<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T12:31:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AY6243</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">253637/HAZA 06-143</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:25:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243 Rechtbank Rotterdam , 12-07-2006 / 253637/HAZA 06-143</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>nietigverklaring inleidende dagvaarding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>R E C H T B A N K   R O T T E R D A M</para>
      <para>sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer: 253637/HAZA 06-143</para>
      <para>Uitspraak: 12 juli 2006</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[Opposante],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>opposante,</para>
      <para>procureur mr L. Vos,</para>
      <para>advocaat mr. P.A. de Lange,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- tegen -</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[geopposeerde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>procureur en advocaat mr N.A. de Graaff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen worden hierna aangeduid als [opposante], respectievelijk [geopposeerde].</para>
    <para />
    <para />
    <para>1.  Het verloop van het geding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:</para>
      <para>-	inleidende dagvaarding d.d. 11 maart 2005 en de conclusie van eis;</para>
      <para>-	door deze rechtbank op 20 april 2005 onder rolnummer 235465/HAZA 05-928 bij verstek gewezen vonnis, alsmede rectificatie d.d. 27 juli 2005;</para>
      <para>-	verzetdagvaarding d.d. 8 november 2005;</para>
      <para>-	conclusie van eis in oppositie;</para>
      <para>-	proces-verbaal van de op 12 april 2006 gehouden comparitie van partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. De vaststaande feiten</para>
    <para />
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inleidende dagvaarding is op 11 maart 2005 uitgebracht aan de [straat,  huisnummer en gemeente] en aldaar in een gesloten envelop achtergelaten omdat niemand werd aangetroffen. Deze woning was reeds in januari 2005 verkocht en [opposante] was er in maart 2005 niet meer woonachtig.  </para>
      <para>De procureur van [geopposeerde] had geen uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie betreffende  [opposante] opgevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Het vonnis waartegen verzet</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft bij voornoemd vonnis van 20 april 2005 en het daarop gevolgde rectificatie-vonnis d.d. 27 juli 2005  [opposante] overeenkomstig de eis veroordeeld tot het laten taxeren van eerdergenoemde woning.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Het verweer</para>
    <para />
    <para>De eis in oppositie strekt primair tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding, alsmede  tot veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het  verzet, een bedrag aan kosten voor procureurstelling daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>5. De beoordeling </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>                  5.1 De inleidende dagvaarding is aan een onjuist adres uitgebracht. </para>
      <para>5.2 Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De inleidende dagvaarding zal alsnog nietig worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>[Geopposeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstekprocedure en de verzetprocedure worden veroordeeld.  </para>
    <para />
    <para />
    <para>6. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>in oppositie,</para>
    <para />
    <para>verklaart [opposante] ontvankelijk in haar verzet;</para>
    <para />
    <para>vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank d.d. 20 april 2005 alsmede het  daarop gevolgde rectificatie-vonnis d.d. 27 juli 2005;</para>
    <para />
    <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para />
    <para>verklaart de inleidende dagvaarding d.d. 11 maart 2005 nietig;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>veroordeelt  [geopposeerde] in de kosten van de verstekprocedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van  [opposante] begroot op € 658,60, en in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [opposante] behoudens na te melden kosten tot op heden begroot op € 1097,60, waarvan € 244,00 aan griffierrecht en op € 85,60 aan overige verschotten en € 768,00 aan salaris voor de procureur;</para>
    <para />
    <para>verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Pauw Gerlings-Döhrn.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>