<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:7716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T11:36:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.176066.22 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7716">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T11:35:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:7716 Rechtbank Overijssel , 19-12-2025 / 08.176066.22 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7716:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. De rechtbank legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 87.000,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen aannemelijk dat veroordeelde voordeel heeft genoten vanwege handel in cocaïne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7716:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-176066-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 19 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Syrië),</para>
      <para>wonende aan [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 147.850,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2025 en </para>
      <para>5 december 2025. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.A. Blok, advocaat in Rotterdam, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 87.100,00 en dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 87.100,00. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft, zakelijk weergeven en overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota, het volgende aangevoerd. Veroordeelde kan zich niet verenigen met de inhoud van het ontnemingsrapport. De raadsvrouw verzoekt, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, primair de ontnemingsvordering af te wijzen en de betalingsverplichting op nihil te stellen. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw het ontnemingsbedrag lager vast te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2025 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</para>
        <para>en </para>
        <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</para>
        <para>en</para>
        <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2 en feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen, inlichtingen te verschaffen,</para>
        <para>en</para>
        <para>zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, </para>
        <para>en</para>
        <para>voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</para>
        <para>en </para>
        <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</para>
        <para>en</para>
        <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte</para>
        <para>bewijsmiddelen en het voor de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen</para>
        <para>voordeel opgemaakt rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel </para>
        <para>van 20 juni 2023<footnote-ref linkend="_711302a1-eb72-4b22-bb0a-7ecb8f0bee5d" /> op grond van artikel 36e, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) dat veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit de door hem gepleegde strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt vast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekening</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat er op basis van de bewezenverklaring van uit dat verdachte in 2020 en 2021 tenminste 5,5 kilo cocaïne heeft verhandeld (4,5 kilo in 2020 en 1 kilo in 2021).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2020</para>
        <para>4.500 x € 51,00 (straatprijs 2020<footnote-ref linkend="_aa99e0e1-ea32-45c3-b670-78781b3a7c57" />) = € 229.500,00</para>
        <para>minus 4.5 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken<footnote-ref linkend="_475c9385-f448-40b7-8bd6-8270339eff4a" />) = </para>
        <para>€ 153.000,00</para>
        <para>€ 229.500,00 – € 153.000,00 = € 76.500,00  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2021</para>
        <para>1.000 x € 44,60 (straatprijs 2021<footnote-ref linkend="_dbfb9c6d-73a3-4f1b-8461-5c4a4c08f584" />) = € 44.600,00</para>
        <para>minus 1 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken<footnote-ref linkend="_b50e2b39-4f2e-4285-b7da-409aa3ab9a75" />) = </para>
        <para>€ 34.000,00</para>
        <para>€ 44.600,00 – € 34.000,00 = € 10.600,00  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal € 76.500,00 + € 10.600,00 = € 87.100,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 87.100,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 87.100,00. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ 87.100,00</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van <emphasis role="bold">€ 87.100,00</emphasis> aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_711302a1-eb72-4b22-bb0a-7ecb8f0bee5d" label="1">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) van 20 juni 2023. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa99e0e1-ea32-45c3-b670-78781b3a7c57" label="2">
    <para> Prijzen Drugs &amp; (Pre-) Precursoren 2020 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_475c9385-f448-40b7-8bd6-8270339eff4a" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen nr. 9 van 22 december 2022 en nr. 184 van 9 mei 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbfb9c6d-73a3-4f1b-8461-5c4a4c08f584" label="4">
    <para> Prijzen Drugs &amp; (Pre-) Precursoren 2021 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b50e2b39-4f2e-4285-b7da-409aa3ab9a75" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen nr. 9 van 22 december 2022 en nr. 184 van 9 mei 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>