<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:38:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA6018</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Roermond" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Roermond</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99 / 1031 BESLU K1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:03:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018 Rechtbank Roermond , 12-04-2000 / 99 / 1031 BESLU K1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROE:2000:AA6018:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROERMOND</para>
    <para />
    <para>meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Procedurenr.:  99 / 1031 BESLU K1</para>
    <para />
    <para>Inzake      :  eiser,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen       :  het college van Burgemeester en Wethouders van</para>
      <para>               de gemeente Venlo, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum en aanduiding van het bestreden besluit:</para>
      <para>de brief d.d. 6 oktober 1999,</para>
      <para>kenmerk: secaj nr.99-06176.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Datum van terechtzitting: 15 maart 2000 MK</para>
    <para />
    <para>------------------</para>
    <para />
    <para>1. Ontstaan en loop van het geding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 oktober 1999 heeft verweerder, verder ook</para>
      <para>B&amp;W te noemen, het bezwaar van eiser tegen verweerders besluit</para>
      <para>van 25 maart 1999 inzake weigering ontheffing van de</para>
      <para>geslotenverklaring van de St. Martinusstraat/Grote Kerkstraat</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
      <para>Tegen dat besluit heeft eiser beroep laten instellen.</para>
      <para>De stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht (Awb) alsmede het verweerschrift heeft</para>
      <para>verweerder aan de rechtbank doen toekomen.</para>
      <para>Van elk door een partij ingediend stuk is door de zorg van de</para>
      <para>griffier afschrift gezonden aan de wederpartij.</para>
      <para>Het beroep is behandeld op de openbare terechtzitting van 15</para>
      <para>maart 2000. Aldaar zijn verschenen eiser met zijn gemachtigde</para>
      <para>mr. J.A. Hagen en mevr. mr. M.P.W. Killaars als gemachtigde</para>
      <para>van B&amp;W.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Overwegingen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. In zijn brief van 7 september 1998, aangevuld bij brief</para>
      <para>van 10 september 1998, verzoekt eiser om ontheffing van de</para>
      <para>geslotenverklaring voor gemotoriseerd verkeer van de St.</para>
      <para>Martinusstraat ten behoeve van het laden en lossen van</para>
      <para>goederen of personen. Reden is de onveiligheid in de avond en</para>
      <para>nacht van de binnenstad en het door de geslotenverklaring te</para>
      <para>verwachten sociale isolement, hetgeen leidt tot een ernstige</para>
      <para>vermindering van het woongenot.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Bij besluit van 25 maart 1999 weigeren B&amp;W de gevraagde</para>
      <para>ontheffing op de volgende gronden:</para>
      <para>1. De St. Martinusstraat is gesloten voor alle gemotoriseerd</para>
      <para>verkeer van 12.00 tot 18.00 uur en van 20.00 tot 06.00 uur.</para>
      <para>2. In het algemeen worden geen ontheffingen verleend om op die</para>
      <para>manier de verkeersoverlast tot een minimum te beperken en de</para>
      <para>veiligheid voor de voetgangers te verbeteren.</para>
      <para>3. Het verlenen van de gevraagde ontheffing schept een</para>
      <para>onaanvaardbaar precedent ten opzichte van andere bewoners.</para>
      <para>4. Eiser voldoet niet aan de criteria voor ontheffing zoals</para>
      <para>vermeld in de Regeling ontheffingen geslotenverklaring</para>
      <para>gedeelte binnenstad d.d. 23-10-1995.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3. Tegen die weigering laat eiser een op 19 april 1999</para>
      <para>gedateerd bezwaarschrift indienen.</para>
      <para>Onder herhaling van de in het verzoekschrift aangevoerde reden</para>
      <para>voert eiser verder aan, dat hij in 1989 staande voor de keuze</para>
      <para>tussen een parkeerplaats voor zijn huis of een plaats tegen</para>
      <para>gereduceerd tarief in de Arsenaalparkeergarage, voor het</para>
      <para>laatste heeft gekozen niet vermoedende, dat een keuze voor het</para>
      <para>eerste alternatief hem thans zonder meer een ontheffing zou</para>
      <para>hebben opgeleverd. Van gemeentewege is hem toen niet op dit</para>
      <para>nadeel gewezen. Daarnaast voorziet de Regeling ontheffingen in</para>
      <para>ontheffing voor bijzondere gevallen. Niet valt in te zien</para>
      <para>waarom in casu geen sprake zou zijn van een bijzonder geval.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Nadat Eiser op 28 juli 1999 was gehoord door de commissie</para>
      <para>als bedoeld in artikel 7:5 Awb, heeft verweerder op 6 oktober</para>
      <para>1999 het -thans bestreden- besluit op bezwaar genomen.</para>
      <para>Na de besluitvorming over de geslotenverklaring en deze</para>
      <para>procedure tot dan toe te hebben weergegeven overwegen B&amp;W als</para>
      <para>volgt.</para>
      <para>Deze geslotenverklaring is samen met een groot aantal</para>
      <para>verkeersmaatregelen (met name ook geslotenverklaringen)</para>
      <para>getroffen in het kader van de in artikel 2 lid 1 onder a. en</para>
      <para>b. en artikel 2 lid 2, onder a. en b. van de Wegenverkeerswet</para>
      <para>1994 vermelde doelen: het bevorderen van de veiligheid op de</para>
      <para>weg; het beschermen van zwakkere verkeersdeelnemers,</para>
      <para>voetgangers en (brom)fietsers in het bijzonder; voorkomen c.q.</para>
      <para>beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast en hinder</para>
      <para>en voorkomen c.q. beperken van door het verkeer veroorzaakte</para>
      <para>aantasting van het karakter c.q. functie van objecten en</para>
      <para>gebieden. Dit als gevolg van het stimuleren van het gebruik</para>
      <para>van de fiets naar winkelgebieden, het beperken van het</para>
      <para>autogebruik in de binnenstad, het tegengaan van ongewenst</para>
      <para>doorgaand verkeer in buurt/wijk in de directe omgeving van de</para>
      <para>binnenstad, autoluwe straten nabij hoofdwinkels ten behoeve</para>
      <para>van de verbetering van de verkeersveiligheid,</para>
      <para>verkeersafwikkeling, het verblijfsklimaat en de leefbaarheid</para>
      <para>in de binnenstad een en ander zoals vermeld in het aan U</para>
      <para>gezonden besluit op Uw bezwaar tegen de geslotenverklaring.</para>
      <para>Gelet op de verkeersbelangen die met deze geslotenverklaringen</para>
      <para>worden gediend, hebben wij bij besluit d.d. 23 oktober 1995 op</para>
      <para>basis van artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en</para>
      <para>Verkeerstekens (RVV) 1990 een stringent ontheffingenbeleid</para>
      <para>vastgesteld (U reeds eerder toegezonden). Voormeld beleid is</para>
      <para>ons inziens niet onredelijk of anderszins onaanvaardbaar te</para>
      <para>achten.</para>
      <para>Aangezien U in casu niet voldoet aan één of meer van de in het</para>
      <para>ontheffingenbeleid vermelde criteria om in aanmerking te komen</para>
      <para>voor een ontheffing en er in casu volgens ons niet zodanig</para>
      <para>bijzondere omstandigheden zijn, dat van het bestaande beleid</para>
      <para>dient te worden afgeweken, is Uw aanvraag ons inziens terecht</para>
      <para>afgewezen.</para>
      <para>Bovendien zou van het verlenen van een ontheffing aan U een</para>
      <para>ongewenste precedentwerking uitgaan, aangezien wij dan aan een</para>
      <para>groot aantal andere bewoners van de binnenstad ook een</para>
      <para>ontheffing zouden moeten verlenen. Dit zou tot gevolg hebben</para>
      <para>dat aan de doelen van de geslotenverklaringen (autoluwe</para>
      <para>binnenstad, beperken overlast verkeer e.a.) in ernstige mate</para>
      <para>afbreuk zou worden gedaan.</para>
      <para>Vervolgens verklaren B&amp;W het bezwaarschrift ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.5. Op 11 november 1999 ontvangt de rechtbank het</para>
      <para>beroepschrift van eiser. Eerst wijst hij op de eerder door hem</para>
      <para>aangevoerde argumenten voor een ontheffing. Verder stelt hij,</para>
      <para>dat hij evenals de bewoner met een parkeerplaats binnen het</para>
      <para>afgesloten gebied recht heeft op een ontheffing, omdat de</para>
      <para>keuze die hij in 1989 heeft gemaakt (zie 2.3.), niet tot zijn</para>
      <para>nadeel mag strekken, aangezien hij toen niet kon voorzien, dat</para>
      <para>zijn keuze zoveel jaren later een ontheffing in de weg zou</para>
      <para>staan. </para>
      <para>Eiser concludeert tot vernietiging van het besluit op bezwaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.6. In hun verweerschrift van 8 december 1999 wijzen B&amp;W op</para>
      <para>het gestelde in hun besluit op bezwaar en ontkennen verder ten</para>
      <para>stelligste, dat aan eiser destijds in 1989 de keuze is gelaten</para>
      <para>tussen een parkeerplaats voor zijn woning en een plaats in de</para>
      <para>parkeergarage tegen gereduceerd tarief, zodat van de door Oude</para>
      <para>Reimer bedoelde gelijkstelling met de bewoner met</para>
      <para>parkeerplaats geen sprake is. Ter zitting heeft de gemachtigde</para>
      <para>van B&amp;W desgevraagd toegelicht, dat alleen degenen die op</para>
      <para>eigen terrein een parkeerplaats hebben, voor ontheffing in</para>
      <para>aanmerking komen. Tot die categorie behoort eiser niet.</para>
      <para>Bovendien is er evenmin sprake van zodanig bijzondere</para>
      <para>omstandigheden, dat van het bestaande beleid zou moeten worden</para>
      <para>afgeweken. De door eiser beschreven situatie in de binnenstad</para>
      <para>is inhaerent aan het wonen in de binnenstad.</para>
      <para>Het beroep van eiser dient ongegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het oordeel van de rechtbank.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.7. In het besluit op bezwaar hebben B&amp;W chronologisch de</para>
      <para>geslotenverklaring van een groot aantal straten in de</para>
      <para>binnenstad geschetst. Parallel daaraan hebben B&amp;W een</para>
      <para>ontheffingenbeleid ontwikkeld dat zijn neerslag heeft gevonden</para>
      <para>in de onder 2.2. bedoelde Regeling ontheffingen van 23 oktober</para>
      <para>1995. In het onderhavige geval is de weigering van een</para>
      <para>ontheffing aan de orde. Ter zitting is gebleken, dat inzake de</para>
      <para>geslotenverklaring door eiser een afzonderlijke procedure is</para>
      <para>gevoerd.</para>
      <para>In voormelde regeling zijn de criteria genoemd welke dienen</para>
      <para>als toetsingskader voor nieuwe aanvragen. Naast de in de</para>
      <para>Regeling genoemde dienstverleners komen -voor zover thans</para>
      <para>relevant- voor een ontheffing slechts in aanmerking bewoners</para>
      <para>met een parkeerplaats in het betrokken gebied. Daarnaast</para>
      <para>kunnen B&amp;W in bijzondere gevallen een tijdelijke of</para>
      <para>structurele ontheffing verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.8. De wens van Eiser om een ontheffing is gegrond op de</para>
      <para>angst, die hij en zijn echtgenote hebben, wanneer zij tijdens</para>
      <para>de geslotenverklaring te voet van de parkeergarage door de</para>
      <para>onveilige binnenstad naar hun woning moeten lopen alsmede dat</para>
      <para>bezoek vanwege diezelfde angst wegblijft.</para>
      <para>De Regeling ontheffingen is het noodzakelijke gevolg van de</para>
      <para>geslotenverklaringen. Met verweerder is de rechtbank van</para>
      <para>oordeel, dat het doel van de geslotenverklaringen -het weren</para>
      <para>van het gemotoriseerd verkeer ter bevordering van de</para>
      <para>verkeersveiligheid van de niet-gemotoriseerde</para>
      <para>verkeersdeelnemers en van het verblijfsklimaat in de Venlose</para>
      <para>binnenstad- alleen kan worden bereikt bij een strak</para>
      <para>ontheffingenbeleid. De Regeling ontheffingen voorziet daarin</para>
      <para>en is duidelijk. Eiser voldoet niet aan de voorwaarden voor</para>
      <para>een ontheffing, omdat hij geen bewoner met parkeerplaats in</para>
      <para>het betrokken gebied is noch een dienstverlener. Evenmin</para>
      <para>kunnen zijn leeftijd en die van zijn echtgenote tesamen met de</para>
      <para>eerder genoemde angst gelden als een bijzonder geval in de zin</para>
      <para>van de Regeling, omdat het wonen in de binnenstad van de</para>
      <para>grote(re) steden, dus ook Venlo, in het huidige tijdsbeeld</para>
      <para>helaas wordt gekenmerkt door min of meer -mede afhankelijk van</para>
      <para>de leeftijd- ernstige gevoelens van onveiligheid gedurende de</para>
      <para>avond en nacht.</para>
      <para>Anderzijds kan eiser, nu hij er kennelijk voor kiest in de</para>
      <para>binnenstad te blijven wonen, zijn activiteiten in- en</para>
      <para>buitenshuis aanpassen aan de geslotenverklaringen. De</para>
      <para>conclusie van het bovenstaande is, dat het besluit van B&amp;W op</para>
      <para>het bezwaar van eiser tegen de weigering hem een ontheffing te</para>
      <para>verlenen de toets die de rechter in deze toekomt, kan</para>
      <para>doorstaan.</para>
      <para>Mitsdien wordt beslist als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing.</para>
    <para />
    <para>De Arrondissementsrechtbank te Roermond;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelet op het bepaalde in artikel 8:70 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mrs. P.J. Voncken, E.J.A.M. Bakermans,</para>
      <para>voorzitter, en J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van mevr.</para>
      <para>mr. I.H.M. Hest als griffier en in het openbaar uitgesproken</para>
      <para>op 12 april 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>                  Voor eensluidend afschrift:</para>
      <para>                       de wnd. griffier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verzonden op: 12 april 2000</para>
      <para>EvM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze</para>
      <para>uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling</para>
      <para>Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het</para>
      <para>instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>