<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T17:26:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0928</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">425109 / HA RK 13-468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:16:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928 Rechtbank Rotterdam , 22-05-2013 / 425109 / HA RK 13-468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Het verzoek tot wraking is eerst gedaan bij gelegenheid van het getuigenverhoor dat zou gaan plaatsvinden op 14 mei 2013. Grondslag voor dat verzoek is het antwoord van de RC op de vraag van de raadsvrouw om de verdediging te informeren of uit de in de beschikking van 9 april 2013 opgenomen overwegingen afgeleid moet worden dat de RC (zonder nader onderzoek) uit is gegaan van de juistheid van de processen-verbaal van de getuige A-3482. Reeds uit de beschikking van 9 april 2013, zoals door de RC geformuleerd, blijkt dat de RC voor de beslissing die zij op dat moment had te nemen is uitgegaan van de juistheid van hetgeen door de getuige A-3482 was verklaard omtrent de uitlatingen die verzoeker jegens hem zou hebben gedaan. Een wrakingsverzoek, dat zijn grondslag vindt in die beslissing, had dan ook kort daarna moeten worden ingediend en niet eerst op 14 mei 2013.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2013:CA0928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para>RECHTBANK ROTTERDAM</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 22 mei 2013</para>
      <para>Zaaknummer: 425109 </para>
      <para>Rekestnummer: HA RK 13-468</para>
      <para>Parketnummers: 10/710061-11, 10/710020-10 en 10/710141-10</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam verzoeker],</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>thans preventief gedetineerd in P.I. [naam],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. N. Flikkenschild,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>strekkende tot wraking van mr. W.J. Geurts-de Veld, rechter-commissaris in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechter-commissaris). </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het procesverloop en de processtukken</para>
    <para />
    <para>Op 14 mei 2013 heeft de rechter-commissaris een aanvang willen maken met het horen van een getuige in de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaken onder de hierboven vermelde parketnummers.</para>
    <para />
    <para>Bij gelegenheid van die behandeling heeft de raadsvrouw van verzoeker de rechter-commissaris gewraakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennis genomen van de dossiers van de hiervoor beschreven strafzaken, waarin zich onder meer bevinden:</para>
      <para>- de brief van de rechter-commissaris d.d. 3 april 2013;</para>
      <para>- de brief van de raadsvrouw d.d. 8 april 2013;</para>
      <para>- de brief van de rechter-commissaris d.d. 9 april 2013;</para>
      <para>- de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 9 april 2013;</para>
      <para>- de brief van de raadsvrouw d.d. 6 mei 2013;</para>
      <para>- de beschikking van de rechtbank in hoger beroep d.d. 9 mei 2013;</para>
      <para>- het proces-verbaal van het getuigenverhoor op 14 mei 2013;</para>
      <para>- de toelichting van de raadsvrouw op het wrakingsverzoek, ingezonden bij e-mailbericht van 16 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker, de raadsvrouw, de rechter-commissaris, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para>De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ter zitting van 21 mei 2013 is de behandeling van het wrakingsverzoek aangevangen en vervolgens aangehouden teneinde verzoeker - wiens transport van de plaats van zijn detentie naar de rechtbank niet was uitgevoerd - in de gelegenheid te stellen bij de behandeling van het verzoek aanwezig te zijn.</para>
    <para />
    <para>Ter zitting van 22 mei 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: verzoeker, zijn raadsvrouw, de rechter-commissaris en de officier van justitie mr. C.J.A. van der Maas. Zij hebben allen - de raadsvrouw aan de hand van een pleitnota - hun standpunt nader toegelicht.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. De ontvankelijkheid van het verzoek</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1</para>
      <para>Uitgangspunt van artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering is dat de wraking moet worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden, waarop de wraking is gegrond, aan verzoeker bekend zijn geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2</para>
      <para>Het verzoek tot wraking is gedaan bij gelegenheid van het getuigenverhoor dat zou gaan plaatsvinden op 14 mei 2013. Grondslag voor dat verzoek is het antwoord van de rechter-commissaris op de vraag van de raadsvrouw om de verdediging te informeren of uit de in de beschikking van 9 april 2013 opgenomen overwegingen "dat de verdachte rancuneuze en bedreigende uitlatingen heeft gedaan jegens dan wel in het bijzijn van de getuige" en "dat deze uitlatingen door de verdachte vaker zijn gedaan dan gedurende een periode van één week" afgeleid moet worden dat de rechter-commissaris (zonder nader onderzoek) is uitgegaan van de juistheid van de processen-verbaal van de getuige A-3482.</para>
      <para>Reeds uit de beschikking van 9 april 2013 van de rechter-commissaris, blijkt dat de rechter-commissaris voor de beslissing die zij op dat moment had te nemen is uitgegaan van de juistheid van hetgeen door de getuige A-3482 was verklaard omtrent de uitlatingen die verzoeker jegens hem zou hebben gedaan. Een wrakingsverzoek, dat zijn grondslag vindt in die beslissing, had dan ook kort daarna moeten worden gedaan en niet eerst op 14 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3</para>
      <para>Het vorenstaande wordt niet anders in het licht van het betoog van de raadsvrouw ter zitting van de wrakingskamer.</para>
      <para>Ten gronde komt dat betoog er nog steeds op neer dat de rechter-commissaris verweten wordt dat zij is uitgegaan van de juistheid van het proces-verbaal van de getuige A-3482. Dat was evenwel reeds kenbaar in de beslissingen die de rechter-commissaris begin april 2013 heeft genomen. De reactie van de rechter-commissaris op 14 mei 2013 op de vraag van de raadsvrouw in haar brief van 6 mei 2013, levert niet een nieuw feit als bedoeld in artikel 513, lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op, dat grondslag zou kunnen vormen voor een op die datum gedaan wrakingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4</para>
      <para>Op grond van het vorenstaande zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. W.J. Geurts-de Veld.</para>
    <para />
    <para>Deze beslissing is gegeven op 22 mei 2013 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. A. Eerdhuijzen en mr. P. Vrolijk, rechters. </para>
    <para />
    <para>Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.</para>
    <para />
    <para>Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beschikking door de jongste rechter met de griffier ondertekend.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>