<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:00:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3678</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">VDIVERS 99/1994, 99/1998, 99/2012</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678 Rechtbank Rotterdam , 10-09-1999 / VDIVERS 99/1994, 99/1998, 99/2012</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:1999:AA3678:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>442 / ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROTTERDAM</para>
    <para />
    <para>President</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Reg. nrs.: VDIVERS 99/1994-SCR</para>
      <para>          VDIVERS 99/1998-SCR</para>
      <para>          VDIVERS 99/2012-SCR</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>naar aanleiding van de verzoeken om voorlopige voorziening als </para>
      <para>bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in </para>
      <para>verband met de procedures tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Horeca A B.V., gevestigd te B, verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde mr. G.P. Lobé, advocaat te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>? het dagelijks bestuur van de deelgemeente Feijenoord, </para>
      <para>verweerder 1;</para>
      <para>? de directeur van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, </para>
      <para>verweerder 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mede als partij heeft aan dit geding deelgenomen:</para>
      <para>de gemeente Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Ontstaan en loop van de procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 september 1999 heeft verweerder 1 het </para>
      <para>Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, afdeling Beheer Onroerend Goed, </para>
      <para>aangeschreven tot het treffen van voorzieningen aan de panden </para>
      <para>gelegen aan de […]straat 171 tot en met 175, waarbij op </para>
      <para>basis van artikel 24 van de Woningwet de keuze is gelaten tussen </para>
      <para>het ofwel binnen 4 werkdagen slopen van de panden ofwel het </para>
      <para>treffen van zodanige voorzieningen dat het gevaar voor de omgeving </para>
      <para>en de gebruikers van het pand wordt weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 6 september 1999 is verzoekster namens verweerder 1 </para>
      <para>verzocht om gehoor te geven aan het verbod ingevolge artikel 7.2.1 </para>
      <para>van de Bouwverordening Rotterdam 1993 en om het pand gelegen </para>
      <para>aan de […]straat 173 niet meer te gebruiken op grond van </para>
      <para>genoemd artikel in verband met direct gevaar voor de omgeving en </para>
      <para>eventuele bezoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Per faxbericht van 7 september 1999 heeft verweerder 2 verzoekster </para>
      <para>medegedeeld dat het pand […]straat 173 niet meer mag </para>
      <para>worden gebruikt, dat dit pand op de kortst mogelijke termijn dient te </para>
      <para>worden gesloopt en dat de sloop van het onderhavige pand op </para>
      <para>vrijdag 10 september 1999 zal aanvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verzoekster is bij brieven van 8, 9 en 10 september 1999 </para>
      <para>bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 september 1999, de brief </para>
      <para>van gelijke datum van verweerder 1 en het faxbericht van 7 </para>
      <para>september 1999 van verweerder 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de gemachtigde van verzoekster bij brief van 9 </para>
      <para>september 1999, nader aangevuld op 10 september 1999, de </para>
      <para>president verzocht een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september </para>
      <para>1999. Verzoekster heeft zich laten vertegen-woordigen door haar </para>
      <para>gemachtig-de, bijgestaan door zijn kantoorgenoot mr. F.I.S.A.L. van </para>
      <para>Velsen. Ver-weerders 1 en 2 hebben zich laten vertegenwoordigen </para>
      <para>door mr. S. Brevet, bijgestaan door A. van Stekelenburg, B. Slotboom </para>
      <para>en J. van Herk. Blijkens het verhandelde ter zitting heeft de </para>
      <para>gemeente Rotterdam zich eveneens laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. S. Brevet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de president mondeling </para>
      <para>uitspraak gedaan zoals opgenomen onder rubriek 3 van deze </para>
      <para>uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet </para>
      <para>be-stuurs-recht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de </para>
      <para>recht-bank beroep is ingesteld dan wel, voor-afgaand aan een </para>
      <para>moge-lijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of </para>
      <para>admini-stra-tief beroep is inge-steld, de president van de rechtbank </para>
      <para>die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een </para>
      <para>voorlo-pige voorzie-ning treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de </para>
      <para>betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorzover de daartoe uit te voeren toetsing meebrengt dat de </para>
      <para>recht-matigheid van de bestreden besluiten wordt beoordeeld, heeft </para>
      <para>het oordeel van de president een voorlopig karakter en is dat oordeel </para>
      <para>niet bindend voor de beslissingen op bezwaar of eventueel in de </para>
      <para>hoofdzaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de </para>
      <para>gemeente Rotterdam sinds 5 juni 1998 eigenaar van het pand aan </para>
      <para>(onder andere) de […]straat 173 te Rotter-dam. Verzoekster </para>
      <para>is sinds 1 februari 1994 huurster van dit pand en exploiteert daarin </para>
      <para>haar onderneming, althans wordt deze onderneming mede voor haar </para>
      <para>rekening en risico gedreven in dat pand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 april 1998 heeft verweerder 1 aan het </para>
      <para>Ontwikke-lingsbedrijf Rotterdam vergunning verleend tot het slopen </para>
      <para>van (onder andere) het pand gelegen aan de […]straat 173.</para>
      <para>Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend, de president </para>
      <para>is daar althans niet van gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verhandelde ter zitting volgt dat inmiddels - op basis van de </para>
      <para>op 6 april 1998 verleende sloopvergunning - de in die vergunning </para>
      <para>genoemde panden waren gesloopt, met uitzondering van de panden </para>
      <para>aan de […]straat 171 tot en met 175.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het pand […]straat 175 heeft op 21 augustus 1999 brand </para>
      <para>gewoed. Kort daarop is dit pand gesloopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het besluit van verweerder 1 van 6 september </para>
      <para>1999</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit besluit heeft verweerder 1 het Ontwikkelingsbedrijf Rotter-dam </para>
      <para>(eigenlijk: de gemeente Rotterdam) als eigenaar van de panden </para>
      <para>[…]-straat 171 tot en met 175 aangeschreven tot het treffen van </para>
      <para>voorzieningen aan genoemde panden.</para>
      <para>Hierbij is overwogen dat de panden niet voldoen aan een aantal </para>
      <para>voorschriften uit het Bouwbesluit, waarbij het met name gaat om het </para>
      <para>feit dat sprake is van onvoldoende stabiliteit en samenhang van de </para>
      <para>panden (de gevels staan los van de rest van de panden, een </para>
      <para>strijdig-heid met artikel 73 van het Bouwbesluit) en het feit dat de </para>
      <para>panden niet meer waterdicht zijn (door de scheuren en kieren in de </para>
      <para>panden loopt water naar binnen, een strijdigheid met artikel 89 van </para>
      <para>het Bouwbesluit).</para>
      <para>Tevens is overwogen dat, gelet op de zeer slechte staat van de </para>
      <para>panden en de kosten die het treffen van voorzieningen met zich </para>
      <para>zouden brengen, het feit dat het gaat om een slooplocatie en dat de </para>
      <para>verdere levensduur van de panden nihil is, het treffen van </para>
      <para>voorzie-ningen als "niet-redelijk" in de zin van artikel 23 van de </para>
      <para>Woningwet moet worden beschouwd.</para>
      <para>Voorts is overwogen dat, nu verweerder 1 van oordeel is dat sprake </para>
      <para>is van groot gevaar voor zowel de directe omgeving van de panden </para>
      <para>als mogelijke gebruikers van de panden, de keuze wordt gegeven </para>
      <para>tussen enerzijds het treffen van de benodigde voorzieningen en </para>
      <para>anderzijds het binnen 4 werkdagen slopen van de panden, waarbij </para>
      <para>verweerder 1, gelet op het grote risico voor de omgeving van de </para>
      <para>panden, van oordeel is dat alleen met het slopen van de panden het </para>
      <para>gevaar kan worden weggenomen.</para>
      <para>Tenslotte is overwogen dat dan ook besloten is op basis van artikel </para>
      <para>14, eerste lid, en 17, eerste lid, in combinatie met artikel 21, tweede </para>
      <para>lid, van de Woningwet aan te schrijven, waarbij op basis van artikel </para>
      <para>24 van de Woningwet de keuze wordt gelaten tussen ofwel het </para>
      <para>binnen 4 werkdagen slopen van de panden ofwel het treffen van </para>
      <para>zodanige voorzieningen dat het gevaar voor de omgeving en </para>
      <para>gebruikers van het pand wordt weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van verzoekster is gesteld dat zij belanghebbende is bij </para>
      <para>het door haar bestreden besluit van 6 september 1999 van </para>
      <para>verweerder 1, aangezien haar positie als huurster van het pand aan </para>
      <para>de […]straat 173 te Rotterdam ingrijpend wordt aangetast </para>
      <para>door dit besluit en de uitvoering daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder 1 heeft in dit verband gesteld dat verzoekster niet als </para>
      <para>belanghebbende bij de aanschrijving van 6 september 1999 kan </para>
      <para>worden aangemerkt, aangezien van feitelijk gebruik van het </para>
      <para>betrokken pand door verzoekster al maanden geen sprake meer is </para>
      <para>en de nog aanwezige inventaris van verzoekster in het pand dermate </para>
      <para>gering in omvang is dat deze goederen op eenvoudige wijze uit het </para>
      <para>pand kunnen worden verwijderd en elders kunnen worden </para>
      <para>opgeslagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De president overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:1 in verbinding met artikel 7:1 van de Awb kan </para>
      <para>een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit en </para>
      <para>vervolgens beroep instellen bij de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 1:2 van de Awb is bepaald dat onder belanghebbende </para>
      <para>wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit </para>
      <para>betrokken is.</para>
      <para>Hierbij moet sprake zijn van </para>
      <para>- een eigen belang;</para>
      <para>- een persoonlijk belang;</para>
      <para>- een objectief bepaalbaar belang;</para>
      <para>- een rechtstreeks belang, waarbij voldoende nauw causaal verband </para>
      <para>tussen het besluit en het getroffen belang dient te bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De president is gelet op de feiten en omstandigheden van het </para>
      <para>onderhavige geval zoals die zijn gebleken uit de door partijen </para>
      <para>overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat </para>
      <para>zou kunnen worden betwijfeld of verzoekster in haar hoedanigheid </para>
      <para>van huurster van het betreffende pand als belanghebbende bij het </para>
      <para>besluit van 6 september 1999 kan worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zo al zou moeten worden aangenomen dat verzoekster wel als </para>
      <para>belang-hebbende bij genoemd besluit kan worden aangemerkt, kan </para>
      <para>de president verzoeksters gemachtigde niet volgen in zijn opvatting </para>
      <para>dat verzoek-ster een spoedeisend belang heeft bij het treffen van </para>
      <para>een voorlopige voorziening ten aanzien van dat besluit.</para>
      <para>In dit oordeel heeft de president betrokken dat van (recent) feitelijk </para>
      <para>gebruik van het betrokken pand door verzoekster niet is gebleken en </para>
      <para>dat de nog aanwezige goederen van verzoekster in het pand op </para>
      <para>eenvoudige wijze te verwijderen zijn en elders opgeslagen kunnen </para>
      <para>worden. Daarnaast is niet gebleken van feiten en/of </para>
      <para>omstan-digheden op grond waarvan verweerder niet (meer) </para>
      <para>gerechtigd - in publiek-rechtelijke zin - zou zijn om reeds op basis </para>
      <para>van de rechtens onaantastbaar geworden sloopvergunning van 6 </para>
      <para>april 1998 tot uitvoering van de sloop over te gaan.</para>
      <para>Voorts merkt de president nog op dat de privaatrech-telijke </para>
      <para>geschil-len die tussen verzoekster en de gemeente Rotterdam </para>
      <para>bestaan in het kader van het al dan niet van rechtswege ontbonden </para>
      <para>zijn van de huurovereen-komst in verband met het in economische </para>
      <para>en juridische zin geheel vergaan zijn van het verhuurde, evenmin tot </para>
      <para>het oordeel kunnen leiden dat verzoekster een spoedeisend belang </para>
      <para>heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reeds gelet op het voorgaande komt het verzoek om een voorlopige </para>
      <para>voorziening te treffen ten aanzien van het besluit van verweerder 1 </para>
      <para>van 6 september 1999 niet voor toewijzing in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de brief van 6 september 1999 van verweerder </para>
      <para>1 en het faxbericht van 7 september 1999 van verweerder 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 6 september 1999 heeft verweerder 1 verzoekster </para>
      <para>medegedeeld dat de bouwinspecteur, de heer Groen, op 2 </para>
      <para>september 1999 heeft geconstateerd dat de bouwkundige staat van </para>
      <para>de panden gelegen aan de […]straat 171 en 173 zo slecht </para>
      <para>is, dat direct gevaar voor de omgeving en eventuele bezoekers van </para>
      <para>deze panden bestaat. De heer Groen heeft hierop aan de afdeling </para>
      <para>Sloopwerken van de dienst Gemeentewerken verzocht het trottoir </para>
      <para>direct voor de panden met een hek af te zetten, zodat het gevaar iets </para>
      <para>kleiner zou worden. Een daadwerkelijke oplossing is hiermede echter </para>
      <para>niet bereikt.</para>
      <para>Voorts is medegedeeld dat het op grond van artikel 7.2.1 van de </para>
      <para>Bouwverordening Rotterdam 19993 verboden is een bouwwerk te </para>
      <para>gebruiken indien zulks gevaarlijk is in verband met de </para>
      <para>bouwvallig-heid van het bouwwerk dan wel de bouwvalligheid van </para>
      <para>een in de nabijheid gelegen bouwwerk.</para>
      <para>Verzocht is dan ook gehoor te geven aan dit verbod en het pand </para>
      <para>gelegen aan de […]straat 173 niet meer te gebruiken op </para>
      <para>grond van bovengenoemd artikel van de Bouwverordening </para>
      <para>Rotterdam 1993 in verband met direct gevaar voor de omgeving en </para>
      <para>eventuele bezoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Per faxbericht van 7 september 1999 heeft verweerder 2 verzoekster </para>
      <para>medegedeeld dat op last van Bouw- en Woningtoezicht het pand </para>
      <para>[…]straat 175 na de brand alsnog is gesloopt, waardoor de </para>
      <para>combinatie […]straat 173/171 bouwkundig instabiel is </para>
      <para>geworden en instortingsgevaar dreigt.</para>
      <para>Voorts is medegedeeld dat de panden niet meer gebruikt mogen </para>
      <para>worden en dat zij op de kortst mogelijke termijn dienen te worden </para>
      <para>gesloopt.</para>
      <para>Tenslotte is medegedeeld dat de sloop van de onderhavige panden </para>
      <para>vrijdag 10 september 1999 zal aanvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van verzoekster is gesteld dat de brief van verweerder 1 </para>
      <para>van 6 september 1999 als besluit in de zin van de Awb dient te </para>
      <para>worden aangemerkt, aangezien deze brief volgens verzoekster te </para>
      <para>vergelijken is met de aanschrijving aan het Ontwikkelingsbedrijf </para>
      <para>Rotterdam van 6 september 1999. Tevens dient de aanzegging tot </para>
      <para>sloop als bedoeld in het faxbericht van verweerder 2 van 7 </para>
      <para>september 1999 als besluit in de zin van de Awb te worden </para>
      <para>aangemerkt, aangezien dit eveneens voortvloeit uit genoemde </para>
      <para>aanschrijving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van verweerder 1 en verweerder 2 is in dit verband </para>
      <para>gesteld dat de brief van verweerder 1 van 6 september 1999 geen </para>
      <para>besluit als bedoeld in de Awb behelst, maar slechts een verzoek om </para>
      <para>gehoor te geven aan het verbod ingevolge artikel 7.2.1 van de </para>
      <para>Bouwverordening Rotterdam 1993.</para>
      <para>Het faxbericht van verweerder 2 van 7 september 1999 is evenmin </para>
      <para>een besluit in de zin van de Awb; dit is slechts een feitelijke </para>
      <para>mededeling van de eigenaar van het pand aan de huurder van dat </para>
      <para>pand, inhoudende dat hij zich als eigenaar zal houden aan de hem </para>
      <para>opgelegde last.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De president overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hierboven reeds is overwogen kan een belanghebbende </para>
      <para>ingevolge artikel 8:1 in verbinding met artikel 7:1 van de Awb </para>
      <para>bezwaar maken tegen een besluit en vervolgens beroep instellen bij </para>
      <para>de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald dat onder besluit </para>
      <para>wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, </para>
      <para>inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De president is met verweerder van oordeel dat vooralsnog aan </para>
      <para>gerede twijfel onderhevig is of aan de brief van verweerder 1 van 6 </para>
      <para>september 1999 en het faxbericht van verweerder 2 van 7 september </para>
      <para>1999 het uit artikel 1:3 van de Awb voortvloeiende besluitkarakter </para>
      <para>kan worden toegekend.</para>
      <para>Hierbij heeft de president in aanmerking genomen dat de brief van </para>
      <para>verweerder 1 van 6 september 1999, gelet op de bewoordingen </para>
      <para>daarvan,  naar zijn voorlopig oordeel als mededeling/verzoek van </para>
      <para>feitelijke aard moet worden aangemerkt en niet als te zijn gericht op </para>
      <para>rechtsge-volg. Het verbod om het betrokken pand te gebruiken vloeit </para>
      <para>overigens rechtstreeks voort uit het in de brief van 6 september 1999 </para>
      <para>genoemde artikel 7.2.1 van de Bouwverordening Rotterdam 1993. </para>
      <para>Aan de vraag of dit verbod te dezen ook geldt, doet de door </para>
      <para>verzoek-ster bestreden brief op zichzelf niets toe of af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het faxbericht van verweerder 2 van 7 september </para>
      <para>1999 heeft de president hierbij in aanmerking genomen dat dit </para>
      <para>bericht naar zijn voorlopig oordeel eveneens als mededeling van </para>
      <para>feitelijke aard dient te worden aangemerkt, welke geen verdere </para>
      <para>strekking heeft dan namens verweerder 2 is betoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat verweerder 1 het namens verzoekster </para>
      <para>ingediende bezwaar tegen zijn brief van 6 september 1999 naar </para>
      <para>verwachting niet-ontvanke-lijk zal verklaren en dat verweerder 2 het </para>
      <para>namens verzoekster ingediende bezwaar tegen zijn faxbericht van 7 </para>
      <para>september 1999 naar verwachting eveneens niet-ontvankelijk zal </para>
      <para>verklaren, zodat er geen aanleiding is voor het treffen van een </para>
      <para>voorlopige voorziening ten aanzien van bedoelde brief en faxbericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de president geen </para>
      <para>aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De president,</para>
    <para />
    <para>recht doende:</para>
    <para />
    <para>wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.J. Schoor als president.</para>
      <para>De beslissing is, in tegenwoordig-heid van mr. C.W. van der Wal-de </para>
      <para>Jong als griffier, uitge-sproken in het openbaar op 10 september </para>
      <para>1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De griffier:                     De president:</para>
    <para />
    <para>Afschrift verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>