<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2014:9991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:46:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/404598 / HA ZA 12-577</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2013/138</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2016/47</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:9991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:9991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-10T10:42:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2014:9991 Rechtbank Rotterdam , 03-12-2014 / C/10/404598 / HA ZA 12-577</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2014:9991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regresvordering tussen verzekeraars. Bij het te water laten is de ‘Oleg Strashnov’ is aanraking gekomen met de wand van een loods. Was ten tijde van dit evenement al sprake van een schip; was de ‘Oleg Strashnov’ toen al een schip? Drijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2014:9991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c952569e-34fa-4228-864b-8d8c711028c0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="36e3a113-99f0-4227-a017-5ec64cabb75c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/404598 / HA ZA 12-577</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 december 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht van Denemarken</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GARD AS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arendal, Denemarken,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de rechtspersoon naar het recht van Ierland</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ZURICH INSURANCE PUBLIC LIMITED COMPANY</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te den Haag</para>
    </parablock>
    <para>2. de rechtspersoon naar Engels recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROYAL SUN ALLIANCE INSURANCE PLC</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3. de naamloze vennootschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>4. de naamloze vennootschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para>5. de naamloze vennootschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. N. Hoogeboom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Gard en propertyverzekeraars genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 27 februari 2013;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte na tussenvonnis van Gard, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van propertyverzekeraars, met producties.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>2.1</para>
      <para>Het betreft hier een geschil tussen verschillende verzekeraars. Gard heeft, onder een aanbouwpolis, een bedrag van € 717.013,= vergoed in verband met een evenement op 22 augustus 2009. Op die datum is, kort samengevat, de Oleg Strashnov bij het te water laten in aanraking gekomen met de wand van een loods. </para>
      <para>Gard wenst dat bedrag (deels) te verhalen op propertyverzekeraars, omdat zij meent dat sprake is van samenloop tussen de bij haar afgesloten verzekering en de verzekering bij propertyverzekeraars.  Bij het tussenvonnis is (in 4.6.1 tot en met 4.6.7) geoordeeld dat alleen sprake is van samenloop als het evenement is te kwalificeren als aanvaring, hetgeen meebrengt dat essentieel is of de Oleg Strashnov ten tijde van de aanraking met de wand reeds een schip was. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat uit het wettelijk systeem volgt dat een schip in aanbouw (behalve voor hier niet ter zake doende doeleinden) geen schip is en dat het in dit geval aankomt op het antwoord op de vraag of de Oleg Strashnov ten tijde van het evenement dreef of niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2</para>
      <para>Bij akte na tussenvonnis heeft Gard een brief van BosBoon Expertise van 23 april 2013 overgelegd. De conclusie van die brief luidt “<emphasis role="italic">The vessel was set aside almost immediately after lifting of the vessel whereby the stern was still resting on the slipway. At that moment the vessel was afloat and the displacement of the vessel was approx. 79% of vessel’s total displacement just after the launching.</emphasis>’ De opsteller van de brief (kennelijk [persoon1], surveyor) heeft gebruik gemaakt van de gegevens van [persoon2], Naval Architect bij IHC Merwede, en de bevindingen met hem besproken.</para>
      <para>Gard meent, in navolging van haar deskundige, dat een waterverplaatsing van 79% voldoende is om als “drijven” te worden aangemerkt en betoogt aan de hand van dit partij-deskundigenbericht dat de Oleg Strashnov nog slechts met een ondergeschikt deel op de hellingbaan rustte en in relevante mate dreef, zodat zij op het moment van het evenement reeds als schip was aan te merken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij antwoordakte hebben propertyverzekeraars een analyse tewaterlating HLV Oleg Strashnov d.d. 10 maart 2014 overgelegd. De auteurs van dit rapport zijn [persoon3] en [persoon4], respectievelijk voormalig bedrijfsleider en hoofd van de ontwerp- en begrotingsafdeling bij scheepswerf Giessen-de Noord, thans IHC Merwede. De samenvatting en conclusie daarvan luidt, voor zover van belang “(…) <emphasis role="italic">constateren dat de aanraking zich voordeed tijdens een fase van de afloop waarin het HLV Oleg Strashnov nog in belangrijke mate op de helling rustte.(…) </emphasis>”</para>
        <para>Propertyverzekeraars wijzen er op dat de scheepshelling, onder water, doorloopt tot aan de loodsdeuren. De tewaterlating verloopt in het algemeen in drie fasen. In fase 1 glijdt het casco de helling af, terwijl de sleden over hun dragende lengte contact blijven houden met de goten en de achterzijde in toenemende mate water verplaatst. In fase 2 drijft het achterschip, en in fase 3 passeert het voorschip het eind van de helling en drijft het geheel vrij. </para>
        <para>Die twee laatste fasen zijn in dit geval niet doorlopen. Het evenement vond plaats in fase 1, voor het opdrijven van het achterschip en terwijl de Oleg Strashnov over meer dan 50% van de lengte door de sleden werd gedragen. Propertyverzekeraars stellen dat daaruit blijkt dat de Oleg Strashnov ten tijde van het evenement nog niet dreef en dus nog geen schip was. Zij voegen daaraan nog beschouwingen toe over de betekenis van “drijven” in scheepsbouwkundige zin en de (natuurkundige) wet van Archimedes.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.4</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de Oleg Strashnov ten tijde van het evenement nog geen schip was. Zij baseert dit oordeel op het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.4.1</para>
        <para>Er is, zoals ter comparitie ook al was gebleken, een grote mate van overeenstemming over de gang van zaken ten tijde van de tewaterlating. Dat de Oleg Strashnov ten tijde van het evenement van de helling afliep, dat daarbij tussen de Oleg Strashnov en de helling een verbinding bestond in de vorm van goten en sleden (in de door Gard al eerder als producties 4a en 4b overgelegde surveyrapporten <emphasis role="italic">gutters</emphasis> en <emphasis role="italic">sleds</emphasis> genoemd) en dat de helling onder water doorliep tot aan de deur stond, gelet op de reeds eerder overgelegde stukken (inclusief filmpje en foto’s) en het verhandelde ter zitting reeds vast. Het ging, gelet op het oordeel in het tussenvonnis dat beslissend is of de Oleg Strasshnov al dreef ten tijde van het evenement, nog slechts om de details.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <para />
        <parablock>
          <para>Beide met het oog daarop door partijen overgelegde rapporten vermelden dat het evenement plaatsvond toen de Oleg Strashnov 103,4 meter had afgelegd. De waterverplaatsing was toen 15.405 ton, op een totale waterverplaatsing van ruim 19.325 ton. Daarnaast werd de Oleg Strashnov nog voor een groot deel van haar lengte door de sleden ondersteund. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <para />
        <parablock>
          <para>Een verschil tussen beide rapporten is dat BosBoon schrijft <emphasis role="italic">According to the launching calculations the vessel started lifting after a movement in length of 100,93 m</emphasis>, terwijl [persoon3] en [persoon4] schrijven <emphasis role="italic">merk op dat volgens de berekeningen het voorval voor opdrijven van het achterschip heeft plaatsgevonden</emphasis>. In de bij het rapport van [persoon3] en [persoon4] gevoegde berekeningen (launching calculations) staat <emphasis role="italic">lifting aft</emphasis>  aangegeven tussen 108,21 en 111,46 m, en <emphasis role="italic">floating</emphasis> - na de opmerking <emphasis role="italic">the stern of the vessel has fallen from the slipway</emphasis> - tussen 189,77 en 192,32 m. Die launching calculations heeft ook Zabel gebruikt, blijkens zijn rapport.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>2.4.4</para>
          <para>De rechtbank interpreteert de rapporten zo, dat de Oleg Strashnov weliswaar aan de achterzijde begonnen was met loskomen, doch dat nog niet het gehele achterschip was opgedreven (waarbij dan de precieze mate van loskomen door de deskundigen kennelijk verschillend wordt ingeschat). Daaruit volgt dat het gewicht van de Oleg Strashnov ten tijde van het evenement niet in overwegende mate door het water werd gedragen; het contact met de vaste grond (de helling, via de goten/sleden) was van duidelijk meer dan ondergeschikte betekenis. De Oleg Strashnov dreef daarom naar het oordeel van de rechtbank ten tijde van het evenement niet en was dus geen schip in de zin van de polis.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>2.5</para>
          <para>Deze interpretatie brengt mee dat de aanraking met de wand niet als aanvaring is aan te merken en dus niet onder de dekking van de beurspolis valt. Op die grond moet de vordering integraal worden afgewezen en behoeven de overige aspecten van het geschil (zoals de na-u clausule en de Special Clause) geen beoordeling meer.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gard wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering in al haar onderdelen af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Gard in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van propertyverzekeraars bepaald op € 3.621,= aan verschotten en € 6.000,= aan salaris voor de advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis voor zover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2014. 106/<emphasis role="italic">1885</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>