<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:55:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD5430</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Roermond" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Roermond</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84801 / HA ZA 08 - 132</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:54:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430 Rechtbank Roermond , 21-05-2008 / 84801 / HA ZA 08 - 132</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betekeningsperikelen. Geen sprake van het prijsgeven van de woonstede zoals bedoeld in artikel 1:11 lid 1 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ROERMOND</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civielrecht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 84801 / HA ZA 08-132</para>
    <para />
    <para>Vonnis in incident van 21 mei 2008</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats A] (Duitsland),</para>
      <para>opposant in de hoofdzaak</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>IFN FINANCE B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>geopposeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] en IFN genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1. De procedure</para>
      <para>1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het exploot van verzetdagvaarding d.d. 15 februari 2008 tevens houdende een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring,</para>
      <para>- de incidentele conclusie van antwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De beoordeling in het incident</para>
      <para>2.1. [eiser] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en bepaalt dat [eiser] zal worden ontheven van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis door de rechtbank Roermond op 19 december 2007 met zaaknummer 83367 / HA ZA 07-952. IFN voert verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2. [eiser] stelt dat zijn woonplaats zich te [woonplaats A] (Duitsland) bevindt en niet te [woonplaats B], gemeente [plaatsnaam] (Limburg). IFN had [eiser] daarom dienen te dagvaarden te [woonplaats A] (Duitsland) in plaats van te [woonplaats B]. Aangezien hij aldus - naar eigen zeggen - geen bekende woon- en verblijfplaats in Nederland heeft en IFN gevestigd is te Rotterdam, is de rechtbank Rotterdam bevoegd om over het geschil in de hoofdzaak te oordelen en niet de rechtbank Roermond.         </para>
    <para />
    <para>2.3. Nu [eiser] heeft gesteld dat hij IFN op 21 juli 2007 per e-mail heeft bericht dat hij verhuisd is, houdt de rechtbank het ervoor dat [eiser] in ieder geval tot 21 juli 2007 zijn woonstede (en daarmee zijn woonplaats) in [woonplaats B] heeft gehad. De vraag die dan rijst is of [eiser] zijn woonstede heeft prijsgegeven. </para>
    <para />
    <para>2.4. Lid 1 van artikel 1:11 BW bepaalt dat een natuurlijk persoon zijn woonstede verliest door daden, waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven en lid 2 bepaalt dat iemand wordt vermoed zijn woonstede te hebben verplaatst, wanneer hij daarvan op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de betrokken gemeentebesturen kennis heeft gegeven. </para>
    <para />
    <para>2.5. In voormelde e-mail van 21 juli 2007 heeft [eiser] aan IFN bericht: “Deze brief zal wegens omstandigheden niet aankomen, mijn nieuwe adres is [adres] te D-[postcode] [woonplaats A]”. De rechtbank deelt het standpunt van IFN dat uit deze e-mail niet onmiskenbaar volgt dat [eiser] zijn woonstede heeft willen prijsgeven. Voorts zijn door [eiser] geen nadere aanknopingspunten aangedragen waaruit zulks wel blijkt. [eiser] heeft zich daarnaast niet laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente [plaatsnaam], zodat IFN op grond daarvan ook niet kon vermoeden dat [eiser] zijn woonstede had verplaatst naar [woonplaats A]. Derhalve kon naar het oordeel van de rechtbank IFN [woonplaats B] als woonstede van [eiser] aanmerken ten tijde van het uitbrengen van haar inleidende dagvaarding d.d. 19 december 2007. De stelling van [eiser] dat hij werkzaam is in Duitsland doet hieraan niet af. Immers, het werkzaam zijn in Duitsland sluit niet uit dat men hier ten lande zijn woonstede heeft, zoals bijvoorbeeld te [woonplaats B] (nabij de Duitse grens gelegen). </para>
    <para />
    <para>2.6. Nu [eiser] geacht wordt (ook) zijn woonstede te hebben (gehad) te [woonplaats B] ten tijde van uitbrengen van de inleidende dagvaarding is de rechtbank bevoegd over het geschil in de hoofdzaak te oordelen. De incidentele vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2.7. De rechtbank wijst de vordering van [eiser] strekkende tot ontheffing van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis van 19 december 2007 eveneens af, omdat de beoordeling daarvan -voorzover nodig- in de hoofdzaak plaatsvindt en niet reeds bij de beoordeling van onderhavig incident. </para>
    <para />
    <para>2.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident</para>
      <para>3.1. wijst het gevorderde af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van IFN tot op heden begroot op EUR 452,- ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak </para>
      <para>3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 juli 2008 voor conclusie van antwoord in oppositie zijdens IFN. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2008.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>