<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2013:5642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-24T13:42:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">427314 / HA RK 13-588</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:5642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:5642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-24T13:51:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2013:5642 Rechtbank Rotterdam , 24-07-2013 / 427314 / HA RK 13-588</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2013:5642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechterlijke beslissingen, die door verzoekster aan de wraking ten grondslag zijn gelegd, zijn deels gegeven door andere rechters dan de gewraakte rechter, zodat het verzoek in zoverre feitelijke grondslag ontbeert. Daarenboven is het verzoek niet ingediend zodra de feiten en omstandigheden, waarop de wraking is gegrond, aan verzoekster bekend zijn geworden; immers, de beslissingen zijn aan verzoekster bekend gemaakt bij brieven van 20 maart 2013, 23 april 2013 en 27 mei 2013, terwijl het wrakingsverzoek eerst op 12 juni 2013 bij de rechtbank is ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2013:5642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 24 juli 2013</para>
      <para>Zaaknummer: 427314</para>
      <para>Rekestnummer:  HA RK 13-588</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van <emphasis role="bold">mr. M.K. Asscheman-Versluis</emphasis>, senior-rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton 1 (hierna: de rechter). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para>Bij de rechter is in behandeling de door de Vereniging van Eigenaren van het appartementsgebouw aan de [adres] als eiseres tegen verzoekster als gedaagde ingestelde civielrechtelijke vordering. Die procedure heeft als kenmerk 2011453 CV EXPL 13-10934.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 11 juni 2013, ingekomen ter griffie op 12 juni 2013, heeft verzoekster de rechter gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hiervoor omschreven civielrechtelijke procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster, de rechter, alsmede de gemachtigde van eiseres zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren.  De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 19 juli 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, is niemand verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en het verweer daartegen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1</emphasis>
      </para>
      <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster - kort samengevat - aangevoerd dat de door de rechter ter zittingen van 19 maart 2013, 18 april 2013 en 23 mei 2013 gegeven beslissingen niet juist en derhalve nietig zijn. De rechter heeft alstoen aan de wederpartij van verzoekster telkens uitstel verleend, terwijl daarvoor geen klemmende reden aanwezig waren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>De rechter heeft niet in de wraking berust.  </para>
      <para>De rechter voert aan dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar wrakingsverzoek, omdat niet zij maar andere rechters de beslissingen van 19 maart 2013 en 23 mei 2013 hebben gegeven en voorts omdat het verzoek te laat is ingediend. </para>
      <para>Voor het geval wordt geoordeeld dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek, voert de rechter aan dat het verzoek ongegrond is, nu bij de genomen rolbeslissingen de regels van het landelijk rolreglement in acht zijn genomen. Ook overigens kan volgens de rechter jegens haar niet worden gesproken van een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.1</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>Artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering schrijft voor dat het wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.2</emphasis>
      </para>
      <para>Het fundament van de bezwaren van verzoekster tegen de rechter is gelegen in de beslissingen die zijn genomen ter rolzittingen van 19 maart 2013, 18 april 2013 en 23 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.3</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissingen ter rolzittingen van 19 maart 2013 en 23 mei 2013 zijn gegeven door andere rechters dan de door verzoekster gewraakte rechter. In zoverre ontbeert het wrakingsverzoek feitelijke grondslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.4</emphasis>
      </para>
      <para>Daarenboven kan niet worden gezegd dat het wrakingsverzoek is ingediend zodra de feiten en omstandigheden waarop de wraking is gegrond, aan verzoekster bekend zijn geworden. Immers, de feiten en omstandigheden waarop de wraking is gegrond – zijnde de hiervoor onder 3.3 omschreven beslissingen – zijn aan verzoekster bekend gemaakt bij brieven van de griffier van 20 maart 2013, 23 april 2013 respectievelijk 27 mei 2013, terwijl het wrakingsverzoek eerst op 12 juni 2013 bij de rechtbank is ingediend. Door verzoekster zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de late indiening van het wrakingsverzoek rechtvaardigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van </para>
      <para>mr. M.K. Asscheman-Versluis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 24 juli 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, </para>
      <para>mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. M.K. Asscheman-Versluis</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>