<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:6237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T11:11:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AK_25_566V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:6237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T11:11:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:6237 Rechtbank Overijssel , 23-10-2025 / AK_25_566V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet n.a.v. uitspraak rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Verzet ongegrond. Het beroep was kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet op tijd was betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging was gebleken. In het verzetschrift is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:6237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ZWO 25/566 V</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">dr. drs. ing. [opposant]</emphasis>, uit [woonplaats], opposant<footnote-ref linkend="_a12b62a5-75a4-44f9-aa3f-5c7d5052ccc1" />,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Er is niemand verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 30 april 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel<footnote-ref linkend="_0866ebac-c221-4b4e-9e99-a54a662caf14" /> is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het beroep van opposant</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft een door hem ontvangen bezwaarschrift van opposant op grond van artikel 6:15 van de Awb als beroepschrift naar de rechtbank doorgestuurd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De uitspraak van 30 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposant het verschuldigde griffierecht niet op tijd heeft betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging is gebleken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. In het verzetschrift is niet te lezen waarom de rechtbank het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Er is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie en gevolgen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Dat betekent dat de uitspraak van 30 april 2025 in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a12b62a5-75a4-44f9-aa3f-5c7d5052ccc1" label="1">
    <para> Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0866ebac-c221-4b4e-9e99-a54a662caf14" label="2">
    <para>Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>