<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:6685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-18T13:20:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/25/50 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6685">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-18T13:19:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:6685 Rechtbank Overijssel , 14-04-2025 / C/08/25/50 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6685:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek Wsnp toegewezen, verzoek eerdere ingangsdatum gedeeltelijk afgewezen, omdat niet duidelijk is of er gedurende een deel van het minnelijk traject sprake was van spaarcapaciteit en als die er was, waarom er niet is gespaard voor schuldeisers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6685:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht - Schuldsanering</para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: 	C/08/25/50 R</para>
      <para>uitspraakdatum: 	14 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] , wonende te [woonplaats]</para>
      <para> ,</para>
      <para>verzoeker., verder te noemen: [verzoeker] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de goederen van [verzoeker] is op 1 september 2023 een onderbewindstelling uitgesproken, met benoeming van [beschermingsbewindvoerder] B.V. te [vestigingsplaats] tot (beschermings)bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] is gehoord op 31 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Op 1 juli 2023 is de Wet verbetering doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in werking getreden. Als gevolg van inwerkingtreding van vorengenoemde wet is onder andere artikel 349a lid 1 Faillissementswet (Fw) aangepast, in die zin dat nu is bepaald dat de termijn van de schuldsaneringsregeling anderhalf jaar bedraagt te rekenen van de dag van de uitspraak tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285 eerste lid onder f, indien die dag eerder is gelegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] heeft, naast dat hij heeft verzocht de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren, ook verzocht om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van die schuldsaneringsregeling vast te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal eerst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behandelen en vervolgens bepalen of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum vast te stellen. </para>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. </para>
      <para>
        [verzoeker] heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en/of onbetaald laten van de schuldenlast, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de schuldsaneringsregeling dan ook op [verzoeker] van toepassing verklaren. Door de toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn de ten laste van [verzoeker] gelegde beslagen van rechtswege komen te vervallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft het bepalen van een eerdere ingangsdatum overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para>Volgens het dossier en de verklaring ter zitting is op 25 mei 2024 gestart met de schuldregeling en was er in mei en juni 2024 sprake van spaarcapaciteit, maar lag er beslag op het inkomen. Vanaf juli 2024 was er geen sprake meer van beslag. Op 26 november 2024 is er vervolgens een nul-aanbod gedaan aan de schuldeisers, omdat er volgens de beschermingsbewindvoerder geen sprake (meer) was van spaarcapaciteit. [verzoeker] ontvangt een PW-uitkering en er is (opnieuw) een Wajong-uitkering aangevraagd, aangezien [verzoeker] wegens zijn autisme niet in staat is te participeren op de reguliere arbeidsmarkt. </para>
      <para>De rechtbank constateert dat er een beroep is gedaan op het bepalen van een eerdere ingangsdatum, maar dat niet duidelijk is op welke datum die ingangsdatum zou moeten worden bepaald. </para>
      <para>Voorts is het de rechtbank, door gebrek aan onderbouwing in het verzoekschrift en ter zitting, niet duidelijk geworden waarom er vanaf juli 2024 geen sprake was van spaarcapaciteit of, indien er wel sprake was van spaarcapaciteit, waarom er niet is gespaard voor de schuldeisers. De rechtbank zal de periode van 25 mei 2024 tot 26 november 2024 dan ook niet bij het bepalen van de eerdere ingangsdatum betrekken en de eerdere ingangsdatum op 26 november 2024 bepalen, zijnde de datum waarop het nul-aanbod aan de schuldeisers is gedaan. Uit de aanbiedingsbrieven aan de schuldeisers is gebleken dat het inkomen van [verzoeker] in ieder geval vanaf dat moment uit (slechts) een PW-uitkering bestaat en er geen sprake is van spaarcapaciteit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:</para>
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] -1993 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.M. Verhoeven,</para>
    <parablock>
      <para>en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,</para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para> ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan [verzoeker] gerichte brieven en telegrammen;</para>
    <para />
    <para>- stelt de vergoeding voor de bewindvoerder gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling voorlopig vast op de bedragen zoals bepaald in het op 1 januari 2024 in werking getreden Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering, en brengt deze bedragen ten laste van de boedel.</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de bewindvoerder - bij wijze van voorschot - van deze vergoeding gemiddeld per maand een bedrag mag opnemen van maximaal het maandbedrag van het looptijdafhankelijke deel, te vermeerderen met 1/18 van het looptijdonafhankelijke deel, een en ander vanaf de maand waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is (een gedeelte van een maand daaronder begrepen) en uitsluitend wanneer het saldo op de ten behoeve van de schuldsaneringsregeling geopende bankrekening dit toelaat;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling op grond van</para>
    <para>artikel 349a lid 1 Faillissementswet op 26 november 2024<footnote-ref linkend="_1c3ac2c3-b774-427a-94e6-b959ae3936fc" />. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen te Zwolle door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2025 in tegenwoordigheid van de </para>
      <para>griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1c3ac2c3-b774-427a-94e6-b959ae3936fc" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak moet kennisnemen (art. 349a jo 351 Fw).</para>
    <para />
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>