<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:6820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:54:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/088127-23 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:6820 Rechtbank Overijssel , 07-10-2025 / 08/088127-23 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het medeplegen van afpersing en bedreiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/088127-23 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 7 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 september 2025 en 7 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. N. Tanoglu, advocaat in Arnhem, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de namens [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partij door mr. R.E.H. Jager, advocaat in Amersfoort, is aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op </para>
      <para>10 december 2022 in Enschede samen met (een) ander(en) dan wel alleen [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft proberen af te persen tot de afgifte van een geldbedrag door hem te bedreigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 december 2022 te omstreeks 13:30 uur te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een maandelijks geldbedrag, in elk geval van enig geld, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde, immers is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s)</para>
      <para>-naar de [bedrijf] van die [slachtoffer] gereden en/of heeft/hebben die [bedrijf]</para>
      <para> betreden en/of (daarbij)</para>
      <para>-die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd: ‘ [bedrijf] gaat sluiten en nu ga jij meer verdienen, dus moet je de winst met mij delen. Jij moet mij elke maand € 8500,- euro betalen’ en/of (daarbij) </para>
      <para>-op die [slachtoffer] is toegelopen en/of (daarbij) tijdens het maken van een schietgebaar een vinger op/tegen diens hoofd geplaatst en/of (vervolgens)</para>
      <para>-die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: ‘ik ga je doodschieten’ en/of ‘je krijgt een kogel door je hoofd heen’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich, overeenkomstig haar op schrift gestelde pleidooi, op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 10 december 2022, omstreeks 13:30 uur, zijn [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [verdachte] (hierna: [verdachte] ) naar de [bedrijf] in [adres 2] gegaan van aangever [slachtoffer] . In het kantoor van de [bedrijf] heeft een woordenwisseling plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] enerzijds en [slachtoffer] anderzijds over de winsten die moesten worden verdeeld. Bij deze woordenwisseling zou [verdachte] [slachtoffer] hebben bedreigd met de dood, waarna [verdachte] is weggelopen. [medeverdachte 1] is op dat moment bij [slachtoffer] in het kantoor gebleven. [verdachte] vertelde aan [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), de broer van [medeverdachte 1] , dat er een woordenwisseling had plaatsgevonden tussen [slachtoffer] , [medeverdachte 1] en [verdachte] . [medeverdachte 2] heeft zich daarop rond 13:45 uur boos naar de [bedrijf] van [slachtoffer] begeven. In het kantoor van de [bedrijf] vindt opnieuw een woordenwisseling plaats, nu tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] enerzijds en [slachtoffer] anderzijds. Hierbij zou [medeverdachte 2] volgens aangever hebben geroepen dat [slachtoffer] de [bedrijf] aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] moest teruggeven. Vervolgens zou [medeverdachte 2] [slachtoffer] met een mes hebben bedreigd en daarbij hebben geroepen: “Ik ga je doodmaken”. Hierna is [medeverdachte 2] de [bedrijf] uitgelopen. [medeverdachte 1] bleef nog in het kantoor met [slachtoffer] . Op enig moment heeft ook [medeverdachte 1] de [bedrijf] verlaten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omstreeks 21.00 uur kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] opnieuw naar de [bedrijf] . In de [bedrijf] was de (stief)zoon van [slachtoffer] aanwezig, genaamd [naam]. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben een huurbeëindigingsovereenkomst achtergelaten voor [slachtoffer] . Hierin stond dat per 5 januari 2023 de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden werd beëindigd. Op 11 december 2022 heeft [medeverdachte 1] aan [slachtoffer] via WhatsApp een bericht gestuurd waarin stond: “Zijn de papieren getekend. [medeverdachte 2] vraagt hierom, dat moet vandaag afgerond worden en teruggestuurd worden". Hierna heeft [slachtoffer] aangifte gedaan bij de politie. </para>
        <para>
          [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] ontkennen dat zij [slachtoffer] hebben afgeperst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het ten laste gelegde feit zijn er verklaringen afgelegd door [slachtoffer] , [naam] en een medewerker van de [bedrijf] enerzijds en verdachte en zijn medeverdachten anderzijds. Deze verklaringen staan haaks op elkaar. Bovendien vinden de verklaringen van [slachtoffer] , [naam] en een medewerker van de [bedrijf] onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank heeft uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte en zijn medeverdachten het ten laste gelegde feit hebben begaan, zodat verdachte en zijn medeverdachten daarvan behoren te worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De schade van benadeelde</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om immateriële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering gelet op de gevorderde vrijspraak van het tenlastegelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft gelet op de bepleite vrijspraak zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering heeft betrekking op het ten laste gelegde feit. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. Kapinga, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en </para>
      <para>mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>