<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T00:20:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT3448</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Roermond" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Roermond</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">65414 / HA ZA 0 - 39</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ5850" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ5850</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ5852" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ5852</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ5853" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ5853, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=224">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 224</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2005, 189</rdf:li>
          <rdf:li>JBPr 2005/58 met annotatie van mr. J.F. de Heer</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:12:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448 Rechtbank Roermond , 30-03-2005 / 65414 / HA ZA 0 - 39</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten. De vraag is of de uitzonderingssituatie van art. 224 lid 2 Rv zich voordoet en wat de woonplaats van verweerder in het incident is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROE:2005:AT3448:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>uitspraak: 30 maart 2005</para>
    <para />
    <para>V O N N I S IN HET INCIDENT</para>
    <para />
    <para>van de rechtbank Roermond</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>eiseres in het incident, gedaagde in de hoofdzaak:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>C.A.B. TRUCK TRADING B.V., </para>
      <para>gevestigd te Weert,</para>
      <para>procureur: mr. M.F.J.J.M. Tijssen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para>gedaagde in het incident, eiser in de hoofdzaak:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde], </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ([buitenland]),</para>
      <para>procureur: mr. J.B.T. van ’t Grunewold.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen worden als CAB respectievelijk [gedaagde].</para>
    <para />
    <para>1. Inhoud van het procesdossier</para>
    <para />
    <para>Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- de dagvaarding van 22 december 2004;</para>
      <para>- de akte in geding brengen stukken;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot zekerheidstelling voor proceskosten van CAB;</para>
      <para>- de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van het incident</para>
    <para />
    <para>2.1 CAB vordert in het incident [gedaagde] te veroordelen om zekerheid te stellen voor de proceskosten en schadevergoeding waartoe hij veroordeeld kan worden op een door de rechtbank te bepalen wijze voor een bedrag van € 13.394,74, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het incident. CAB voert aan dat [gedaagde], ook al zou hij in [buitenland] staan ingeschreven, niet geacht mag worden aldaar in overwegende mate zijn verblijf te hebben. CAB stelt dat [gedaagde] in [(ander) buitenland] woont.</para>
    <para />
    <para>2.2. [gedaagde] stelt dat hij in [buitenland] staat ingeschreven, dat hij daar zijn bedrijfsvoering heeft, dat hij met zijn partner in [buitenland] woont en dat zijn partner in [buitenland] werkzaam is. Hij meent dat de vordering van CAB afgewezen moet worden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.Vaststaat dat [gedaagde] geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. In beginsel dient [gedaagde] derhalve zekerheid te stellen. Beoordeeld dient evenwel te worden of een van de uitzonderingssituaties zoals genoemd in artikel 224 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) zich voordoet. Ingevolge het bepaalde in dat artikel bestaat geen verplichting tot het stellen van zekerheid:</para>
      <para>a. (…);</para>
      <para>b. indien een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding op grond van het Statuut voor het Koninkrijk, een verdrag of een EG-verordening ten uitvoer zal kunnen worden gelegd ter plaatse waar degene van wie zekerheid gevorderd wordt, zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft;</para>
      <para>c. (…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4. Waar het in het incident om gaat is de beantwoording van de vraag of [gedaagde] zijn woon- of verblijfplaats, dat wil zeggen: het centrum van zijn sociale en economische activiteiten, in [buitenland] heeft. Bij bevestigende beantwoording van die vraag behoeft [gedaagde] geen zekerheid te stellen, nu een eventueel vonnis waarbij [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld in [buitenland] ten uitvoer kan worden gelegd op grond van de EG-Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (vgl. artikel 38 en 51 van die Verordening).</para>
    <para />
    <para>2.5. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stellingen en de inhoud van de stukken voldoende vast is komen te staan dat [gedaagde] zijn woonplaats in [buitenland] heeft. Dit oordeel wordt als volg toegelicht. </para>
    <para />
    <para>2.6. Bij incidentele conclusie van antwoord heeft [gedaagde] een certificat d’insciption aux registres de la population gedateerd 7 maart 2005 overgelegd. In dat certificat wordt vermeld dat [gedaagde] sedert 24 maart 2000 staat ingeschreven op het adres [adres], [woonplaats]. Weliswaar wijkt dit adres af van het adres in de dagvaarding (daar wordt vermeld: [woonplaats], [adres]), maar de rechtbank gaat ervan uit dat dit om een vergissing gaat. Vaststaat dat [gedaagde] sedert 5 jaar staat ingeschreven op een adres in [buitenland]. De rechtbank leidt uit deze inschrijving het vermoeden af dat [gedaagde] woonplaats in [buitenland] heeft (vgl. artikel 1:11 lid 2 BW).</para>
    <para />
    <para>2.7. Het enkele feit dat het door [gedaagde] opgegeven factuuradres (als productie 2 door [gedaagde] in het geding gebracht) niet in [buitenland] maar in [(ander) buitenland] is gelegen en het feit dat de vrachtwagens zich aldaar bevinden, is onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat het centrum van de sociale en economische activiteiten van [gedaagde] in [(ander) buitenland] ligt. Zo is bijvoorbeeld niet gesteld of gebleken dat het factuuradres het woonadres is of dat [gedaagde] op een ander adres in [(ander) buitenland] woont, dat [gedaagde] met zijn echtgenote in [(ander) buitenland] woont en dat zijn onderneming in [(ander) buitenland] is gevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.8. Gelet op het bovenstaande en de stelling van [gedaagde] dat zijn echtgenote in [buitenland] werkt en dat [gedaagde] zijn bedrijfsvoering in [buitenland] heeft, moet ervan uitgegaan worden dat [gedaagde] woonplaats in [buitenland] heeft. Dit leidt tot de slotsom dat de incidentele vordering van CAB dient te worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2.9. De vraag wie de proceskosten voor de incidentele vordering moet dragen, zal beantwoord worden op het moment dat in de hoofdzaak een eindbeslissing genomen zal worden.</para>
    <para />
    <para />
    <para>B E S L I S S I N G:</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>wijst de incidentele vordering af;</para>
    <para />
    <para>houdt de beslissing omtrent de proceskosten van dit incident aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat de hoofdzaak wordt gesteld voor conclusie van antwoord op de rolzitting van deze rechtbank van 11 mei 2005.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en op de openbare civiele terechtzitting van 30 maart 2005 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      <para>Type: rh</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>