<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2026:958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T11:52:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_24_3141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:958">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T11:51:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:958 Rechtbank Overijssel , 24-02-2026 / ak_24_3141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2026:958:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rioolheffing en zuiveringsheffing. Septic-tank. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2026:958:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ZWO 24/3141 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van het GBLT,</title>
    <para>gemachtigde: [gemachtigde].</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2024 een aanslag gemeentelijke belastingen opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft belanghebbendes bezwaar ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Belanghebbende heeft bij bericht van 29 december 2025 hierop gereageerd. De heffingsambtenaar heeft op 5 februari 2026 een aanvullend verweerschrift ingediend, waarna belanghebbende op 8 februari 2026 aanvullende gronden van beroep heeft ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, [adres] (hierna: de woning). </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Hij heeft op 24 februari 2024 over 2024 een aanslag ontvangen voor de onroerendezaakbelasting eigenaar woning, afvalstoffenheffing, rioolheffing eigenaar, watersysteemheffing ingezetenen, zuiveringsheffing meerpersoonshuishouden en watersysteemheffing gebouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in reactie op de aanslag aangegeven dat hij een septic-tank in zijn voortuin heeft en dat zijn woning niet is aangesloten op het riool. De heffingsambtenaar heeft dit aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de rioolheffing en de zuiveringsheffing en heeft het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat het beroep zich uitsluitend richt tegen de aanslag voor zover het betreft de vraag of belanghebbende belastingplichtig is inzake  rioolheffing eigenaar en zuiveringsheffing. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de heffingsambtenaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De heffingsambtenaar stelt dat wat ook zij van een beweerdelijke septic-tank, de woning geregistreerd is met een aansluiting op de gemeentelijke riolering, reden waarom rioolheffing en zuiveringsheffing verschuldigd zijn. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de heffingsambtenaar een rioleringskaart overgelegd.</para>
    <para>Volgens de heffingsambtenaar heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij geen afvalwater afvoert op de gemeentelijke riolering. Uit overgelegde informatie van het drinkwaterbedrijf over de periode 2019 tot 2024 blijkt dat belanghebbende in genoemd tijdvak 472 m3 drinkwater heeft afgenomen. Nu de septic-tank volgens belanghebbende zelf voor het laatst geleegd is in 2018, is niet aannemelijk dat alle afvalwater wordt opgeslagen in een septic-tank.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van belanghebbende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Belanghebbende stelt dat enkel de overflow van de septic-tank op het riool wordt afgevoerd. Al het sediment blijft achter in de septic-tank. Hij meent daarom dat de aanslag in zijn geval zou moeten worden verlaagd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Blijkens het verhandelde ter zitting is tussen partijen niet in geschil dat vanaf belanghebbendes perceel hemelwater wordt afgevoerd op het riool. Los daarvan geldt het volgende.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Belanghebbende betwist evenmin dat vanaf zijn perceel afvalwater vanuit zijn woning wordt afgevoerd op het riool. De rechtbank sluit zich daarom aan bij vorenvermeld standpunt van de heffingsambtenaar dat belanghebbende niet, laat staan gemotiveerd heeft betwist. Op grond van artikel 3 van de Verordening Rioolheffing 2024<footnote-ref linkend="_a878e1a9-72a1-49e6-bf61-1c8bfd61d131" /> wordt rioolheffing geheven van een perceel waaruit water, niet zijnde hemelwater, direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De hoeveelheid afvalstoffen in het water doet niet ter zake. Dat volgens belanghebbende sediment achterblijft in de septic-tank en enkel de ‘overflow’ op het riool wordt afgevoerd, maakt niet dat de aanslag voor rioolheffing en zuiveringsheffing moet worden vernietigd of gecorrigeerd/verlaagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat het opvragen door de heffingsambtenaar van watergebruik door belanghebbende niet onrechtmatig is of anderszins in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Buiten het strafrecht kan blijkens vaste rechtspraak van de Hoge Raad iedere vorm van onderbouwing dienen als rechtmatig verkregen bewijs.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en de aanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt evenmin een vergoeding van zijn proceskosten.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. R.M. Timmerman, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken op </para>
      <para>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a878e1a9-72a1-49e6-bf61-1c8bfd61d131" label="1">
    <para> Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>