<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2026:662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-17T12:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12007529 \ CV EXPL  25-2182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:662">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T12:21:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:662 Rechtbank Overijssel , 10-02-2026 / 12007529 \ CV EXPL  25-2182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2026:662:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurachterstand met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2026:662:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 12007529 \ CV EXPL  25-2182</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 10 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING REGGEWOON</emphasis>, </para>
      <para>te Nijverdal,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de verhuurder,</para>
      <para>gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de huurder,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 5 december 2025;<?linebreak?>- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 16 december 2025;<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is gehouden op 27 januari 2026. Namens de verhuurder is verschenen mevrouw [huurconsulent] (huurconsulent), vergezeld van mevrouw L. Veld, werkzaam bij Deurwaarderskantoor Wigger van het Laar. De huurder is eveneens verschenen, vergezeld van zijn vader. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De huurder huurt van de verhuurder de woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] tegen een huurprijs van op dit moment € 553,49 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De verhuurder vordert  kort gezegd  ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan deze vordering legt de verhuurder ten grondslag dat de huurder zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De huurder erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. De huurder voert aan dat hij vanwege financiële omstandigheden niet in staat is (geweest) de achterstallige huur te voldoen. De huurder krijgt voor zijn financiële situatie hulp van de Stadsbank. De huurder wil graag een betalingsregeling treffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Ambtshalve toetsing </bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde overgelegde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurachterstand.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft de verhuurder naar voren gebracht dat er nog (twee) betalingen zijn verricht waardoor aan achterstand voor de maand maart 2025 nog resteert een bedrag van € 137,74. Ook is de huur van de maand januari 2026 betaald. Dat betekent dat aan huurachterstand tot en met januari 2026 nog een bedrag openstaat van </para>
        <para>€ 2.351,70. Dit (door de huurder erkende) bedrag zal worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontbinding en ontruiming.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand, waarvan in deze zaak sprake is, van zodanige omvang is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De verhuurder en de huurder hebben echter een in het vonnis op te nemen betalingsregeling getroffen, inhoudende dat de huurder vóór 31 januari 2026 twee maanden huur overmaakt en met ingang van maart 2026 maandelijks (vóór de eerste van iedere maand) een bedrag van € 250,00 betaalt ter aflossing van de huurachterstand en de proceskosten. Deze bedragen moet de huurder betalen aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] ). Daarnaast moet de huurder ook de lopende huur op tijd (gaan) betalen. De lopende huur moet de huurder betalen aan de verhuurder. Verder hebben de huurder en de verhuurder afgesproken dat de huurder bij de Stadsbank Oost Nederland blijft met een budgetbeheerrekening. </para>
        <para>De verhuurder en de huurder hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum. De kantonrechter wijst de huurder erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door hem automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en de huurder de woning alsnog zal moeten ontruimen als de verhuurder dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bijkomende kosten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De verhuurder heeft een bedrag van € 355,23 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De verhuurder heeft aan de huurder een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De huurder zal als de verliezende partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de verhuurder worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding                   €	           145,45</para>
      <para>- griffierecht	€	514,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 	506,00	(2 punt x tarief € 253,00)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€ 	126,50</emphasis></para>
      <para>Totaal	€	1.291,95</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 2.739,90 (bestaande uit € 2.351,70 aan huurachterstand tot en met januari 2026 plus € 33,20 aan wettelijke rente berekend tot 5 december 2025 plus € 355,23 (incl. btw) aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.510,71 vanaf 5 december 2025 tot de dag van de (verschillende) deelbetalingen en daarna steeds over de nog openstaande huurachterstand tot aan de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de huurder in de proceskosten begroot op € 1.291,95;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] en veroordeelt de huurder om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege de huurder daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de verhuurder te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:</para>
        <para>- de huurder betaalt niet vóór 31 januari 2025 twee maanden huur aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] );</para>
        <para>- de huurder betaalt vanaf maart 2025 niet of niet tijdig (vóór de eerste van iedere maand) de maandelijkse termijnen van € 250,00 aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] ); </para>
        <para>- de huurder betaalt niet of niet tijdig (vóór de eerste van iedere maand) de maandelijkse huur aan de verhuurder;</para>
        <para>- de huurder blijft niet bij de Stadsbank Oost Nederland met een budgetbeheerrekening. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt de huurder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de huurder de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door</para>
        <para>mr. M.M. Verhoeven op 10 februari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>