<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2014:8872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-31T10:28:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">458920 / HA RK 14-729</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:8872">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:8872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-31T10:27:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2014:8872 Rechtbank Rotterdam , 18-09-2014 / 458920 / HA RK 14-729</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2014:8872:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek omdat de rechter in de zaak, met betrekking tot welke het wrakingsverzoek is gedaan, reeds heeft beslist bij beschikking van 21 juli 2014. Daarmee is de behandeling door de rechter geëindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2014:8872:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 10/458920 / HA RK 14-729</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 18 september 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. C.H. Kemp-Randewijk</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team Kanton 1 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kantonrechter van 28 april 1998 is een bewind ingesteld over alle</para>
      <para>goederen die (zullen) toebehoren aan [naam rechthebbende] (hierna: [naam rechthebbende]) en bij beschikking van 25 september 1998 is een mentorschap ingesteld over alle niet-vermogensrechtelijke belangen van [naam rechthebbende]. Sinds maart 2013 is het betreffende bewindsdossier, dat als kenmerk heeft BM 3289, in behandeling bij de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 2 april 2014 heeft de rechter het verzoek van verzoekster tot ontslag</para>
      <para>van de bewindvoerder, [naam bewindvoerder] afgewezen. Tegen deze beschikking heeft verzoekster hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 15 april 2014 heeft de rechter de bewindvoerder toegestaan en machtiging verleend het postadres van [naam rechthebbende] te wijzigen in het adres waarop [naam rechthebbende] in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. Ook tegen deze beschikking heeft verzoekster hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 21 juli 2014 met zaaknummer 3248460 14-9086 heeft de rechter de bewindvoerder van [naam rechthebbende] machtiging verleend om advocatenkantoor [naam] in te schakelen om in de hoger beroepsprocedures verweer te voeren en heeft zij toegestaan dat de daaruit voortvloeiende advocaatkosten worden betaald uit het vermogen van [naam rechthebbende]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailberichten van 13 augustus 2014 en 20 augustus 2014 en bij brief van 20 augustus 2014 heeft verzoekster de rechter gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennisgenomen van voormeld dossier met kenmerk BM 3289.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster, de rechter, de heer [naam] van het [naam bewindvoerder], alsmede de heer [naam mentor], de mentor van [naam rechthebbende], zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren.</para>
      <para>De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij twee e-mails van 2 september 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 9 september 2014, waar het wrakingsverzoek is behandeld, is verzoekster</para>
      <para>verschenen. De rechter is met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Behalve van de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer kennis genomen</para>
      <para>van haar beschikkingen van 8 juli 2013, 24 oktober 2013, 13 januari 2014, 6 maart 2014 en 13 augustus 2014, houdende beslissingen ten aanzien van eerdere verzoeken van verzoekster tot wraking van de rechter in  het onderhavige bewind.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en het verweer daartegen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - : Verzoekster is pas op 14 augustus 2014 bekend geworden met  de op 21 juli 2014 door de rechter afgegeven beschikking met zaaknummer 3248460 14-9086. Het daaraan ten grondslag liggende verzoek van de bewindvoerder is verzoekster onbekend. Er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden. De rechter behandelt verzoekster al sinds maart 2013 niet als belanghebbende en schendt daarmee de artikelen 1, 6 en 8 van het EVRM. </para>
        <para>Het is een nieuw feit dat de rechter om onbegrijpelijke redenen vooreerst de belangen van de bewindvoerder voor ogen houdt. De rechter heeft namelijk op de in de hiervoor genoemde beschikking genoemde wijze geoordeeld, terwijl beide hoger beroepsprocedures door verzoekster zijn gestart vanwege haar conflict met de bewindvoerder en [naam rechthebbende] geen partij in de procedures is. De rechter schaadt daarmee de vermogensrechtelijke belangen van zowel [naam rechthebbende] als verzoekster. Daar komt bij dat de rechter weigert om zich te houden aan het onherroepelijke oordeel van het Hof van 3 juni 2014 dat [naam rechthebbende] wilsonbekwaam is. Er is geen sprake van subjectieve en objectieve onpartijdigheid van de rechter. De bewindvoerder heeft in zijn verweerschrift in hoger beroep van 12 augustus 2014 aangevoerd dat hij handelt in opdracht van [naam rechthebbende] en onder toezicht van de kantonrechter en dus niet pro se. Aangezien [naam rechthebbende] wilsonbekwaam is, is dit onmogelijk. De bewindvoerder verklaart hier dan ook mee dat sprake is van een partijdige toezichthoudend kantonrechter. Verzoekster verzoekt de wrakingskamer om de rechter te wraken voor haar beslissing 3248460 14-9086 van 21 juli 2014 en de wijze waarop die tot stand is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechter heeft niet in de wraking berust.  </para>
        <para>De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren. Daarbij is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd: </para>
        <para>De wraking lijkt zich te richten op een reeds genomen beslissing. Derhalve dient verzoeker niet-ontvankelijk te worden verklaard en is hoger beroep de aangewezen weg. </para>
        <para>De procedures bij het Hof waar verzoekster op doelt zijn door haar geïnitieerde procedures tegen de beschikkingen van de rechter betreffende het bewind over [naam rechthebbende]. Het zijn geen vonnissen of beschikkingen in procedures tussen de bewindvoerder en verzoekster. [naam rechthebbende] wordt in dergelijke procedures vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. De bewindvoerder kan slechts bij advocaat verschijnen bij het Hof. Van dat gegeven is de beslissing een logisch gevolg. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.1</emphasis>
      </para>
      <para>In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekster bekend waren geworden, zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist. Het volgende wordt hieromtrent overwogen. De beschikking van de rechter waar het wrakingsverzoek op gebaseerd is, is op 21 juli 2014 afgegeven. Verzoekster heeft in haar e-mailbericht van 13 augustus 2014 en tijdens de mondelinge behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek verklaard dat zij voornoemde beschikking op 13 augustus 2014 ontvangen heeft. Nu uit niets afgeleid kan worden dat verzoekster eerder kennis heeft kunnen nemen van voornoemde beschikking en verzoekster haar wrakingsverzoek op 13 augustus 2014 ingediend heeft, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoekster het wrakingsverzoek tijdig gedaan heeft. Verzoekster is dan ook in zoverre ontvankelijk in haar verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.2</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Op grond van het in artikel 36 Rv bepaalde kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat uitspraak wordt gedaan door een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij bij wie dienaangaande een vrees bestaat  die objectief gerechtvaardigd is. Wraking van een rechter kan daarom alleen worden verzocht zolang de zaak nog bij die rechter in behandeling is. Is er eenmaal een eindbeslissing genomen, dan is de behandeling geëindigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.3</emphasis>
      </para>
      <para>Het wrakingsverzoek van verzoekster ziet uitsluitend op de procedure met als kenmerk 3248460 14-9086, betreffende een verzoek van de bewindvoerder om aan hem te verlenen een machtiging om advocatenkantoor [naam] in te schakelen om in de hoger beroepsprocedure verweer te voeren en om toe te staan dat de daaruit voortvloeiende advocaatkosten worden betaald uit het vermogen van [naam rechthebbende]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.4</emphasis>
      </para>
      <para>Vaststaat dat de rechter in de onder 3.3 genoemde procedure heeft beslist bij beschikking van 21 juli 2014. Daarmee is de behandeling van dat verzoek door de rechter geëindigd. De omstandigheid dat verzoekster omtrent dat verzoek niet door de rechter is gehoord en geen afschrift van deze beschikking heeft ontvangen, doet daar niet aan af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.5</emphasis>
      </para>
      <para>Daar op grond van hetgeen is bepaald in het hiervoor aangehaalde wetsartikel slechts de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt en de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking werd gedaan, kan verzoekster niet worden ontvangen in haar wrakingsverzoek. Ten overvloede wordt overwogen dat indien verzoekster het niet eens is met voornoemde beschikking van de rechter, zij – indien zij aangemerkt kan worden als belanghebbende, hetgeen de wrakingskamer in het midden laat – ingevolge het in artikel 806 Rv bepaalde hoger beroep kan instellen tegen de beschikking.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van mr. C.H. Kemp-Randewijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van Zelm van Eldik, voorzitter, mr. O.E.M. Leinarts en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 18 september 2014 in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- [naam verzoekster];</para>
    <para>- mr. C.H. Kemp-Randewijk;</para>
    <para>- [naam] van [naam bewindvoerder], bewindvoerder van [naam rechthebbende];</para>
    <para>- [naam mentor], mentor van [naam rechthebbende]. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>