<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:5775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:16:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AK_25_1128</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5775">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:15:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:5775 Rechtbank Overijssel , 17-09-2025 / AK_25_1128</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:5775:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep i.v.m. niet tijdig beslissen op verzoek om openbaarmaking van informatie o.g.v. Wet open overheid (Woo). Mondelinge uitspraak; beroep gegrond; de Minister dient vóór 1 januari 2026 een besluit te nemen. Dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:5775:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ZWO 25/1128</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2025 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, uit [woonplaats], </para>
      <para>hierna: [eiser]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna: de minister.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat [eiser] heeft ingesteld, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 3 september 2024 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verzoek ziet op alle werkgeversrapportages en verbeterplannen van de arbeidsinspectie over bedrijven in Overijssel waarbij een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024. Ook worden onderliggende documenten gevraagd die zien op de hiervoor genoemde werkgeversrapportages en verbeterplannen, het gaat om vergaderstukken, interne correspondentie, gespreksverslagen (brieven, e-mails met bijlagen, sms'jes en whatsappberichten), rapporten en adviezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij e-mail van 18 september 2024 vraagt de minister aan [eiser] om het Woo-verzoek te preciseren. Deze precisering heeft vervolgens plaatsgevonden in een gesprek. Bij e-mail van 25 september 2024 heeft de minister aan [eiser] medegedeeld dat de beslistermijn met twee weken wordt verlengd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij e-mail van 3 februari 2025 heeft [eiser] de minister in gebreke gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 2 april 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 september 2025 op zitting behandeld. Hierbij was [eiser] aanwezig en de minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en mr. [naam 2]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de minister te laat is met het nemen van een besluit op het Woo-verzoek van 3 september 2024. [eiser] heeft de minister op 3 februari 2025 in gebreke gesteld. Sindsdien zijn er (meer dan) twee weken voorbij gegaan zonder dat de minister een besluit op het Woo-verzoek heeft genomen. Ten slotte heeft [eiser] op 2 april 2025 beroep ingesteld in verband met het uitblijven van een beslissing van de minister. Aangezien de minister geen gehoor heeft gegeven aan de ingebrekestelling door nog steeds niet op het Woo-verzoek te beslissen, is het door [eiser] ingestelde beroep ontvankelijk en gegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de rechtbank verzocht om de minister opdracht te geven om zo spoedig mogelijk een beslissing op het Woo-verzoek te nemen. Bij een gegrond beroep inzake niet-tijdig beslissen moet de rechtbank bepalen binnen welke termijn de minister alsnog een besluit bekend moet maken.<footnote-ref linkend="_7fe8b414-ea11-494e-9984-250e7352b6ae" /> Ter zitting zijn partijen met elkaar in overleg getreden. In dat onderlinge overleg heeft [eiser] nader gespecificeerd wat zij wil hebben, waardoor sneller aan het verzoek kan worden voldaan. Teneinde [eiser] zekerheid te geven dat op afzienbare termijn aan haar verzoek zal worden voldaan, zal de rechtbank bepalen dat de minister, rekening houdende met de door de minister zelf genoemde termijn, vóór 1 januari 2026 alsnog een besluit op het Woo-verzoek van [eiser] bekend zal moeten maken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in het beroepschrift tevens verzocht om een rechterlijke dwangsom op te leggen aan de minister. De rechtbank bepaalt, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover (het “Beleid extra dwangsom”, te raadplegen via www.rechtspraak.nl), dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nog langer wordt overschreden door de minister. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het beroep is gegrond. Dat betekent dat [eiser] gelijk krijgt, de minister krijgt een termijn tot 1 januari 2026 om alsnog een besluit op het Woo-verzoek van [eiser] te nemen. Tevens wordt aan de minister de hierboven, onder 2.3., genoemde dwangsom opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het griffierecht van € 194,- aan [eiser] vergoeden. Niet is gebleken van proceskosten van [eiser] die volgens de wet voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Partijen hebben de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op vóór 1 januari 2026 alsnog een besluit op het Woo-verzoek van [eiser] bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan [eiser] een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan [eiser] moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2025 door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A.G. Bulte, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7fe8b414-ea11-494e-9984-250e7352b6ae" label="1">
    <para> Dit staat in artikel 8.4, eerste lid, van de Woo in afwijking van artikel 8:55d, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>