<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T07:30:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR6874</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Roermond" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Roermond</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04/068002-04 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003245">Wet milieubeheer</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003245&amp;artikel=1.1">Wet milieubeheer 1.1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JAF 2004/92 met annotatie van Van der Meijden</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:38:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874 Rechtbank Roermond , 30-11-2004 / 04/068002-04 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Uitgangspunt van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel is dat het als erfverharding aangewende bitumengranulaat een afvalstof is die gestort had moeten worden. Nu de rechtbank in de strafzaak heeft geoordeeld dat in casu het bitumengranulaat niet beschouwd kan worden als een afvalstof, komt om die reden reeds de grondslag aan de vordering tot ontneming te vervallen. </para>
        <para>Daarbij komt nog dat ter terechtzitting is gebleken dat het door [verdachte] BV als erfverharding gebruikte granulaat door verdere bewerking geschikt kon worden gemaakt voor toepassing in de asfaltindustrie. Bovendien is ter terechtzitting gebleken dat [verdachte] BV ten tijde van de gepleegde feiten nog over voldoende opslagcapaciteit beschikte, zodat er geen noodzaak was om het granulaat te storten op een stortplaats. </para>
        <para>Gelet hierop staat niet vast dat verdachte stortkosten heeft bespaard en zo wederrechtelijk voordeel heeft genoten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROE:2004:AR6874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ROERMOND</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 	04/068002-04</para>
      <para>Uitspraak: 		30 november 2004 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing ex artikel 36e van</para>
      <para>het Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Roermond tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte] BV,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsadres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek van de zaak.</para>
      <para>De rechtbank heeft op 16 november 2004 gehoord:</para>
      <para>- de officier van justitie, </para>
      <para>- R.M.J.M. Smits, vertegenwoordiger van [verdachte] BV, voornoemd, bijgestaan door mr. M. Bos, advocaat te Rosmalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 30 november in de zaak met parketnummer 04/068002-04, waarbij [verdachte] BV voornoemd is veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6 van de Wet bodembescherming, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweren.</para>
      <para>Door de raadsman is ter terechtzitting betoogd dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen, nu er op grond van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen voor bitumineus dakafval een stortverbod geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank verwerpt dit verweer, nu ter terechtzitting is gebleken dat voormeld stortverbod voor bitumineus dakafval in Limburg eerst sinds september 2004 geldt.</para>
    <para />
    <para>Voorts heeft de raadsman aangegeven dat als het granulaat niet had kunnen worden toegepast als erfverhardingsmateriaal, dit zou zijn opgeslagen in de inrichting van [verdachte] BV.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel is dat het als erfverharding aangewende bitumengranulaat een afvalstof is die gestort had moeten worden. Nu de rechtbank in de strafzaak heeft geoordeeld dat in casu het bitumengranulaat niet beschouwd kan worden als een afvalstof, komt om die reden reeds de grondslag aan de vordering tot ontneming te vervallen. </para>
      <para>Daarbij komt nog dat ter terechtzitting is gebleken dat het door [verdachte] BV als erfverharding gebruikte granulaat door verdere bewerking geschikt kon worden gemaakt voor toepassing in de asfaltindustrie. Bovendien is ter terechtzitting gebleken dat [verdachte] BV ten tijde van de gepleegde feiten nog over voldoende opslagcapaciteit beschikte, zodat er geen noodzaak was om het granulaat te storten op een stortplaats. </para>
      <para>Gelet hierop staat niet vast dat verdachte stortkosten heeft bespaard en zo wederrechtelijk voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank zal derhalve de vordering van de officier van justitie afwijzen.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De meervoudige economische kamer:</para>
    <para />
    <para>wijst af de vordering van de officier van justitie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J.A.G. van Baal, I.M. Koopmans en Y.J.C.A. Roeffen, rechters, van wie mr. I.M. Koopmans voorzitter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>C. van Est  als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 november 2004.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>