<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2013:9492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:46:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/994556-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0024779&amp;g=2013-12-03">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003245&amp;g=2013-12-03">Wet milieubeheer</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0010346&amp;g=2013-12-03">Arbeidsomstandighedenwet 1998</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Omgevingsvergunning in de praktijk 2014/3224</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:9492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:9492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-03T14:04:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2013:9492 Rechtbank Rotterdam , 03-12-2013 / 10/994556-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2013:9492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank te Rotterdam heeft de verdachte rechtspersoon, een tankterminalbedrijf, veroordeeld voor handelen in strijd met vergunningsvoorschriften en het niet nemen van maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen. Ook heeft de rechtbank de verdachte rechtspersoon veroordeeld voor handelen in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet. De rechtbank heeft de verdachte rechtspersoon voor al deze handelingen een boete van drie miljoen euro opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2013:9492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummers: 10/994556-12, 10/994547-12 en 10/997503-12</para>
    <para>Parketnummers ter informatie bijgevoegde zaken: 10/994538-12, 10/994548-12, </para>
    <para>10/994550-12, 10/994540-12, 10/994537-12, 10/994535-12, 10/994616-13 en</para>
    <para>10/994535-13</para>
    <para>Parketnummer vordering TUL VV: 10/994635-09</para>
    <para>Datum uitspraak: 3 december 2013</para>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte rechtspersoon:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte rechtspersoon],</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [plaats], [vestigingsadres],</para>
      <para>raadlieden mrs. M. Bakker en C.P. Posthuma, beiden advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 en 19 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TENLASTELEGGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte rechtspersoon (hierna te noemen [verdachte rechtspersoon]) is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen onder de parketnummers 10/994556-12 en 10/994547-12, alsmede hetgeen is vermeld in de dagvaarding onder parketnummer 10/997503-12, zoals deze op de terechtzitting van zowel 18 als 19 november 2013 overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie is gewijzigd. De teksten van de (gewijzigde) tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">EIS OFFICIER VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. L.W. Boogert, heeft gerekwireerd tot: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/994556-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/997503-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van [verdachte rechtspersoon] tot een geldboete van € 3.000.000,-voor wat betreft de onder parketnummer 10/994556-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, de onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde en de onder parketnummer 10/997503-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde misdrijven en daarbij rekening houdend met de ad informandum gevoegde feiten, alsmede tot schuldigverklaring van [verdachte rechtspersoon] zonder oplegging van straf of maatregel ten aanzien van de onder parketnummer 10/997503-12 onder 3 ten laste gelegde overtreding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voorwaardelijke gehele stillegging van de onderneming van [verdachte rechtspersoon] voor de tijd van ten hoogste één jaar, met een proeftijd van vijf jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dadelijke uitvoerbaarheid als bedoeld in artikel 14e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van de aan de voorwaardelijke stillegging te verbinden algemene voorwaarde, inhoudende dat [verdachte rechtspersoon] geen nieuwe strafbare feiten pleegt voor het einde van de proeftijd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE VEROORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van het voorwaardelijk deel van de geldboete die aan [verdachte rechtspersoon] is opgelegd bij vonnis van 22 november 2010 van de meervoudige economische kamer van deze rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">MOTIVERING PARTIËLE VRIJSPRAKEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 10/997503-12 onder 2(feiten invullen) ten laste gelegde, inhoudende het ‘op 6 augustus 2011 geen aangifte doen bij het Regionaal Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) en/of geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland van (mogelijk) explosiegevaar op/nabij tank 901 waarin zich (een mengsel van) C9 aromaten en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) en/of werd gebutaniseerd’ is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat [verdachte rechtspersoon] van dit onderdeel dient te worden vrijgesproken. Hiertoe wordt het volgende overwogen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 17.1 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) definieert een ongewoon voorval als een voorval waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan. </para>
      <para>Het onderhavige voorval hield in dat kort na afloop van het butaniseerproces in tank 901 een explosiemeter was afgegaan van een werknemer die doende was met monsterneming bij de bewuste tank. Het enkele afgaan van een explosiemeter bij monstername, kort na het butaniseren, kan naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet worden betiteld als een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 Wm. Dat daarnaast sprake is geweest van bijzondere bijkomende omstandigheden, is onvoldoende komen vast te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 ten laste gelegde handelen in strijd met artikel 4.16 lid 3 en 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat [verdachte rechtspersoon] van dit onderdeel eveneens dient te worden vrijgesproken. Hiertoe wordt het volgende overwogen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het derde lid van artikel 4.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit houdt, kort weergegeven, in dat bij overschrijding van de grenswaarde van kankerverwekkende of mutagene stoffen onverwijld doeltreffende maatregelen worden genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde. </para>
      <para>Artikel 4.1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit definieert onder b. 1◦  de grenswaarde als “de limiet van de concentratie of van het tijdgewogen gemiddelde van de concentratie voor een gevaarlijke stof in de individuele ademhalingszone van een werknemer gedurende een gespecificeerde referentieperiode”. De wettelijke grenswaarde van benzeen is, gelet de B2-lijst wettelijke grenswaarden kankerverwekkende stoffen, zoals op genomen in Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling, 3,25 mg/m³ bij een tijdgewogen gemiddelde (TGG) tot acht uren.  Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting  kan niet worden vastgesteld dat de grenswaarde van benzeen is overschreden, omdat bij de verrichte metingen en de resultaten daarvan de factoren tijd en de individuele ademhalingszone van de werknemer, niet zijn meegenomen. </para>
      <para>Nu niet kan worden gekomen tot bewezenverklaring van overtreding van het derde lid van artikel 4.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, komt de rechtbank evenmin tot bewezenverklaring van overtreding van het vierde lid van dat artikel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BEWEZENVERKLARING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/994556-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/997503-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde  heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994556-12 (Ochsenburg)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 6.17 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> activiteit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waren niet alle brandbestrijdingsmiddelen voor blussen met water en/of met</para>
      <para>schuim en/of anderszins doelmatig en/of bedrijfszeker en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>konden niet alle brandbestrijdingsmiddelen voor blussen met water en/of met</para>
      <para>schuim en/of anderszins niet steeds onmiddellijk gebruikt worden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 19.11 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> activiteit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vond<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> de inspectie<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van tanks niet volgens een goedgekeurd inspectieplan</para>
      <para>plaats;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als degene die op het perceel [vestigingsadres] aldaar een inrichting dreef</para>
      <para>als bedoeld in categorie 5.1 van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, <emphasis role="strike-through">in</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">elk geval een inrichting als bedoeld in Bijlage I van dat besluit,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet alle maatregelen heeft genomen die nodig zijn om zware ongevallen te</para>
      <para>voorkomen en/of de gevolgen daarvan voor mens en/of milieu te beperken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in die periode,</para>
    </parablock>
    <para>- geen goedgekeurd inspectie- en/of onderhoudsprogramma met betrekking tot de</para>
    <para>brandbestrijdingsmiddelen aanwezig was en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- brandbestrijdingsmiddelen niet doelmatig en/of bedrijfszeker waren en/of</para>
    <para>niet steeds onmiddellijk gebruik<emphasis role="italic">t</emphasis> konden worden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- de stationaire blusinstallatie<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> niet eenmaal per jaar <emphasis role="strike-through">(</emphasis>live<emphasis role="strike-through">)</emphasis> werd<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
    <para>getest en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- geen gedocumenteerde inspectie- en/of onderhoudsmethodiek met betrekking tot</para>
    <para>de seals van tankdaken aanwezig was en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> vacuüm drukventiel<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tank<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> niet met een</para>
    <parablock>
      <para>frequentie van minimaal eens per vier jaar op hun goede werking <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren</para>
      <para>gecontroleerd en/of onderhouden en/of eventueel gerepareerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- geen opvolging was gegeven aan <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tijdens <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> inspectie<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>geconstateerde vereiste reparatie<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aan <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> vacuüm drukventiel<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tank<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994547-12 (Benzeen)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">op een of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 tot en met</para>
      <para>4 oktober 2011 te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als werkgever in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
      <para>handelingen <emphasis role="strike-through">heeft verricht en/of</emphasis> heeft nagelaten in strijd met voormelde wet</para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de daarop berustende bepalingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft zij, verdachte, binnen haar inrichting gelegen aan de [vestigingsadres]</para>
      <para> aldaar,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> werknemers in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet</para>
      <para>arbeid laten verrichten, bestaande uit het verrichten van metingen van</para>
      <para>vluchtige organische stoffen (VOS) en/of benzeen op de tankdaken van tank<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
      <para>504 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 505 en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>506, <emphasis role="strike-through">in ieder geval één of meer tank(s)</emphasis> gelegen in tankput</para>
      <para>1, waarin zich benzeen bevond,</para>
      <para>terwijl in strijd met,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 3 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
      <para>zij niet heeft gezorgd voor de veiligheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de gezondheid van die</para>
      <para>werknemer<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> inzake alle met de arbeid verbonden aspecten <emphasis role="strike-through">en/of daartoe geen</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">beleid heeft gevoerd dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>die werknemer(s) zich bevonden op <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> plaats<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> waarvan kon worden</para>
      <para>vermoed dat de atmosfeer op die plaats<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in zodanige mate stoffen (benzeen)</para>
      <para>bevatte<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> dat daardoor gevaar bestond voor bedwelming en/of vergiftiging</para>
      <para>en/of brand en/of explosie,</para>
      <para>terwijl geen onderzoek had plaatsgevonden waaruit bleek dat het gevaar niet</para>
      <para>aanwezig was,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">artikel 4.16 lid 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">niet onverwijld maatregelen werden genomen om de concentratie(s) benzeen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">zijnde een in de Arbeidsomstandighedenregeling aangewezen kankerverwekkende</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of mutagene stof, terug te brengen tot beneden de in voornoemde regeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">vastgestelde grenswaarde met betrekking tot die stof, terwijl sprake was van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">een of meer overschrijding(en) van die grenswaarde,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">artikel 4.16 lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">de arbeid werd voortgezet, terwijl er geen maatregelen als bedoeld in artikel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">4.16 lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit waren genomen en geen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">doeltreffende maatregelen waren genomen om schade aan de gezondheid van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">werknemers te voorkomen, dan wel om het blootstellingsniveau met betrekking</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">tot benzeen tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde zoals</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">vastgesteld in de Arbeidsomstandighedenregeling te brengen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl daardoor, naar zij wist of redelijkerwijs moest weten, <emphasis role="strike-through">levensgevaar</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis> ernstige schade aan de gezondheid van <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> werknemer<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">) ontstond</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis> te verwachten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">op een of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 tot en met</para>
      <para>4 oktober 2011 te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als werkgever in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet heeft voldaan aan haar verplichting tot naleving van een<emphasis role="strike-through"> of meer</emphasis></para>
      <para>voorschrift<emphasis role="strike-through">(en) en/of verbod(en)</emphasis> vastgesteld <emphasis role="strike-through">bij of </emphasis>krachtens de op grond van</para>
      <para>artikel 16, artikel 20, eerste lid, en artikel 24, negende lid, vastgestelde</para>
      <para>maatregel van bestuur, te weten het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>voor zover en op de wijze als bij <emphasis role="strike-through">of krachtens</emphasis> deze maatregel is bepaald,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in strijd met artikel 3.5g lid 1 van voornoemd besluit,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> werknemer<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in de zin van artikel 1 Arbeidsomstandighedenwet zich</para>
      <para>bevonden op <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> plaats<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> waarvan kon worden vermoed dat de atmosfeer</para>
      <para>op die plaats<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in zodanige mate stoffen (benzeen) bevatte<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> dat daardoor</para>
      <para>gevaar bestond voor bedwelming en/of vergiftiging en/of brand en/of explosie,</para>
      <para>terwijl geen onderzoek had plaatsgevonden waaruit bleek dat het gevaar niet</para>
      <para>aanwezig was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/997503-12 (Butaan)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 12.2 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op <emphasis role="strike-through">(een) </emphasis>activiteit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd de procedure Product butaanbehandeling PRO-1269,</para>
      <para>zijnde een instructie waarin (onder andere) de te volgen handelwijze was</para>
      <para>aangegeven voor het opstarten van verladingen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het in bedrijf zijn van</para>
      <para>verladingen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het stoppen van verladingen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> storingen en/of</para>
      <para>noodsituaties bij verladingen,</para>
      <para>niet door het bedienend personeel gevolgd,</para>
      <para>aangezien in strijd met die procedure niet werd gecontroleerd of de</para>
      <para>dampspanning van het eindproduct niet hoger uitkwam dan 14 psi/100 ºF of 0,96</para>
      <para>bar/37,8 ºC;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 6 augustus 2011 tot en met <emphasis role="italic">17</emphasis> augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">heeft gehandeld in strijd met voorschrift 11.1 dat verbonden was aan een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres] </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">en/</emphasis>
        <emphasis role="strike-through">of</emphasis> heeft gehandeld in strijd met artikel 17.2, eerste lid, Wet milieubeheer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd op 6 augustus 2011 geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) en/of geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland van (mogelijk)</para>
      <para>explosiegevaar op/nabij tank 901 waarin zich (een mengsel van) C9 aromaten</para>
      <para>en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) en/of werd gebutaniseerd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/<emphasis role="strike-through">of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd op 13 augustus 2011 geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland van <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis></para>
      <para>leakalarmen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>groot<emphasis role="strike-through">)</emphasis> productverlies uit tank 901 waarin zich <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een</para>
      <para>mengsel van<emphasis role="strike-through">)</emphasis> C9 aromaten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> iso-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> n-butaan bevond<emphasis role="strike-through">(en) en/of werd</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">gebutaniseerd,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd tussen 15 en 17 augustus 2011 geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland van een leakalarm</para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>groot<emphasis role="strike-through">)</emphasis> productverlies uit tank 901 waarin zich <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een mengsel van<emphasis role="strike-through">)</emphasis> C9</para>
      <para>aromaten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> iso-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> n-butaan bevond<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> en/<emphasis role="strike-through">of werd gebutaniseerd</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis> van de constatering dat in tank 901 hoeveelheden iso-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>n-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> C9 aromaten niet in de juiste verhouding aanwezig waren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zijnde (telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 Wet milieubeheer en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>dat zich <emphasis role="strike-through">voordeed of</emphasis> had voorgedaan</para>
      <para>binnen haar inrichting <emphasis role="strike-through">en dat (mogelijk) een gevaarlijke situatie buiten de</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">inrichting en/of grotere overlast buiten de inrichting en/of grotere</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">milieugevolgen kon veroorzaken</emphasis>;</para>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 augustus 2011 tot en met 15 augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als degene die op het perceel [vestigingsadres] aldaar een inrichting dreef</para>
      <para>als bedoeld in categorie 5.1 van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, <emphasis role="strike-through">in</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">elk geval een inrichting als bedoeld in Bijlage I van dat besluit,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet alle maatregelen heeft genomen die nodig zijn om zware ongevallen te</para>
      <para>voorkomen en/of de gevolgen daarvan voor mens en/of milieu te beperken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
    </parablock>
    <para>- voorafgaand aan het lossen van het zeeschip [schip] de samenstelling</para>
    <para>en/of de dampspanning van het te leveren butaan niet werd gecontroleerd, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- voorafgaand aan het lossen van (een mengsel van) iso-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> n-butaan</para>
    <parablock>
      <para>uit het zeeschip [schip] en/of  het butaniseren in tank 901 niet werd</para>
      <para>gecontroleerd of de dampspanning van het eindproduct niet hoger uitkwam dan 14</para>
      <para>psi/100 ºF of 0,96 bar/37,8 ºC, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- de door [klant] gemaakte berekening van de dampspanning van het eindproduct</para>
    <parablock>
      <para>na butaniseren in tank 901 niet voorafgaand aan het lossen van het zeeschip</para>
      <para>
        [schip] werd opgevraagd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gecontroleerd, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- na leakalarmen bij tank 901 waarin werd gebutaniseerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> waarin zich <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een</para>
    <parablock>
      <para>mengsel van<emphasis role="strike-through">)</emphasis> C9 aromaten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> iso-butaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> n-butaan bevond<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> niet werd</para>
      <para>gecontroleerd op <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> gaslekkage<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BEWIJSMOTIVERING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overtuiging dat [verdachte rechtspersoon] het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BEWIJSOVERWEGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994556-12 (Ochsenburg)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Namens [verdachte rechtspersoon] is vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde feit. Hiertoe is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Het verwijt is dat de inspecties van de tanks niet volgens een goedgekeurd inspectieplan, conform voorschrift 19.11 van de omgevingsvergunning, hebben plaatsgevonden. Echter, ten tijde van de tenlastegelegde periode was er, gelet op voorschrift 19.13 van de omgevingsvergunning, wel sprake een goedgekeurd inspectieplan, te weten het op 10 januari 2002 door de Milieudienst Rijnmond (hierna: DCMR) goedgekeurde RBI-handboek. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat er (periodieke) inspecties hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat evenmin bewezen verklaard kan worden dat er inspecties in afwijking van het goedgekeurde inspectieplan hebben plaatsgevonden. Aldus de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dienaangaande wordt het volgende overwogen.</para>
      <para>Voorschrift 19.11 van de aan [verdachte rechtspersoon] verleende omgevingsvergunning van 21 december 2004 houdt, kort weergegeven, in dat de vergunninghouder binnen drie maanden na het van kracht worden van de vergunning, een inspectieplan ter goedkeuring aan het bevoegd gezag dient te overleggen, waarin de inspectietermijnen en de wijze waarop de inspecties plaatsvinden met betrekking tot alle tanks in het vergunde gedeelte van de inrichting worden vermeld.</para>
      <para>Voorschrift 19.13 van voornoemde omgevingsvergunning houdt, kort weergegeven, in dat aan voorschrift 19.11 ook invulling gegeven kan worden door middel van inspectie op basis van risico (risk based inspection (RBI)). Daartoe dient de vergunninghouder tezamen met de in de omgevingsvergunning gevraagde informatie tevens ter goedkeuring het handboek RBI aan het bevoegd gezag te overleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting – in het bijzonder de beschikking van de provincie Zuid-Holland d.d.18 juni 2012, de verklaring van de getuige [getuige 1] van 3 september 2012 en de namens [verdachte rechtspersoon] ter zitting afgelegde verklaring van [vertegenwoordiger verdachte rechtspersoon] – is komen vast te staan dat [verdachte rechtspersoon] ten behoeve van onder meer de inspectie van tanks tot 2009 gebruik heeft gemaakt van het RBI handboek, dat op 10 januari 2002 is goedgekeurd. Dit handboek is echter nooit goed nageleefd en hoewel [verdachte rechtspersoon] bezig is geweest met de implementatie van dit handboek, is zij daarmee in 2009 gestopt. [verdachte rechtspersoon] heeft toen geen inspectieplan op grond van voorschrift 19.11 van de omgevingsvergunning ter goedkeuring overgelegd, maar is begonnen met een nieuw RBI systeem volgens de EEUMA-159 normering, waaraan hogere eisen worden gesteld maar waaraan nog geen goedkeuring was verleend. Hoewel dit is toegestaan dient in dat geval wel te worden vastgelegd hoe de situatie van veiligheid en inspectie is volgens het oude goedgekeurde RBI handboek. Nu [verdachte rechtspersoon] dit heeft nagelaten volgt daaruit dat in de ten laste gelegde periode er geen sprake was van een goedgekeurd inspectieplan als bedoeld in voornoemd voorschrift 19.11. De vraag of er in de tenlastegelegde periode ook daadwerkelijk inspecties hebben plaatsgevonden is niet van doorslaggevende betekenis. Het verweer wordt dan ook verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994547-12 (Benzeen)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>Namens [verdachte rechtspersoon] is vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Hiertoe is onder meer – kort weergegeven – aangevoerd dat door [verdachte rechtspersoon] niet kon worden vermoed dat de atmosfeer in zodanige mate benzeen bevatte, dat daardoor gevaar bestond voor bedwelming en/of vergiftiging en of brand en/of explosie. Er is ook geen moment aan te wijzen waarop daadwerkelijk sprake is geweest van dergelijk gevaar en werknemers hieraan zijn blootgesteld. Immers, uit de verrichte metingen is niet gebleken dat de grenswaarde van benzeen, waarbij sprake is van acuut gevaar, is overschreden. Ook zijn er geen ontstekingsbronnen op de tankdaken van de tanks 504, 505 en 506, die liggen in zone 0 van het zogenoemde ATEX gebied. </para>
      <para>Bij het verrichten van de metingen op de tankdaken is door de werknemers gebruik gemaakt van daarvoor geëigende apparatuur en zijn de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen  door [verdachte rechtspersoon] verstrekt en door de werknemers gebruikt. Op verzoek van een medewerker van[firma] zijn ook nog adembeschermingsfilters aan hem verstrekt. Gelet hierop kan niet worden gesteld dat [verdachte rechtspersoon] niet heeft gezorgd voor de veiligheid en gezondheid van haar werknemers. </para>
      <para>De ten laste gelegde verwijten treffen derhalve geen doel, aldus de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dienaangaande wordt het volgende overwogen.</para>
      <para>Artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit houdt, voor zover hier van belang  in dat ‘indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, de werknemer zich alleen op die plaats of in die ruimte mag bevinden indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [verdachte rechtspersoon] wel heeft kunnen vermoeden dat de atmosfeer op haar terrein stoffen bevatte die het in genoemd artikel beschreven gevaar opleveren. Zij wijst daarbij op de NPL-rapportage die op 25 augustus 2011 in concept aan [verdachte rechtspersoon] is verstrekt. Uit deze rapportage blijkt dat volgens door NPL verrichte metingen de waarde benzeen van 1 ppm (3,25 mg/m3) in de atmosfeer werd overschreden, waarbij onder andere de opslagtanks 504, 505 en 506, in tankput 1, van [verdachte rechtspersoon] zijn aangewezen als mogelijke bron van de emissie. Gezien de afstand waarop de metingen zijn gedaan, in combinatie met de vluchtige eigenschappen van benzeen, is het aannemelijk dat er sprake is geweest van een zorgwekkende benzeenemissie. Op 30 augustus 2011 is de NPL-rapportage door onder meer de heer Taal, toezichthouder procesindustrie bij DCMR, aan [verdachte rechtspersoon] toegelicht. Voorts zijn op 13 september 2011 door de DCMR, met eigen meetapparatuur, emissiemetingen op vluchtige organische stoffen (hierna: VOS) gedaan bij de terminal van [verdachte rechtspersoon], waaruit bleek dat de tanks op diverse punten emissies vertoonden. Op 1 oktober 2011 is er bij aanvang van de metingen door[firma] aan de tanks van [verdachte rechtspersoon] in tankput 1 met de IR-camera waargenomen dat o.a. schuimpotten en flenzen lekten. De NPL- rapportage en de daaropvolgende meetresultaten bieden naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanknopingspunten voor het in artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde vermoeden. </para>
      <para>Voor het bewijs van het in artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde vermoeden is het niet noodzakelijk dat vaststaat dat sprake is van gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, maar onderzoek dient uit te sluiten dat daarvan sprake is. De metingen die daartoe in opdracht van [verdachte rechtspersoon] zijn verricht door[firma], zijn echter ontoereikend om tot de conclusie te kunnen komen dat er geen sprake was van genoemd gevaar, nu daarbij zoals eerder overwogen het tijdaspect en de ademzone niet zijn meegenomen en derhalve de grenswaarde van benzeen niet kan worden vastgesteld, terwijl ook overigens de hoogte van de gemeten waarden benzeen direct aan de emissiepunten geen aanleiding vormt om te concluderen dat er geen sprake was van gevaar als bedoeld in artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het verweer wordt in zoverre dan ook verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover namens [verdachte rechtspersoon] is betoogd dat zij heeft voldaan aan haar verplichtingen voortvloeiend uit artikel 3 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet door te zorgen voor de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen voor de werknemers overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de Productengids 2006 van [verdachte rechtspersoon] worden verschillende producten beschreven waarbij per product wordt weergegeven welke persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) moeten worden toegepast volgens de PBM-matrix. Blijkens de toelichting geeft deze matrix een minimale richtlijn ten aanzien van het gebruik van persoonlijke beschermingsmaatregelen tijdens het uitvoeren van normale, operationele- en onderhoudswerkzaamheden. Ten aanzien van benzeen, een licht ontvlambare en kankerverwekkende stof, wordt  als persoonlijk beschermingsmaatregel onder meer onafhankelijke adembescherming voorgeschreven. Deze adembescherming werd op 1, 3 en 4 oktober 2012 niet aan de betreffende werknemers verstrekt die werkzaamheden hebben verricht op de tankdaken, zodat [verdachte rechtspersoon] reeds hierom niet heeft gezorgd voor de veiligheid en/of gezondheid van de werknemers, nog daargelaten de vraag of gegeven de omstandigheden gesproken kon worden van normale, operationele werkzaamheden. Ook dit verweer wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/997503-12 (Butaan)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Namens [verdachte rechtspersoon] is aangevoerd dat de uitkomst van de berekening van het productverlies butaan, te weten 219 ton, niet vaststaat, nu deze louter is gebaseerd op een niet onderbouwde aanname in de door de terminal manager van [verdachte rechtspersoon] uitgevoerde Root Cause Analysis (RCA).</para>
      <para>Nu echter het productverlies niet ter zake doet voor de  bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, behoeft dit verweer geen nadere bespreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens [verdachte rechtspersoon] is voorts aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de controle op de dampspanning van het eindproduct niet heeft plaatsgevonden. Deze berekening werd wel degelijk uitgevoerd, maar de uitvoering daarvan lag bij [klant]. Er is dus geen sprake geweest van handelen in strijd met de procedure Product butaanbehandeling PRO-1269. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dienaangaande wordt het volgende overwogen.</para>
      <para>Aan [verdachte rechtspersoon] is op 21 december 2004 een omgevingsvergunning verleend. Voorschrift 12.2 van deze vergunning bepaalt, kort gezegd, dat voor een aantal specifieke activiteiten op de terminal in de controlekamer een duidelijke instructie voor het bedienend personeel aanwezig dient te zijn, dat deze instructie bij het bedienend personeel bekend moet zijn en dat deze instructie moet worden gevolgd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het butaniseren is de procedure Product butaanbehandeling PRO-1269 (hierna: PRO-1269) van 7 augustus 2008 van toepassing. Een afschrift hiervan bevindt zich in het dossier. In paragraaf 2.1 van PRO-1269 wordt vooropgesteld dat butaniseren alleen is toegestaan als aan alle voorwaarden, zoals gesteld in de instructie en de bijbehorende checklisten, wordt voldaan. Indien daaraan niet voldaan wordt moet dit verholpen worden voordat met de manipulatie mag worden gestart. Paragraaf 2.2 geeft een beschrijving van de verschillende taken bij manipulaties met butaan. Ten aanzien van de afdeling CCC (rechtbank: Customer Care Centre) wordt onder meer beschreven dat zij controleert of de dampspanning van het eindproduct niet hoger uitkomt dan 14 psi/100 °F of 0,96 bar/37,8 °C. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is vast komen staan dat [verdachte rechtspersoon] voorafgaand aan het butaniseren geen eigen berekening uitvoerde met betrekking tot de verwachte dampspanning van het eindproduct. Dit gebeurde door de klant, in dit geval [klant]. De klant wist dat de dampspanning van het eindproduct niet hoger mag zijn dan 14 psi/100 °F of 0,96 bar/37,8 °C.  Volgens de verklaring, afgelegd bij de rechter commissaris, van de getuige [getuige 2], blender/operator bij [klant], werd deze berekening en het resultaat daarvan niet doorgegeven aan [verdachte rechtspersoon]. Voor zover, zoals door de getuige [getuige 3] is verklaard bij de rechter-commissaris, de verwachte dampspanning voorafgaand aan het butaniseren wel bij de klant werd opgevraagd, was de berekening van de dampspanning voor [verdachte rechtspersoon] in het geheel niet inzichtelijk. Volgens de namens [verdachte rechtspersoon] ter terechtzitting afgelegde verklaring van [vertegenwoordiger verdachte rechtspersoon], beschikt [verdachte rechtspersoon] ook niet over de expertise om zelfstandig de dampspanning te berekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de procedure Product butaanbehandeling PRO-1269, in ieder geval in de tenlastegelegde periode, niet is gevolgd. Door de afdeling CCC van [verdachte rechtspersoon] is niet gecontroleerd of de dampspanning van het eindproduct hoger uitkwam dan 0,96 bar/37,08 C. Afgegaan werd op de berekening van de opdrachtgever, terwijl deze berekening voor [verdachte rechtspersoon] niet inzichtelijk was en overigens wegens gebrek aan expertise niet kon worden gecontroleerd. Het verweer wordt dan ook verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Namens [verdachte rechtspersoon] is aangevoerd dat het ten laste gelegde voorschrift 11.1 van de aan [verdachte rechtspersoon] verleende omgevingsvergunning exact hetzelfde doel dient en dezelfde strekking heeft als een regeling in een wet in formele zin, te weten artikel 17.2 Wm. Daarmee is het vergunningsvoorschrift onverbindend en doet niet ter zake of [verdachte rechtspersoon] tegen de omgevingsvergunning enige met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft gevolgd of niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 19 november 2013 heeft de officier van justitie zich bij repliek verenigd met dit standpunt van de verdediging en een vordering wijzing tenlastelegging ingediend, onder meer inhoudende toevoeging aan het onder 2 ten laste gelegde: en/of heeft gehandeld in strijd met artikel 17.2, eerste lid, Wm.</para>
      <para>De verdediging heeft geen bezwaar gemaakt tegen de gevorderde wijziging van de tenlastelegging, welke wijziging vervolgens  door de rechtbank is toegewezen. Gelet hierop behoeft dit verweer geen verdere bespreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STRAFBAARHEID FEITEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994556-12</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994547-12</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 32, eerste lid (oud) van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 32, eerste lid (oud) van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/997503-12</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.3, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 17.2, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer, begaan door een rechterpersoon, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6,  eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STRAFBAARHEID VERDACHTE RECHTSPERSOON</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte rechtspersoon] uitsluit. [verdachte rechtspersoon] is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STRAFMOTIVERING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De straf die aan [verdachte rechtspersoon] wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de draagkracht van [verdachte rechtspersoon]. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte rechtspersoon] beheert een grote tankterminal voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Mede gelet op de ligging van het bedrijfsterrein van [verdachte rechtspersoon] in de Botlek, tussen soortgelijke terminals en olieraffinaderijen en middenin de dichtbevolkte Randstad, behoort zij tot de zwaarste categorie risicobedrijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte rechtspersoon] heeft zich schuldig gemaakt aan acht strafbare feiten, bestaande uit, kort gezegd, handelen in strijd met voorschriften verbonden aan de aan [verdachte rechtspersoon] verleende omgevingsvergunning, het niet nemen van alle maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen dan wel de gevolgen van dergelijke ongevallen te beperken, handelen in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en een daarop berustende bepaling van het Arbeidsomstandighedenbesluit en tenslotte handelen in strijd met de Wet milieubeheer. Deze feiten zien alle op het niet naleven van voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van (zware) ongevallen dan wel van maatregelen die erop zien de gevolgen daarvan te beperken en aldus zien op  de bescherming van mens en milieu.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan een onderneming als [verdachte rechtspersoon] worden hoge eisen gesteld op het gebied van veiligheid, arbeidsomstandigheden en milieu, eisen waarvan [verdachte rechtspersoon] terdege kennis had. Dat daarmee dienovereenkomstig hoge kosten gemoeid zijn, mag een ondernemer er niet toe brengen niet aan de volledige nakoming van de gestelde voorwaarden en naleving van de gestelde voorschriften te voldoen; in tegendeel. Zij dient die kosten zoals een goed ondernemer betaamt in te calculeren en te maken. Door een en ander te negeren, heeft [verdachte rechtspersoon] ernstige feiten begaan die haar dan ook zwaar worden aangerekend. Hierbij wordt opgemerkt dat er bij [verdachte rechtspersoon] structureel sprake blijkt te zijn geweest van het niet nemen van afdoende maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen. Voorbeelden daarvan zijn het niet in orde zijn van de brandbestrijdingsmiddelen en het niet volgens een goedgekeurd inspectieplan laten plaatsvinden van inspecties van tanks. De thans bewezen verklaarde incidenten betreffende de butaan- en benzeenemissies zijn incidenten die daaruit voortvloeien. In potentie had zich een ramp kunnen voltrekken op het bedrijfsterrein van [verdachte rechtspersoon], met verstrekkende gevolgen voor mens en milieu. Dat dit niet is gebeurd, is slechts te danken aan het toeval.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Behalve aan de bewezen feiten heeft [verdachte rechtspersoon] zich ook schuldig gemaakt aan de op de dagvaarding met parketnummer 10/994556-12 vermelde ad informandum gevoegde strafbare feiten, alsmede aan de ad informandumfeiten onder de parketnummers 10/994616-13 en 10/994535-13. De officier van justitie heeft te kennen gegeven dat deze feiten niet afzonderlijk (verder) zullen worden vervolgd. Namens [verdachte rechtspersoon] zijn deze feiten op de terechtzitting bekend. Met deze strafbare feiten wordt bij de strafoplegging rekening gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziend kan op dergelijke feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een substantiële geldboete.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de  hoogte van de op te leggen geldboete is in het nadeel van [verdachte rechtspersoon] in aanmerking genomen dat zij blijkens het op haar naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 oktober 2012 reeds vele malen eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekening houdend met het feit dat er sprake is van eendaadse samenloop van feit 1 en een onderdeel van feit 3, zoals thans bewezen verklaard onder parketnummer 10/994556-12 en van feit 2 en een onderdeel van feit 1, zoals thans bewezen verklaard onder parketnummer 10/994547-12, zal ten aanzien van die feiten slechts toepassing worden gegeven aan de strafbepalingen betreffende de feiten waarop de zwaarste hoofdstraf is bepaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de eis van de officier van justitie tot voorwaardelijke gehele stillegging van de onderneming van [verdachte rechtspersoon] wordt het volgende overwogen.</para>
      <para>De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel dat oplegging van een dergelijke bijkomende straf  in beginsel passend is, gelet op het aantal bewezenverklaarde feiten, de aard en de ernst daarvan en het strafblad van [verdachte rechtspersoon]. Het is mogelijk ook een efficiënt middel om te voorkomen dat [verdachte rechtspersoon] zich gedurende de gevorderde proeftijd wederom schuldig zal maken aan stafbare feiten als de onderhavige.</para>
      <para>Daar staat tegenover dat de goede intenties en ambities die [verdachte rechtspersoon] en de leiding van het moederbedrijf hebben op het gebied van veiligheid en milieu ditmaal niet slechts uit woorden maar ook uit daden lijken te bestaan, gezien de stappen die in dat kader sinds medio 2012 zijn gezet. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het feit dat de vergunningverlener en andere bestuurlijke toezichthouders inmiddels zijn overgegaan tot intensief en strak toezicht op de implementatie van het verbetertraject, waarbij is aangekondigd dat tot intrekking van de aan [verdachte rechtspersoon] verleende vergunning zal worden overgegaan indien zij zich niet houdt aan de op haar rustende verplichtingen. De rechtbank heeft er, gelet op het verhandelde ter terechtzitting, voldoende vertrouwen in dat met name het toezicht en de bestuursrechtelijke handhaving door het bevoegd gezag thans een voldoende waarborg ter voorkoming van recidive zal zijn. Tegen die achtergrond ziet de rechtbank geen reden de bijkomende straf van voorwaardelijke stillegging op te leggen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals door de officier van justitie gerekwireerd, betreft het onder parketnummer </para>
      <para>10/994556-12 onder 3 thans bewezen verklaarde feit een overtreding. Dit geldt ook voor het onder parketnummer 10/997503-12 onder 3 thans bewezen verklaarde feit. Bij samenloop van misdrijven en overtredingen, alsook van overtredingen onderling, dient ten aanzien van iedere overtreding afzonderlijk te worden beslist. Gelet op de hoogte van de aan [verdachte rechtspersoon] op te leggen geldboete ten aanzien van de thans bewezen verklaarde misdrijven, zoals hiervoor overwogen, zal [verdachte rechtspersoon] ten aanzien van beide thans bewezen verklaarde overtredingen schuldig worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VORDERING TENUITVOERLEGGING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij op tegenspraak gewezen vonnis van 22 november 2010 van de meervoudige economische kamer van deze rechtbank is [verdachte rechtspersoon] ter zake van handelen in strijd met de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Arbeidsomstandighedenwet en ter zake van valsheid in geschrift veroordeeld – voor zover hier van belang – tot een geldboete van vijfenzeventigduizend euro, waarvan een gedeelte groot vijfentwintigduizend euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 18 maart 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van genoemd vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft [verdachte rechtspersoon] de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat zij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan [verdachte rechtspersoon] opgelegde geldboete.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Behalve op de reeds genoemde artikelen, is gelet op de artikelen 9a, 14g, 23, 51, 55, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 6, 16 en 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, artikel 9.9a van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 5 en 25 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat [verdachte rechtspersoon] de onder parketnummer 10/994556-12 onder 1, 2 en 3, de onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 en 2 en de onder parketnummer 10/997503-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan [verdachte rechtspersoon] meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt [verdachte rechtspersoon] daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
      <para>verklaart [verdachte rechtspersoon] strafbaar;</para>
      <para>veroordeelt [verdachte rechtspersoon] ten aanzien van de onder parketnummer 10/994556-12 onder 1 en 2, de onder parketnummer 10/994547-12 onder 1 en 2 en de onder parketnummer 10/997503-12 onder 1 en 2 bewezen verklaarde misdrijven tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 3.000.000,-</emphasis> (zegge: <emphasis role="bold">drie miljoen euro</emphasis>); </para>
      <para>bepaalt dat aan [verdachte rechtspersoon] ten aanzien van het onder parketnummer 10/994556-12 onder 3 bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat aan [verdachte rechtspersoon] ten aanzien van het onder parketnummer 10/997503-12 onder 3 bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van het voorwaardelijk gedeelte, groot <emphasis role="bold">€ 25.000,-</emphasis> (zegge: <emphasis role="bold">vijfentwintigduizend euro</emphasis>), van de bij vonnis van 22 november 2010 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan [verdachte rechtspersoon] opgelegde geldboete. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.C. Franken, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. P. Volker en G.M. Munnichs, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 december 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De  jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>Bijlage bij vonnis van 3 december 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TEKST (GEWIJZIGDE) TENLASTELEGGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/994556-12</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 6.17 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waren niet alle brandbestrijdingsmiddelen voor blussen met water en/of met</para>
      <para>schuim en/of anderszins doelmatig en/of bedrijfszeker en/of</para>
      <para>konden niet alle brandbestrijdingsmiddelen voor blussen met water en/of met</para>
      <para>schuim en/of anderszins niet steeds onmiddellijk gebruikt worden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 1a juncto artikel 2 juncto artikel 6 Wet op de economische delicten</para>
      <para>juncto artikel 2.3 aanhef en onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 19.11 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vond(en) de inspectie(s) van tanks niet volgens een goedgekeurd inspectieplan</para>
      <para>plaats;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 1a juncto artikel 2 juncto artikel 6 Wet op de economische delicten</para>
      <para>juncto artikel 2.3 aanhef en onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 juli 2012 te</para>
      <para>Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als degene die op het perceel [vestigingsadres] aldaar een inrichting dreef</para>
      <para>als bedoeld in categorie 5.1 van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, in</para>
      <para>elk geval een inrichting als bedoeld in Bijlage I van dat besluit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet alle maatregelen heeft genomen die nodig zijn om zware ongevallen te</para>
      <para>voorkomen en/of de gevolgen daarvan voor mens en/of milieu te beperken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
      <para>op één of meer tijdstip(pen) in die periode,</para>
    </parablock>
    <para>- geen goedgekeurd inspectie- en/of onderhoudsprogramma met betrekking tot de</para>
    <para>brandbestrijdingsmiddelen aanwezig was en/of</para>
    <para>- brandbestrijdingsmiddelen niet doelmatig en/of bedrijfszeker waren en/of</para>
    <para>niet steeds onmiddellijk gebruik konden worden en/of</para>
    <para>- de stationaire blusinstallatie(s) niet eenmaal per jaar (live) werd(en)</para>
    <para>getest en/of</para>
    <para>- geen gedocumenteerde inspectie- en/of onderhoudsmethodiek met betrekking tot</para>
    <para>de seals van tankdaken aanwezig was en/of</para>
    <para>- één of meer vacuüm drukventiel(en) op één of meer tank(s) niet met een</para>
    <parablock>
      <para>frequentie van minimaal eens per vier jaar op hun goede werking  was/waren</para>
      <para>gecontroleerd en/of onderhouden en/of eventueel gerepareerd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- geen opvolging was gegeven aan één of meer tijdens (een) inspectie(s)</para>
    <parablock>
      <para>geconstateerde vereiste reparatie(s) aan één of meer vacuüm drukventiel(en) op</para>
      <para>één of meer tank(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 5 lid 1 Besluit risico's</para>
      <para>zware ongevallen 1999 juncto artikel 25 Besluit risico's zware ongevallen 1999]</para>
      <para>art 5 lid 1 Besluit risico's zware ongevallen 1999</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Parketnummer 10/994547-12</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 tot en met</para>
      <para>4 oktober 2011 te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als werkgever in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
      <para>handelingen heeft verricht en/of heeft nagelaten in strijd met voormelde wet</para>
      <para>en/of de daarop berustende bepalingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft zij, verdachte, binnen haar inrichting gelegen aan de Oude</para>
      <para>Maasweg 6 aldaar,</para>
      <para>één of meer werknemers in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet</para>
      <para>arbeid laten verrichten, bestaande uit het verrichten van metingen van</para>
      <para>vluchtige organische stoffen (VOS) en/of benzeen op de tankdaken van tank(s)</para>
      <para>504 en/of 505 en/of 506, in ieder geval één of meer tank(s) gelegen in tankput</para>
      <para>1, waarin zich benzeen bevond,</para>
      <para>terwijl in strijd met,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 3 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
      <para>zij niet heeft gezorgd voor de veiligheid en/of de gezondheid van die</para>
      <para>werknemer(s) inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en/of daartoe geen</para>
      <para>beleid heeft gevoerd dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 3.5g lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>die werknemer(s) zich bevonden op een of meer plaats(en) waarvan kon worden</para>
      <para>vermoed dat de atmosfeer op die plaats(en) in zodanige mate stoffen (benzeen)</para>
      <para>bevatte(n) dat daardoor gevaar bestond voor bedwelming en/of vergiftiging</para>
      <para>en/of brand en/of explosie,</para>
      <para>terwijl geen onderzoek had plaatsgevonden waaruit bleek dat het gevaar niet</para>
      <para>aanwezig was,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 4.16 lid 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>niet onverwijld maatregelen werden genomen om de concentratie(s) benzeen,</para>
      <para>zijnde een in de Arbeidsomstandighedenregeling aangewezen kankerverwekkende</para>
      <para>en/of mutagene stof, terug te brengen tot beneden de in voornoemde regeling</para>
      <para>vastgestelde grenswaarde met betrekking tot die stof, terwijl sprake was van</para>
      <para>een of meer overschrijding(en) van die grenswaarde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 4.16 lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>de arbeid werd voortgezet, terwijl er geen maatregelen als bedoeld in artikel</para>
      <para>4.16 lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit waren genomen en geen</para>
      <para>doeltreffende maatregelen waren genomen om schade aan de gezondheid van de</para>
      <para>werknemers te voorkomen, dan wel om het blootstellingsniveau met betrekking</para>
      <para>tot benzeen tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde zoals</para>
      <para>vastgesteld in de Arbeidsomstandighedenregeling te brengen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl daardoor, naar zij wist of redelijkerwijs moest weten, levensgevaar</para>
      <para>en/of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemer(s) ontstond</para>
      <para>en/of te verwachten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 2 lid 3 Wet op de</para>
      <para>Economische Delicten]</para>
      <para>art 32 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 tot en met</para>
      <para>4 oktober 2011 te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als werkgever in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet heeft voldaan aan haar verplichting tot naleving van een of meer</para>
      <para>voorschrift(en) en/of verbod(en) vastgesteld bij of krachtens de op grond van</para>
      <para>artikel 16, artikel 20, eerste lid, en artikel 24, negende lid, vastgestelde</para>
      <para>maatregel van bestuur, te weten het Arbeidsomstandighedenbesluit,</para>
      <para>voor zover en op de wijze als bij of krachtens deze maatregel is bepaald,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in strijd met artikel 3.5g lid 1 van voornoemd besluit,</para>
      <para>een of meer werknemer(s) in de zin van artikel 1 Arbeidsomstandighedenwet zich</para>
      <para>bevonden op een of meer plaats(en) waarvan kon worden vermoed dat de atmosfeer</para>
      <para>op die plaats(en) in zodanige mate stoffen (benzeen) bevatte(n) dat daardoor</para>
      <para>gevaar bestond voor bedwelming en/of vergiftiging en/of brand en/of explosie,</para>
      <para>terwijl geen onderzoek had plaatsgevonden waaruit bleek dat het gevaar niet</para>
      <para>aanwezig was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 16 lid 10 juncto lid 11 Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 3.5g</para>
      <para>lid 1 Arbeidsomstandighedenbesluit juncto artikel 9.9a lid 1</para>
      <para>Arbeidsomstandighedenbesluit]</para>
      <para>art 16 lid 10 Arbeidsomstandighedenwet</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Parketnummer 10/997503-12</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 12.2 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd de procedure Product butaanbehandeling PRO-1269,</para>
      <para>zijnde een instructie waarin (onder andere) de te volgen handelwijze was</para>
      <para>aangegeven voor het opstarten van verladingen en/of het in bedrijf zijn van</para>
      <para>verladingen en/of het stoppen van verladingen en/of storingen en/of</para>
      <para>noodsituaties bij verladingen,</para>
      <para>niet door het bedienend personeel gevolgd,</para>
      <para>aangezien in strijd met die procedure niet werd gecontroleerd of de</para>
      <para>dampspanning van het eindproduct niet hoger uitkwam dan 14 psi/100 ºF of 0,96</para>
      <para>bar/37,8 ºC;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 1a juncto artikel 2 juncto artikel 6 Wet op de economische delicten</para>
      <para>juncto artikel 2.3 aanhef en onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2011 tot en met <emphasis role="italic">17</emphasis> augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meermalen, althans eenmaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gehandeld in strijd met voorschrift 11.1 dat verbonden was aan een</para>
      <para>omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in</para>
      <para>artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,</para>
      <para>te weten de krachtens de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging</para>
      <para>oppervlaktewateren bij besluit van 21 december 2004 met kenmerk 265600 door</para>
      <para>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan haar verleende</para>
      <para>vergunning voor de inrichting gelegen aan de [vestigingsadres] <emphasis role="italic">en/of heeft gehandeld in strijd met artikel 17.2, eerste lid, Wet milieubeheer</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd op 6 augustus 2011 geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) <emphasis role="italic">en/of geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland</emphasis> van (mogelijk)</para>
      <para>explosiegevaar op/nabij tank 901 waarin zich (een mengsel van) C9 aromaten</para>
      <para>en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) en/of werd gebutaniseerd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd op 13 augustus 2011 geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) <emphasis role="italic">en/of geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland</emphasis> van één of meer</para>
      <para>leakalarmen en/of een (groot) productverlies uit tank 901 waarin zich (een</para>
      <para>mengsel van) C9 aromaten en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) en/of werd</para>
      <para>gebutaniseerd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>werd <emphasis role="italic">tussen 15 en 17 augustus 2011</emphasis> geen aangifte gedaan bij het Regionaal</para>
      <para>Verbindingscentrum via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) <emphasis role="italic">en/of geen melding gedaan aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland</emphasis> van een leakalarm</para>
      <para>en/of een (groot) productverlies uit tank 901 waarin zich (een mengsel van) C9</para>
      <para>aromaten en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) en/of werd gebutaniseerd</para>
      <para>en/of van de constatering dat in tank 901 hoeveelheden iso-butaan en/of</para>
      <para>n-butaan en/of C9 aromaten niet in de juiste verhouding aanwezig waren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zijnde (telkens) een ongewoon voorval <emphasis role="italic">als bedoeld in artikel 17.1 Wet milieubeheer en/of </emphasis></para>
      <para>dat zich voordeed of had voorgedaan</para>
      <para>binnen haar inrichting en dat (mogelijk) een gevaarlijke situatie buiten de</para>
      <para>inrichting en/of grotere overlast buiten de inrichting en/of grotere</para>
      <para>milieugevolgen kon veroorzaken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 1a juncto artikel 2 juncto artikel 6 Wet op de economische delicten</para>
      <para>juncto artikel 2.3 aanhef en onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2.3 ahf/sub a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
      <para>art 2.3 ahf/sub b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 15 augustus 2011</para>
      <para>te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als degene die op het perceel [vestigingsadres] aldaar een inrichting dreef</para>
      <para>als bedoeld in categorie 5.1 van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, in</para>
      <para>elk geval een inrichting als bedoeld in Bijlage I van dat besluit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet alle maatregelen heeft genomen die nodig zijn om zware ongevallen te</para>
      <para>voorkomen en/of de gevolgen daarvan voor mens en/of milieu te beperken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aangezien,</para>
    </parablock>
    <para>- voorafgaand aan het lossen van het zeeschip [schip] de samenstelling</para>
    <para>en/of de dampspanning van het te leveren butaan niet werd gecontroleerd, en/of</para>
    <para>- voorafgaand aan het lossen van (een mengsel van) iso-butaan en/of n-butaan</para>
    <parablock>
      <para>uit het zeeschip [schip] en/of  het butaniseren in tank 901 niet werd</para>
      <para>gecontroleerd of de dampspanning van het eindproduct niet hoger uitkwam dan 14</para>
      <para>psi/100 ºF of 0,96 bar/37,8 ºC, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- de door [klant] <emphasis role="italic">gemaakte</emphasis> berekening van de dampspanning van het eindproduct</para>
    <parablock>
      <para>na butaniseren in tank 901 niet voorafgaand aan het lossen van het zeeschip</para>
      <para>
        [schip] werd <emphasis role="italic">opgevraagd en/</emphasis>of gecontroleerd, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- na leakalarmen bij tank 901 waarin werd gebutaniseerd en/of waarin zich (een</para>
    <parablock>
      <para>mengsel van) C9 aromaten en/of iso-butaan en/of n-butaan bevond(en) niet werd</para>
      <para>gecontroleerd op (een) gaslekkage(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 5 lid 1 Besluit risico's</para>
      <para>zware ongevallen 1999 juncto artikel 25 Besluit risico's zware ongevallen 1999]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 5 lid 1 Besluit risico's zware ongevallen 1999</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>