dit reglement niet meer bestaat. Hoewel het partijen vrij staat overeen te komen om alsnog arbitrage te doen plaatsvinden langs de lijnen van dat voormalige reglement, kan niet zonder meer worden aangenomen dat partijen daartoe ook verplicht zijn. Het onderhavige beding biedt daarvoor geen aanknopingspunten en Max heeft geen feiten gesteld die tot die uitleg aanleiding geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zoals in het tussenvonnis is overwogen dient Pelosa in beginsel eerst de minitrailprocedure te volgen. Nu vast is komen te staan dat de minitrailprocedure niet meer mogelijk is, moet de geschillenclausule zoals opgenomen in de algemene voorwaarden geacht worden krachteloos te zijn. Derhalve is rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vordering van Pelosa.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank is dus van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Max zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De hoofdzaak zal worden aangehouden voor beraad in de zin van artikel 131 Rv.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Max in de kosten van het incident, aan de zijde van Pelosa tot op heden begroot op € 452,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt de zaak aan voor beraad in de zin van artikel 131 Rv.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2015.</para>
        <para>1346/1980</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>