<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2013:3495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:19:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-13_2107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:75a&amp;g=2013-05-08">Algemene wet bestuursrecht 8:75a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:3495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2013:3495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-28T12:12:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2013:3495 Rechtbank Rotterdam , 08-05-2013 / AWB-13_2107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2013:3495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pkv toewijzen. De voorzieningenrechter acht het onaannemelijk dat de aangebrachte aanpassingen in de maatschappelijke opvang niet in direct of indirect verband staan met het verzoek om voorlopige voorziening of met de lopende beroepsprocedure, mede gelet op de inhoud van de zich in het dossier bevindende e-mailwisseling, waarin wordt verwezen naar de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2013:3495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Bestuursrecht 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: ROT 13/2109 en ROT 13/2457</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 mei 2013 als bedoeld in artikel 8:84, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, te Rotterdam, verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.C. Cerezo-Weijsenfeld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: M.E. Braak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 8 mei 2013 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de zaak met zaaknummer ROT 13/2109 in de proceskosten tot een bedrag van € 472,00, te betalen aan verzoeker. </para>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot veroordeling van verweerder in de proceskosten in de zaak met zaaknummer ROT 13/2457 af. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ROT 13/2109</emphasis>
      </para>
      <para>Verweerder heeft bij besluit van 4 december 2012 verzoeker op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning toegelaten tot de maatschappelijke opvang bij locatie De Brug. Bij besluit van 12 maart 2013 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld. </para>
      <para>Vaststaat dat eiser rolstoelafhankelijk is en dat De Brug niet beschikte over een rolstoelgeschikte wc en douche. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende de opdracht aan verweerder om zowel overdag als ’s nachts adequate opvang te bieden aan verzoeker met voldoende leefgeld. Eén van de oplossingen die verzoeker heeft aangedragen is dat De Brug wordt aangepast. Uit de door verweerder overgelegde e-mailwisseling tussen de medewerkers van verweerder en een medewerker van De Brug van 18 en 24 april 2013 blijkt dat in De Brug inmiddels een rolstoelgeschikte wc en douche zijn aangebracht. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder hiermee gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Dat deze aanpassingen, zoals verweerder betoogt, niet in direct of indirect verband staan met het verzoek om voorlopige voorziening of met de lopende beroepsprocedure, komt de voorzieningenrechter, mede gelet op de inhoud van de zich in het dossier bevindende e-mailwisseling, waarin wordt verwezen naar de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening, onaannemelijk voor. Nu verzoeker vanwege de gedeeltelijke tegemoetkoming het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingetrokken en verzoeker proceskosten heeft gemaakt, is het verzoek om vergoeding van de proceskosten gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoeker, gelet op artikel 8:82, zesde lid, van de Awb, verweerder kan verzoeken het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ROT 13/2457</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoeker heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende de opdracht aan verweerder om hem een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand te verstrekken naar de voor verzoeker geldende norm. Nu verweerder niet aan dit verzoek is tegemoetgekomen, dient het verzoek om vergoeding van de proceskosten te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van  J. van Mazijk, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>