<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2026:778</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T11:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84/327458-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:778">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:778</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T11:16:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:778 Rechtbank Overijssel , 29-01-2026 / 84/327458-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2026:778:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 59-jarige man tot een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden en betaling van een schadevergoeding van € 50.000,00. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2026:778:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84/327458-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 29 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat door de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> in de periode van 23 januari 2014 tot en met 29 januari 2014 samen met anderen of alleen [slachtoffer 2] heeft opgelicht voor een bedrag van € 50.000,00 (<emphasis role="italic">primair</emphasis>), dan wel dat hij voornoemd bedrag uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of beroep heeft verduisterd (<emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> in de periode van 24 april 2014 tot en met heden samen met anderen of alleen € 750.000,00 heeft witgewassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[zaaksdossier 6]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in of omstreeks de periode vanaf 23 januari 2014 tot en met 29 januari 2014 te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeten en/of Vleuten en/of De Meern, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door (een) listige kunstgre(e)p(en) en/of een samenweefsel van verdichtsels W.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- 50.000 euro [op of omstreeks 29 januari 2014 overgeboekt naar</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [rekeningnummer 1] t.n.v. [bedrijf 1] BV met omschrijving “deelname</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [omschrijving] [slachtoffer 1] ”, DOC-271, p. 2948],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">– zakelijk weergegeven — valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de waarheid onder andere voorgewend en/of doen voorwenden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[DOC-593, pag. 3794 e.v.]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in een mail d.d. 23 januari 2014; “In persoonlijk vertrouwen zenden wij je hierbij de</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">besproken stukken toe. Er is van de geaccordeerde Eur. 75.000,00 reeds Eur. 25.000,00</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door [bedrijf 2] BV, [vestigingsplaats 1] voldaan. ING bank rekeningnummer &gt;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [rekeningnummer 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vriendelijk verzoek ik jou, conform gesprek, het aanvullende bedrag ad. Eur. 50.000,00</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">per heden te voldoen. Of gezien gemaakte afspraken s.v.p. uiterlijk vrijdag. Hiervan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zal, conform afspraak, direct Eur. 25.000,00 worden doorgeboekt en het 2e deel, zijnde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eur. 25.000,00 , blijft in overleg staan tot medio februari 2014”, en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in die mail een Joint Venture Agreement d.d. 8 april 2013 tussen [bedrijf 3]</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en [bedrijf 4] AG (vertegenwoordigd door verdachte) bijgesloten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of in die Joint Venture Agreement is opgenomen dat [vertaling DOC-593a, pag.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3813 e.v.] de partijen bevestigen dat zij de onderhavige Joint venture-overeenkomst</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wensen aan te gaan voor een bedrag van honderd miljoen USD aan obligaties van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de Centrale Bank van Venezuela, om te zetten in vijfenzestig miljoen EURO en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [bedrijf 4] AG ruimschoots gekwalificeerd zal worden zonder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitzondering voor een vaste betaling van het aandeel van twee miljoen van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beschikbare bruto handelsomzet volgens de Joint Venture</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Handelsovereenkomst(en), en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[AG-005b d.d. 31 mei 2016, pag. 816]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- dat hij contacten heeft met een bankdirecteur, advocaat en de notaris, en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- dat die 50.000 euro nodig was voor beginkapitaal, en/of</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[AG-005-01, proces-verbaal van een aanvullende aangifte, pag. 824]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- dat er geld vrij zou komen en hij dit verder met die [slachtoffer 1] zou gaan investeren,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- dat hij beschikte over waardepapieren waarin werd geïnvesteerd,</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in of omstreeks de periode vanaf 23 januari 2014 tot en met 4 februari 2014 te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeten en/of Vleuten en/of De Meern, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk het ontvangen geld van [slachtoffer 1] , te weten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- 50.000 euro [op of omstreeks 29 januari 2014 overgeboekt naar</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [rekeningnummer 1] t.n.v. [bedrijf 1] BV met omschrijving “deelname</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [omschrijving] [slachtoffer 1] ”, DOC-271, p. 2948],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in elk geval enig goed,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- die 50.000 euro geheel toebehorend aan [bedrijf 1] BV,</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welke</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geldbedragen/goederen verdachte en/of zijn mededader(s) telkens uit hoofde van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijn persoonlijke dienstbetrekking bij en/of als bestuurder van die [bedrijf 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> BV, in elk geval anders dan door misdrijf, te weten als investering in een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Joint Venture Agreement d.d. 8 april 2013 tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> AG en/of als beginkapitaal, onder zich had(den),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend en/of doen/laten toe-eigenen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[zaaksdossier 9]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 24 april 2014 tot en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met heden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">te Vleuten en/of Zuidwolde en/of Groningen en/of Drachten althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(van) één of meer voorwerp(en), te weten (een) (contant(e)) geldbedrag(en) van (in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">totaal) (ongeveer) 750.000 euro [AMB-076a, pag. 1014],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in elk geval (van) enig geldbedrag en/of voorwerp,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemd(e) geldbedrag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(en) was/waren en/of wie dat/die voorhanden had(den),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) heeft/hebben verworven en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft/hebben omgezet en/of van voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of voorwerp(en)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gebruik heeft/hebben gemaakt,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), althans hij verdachte alleen, (telkens)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wist(en), dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) geheel en/of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procesafspraken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleidende opmerkingen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 23 december 2025 heeft de officier van justitie de rechtbank geïnformeerd dat het Openbaar Ministerie en de verdediging overeenstemming hebben bereikt over de inhoud van procesafspraken, waaronder begrepen een afdoeningsvoorstel voor de onderhavige strafzaak. Het afdoeningsvoorstel dat door de officier van justitie en de verdediging aan de rechtbank is voorgelegd, houdt, voor zover relevant en zakelijk weergegeven, het volgende in:</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verdachte zal geen bewijs- of kwalificatieverweren voeren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verdachte zal geen onderzoekswensen indienen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het Openbaar Ministerie eist ter terechtzitting het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis;	</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de in het kader van deze overeenkomst op te leggen straf onttrekken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het Openbaar Ministerie vordert toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 50.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Partijen zijn ter zitting tot de volgende procesafspraak gekomen, althans zij hebben ten aanzien van de procesafsprakenovereenkomst eensluidend als verduidelijking verschaft:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. het Openbaar Ministerie vordert dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke behandeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op de zitting van 15 januari 2026 zijn de procesafspraken zoals deze zijn vervat in het afdoeningsvoorstel, indringend met de verdachte besproken. De verdachte heeft aangegeven goed te hebben begrepen wat de gemaakte afspraken inhouden en wat de gevolgen daarvan zijn. Hij heeft gezegd volledig achter die afspraken te staan, deze overeenkomst vrijwillig te zijn aangegaan en op geen enkele wijze onder druk te zijn gezet. Ook is duidelijk geworden dat verdachte bij het hele proces om tot afspraken te komen, steeds voorzien is geweest van rechtskundige bijstand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig en op basis van voor hem voldoende duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan wat in het afdoeningsvoorstel is overeengekomen. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) stelt.</para>
        <para>
          <?linebreak?>De rechtbank heeft benadrukt dat zij geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en daaraan dus ook niet gebonden is. De rechtbank heeft een eigen verantwoordelijkheid en dat betekent dat bij de behandeling op de zitting de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) leidend is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">5. De bewijsmotivering</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_eda01f7c-a27a-48c3-9e4d-6205625590ee" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De strafzaak tegen verdachte maakt deel uit van een omvangrijk strafrechtelijk onderzoek dat bekend staat onder de naam “Wakatobi”. Dit onderzoek is opgedeeld in drie afzonderlijke delen: Wakatobi I, II en III. De kern – en rode draad – in al deze deelonderzoeken is de verdenking dat sprake zou zijn van een groep personen, in wisselende samenstelling, die samenwerkt bij het voorspiegelen van onjuiste (hoge) rendementen aan potentiële beleggers met gebruikmaking van valse of vervalste documenten. Op de afgesproken momenten van terugbetaling van de investeringen en de uitbetaling van de rendementen, blijkt dit telkens door diverse (zogenaamde) oorzaken niet mogelijk te zijn. Vervolgens worden de investeerders aan het lijntje gehouden en wordt getracht hen te bewegen nog meer geld te betalen, om zodoende de ’verloren‘ investering terug te krijgen. Onderhavige strafzaak heeft specifiek betrekking op het tweede deel van het onderzoek, te weten Wakatobi II. Wakatobi II ziet op de verdenking van oplichting van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door het voorspiegelen van rendementen uit investeringen in (onder meer) Venezolaanse en Chinese staatsobligaties, of, althans, verduistering in functie gepleegd omdat verstrekte gelden niet conform afspraak werden aangewend en terugbetaald. Deze verdenking is, voor zover ten aanzien van verdachte relevant, door de FIOD uitgewerkt in de zaaksdossiers 6 en 9.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft overeenkomstig het afdoeningsvoorstel gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft, onder verwijzing naar het afdoeningsvoorstel, geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.4.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
        </parablock>
        <para />
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 januari 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 7 januari 2016 (AG-005);</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] van 31 mei 2016 (AG-005b);</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een geschrift, te weten een bankafschrift van een bankrekening van [bedrijf 5] ten name van [slachtoffer 1] van 28 januari 2014 (DOC-271)</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een geschrift, te weten een e-mail van [verdachte] aan [slachtoffer 1] van 23 januari 2014 (DOC-593).</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat in dit verband sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en één of meer anderen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.4.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">5.4.2.1 De redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 7 februari 2017 heeft [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ) aangifte gedaan van oplichting. Uit de aangifte leidt de rechtbank -onder meer- het navolgende af.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tussen [slachtoffer 2] en [bedrijf 6] S.A. (verder: [bedrijf 6] ) is een overeenkomst van geldlening gesloten voor een bedrag van € 1.000.000,00, waarbij [bedrijf 6] optrad als leningnemer en [slachtoffer 2] als leninggever. De aflossing diende uiterlijk twaalf maanden na storting plaats te vinden, met een overeengekomen rente van zeven procent op jaarbasis. Het investeringsbedrag diende te worden gestort op de derdenrekening van het notariskantoor [bedrijf 7] B.V. (verder: [bedrijf 7] ) te [vestigingsplaats 2] , onder vermelding van “Leningnr [leningnummer] ”. De overeenkomst werd op 25 februari 2014 ondertekend door [slachtoffer 2] en [naam 1] , bestuurder van [bedrijf 6] (verder: [naam 1] ).<footnote-ref linkend="_970cba36-c4aa-4315-895d-b8ad478342d3" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 21 maart 2014 passeerde de notariële akte van geldlening tussen [bedrijf 6] en [slachtoffer 2] ten overstaan van mr. [naam 2] , werkzaam als notaris bij [bedrijf 7] .<footnote-ref linkend="_ff6f8fe3-fcdf-460f-9147-5644d9340c66" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 25 maart 2014 werd € 1.000.000,00 ontvangen op de bankrekening van [bedrijf 6] , afkomstig van de derdenrekening van [bedrijf 7] . Uit de bankafschriften van [bedrijf 6] bleek dat op 27 maart 2014 bedragen van € 36.800,00, € 30.000,00 en nog eens € 30.000,00 waren overgemaakt naar [bedrijf 8] S.A. en de privérekeningen van [naam 3] (verder: [naam 3] ) respectievelijk [naam 1] . Voorts werd op 23 april 2014 een bedrag van € 750.000,00 overgemaakt naar een bankrekening op naam van [bedrijf 1] B.V.<footnote-ref linkend="_6e65c6b0-3be3-4e81-a81e-0c2f57345076" /> [naam 1] verklaarde dat deze overboeking verband hield met de aankoop van “Chinese Bonds”.<footnote-ref linkend="_0d1d2adb-0e56-4e5f-bce9-34b960e54dbb" /> Deze betaling was gebaseerd op een leningsovereenkomst tussen [bedrijf 6] en de onderneming [bedrijf 2] B.V., met een looptijd van twaalf weken en een rentepercentage van vijf procent. Het doel van de lening betrof “het verstrekken van financiële middelen teneinde financiering voor algemene zakelijke doeleinden te realiseren”.<footnote-ref linkend="_0ae21410-a9e8-4f79-8291-7867a7b4a7b9" /> De leningsovereenkomst werd ondertekend op 27 maart 2014 door [verdachte] namens [bedrijf 2] B.V. en door [naam 1] en [naam 3] namens [bedrijf 6] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [bedrijf 2] B.V. is opgericht op 2 augustus 2000 en was gevestigd op het adres [adres 2] . De bedrijfsactiviteiten bestonden uit “assurantietussenpersoon, handel in eigen onroerend goed en organisatieadviesbureaus. Het bemiddelen bij afsluiten van assurantiën, financieringen, pensioenen en lijfrenten, waaronder ook te verstaan hypotheken, het bemiddelen bij aan- en verkoop van registergoederen en het verrichten van interim werkzaamheden onder andere op het gebied van financiële diensten”.  De bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] B.V. was [bedrijf 1] B.V.<footnote-ref linkend="_7ffecefc-4cd3-4cb7-8815-0a83a4cf19e5" /> [bedrijf 2] B.V. is op 4 januari 2017 in staat van faillissement verklaard.<footnote-ref linkend="_94d56279-5bba-4890-bcb4-38c816d6df70" /> Uit de gegevens in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [bedrijf 1] B.V. is opgericht op 27 december 2000 en was gevestigd op het adres [adres 2] . De bedrijfsactiviteiten bestonden uit “financiële holdingsactiviteiten”. De enige bestuurder en aandeelhouder was [verdachte] . [bedrijf 1] B.V. is op 27 december 2016 in staat van faillissement verklaard.<footnote-ref linkend="_06c53344-c7b1-45bc-99e1-d957b7ec5e42" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De FIOD heeft de bankmutaties van de bankrekening van [bedrijf 1] B.V. over de periode van 24 april 2014 tot en met 14 juli 2014 geanalyseerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat in deze periode een totaalbedrag van € 721.667,00 van de rekening is afgeschreven, verdeeld over de volgende posten:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>“ [bedrijf 9] B.V. – project [project]”	€ 250.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“ [bedrijf 9] B.V. – costs bonds”		€ 280.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“leningen”					€ 20.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“overboekingen gelieerde vennootschappen”	€ 100.775,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“naar privérekening [verdachte] ”			€ 58.500,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“belastingen, telefoon, bankkosten”		€ 212,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“diverse betaalde facturen”			€ 12.179,00.<footnote-ref linkend="_26c3ce2a-3d70-4033-9603-05d7dd7ad6de" /></para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>Hieruit volgt dat in totaal € 530.000,00 werd overgemaakt naar [bedrijf 9] B.V. (verder [bedrijf 9] ). Deze overboeking was gebaseerd op een schuldregeling tussen [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 9] . De schuldregeling, ondertekend op 30 januari 2014 door [verdachte] en [naam 4] , betrof een schuldverhouding ontstaan met het oog op de aanschaf van een Venezolaanse staatsobligatie ter waarde van € 750.000,00, waarbij [bedrijf 9] vertegenwoordigd door [naam 4] en [bedrijf 2] als medefinancier optraden. [bedrijf 9] zou op 30 juli 2014 € 750.000,00 terugbetalen, vermeerderd met een “profitshare” van € 750.000,00, tegen een rentepercentage van tien procent.<footnote-ref linkend="_8e9761a3-205c-4438-8885-fca486011920" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De FIOD heeft de bankmutaties van de bankrekening van [bedrijf 9] over de periode van 25 april 2014 tot en met 8 juli 2014 onderzocht en geanalyseerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat in deze periode een totaalbedrag van € 463.465,56 van de rekening is afgeschreven. De afschrijvingen betreffen in totaal twintig verschillende posten, te weten onder meer:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>“costs and investments bonds” 			€ 171.840,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“farmer bonds”					€ 31.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“costs brasil project”				€ 7.505,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“costs waterproject”				€ 32.250,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“levensmiddelen overige privé uitgaven”	€ 16.750,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“autokosten”					€ 8.663,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“overboekingen”				€ 20.720,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“belastingen/verzekeringen/bankkosten”	€ 1.572,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“leningen”					€ 20.780,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“creditcard en GWK-betalingen”		€ 4.457,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“contante opname”				€ 9.946,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“reis- en verblijfskosten”			€ 10.487,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“telefoonkosten”				€ 367,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“huis Oostenrijk”				€ 55.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“ [bedrijf 10] ”				€ 2.291,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“ [slachtoffer 1]  ”					€ 50.000,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“Overige kosten”				€ 9.837,00;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>“ [bedrijf 12] deelneming”			€ 10.000,00.<footnote-ref linkend="_6eea2103-12bf-48f5-b643-a802658dbefd" /></para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>
          <?linebreak?>Op 10 maart 2015 ontving [slachtoffer 2] een bedrag van € 17.500,00 van [bedrijf 9] , met de vermelding “vooruitbetaalde rente”. Op 16 maart 2015 meldde financieel adviseur en accountant [naam 5] (verder: [naam 5] ) per e-mail aan [naam 1] dat, verwijzend naar een mondelinge afspraak gemaakt tijdens een telefoongesprek, het restant van het rendement en het investeringsbedrag van € 1.000.000,00 uiterlijk op 19 maart 2015 zouden worden betaald.<footnote-ref linkend="_8b6f2f74-d286-49bb-813d-33daa16c405d" /> [slachtoffer 2] heeft noch zijn volledige investering, noch de beloofde rendementen ontvangen.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">5.4.2.2 Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden volgt dat op de bankrekening van de onderneming van verdachte een bedrag van € 750.000,00 is ontvangen. Dit bedrag was afkomstig van [slachtoffer 2] en was bestemd om te worden geïnvesteerd in zogenoemde “Chinese Bonds”. Uit het onderzoek is gebleken dat verdachte nimmer dergelijke obligaties heeft aangeschaft. In plaats daarvan is een bedrag van € 530.000,00 vrijwel direct doorgestort naar [bedrijf 9] , waarvan medeverdachte [naam 4] de bestuurder was. Verdachte heeft verklaard dat hij het resterende bedrag van € 220.000,00 heeft behouden als ‘commissie’ voor het bij elkaar brengen van partijen. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat dit een zeer hoog bedrag betrof. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door het bedrag van € 220.000,00 in afwijking van de gemaakte afspraken voor zichzelf te houden, zich dit bedrag opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Uit het overzicht van de bankmutaties van [bedrijf 1] B.V. volgt dat verdachte als heer en meester over het geldbedrag heeft beschikt. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering. Het geldbedrag is derhalve onmiddellijk afkomstig uit een door verdachte zelf gepleegd misdrijf. Door vervolgens het geldbedrag voor uiteenlopende doeleinden aan te wenden, zoals blijkt uit het overzicht van de hierboven weergegeven bankmutaties van [bedrijf 1] B.V. heeft verdachte het geldbedrag voorhanden gehad, omgezet en van het geldbedrag gebruik gemaakt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van witwassen.<footnote-ref linkend="_8009b269-bd95-4509-8287-e02d1bbe4934" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat in dit verband sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en één of meer anderen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[zaaksdossier 6]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode vanaf 23 januari 2014 tot en met 29 januari 2014 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> heeft bewogen tot de afgifte van:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- 50.000 euro [op of omstreeks 29 januari 2014 overgeboekt naar [rekeningnummer 1] t.n.v. [bedrijf 1] BV met omschrijving “deelname [omschrijving] [slachtoffer 1] ”], immers heeft hij) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven — valselijk en in strijd met de waarheid onder andere voorgewend:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- in een mail d.d. 23 januari 2014; “In persoonlijk vertrouwen zenden wij je hierbij de</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">besproken stukken toe. Er is van de geaccordeerde Eur. 75.000,00 reeds Eur. 25.000,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door [bedrijf 2] BV, [vestigingsplaats 1] voldaan. ING bank rekeningnummer &gt; [rekeningnummer 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vriendelijk verzoek ik jou, conform gesprek, het aanvullende bedrag ad. Eur. 50.000,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">per heden te voldoen. Of gezien gemaakte afspraken s.v.p. uiterlijk vrijdag. Hiervan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zal, conform afspraak, direct Eur. 25.000,00 worden doorgeboekt en het 2e deel, zijnde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eur. 25.000,00 , blijft in overleg staan tot medio februari 2014”, en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- in die mail een Joint Venture Agreement d.d. 8 april 2013 tussen [bedrijf 3]</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en [bedrijf 4] AG (vertegenwoordigd door verdachte) bijgesloten en/of in die Joint Venture Agreement is opgenomen dat de partijen bevestigen dat zij de onderhavige Joint venture-overeenkomst wensen aan te gaan voor een bedrag van honderd miljoen USD aan obligaties van de Centrale Bank van Venezuela, om te zetten in vijfenzestig miljoen EURO en [bedrijf 4] AG ruimschoots gekwalificeerd zal worden zonder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitzondering voor een vaste betaling van het aandeel van twee miljoen van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beschikbare bruto handelsomzet volgens de Joint Venture</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Handelsovereenkomst(en), en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat hij contacten heeft met een bankdirecteur, advocaat en de notaris, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat die 50.000 euro nodig was voor beginkapitaal, en</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat er geld vrij zou komen en hij dit verder met die [slachtoffer 1] zou gaan investeren, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat hij beschikte over waardepapieren waarin werd geïnvesteerd,</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[zaaksdossier 9]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode vanaf 24 april 2014 tot en met heden in Nederland, meermalen één  voorwerp, te weten enig geldbedrag, voorhanden heeft gehad, heeft omgezet en van voornoemd geldbedrag gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist, dat bovenomschreven geldbedrag geheel  - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">oplichting;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">witwassen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis.	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om de eis van de officier van justitie, die in overeenstemming is met het afdoeningsvoorstel, te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 1] voor een bedrag van € 50.000,00. Verdachte heeft het slachtoffer bewogen dit bedrag aan hem over te maken onder het voorwendsel dat dit bedrag zou worden aangewend voor investeringen teneinde rendementen te behalen. Er is nooit iets van deze investering terechtgekomen, het dossier ontbeert zelfs ieder aanknopingspunt dat ook maar één euro is belegd conform afspraak, en het geld is simpelweg verdwenen. Los van de formele kwalificatie van het bewezenverklaarde, is linksom of rechtsom sprake geweest van beleggingsfraude. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen het vertrouwen van het slachtoffer ernstig geschaad en grote financiële schade aan hem berokkend, maar ook het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in investeringsrelaties moet kunnen worden gesteld, ondermijnd. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag </para>
        <para>(€ 220.000) dat oorspronkelijk afkomstig was van [slachtoffer 2] , die slachtoffer is geworden van beleggingsfraude door anderen. Verdachte heeft  dit bedrag verduisterd en vervolgens witgewassen. Door het handelen van verdachte, is de integriteit van het financieel en economische verkeer aangetast. Bij zijn handelen heeft verdachte slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en de nadelige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer op de koop toegenomen. Ook dit rekent de rechtbank verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van (de hoogte van) de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten voor fraude van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarbij het benadelingsbedrag in grote mate richtinggevend is. Deze oriëntatiepunten geven een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf tot achttien maanden in overweging bij een benadelingsbedrag van € 250.000,00 tot € 500.000,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over verdachte van 9 juli 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat zij een eigen beoordeling heeft uitgevoerd bij de bepaling van de op te leggen straf. De rechtbank ziet na het afwegen van alle relevante factoren en belangen aanleiding om conform het thans voorliggende afdoeningsvoorstel een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, op te leggen. De rechtbank heeft daarbij in hoge mate rekening gehouden met het zeer aanzienlijke tijdsverloop sinds de pleegperiodes en de dientengevolge ontstane substantiële overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>9.1.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.950.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>A. “Mijn investering kosten- [naam 4] ”			€ 600.000,00;</para>
          <para>B. “Mijn investering kosten- [verdachte] ”			€ 50.000,00;</para>
          <para>C. “Tijdverlies”						€ 100.000,00;</para>
          <para>D. “Geen rendement op beoogde investering”		€ 1.000.000,00;</para>
          <para>E. “Verlies betaling onder dwang”			€ 100.000,00;</para>
          <para>F. Immateriële schade					€ 100.000,00.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij verklaard dat zij haar vordering jegens verdachte beperkt tot de schadepost onder B, te weten een bedrag van € 50.000,00.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.1.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft – conform het afdoeningsvoorstel – toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 50.000,00 gevorderd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.1.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft onder verwijzing naar het afdoeningsvoorstel zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 50.000,00.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.1.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 1 primair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost onder B  is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 50.000,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.1.5</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 225 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>9.2.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 135.282,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>A. “Levent Investigations/Bedrijfsrecherche”			€ 25.171,25;</para>
          <para>B. “ [bedrijf 11] ”					€ 6.632,61;</para>
          <para>C. Proceskosten						€ 103.478,59.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij stelt daarnaast immateriële schade te hebben geleden, maar hij heeft geen bedrag genoemd. Nu geen bedrag is gevorderd, ligt op dit punt geen beslissing aan de rechtbank voor.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.2.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat geen sprake is van rechtstreekse schade als bedoeld in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering (Sv).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.2.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.2.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] geen onderdeel heeft uitgemaakt van de tussen procespartijen gemaakte procesafspraken. De benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen, heeft kennisgenomen van de procesafspraken en heeft zijn vordering, voor zover nodig, nader toegelicht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting niet is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 bewezen verklaarde feit (witwassen) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank zal de vordering om die reden afwijzen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">oplichting;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">witwassen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2  bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee jaren</emphasis> de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 1]</emphasis> (feit 1 primair): van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 50.000,00</emphasis> (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2014) </para>
    <para>- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 50.000,00</emphasis>, (zegge: <emphasis role="bold">vijftigduizend euro</emphasis>), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2014 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 225 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis> (feit 2) af;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. ter Haar, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. Ter Haar en mr. Germs-de Goede zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_eda01f7c-a27a-48c3-9e4d-6205625590ee" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 56578 / Wakatobi. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_970cba36-c4aa-4315-895d-b8ad478342d3" label="2">
    <para> Een geschrift, te weten een overeenkomst van geldlening tussen [bedrijf 6] S.A. en [slachtoffer 2] van 25 februari 2014, DOC,-111, p. 2607 t/m 2610.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff6f8fe3-fcdf-460f-9147-5644d9340c66" label="3">
    <para> Een geschrift, te weten een notariële akte van geldlening tussen [slachtoffer 2] en [bedrijf 6] S.A. van 21 maart 2014, DOC-247, p. 2844 t/m 2847.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e65c6b0-3be3-4e81-a81e-0c2f57345076" label="4">
    <para> Een geschrift, te weten een bankafschrift van European Private Bankers t.n.v. [bedrijf 6] S.A. van 23 april 2024, DOC-246, p. 2824 t/m 2829.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d1d2adb-0e56-4e5f-bce9-34b960e54dbb" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van tweede verhoor van verdachte [naam 1] van 9 mei 2017, V-006-02, p. 1541.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ae21410-a9e8-4f79-8291-7867a7b4a7b9" label="6">
    <para> Een geschrift, te weten een overeenkomst van geldlening tussen [bedrijf 6] S.A. en [bedrijf 2] B.V. van 27 maart 2014, DOC-409, p. 3328 t/m 3332.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ffecefc-4cd3-4cb7-8815-0a83a4cf19e5" label="7">
    <para> Een geschrift, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 9 februari 2017 betreffende [bedrijf 2] B.V., DOC-025a, p. 2276 en 2277.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94d56279-5bba-4890-bcb4-38c816d6df70" label="8">
    <para> Een geschrift, te weten een openbaar faillissementsverslag betreffende [bedrijf 2] B.V. van 24 april 2017, DOC-557, p. 3692 t/m 3700.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_06c53344-c7b1-45bc-99e1-d957b7ec5e42" label="9">
    <para> Een geschrift, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 16 augustus 2017 betreffende [bedrijf 1] B.V., DOC-026, p. 2284 en 2285.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26c3ce2a-3d70-4033-9603-05d7dd7ad6de" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen inzake analyse uitgaven [bedrijf 1] B.V. van 21 juni 2017, AMB-076, p. 1012 en 1013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e9761a3-205c-4438-8885-fca486011920" label="11">
    <para> Een geschrift, te weten een schuldregeling tussen [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 2] B.V. van 12 april 2014, DOC-254, p. 2861 t/m 2863.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6eea2103-12bf-48f5-b643-a802658dbefd" label="12">
    <para> Het proces-verbaal inzake analyse uitgaven [bedrijf 9] B.V. van 21 juni 2017, AMB-075, p. 982 en 983.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b6f2f74-d286-49bb-813d-33daa16c405d" label="13">
    <para> Een geschrift, te weten een e-mailbericht van [naam 5] aan [naam 1] van 16 maart 2015, DOC-201, p. 2669.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8009b269-bd95-4509-8287-e02d1bbe4934" label="14">
    <para> HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2913.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>