<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2026:185</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:13:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84/326643-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:185">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:185</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:12:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:185 Rechtbank Overijssel , 15-01-2026 / 84/326643-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2026:185:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdenking komt er op neer dat verdachte in de periode van 1 mei 2016 tot en met 18 juli 2016 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald. </para>
      <para />
      <para>De verdachte krijgt 3 maanden voorwaardelijke gevangenis, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 180 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2026:185:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84/326643-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 15 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 18 december 2025 en 15 januari 2026 (sluiting onderzoek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 mei 2016 tot en met 18 juli 2016 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18 juli 2016 te [plaats 2], in elk geval in Duitsland,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk (telkens) (een) grote hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 31 mei 2016 (circa) 2.500.000</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">sigaretten, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in of omstreeks de periode van 3 juni 2016 tot en met 6 juni 2016 (circa) 2.500.000</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">sigaretten, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 (circa) 3.200.000</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">sigaretten,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans een grote hoeveelheid sigaretten,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden heeft gehad,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de heffing waren betrokken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. De bewijsmotivering</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ede85cd7-e710-4761-b8a5-d07abbf5da7b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 22 oktober 2015 heeft de politie, naar aanleiding van informatie over een mogelijke hennepplantage, het pand gelegen op het adres [adres 1] in [plaats 1] doorzocht. Het pand bestond uit drie afzonderlijke loodsen. In de loods op het adres [adres 1] werden acht pallets met daarop kartonnen dozen en zogenoemde bigshoppers aangetroffen, waarin grote hoeveelheden sloffen sigaretten waren opgeslagen.<footnote-ref linkend="_7a790c02-cfed-479e-a6aa-42266d034045" /> Na telling door verbalisanten van de Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) bleek dat in deze loods in totaal 1.315.580 sigaretten van verschillende merken aanwezig waren.<footnote-ref linkend="_69cfdf10-2942-4732-91df-05447033b34d" /> De sigaretten waren niet voorzien van een accijnszegel.<footnote-ref linkend="_ebaaace4-5174-4daf-be66-770aa182fe79" /> In de nabijheid van de pallets werd een petflesje van het merk “AA Drink” aangetroffen. Van dit flesje werd de drinkrand bemonsterd.<footnote-ref linkend="_317d95b6-c6f9-41af-8c84-e8da271c7fed" /> Het veiliggestelde sporenmateriaal is vervolgens onderzocht en vergeleken met de Nederlandse DNA-databank. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het aangetroffen DNA-materiaal overeenkwam met het DNA-profiel van medeverdachte [medeverdachte] .<footnote-ref linkend="_8c8dbfad-a3f3-4cc4-98d3-1ecfc4f96502" /> Hierop is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld onder de naam “Loods”. In het kader van dit onderzoek zijn op verschillende locaties aanzienlijke hoeveelheden illegale sigaretten aangetroffen. Daarnaast werden verschillende opsporingsmiddelen ingezet waaruit de verdenking naar voren kwam dat verdachte zich gedurende een langere periode samen met anderen heeft beziggehouden met het transporteren van illegale sigaretten. Deze sigaretten werden vanuit Duitsland, via Nederland, doorgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk.<footnote-ref linkend="_0afeae19-80db-43b7-86fd-6baabb8b5e63" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 13 februari 2017 (V07-01);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 14 februari 2017 (V07-02);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal Transport 1 Duitsland – Verenigd Koninkrijk van 7 oktober 2016 (AMB-034);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal Transport 2 Duitsland – Verenigd Koninkrijk van 7 oktober 2016 (AMB-038);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal Transporten Verenigd Koninkrijk – Duitsland (retour deklading) en Transport 3 Duitsland – Verenigd Koninkrijk van 28 oktober 2016 (AMB-047);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal redelijk vermoeden [medeverdachte] / “[alias]” van 12 oktober 2016 (AMB-045).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierbij betrekt de rechtbank dat verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat ter zake van deze sigaretten in Nederland de verplichting de accijns op aangifte te voldoen niet zou worden nagekomen (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD3699, r.o. 5.4.5.).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2016 tot en met 18 juli 2016  in Duitsland, tezamen en in vereniging met  anderen, opzettelijk telkens een grote hoeveelheid accijnsgoederen, te weten:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- in omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 31 mei 2016 2.500.000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sigaretten, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- inde periode van 3 juni 2016 tot en met 6 juni 2016 2.500.000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sigaretten, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- inde periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 3.200.000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sigaretten,</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 5 en 97 van de Wet op de accijns en artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich, gedurende langere tijd, schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van in totaal meer dan acht miljoen sigaretten, zonder dat over die sigaretten accijns was betaald. Door het handelen van verdachte is de Nederlandse fiscus een aanzienlijk bedrag aan accijns misgelopen. Bovendien verstoort de smokkel de reguliere markt voor sigaretten. Op deze wordt aan bonafide bedrijven die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan. Ook wordt het in Europese landen gevoerde beleid om door hoge prijzen het gebruik van sigaretten te ontmoedigen om de schadelijke gevolgen daarvan voor de volksgezondheid te beperken op deze wijze gefrustreerd. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over verdachte van 4 juni 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor het opleggen van een taakstraf niet aangewezen zou zijn. De rechtbank acht het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval echter niet passend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de rol van verdachte als in- en ompakker binnen het geheel van de strafbare feiten (aanzienlijk) beperkter is geweest dan die van de medeverdachten, verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, alsmede dat het tijdsverloop sinds de pleegperiode zeer aanzienlijk is en de overschrijding van de redelijke termijn dientengevolge substantieel. Ook heeft de rechtbank gelet op de straffen die bij vonnissen van deze rechtbank van heden zijn opgelegd aan medeverdachten. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van één jaar en een taakstraf voor de duur van 180 uren met aftrek van voorarrest, te vervangen door 90 dagen hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 1 (één) jaar</emphasis> de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">90 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Manuel en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ede85cd7-e710-4761-b8a5-d07abbf5da7b" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 57513 / Loods. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a790c02-cfed-479e-a6aa-42266d034045" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2015 (AMB-002), p. 10000002 en 10000003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_69cfdf10-2942-4732-91df-05447033b34d" label="3">
    <para> Het proces-verbaal onjuiste telling aantal sigaretten van 3 november 2015 (AMB-013), p. 10000029.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebaaace4-5174-4daf-be66-770aa182fe79" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2015 (AMB-002), p. 10000002.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_317d95b6-c6f9-41af-8c84-e8da271c7fed" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 22 oktober 2015 (AMB-019), p. 10000044 t/m 10000047.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c8dbfad-a3f3-4cc4-98d3-1ecfc4f96502" label="6">
    <para> Het proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen (inclusief bijlagen) van 18 november 2015 (AMB-020), p. 10000048 t/m 10000052. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0afeae19-80db-43b7-86fd-6baabb8b5e63" label="7">
    <para> Het proces-verbaal algemeen dossier van 25 januari 2018 (OPV-01), p. 0000001 t/m 00000089.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>