<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2014:8438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-15T13:31:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/14/316 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;g=2014-10-15">Faillissementswet</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:8438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:8438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-15T13:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2014:8438 Rechtbank Rotterdam , 13-08-2014 / C/10/14/316 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2014:8438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek schuldeiser om regeling tussentijds te beëindigen is niet ondertekend door een advocaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2014:8438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling: niet ontvankelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 13 augustus 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ACTYS- Woonivesteringsfonds te Zeist, schuldeiser (hierna: verzoekster)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ingediend in de schuldsaneringsregeling van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres], [woonplaats],</para>
      <para>schuldenaar,</para>
      <para>bewindvoerder: J. Perez Herrera.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 19 mei 2014 heeft de heer mr. O.J. Boeder namens ACTYS-WIF de rechtbank verzocht om de toepassing van opgemelde schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Schuldenaar - in het bijzijn van de heer [naam] van Humanitas en zijn maatschappelijk werkster - en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 18 juli 2014. De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 7 augustus 2014 op de hoogte gesteld van de stand van zaken op dat moment. De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de standpunten van de bewindvoerder en de rechter-commissaris verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan op grond van artikel 350, lid 1, Faillissementswet, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. De rechtbank kan zulks ook ambtshalve doen. </para>
      <para>Op grond van artikel 361, eerste lid, Faillissementswet moet een verzoek van een schuldeiser om een schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, door een advocaat zijn ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heer mr. O.J. Boeder, die namens schuldeiser ACTYS-WIF de rechtbank heeft verzocht opgemelde schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, is gerechtsdeurwaarder en geen advocaat. </para>
      <para>Verzoekster wordt op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de kant van de bewindvoerder is bij brief van 11 juli 2014 een opinie ontvangen, waarin hij aangeeft dat het nakomen van de informatieplicht gebrekkig is; er is slechts één sollicitatiebewijs ontvangen; er is een nieuwe schuld aan Actys ontstaan nu er geen huur meer wordt betaald en het budgetbeheer is niet geregeld terwijl schuldenaar dit met behulp van maatschappelijk werk in gang zou zetten. De bewindvoerder ziet voldoende grond voor een tussentijdse beëindiging.</para>
      <para>Ter zitting van 18 juli 2014 heeft de bewindvoerder desgevraagd aangegeven geen verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling te (hebben) willen doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 7 augustus 2014 bericht dat schuldenaar de tekortkomingen in de nakoming van de informatieverplichting en sollicitatieverplichting grotendeels heeft aangezuiverd. Bovendien heeft schuldenaar een betalingsvoorstel gedaan aan AGIN. Hoewel AGIN hiermee niet akkoord is gegaan, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat schuldenaar de nieuwe schuld vóór het einde van de regeling heeft afgelost. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om ambtshalve de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schuldenaar moet zich wel bewust zijn van het feit dat de voortgang van de schuldsaneringsregeling afhankelijk blijft van het stipt nakomen van de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen. Schuldenaar dient de bewindvoerder in het vervolg gevraagd en ongevraagd te informeren aantoonbaar op zoek te gaan naar werk. Hij moet er zorg voor dragen dat de nieuwe schuld wordt afgelost. Doet hij dit niet dan moet hij er ernstig rekening mee houden dat aan het einde van de schuldsaneringsregeling de schone lei niet wordt verleend. In dat geval is een oplossing voor de schuldenlast op korte termijn niet waarschijnlijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;</para>
    <para />
    <para>- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling ambtshalve tussentijds te beëindigen. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, rechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2014.<footnote-ref linkend="_b4d91604-1d5f-4355-ab77-0ad045f00693" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b4d91604-1d5f-4355-ab77-0ad045f00693" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold"> Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>