<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:7068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-10T12:06:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.14.1515.23 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7068">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-10T12:05:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:7068 Rechtbank Overijssel , 08-12-2025 / 18.14.1515.23 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7068:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De veroordeelde heeft wederrechtelijk voordeel verkregen door het medeplegen van het organiseren van illegale pokerspelen. De rechtbank stelt vast dat het voordeel € 54.337,68 bedraagt en legt aan de veroordeelde een betalingsverplichting op van dat bedrag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:7068:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 18.141515.23</para>
      <para>Datum vonnis: 8 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 143.144,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 24 november 2025. Veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.J. Buitenhuis, advocaat in Leeuwarden, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de terechtzitting heeft de officier van justitie zijn vordering gewijzigd en zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 148.129,-. Volgens de officier van justitie wordt in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, dat ten grondslag ligt aan de ingediende vordering, ten onrechte uitgegaan van 99 (in plaats van 97) speelavonden. Daarnaast wordt voor wat betreft een deel van de kosten ten onrechte uitgegaan van drie (in plaats van twee) speelavonden per week. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft verweer gevoerd tegen de toewijzing van het door de officier van justitie gevorderde bedrag. Zij heeft primair bepleit dat de vordering moet worden afgewezen omdat veroordeelde geen financieel voordeel heeft genoten van de bewezen verklaarde feiten en de vordering ook los daarvan niet deugdelijk is onderbouwd. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om er rekening mee te houden dat de draagkracht van veroordeelde niet toereikend is om de ontnemingsvordering te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 8 december 2025 veroordeeld voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet op de Kansspelen, meermalen gepleegd</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3 </emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het met deze vordering</para>
        <para>samenhangende strafdossier en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel </para>
        <para>met bijlagen, opgemaakt op 19 juli 2024 door verbalisant [verbalisant] (hierna aangeduid als: ‘het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt als grondslag voor de ontnemingsvordering wat is bewezen verklaard in het vonnis van de rechtbank van 8 december 2025. De rechtbank heeft onder meer bewezen verklaard dat veroordeelde zich in de periode van 6 juli 2022 tot en met 12 juni 2023 schuldig heeft gemaakt aan de organisatie van illegale pokertoernooien. De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen aannemelijk dat veroordeelde daarvan voordeel heeft genoten en ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen tevens de schatting van de omvang van dat voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitgangspunt</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank neemt de onderstaande bevindingen uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderzoeksperiode van 49 weken werden volgens veroordeelde twee of drie speelavonden per week georganiseerd. In het voordeel van veroordeelde uitgaande van twee speelavonden per week, betreffen dit in totaal 98 speelavonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de woning van veroordeelde is een spelersadministratie aangetroffen. Daaruit blijkt dat de speelavonden van elkaar verschilden voor wat betreft het aantal tafels, rondes en spelers. In het verlengde daarvan verschilde de winst die met de verschillende speelavonden werd behaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de spelersadministratie kan de winst van 16 speelavonden worden afgeleid. Daarmee kan een gemiddelde winst per speelavond worden berekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de uit de spelersadministratie af te leiden winst per speelavond zijn een groot deel van de kosten die met organisatie van die avond gepaard gingen verdisconteerd. Dit geldt echter niet voor de kosten die verband houden met de aanschaf van de speeltafels, stoelen, speelkaarten, pokerchips, het promotiemateriaal en het pinapparaat. Dit geldt daarnaast niet voor de transactiekosten die werden ingehouden als via het pinapparaat werd betaald en de bedragen die werden betaald aan een vrouw die langskwam om de speelruimte op te ruimen en schoon te maken. Deze nog niet in de berekening verdisconteerde kosten kunnen worden begroot op € 25.156,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overwegingen rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, conform het betoog van de officier van justitie, van oordeel dat het redelijk is om uit te gaan van twee speelavonden per week en daar geen andere speelavond(en) bij op te tellen. Dit laatste is in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel wel gedaan. De rechtbank zal de gemaakte berekening op dit punt aanpassen. De bewezen verklaarde periode betreft een periode van 49 weken. De rechtbank gaat dan ook uit van 98 (in plaats van 97) speelavonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet voorts geen reden om de in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel opgenomen berekening van de overige kosten (de kosten die niet zijn opgenomen in de aangetroffen spelersadministratie) aan te passen. Het is naar het oordeel van de rechtbank passend om in het geval van twijfel uit te gaan van het voor veroordeelde meest gunstige scenario.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat de vermeende opbrengsten niet herleid kunnen worden tot de periode en handelingen die veroordeelde ten laste zijn gelegd, wordt door de rechtbank verworpen. De bedragen uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel zijn afkomstig uit de administratie die met betrekking tot de pokertoernooien is bijgehouden. Voor wat betreft de periode acht de rechtbank daarbij van belang dat door zowel veroordeelde als zijn raadsvrouw onderbouwd naar voren is gebracht dat uitsluitend in de periode tussen 6 juli 2022 tot en met 12 juni 2023 op bedrijfsmatige wijze pokertoernooien zijn georganiseerd. De rechtbank acht het in dat licht niet aannemelijk dat de opbrengsten verband houden met handelingen die buiten de bewezen verklaarde periode vallen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is voorts aannemelijk geworden dat veroordeelde met betrekking tot een deel van de winst overeenkomsten van geldlening is aangegaan. Anders dan de verdediging stelt, kunnen de uitgeleende bedragen niet als kosten worden aangemerkt. Bij een overeenkomst van geldlening verkrijgt de uitlener een vordering tot terugbetaling op de lener. Dit vorderingsrecht is op geld waardeerbaar en maakt onderdeel uit van het vermogen. Voor zover al kan worden aangenomen dat veroordeelde de geldleningen, zoals de verdediging stelt, moest aangaan om de pokerspelen te kunnen laten voortduren, geldt dat zijn vermogen daardoor niet is verminderd. Dat veroordeelde er om hem moverende redenen voor kiest om de uitgeleende bedragen niet terug te vragen, maakt dat niet anders. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt tot slot vast dat in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel weliswaar wordt opgemerkt dat in de berekening van de gemiddelde winst per avond al rekening is gehouden met een deel van de kosten, maar dat in ‘het proces-verbaal van bevindingen opbrengsten speelavonden’ waarnaar wordt verwezen is gerekend met bedragen waarvan de kosten nog niet zijn afgetrokken. Daarnaast  is bij de berekening geen rekening gehouden met het feit dat de winst op verschillende avonden over twee personen (veroordeelde en een ander) moest worden verdeeld. De rechtbank zal de berekening op deze punten corrigeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorgaande leidt tot de volgende berekening:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemiddelde winst per persoon per avond, zoals kan worden afgeleid uit de in de woning van veroordeelde aangetroffen spelersadministratie, wordt berekend als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>      	   895</para>
        <para>      	   900</para>
        <para>	   475</para>
        <para>	   680</para>
        <para>	1.050</para>
        <para>	   315</para>
        <para>	   650</para>
        <para>	   915</para>
        <para>	   450</para>
        <para>	     75</para>
        <para>	   335</para>
        <para>	1.850</para>
        <para>	1.500</para>
        <para>	1.466</para>
        <para>	   310</para>
        <para>	1.112,50</para>
        <para>       ________ +</para>
        <para>       12.978,50  : 16 (avonden) = gemiddeld € 811,16 winst per avond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>€ 811,16 x 98 (speelavonden) = € 79.493,68. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>€ 79.493,68 - € 25.156,- (aan overige kosten) = € 54.337,68.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 54.337,68.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft gesteld dat de draagkracht van veroordeelde niet toereikend is om de ontnemingsvordering te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de draagkracht van de betrokkene in beginsel aan de orde komt in de executiefase. De reden daarvoor is dat de rechter in de ontnemingsprocedure doorgaans niet met zekerheid zal kunnen vaststellen hoe de draagkracht van de betrokkene zich in de – soms aanzienlijk later plaatsvindende – executiefase zal ontwikkelen, en dat de mogelijkheid om aan de opgelegde betalingsverplichting te voldoen zich dus beter laat beoordelen in de executiefase. In de ontnemingsprocedure bestaat alleen grond voor matiging van de betalingsverplichting als aanstonds duidelijk is dat de betrokkene op dat moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Het gaat dan om het geval waarin de rechter zonder nader onderzoek kan vaststellen dat de betrokkene op het moment van de ontnemingsprocedure geen draagkracht heeft en dat het zeer waarschijnlijk is dat daarin in de toekomst geen verandering zal komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak is niet gebleken dat deze uitzonderingsituatie aan de orde is, zodat de rechtbank bij het vaststellen van de betalingsverplichting geen rekening zal houden met de draagkracht van de veroordeelde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 54.337,68.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 54.337,68; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 54.337,68 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.J. Postma rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.W. van den Bosch en mr. E.A.N. Sjerps, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025.</para>
      <para>mr. E.A.N. Sjerps is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>