<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2013:4916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-04T09:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">427457 / HA RK 13-593</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:4916">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:4916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-04T09:29:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2013:4916 Rechtbank Rotterdam , 19-06-2013 / 427457 / HA RK 13-593</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2013:4916:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen. Uit het pv van de zitting en het verhandelde ter zitting van de wrakingskamer blijkt dat de rechter op het verzoek tot inzage in het elektronisch dossier van de rechtbank heeft geantwoord dat de rechtbank niet manipuleert met de datum van uitspraken, maar ook dat de rechter vervolgens te kennen heeft gegeven dat hij zich daarover zal beraden in de uitspraak. Met het voorgaande is gegeven dat de rechter zich niet definitief heeft uitgelaten over het verzoek tot inzage in de computerbestanden van de rechtbank. Het verzoek ontbeert dan ook feitelijke grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2013:4916:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10/427457</para>
      <para>rekestnummer: HA RK 13-593</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 19 juni 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>thans gedetineerd in Detentiecentrum te Rotterdam,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde mr. W.P.R. Peeters,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van <emphasis role="bold">mr. A. van ’t Laar</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiekrecht, team bestuur 3 (hierna: de rechter). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 12 juni 2013 heeft de rechter het namens verzoeker ingestelde vervolgberoep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring behandeld. Die procedure draagt zaaknummer AWB 13/13586.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij gelegenheid van die behandeling heeft de gemachtigde van verzoeker de rechter gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de uitsprakenzitting van 15 mei 2013;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vier screenprints van een Word-document;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het dossier van de bodemprocedure met zaaknummer AWB 13/13586;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken van de procedure met zaaknummer AWB 13/10613;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken van de procedure met zaaknummer AWB 13/11114;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de verzoeker, de gemachtigde van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren.  De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 19 juni 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen de gemachtigde van verzoeker, mr. W.P.R. Peeters, en de rechter. De gemachtigde heeft zijn standpunt ter zitting mondeling toegelicht. De rechter heeft hierop een reactie gegeven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en het verweer daartegen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1</emphasis>
      </para>
      <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 mei 2013 heeft verzoeker door tussenkomst van zijn gemachtigde een beroepschrift ingediend tegen de maatregel ex artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Bij brief van </para>
      <para>30 mei 2013 heeft de gemachtigde van verzoeker de gronden van dat beroep aangevuld. Daarbij is ondermeer aangevoerd dat de voortdurende vreemdelingenbewaring van verzoeker onrechtmatig is, omdat op het beroep van verzoeker van 18 april 2013 tegen het voortduren van de vrijheidsbeneming door deze rechtbank nimmer uitspraak is gedaan. Ter zitting van 12 juni 2013 heeft verzoeker erop gewezen dat op 7 juni 2013 alsnog een uitspraak in die zaak, gedateerd 15 mei 2013, is verzonden. </para>
      <para>Verzoeker heeft het sterke vermoeden dat door de rechtbank is gerommeld met data en dat de uitspraak op het beroep van 18 april 2013 pas is gedaan nadat het beroep van 24 mei 2013 was ingediend en in de aanvullende beroepsgronden van 30 mei 2013 was aangevoerd dat op dat beroep geen uitspraak was gedaan. Daarop heeft verzoeker de rechter verzocht het onderzoek te schorsen en hem volledige inzage te geven in het elektronisch dossier van de rechtbank. Nu de rechter daarop te kennen heeft gegeven dat de rechtbank niet manipuleert omdat rechters dat uit hoofde van hun functie nu eenmaal niet doen, en heeft geweigerd verzoeker inzage in het elektronisch dossier te verlenen, is de gerechtvaardigde vrees ontstaan dat de rechter niet onpartijdig is, omdat hij daarmee de verweerder in deze beroepsprocedure favoriseert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>De rechter heeft niet in de wraking berust.  </para>
      <para>De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. De rechter heeft daarbij - kort weergegeven - aangevoerd dat niet valt in te zien dat in dit geval de zitting had moeten worden geschorst en de gevraagde informatie had moeten worden overgelegd alvorens het beroep inhoudelijk verder te behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.1</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.2</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het proces-verbaal van de zitting van 12 juni 2013 en het verhandelde ter zitting van de wrakingskamer blijkt dat de rechter op het verzoek tot inzage in het elektronisch dossier van de rechtbank heeft geantwoord dat de rechtbank niet manipuleert met de datum van uitspraken, maar ook dat de rechter vervolgens te kennen heeft gegeven dat hij zich daarover zich zal beraden in de uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.3</emphasis>
      </para>
      <para>Met het voorgaande is gegeven dat de rechter zich niet definitief heeft uitgelaten over het verzoek tot inzage in de computerbestanden van de rechtbank. Het verzoek ontbeert dan ook feitelijke grondslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek tot wraking van mr. A. van ’t Laar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 19 juni 2013 door mr. A.J.P. van Essen voorzitter, <?linebreak?>mr. M.G.L. de Vette en mr. J.H. Janssen, rechters. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mr. W.P.R. Peeters</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. A. van ’t Laar</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>IND, afdeling proces-vertegenwoordiging</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>