<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:7325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-17T13:04:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AK_25_3561</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7325">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-17T13:03:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:7325 Rechtbank Overijssel , 15-12-2025 / AK_25_3561</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7325:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening Wet open overheid. Verzoek om stukken al openbaar te maken tijdens de bezwaarprocedure. Verzoek wordt afgewezen, omdat er geen zwaarwegend spoedeisend belang is en er geen ernstige twijfel bestaat over de rechtmatigheid van het besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7325:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ZWO 25/3561</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, uit [woonplaats] , </para>
      <para>hierna: [eiser] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Zwolle</emphasis>,</para>
      <para>hierna: het college. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding: feiten en procesverloop </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 16 juli 2025 heeft [eiser] het college verzocht documenten te openbaren inzake de gebiedsontwikkeling Noorderkwartier, met name over het parkeerbeleid, bouwhoogten, verkeerssituaties, bodemsanering, interne correspondentie en het Ruimtelijk Ontwikkelplan. Op 27 augustus 2025 heeft hij dit verzoek herhaald en een expliciet beroep op de Wet open overheid (hierna: Woo) gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 4 november 2025 heeft het college besloten 169 documenten gedeeltelijk openbaar te maken. Uitzonderingen betreffen de persoonsgegevens van ambtenaren onder operationeel niveau en particuliere derden (op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo), de bedrijfs- en fabricagegegevens van externe adviesbureaus (op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de Woo), en een beperkt aantal passages, omdat openbaarmaking daarvan de economische of financiële belangen van de gemeente zouden schaden (op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Woo). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 9 december 2025 heeft [eiser] tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft [eiser] de voorzieningenrechter verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het verzoek is kennelijk ongegrond. Daarom doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_3b13178e-1a2d-4339-8718-4862e9383170" /> De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is van mening dat het college niet alle documenten heeft verstrekt; de zoekslag is niet volledig geweest. In het verzoek om voorlopige voorziening heeft hij de voorzieningenrechter in de kern verzocht het college op te dragen vóór 16 december 2025 de ontbrekende stukken openbaar te maken. [eiser] geeft aan dat hij hiertoe verzoekt, omdat hij op uiterlijk die datum wellicht een andere voorlopige voorziening moet indienen in een andere procedure en hij anders niet zijn rechtspositie daarin kan waarborgen. Zonder de stukken wordt zijn recht op effectieve rechtsbescherming onmogelijk gemaakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van voorzieningenrechter heeft [eiser] geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daartoe is het volgende van belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Een verzoek om voorlopige voorziening waarin wordt gevraagd om openbaarmaking van documenten komt niet snel voor toewijzing in aanmerking, omdat een dergelijke voorziening een onomkeerbaar karakter heeft. Als documenten eenmaal openbaar zijn, zijn zij openbaar. Ook maakt een dergelijke voorziening een beslissing in het bodemgeding zinloos. Daarom is voor toewijzing van een dergelijk verzoek in beginsel alleen plaats als ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het besluit én er een zeer zwaarwegend spoedeisend belang is dat het treffen van een dergelijke voorziening noodzakelijk maakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In wat [eiser] naar voren heeft gebracht ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van een dergelijk zwaarwegend spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening vereist. De enkele stelling dat [eiser] de documenten mogelijk wil gebruiken in een andere voorlopige voorziening-procedure is onvoldoende om daartoe te concluderen. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter vooralsnog geen reden ernstig te twijfelen aan de rechtmatigheid van de beslissing op het Woo-verzoek van 4 november 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra,  griffier. Uitgesproken in het openbaar op: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>voorzieningenrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3b13178e-1a2d-4339-8718-4862e9383170" label="1">
    <para> Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>