<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:7570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-29T09:58:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11424615 \ CV EXPL  24-2352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2025:4308" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2025:4308</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7570">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-24T11:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:7570 Rechtbank Overijssel , 23-12-2025 / 11424615 \ CV EXPL  24-2352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7570:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In de tussenvonnis heeft eiser, onder verwijzing naar een door hem overgelegde “Leenovereenkomst”, gesteld dat gedaagde geld van hem heeft geleend. Volgens gedaagde heeft hij geen geld geleend van eiser en is de handtekening onder voormelde overeenkomst niet van hem. De kantonrechter stelt eiser in de gelegenheid bewijs te leveren van zijn stelling dat de betwiste handtekening echt (als in: door gedaagde gezet) is</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7570:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11424615 \ CV EXPL  24-2352</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1], gemeente [gemeente 1],</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: L. Veld, werkzaam bij Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2], gemeente [gemeente 2],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.A. Batelaan, advocaat te Harderwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <para>- het tussenvonnis van 1 juli 2025 waarbij een deskundigenonderzoek is bevolen;</para>
      <para>- het deskundigenrapport van 23 oktober 2025 van ing. [deskundige 1] en [deskundige 2], werkzaam bij Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau te Enschede;</para>
      <para>- de conclusie na deskundigenbericht van 25 november 2025 van [eiser];</para>
      <para>- de conclusie na deskundigenbericht van 25 november 2025 van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De (verdere) beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Zoals in voormeld tussenvonnis is vermeld, heeft [eiser], onder verwijzing naar een door hem overgelegde “Leenovereenkomst”, gesteld dat [gedaagde] geld van hem heeft geleend. Volgens [gedaagde] heeft hij geen geld geleend van [eiser] en is de handtekening onder voormelde overeenkomst niet van hem. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De “Leenovereenkomst” is een onderhandse akte. Dit betekent dat op degene die zich van de akte als bewijsmiddel wil bedienen, [eiser] dus, de bewijslast rust en daarmee het bewijsrisico van de echtheid van de betwiste handtekening (artikel 159 lid 2 Rv).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het deskundigenonderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen zijn door de deskundige in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept deskundigenbericht en hebben dat beiden gedaan. De deskundige heeft vervolgens een definitief deskundigenrapport uitgebracht. In dit rapport zijn in hoofdstuk 12 de reacties van partijen opgenomen en wordt gereageerd op de opmerkingen van [eiser].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In hoofdstuk 10 “<emphasis role="italic">Conclusies</emphasis>” van het deskundigenbericht staat opgenomen:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">De bevindingen van het onderzoek zijn veel waarschijnlijker wanneer de betwiste handtekening die is gezet voor de persoon [gedaagde] geen authentieke handtekening van hem betreft (hypothese H2) dan wanneer het wel om een authentieke handtekening zou gaan en niet om een nabootsing of vervalsing (H1)</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht opgemerkt: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">[gedaagde] meent dat zijn standpunt, inhoudende dat de handtekening onder de</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geldleenovereenkomst niet van hem is, door het deskundigenonderzoek wordt bevestigd. Immers, volgens de deskundige is het veel waarschijnlijker dat de handtekening niet is gezet door [gedaagde] dan dat de handtekening wel is gezet door [gedaagde]</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht opgemerkt dat hij het oordeel van de deskundige onbegrijpelijk vindt. Hij houdt vol dat de handtekening door [gedaagde] is gezet en dat hij en zijn zoon daarbij aanwezig waren. Hij wil dan ook dat zijn zoon als getuige wordt gehoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Artikel 166 lid 1 Rv neemt als uitgangspunt dat de rechter op verzoek van een partij een getuigenverhoor moet bevelen. Gelet daarop zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld door middel van getuigen bewijs te leveren van zijn stelling dat de handtekening door [gedaagde] is gezet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>stelt [eiser] in de gelegenheid bewijs te leveren van zijn stelling dat de betwiste handtekening echt (als in: door [gedaagde] gezet) is, door het laten horen van getuigen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">dinsdag 6 januari 2026</emphasis> voor uitlating door [eiser] wie hij als getuigen wil doen horen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden februari tot en met mei 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. E. Horsthuis, in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>