<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:5626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T11:06:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11619982 \ CV EXPL  25-1068</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-18T14:35:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:5626 Rechtbank Overijssel , 16-09-2025 / 11619982 \ CV EXPL  25-1068</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:5626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft met gedaagde een huurkoopovereenkomst gesloten voor het gebruik van een bedrijfsauto. Gedaagde heeft niet alle termijnen betaald, waarna eiser de overeenkomst heeft ontbonden. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en veroordeelt gedaagde tot betaling van de achterstallige leasetermijnen en schadevergoeding vanwege de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst (bestaande uit de toekomstige leasetermijnen). Ook moet gedaagde de auto weer inleveren. De kantonrechter wijst de vordering van eiser ten aanzien van de eventuele kosten voor inname van de auto en het doen van aangifte bij de politie af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:5626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11619982 \ CV EXPL  25-1068</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: Janssen en Janssen Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], </emphasis>handelend onder de naam <emphasis role="bold">[bedrijf]</emphasis>,</para>
      <para>te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord<?linebreak?>- de conclusie van repliek<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft met [gedaagde] een huurkoopovereenkomst gesloten voor het gebruik van een bedrijfsauto. [gedaagde] heeft niet alle termijnen betaald, waarna [eiser] de overeenkomst heeft ontbonden. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de achterstallige leasetermijnen en schadevergoeding vanwege de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst (bestaande uit de toekomstige leasetermijnen). Ook moet [gedaagde] de auto weer inleveren. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] ten aanzien van de eventuele kosten voor inname van de auto en het doen van aangifte bij de politie af.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op naam van zijn eenmanszaak [bedrijf] met [eiser] een overeenkomst gesloten met het opschrift “financiële lease (huurkoop) overeenkomst” (hierna: de huurkoopovereenkomst). De overeenkomst strekt ertoe dat [eiser] een Opel Isignia met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto) aan [gedaagde] verkoopt en levert onder voorbehoud van eigendom totdat de leaseprijs volledig is voldaan. In de huurkoopovereenkomst is bepaald dat de leaseprijs € 13.889,05 bedraagt en moet worden voldaan in 49 maandelijkse termijnen van € 283,45. De algemene voorwaarden van [eiser] zijn op de huurkoopovereenkomst van toepassing verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de facturen van oktober, november en december 2024 en januari en februari 2025 onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de huurkoopovereenkomst bij exploot van 11 maart 2025 ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de auto niet aan [eiser] afgegeven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert, samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de auto is ontbonden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van de auto op straffe van een dwangsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 7.555,69 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar dan wel met de wettelijke (handels)rente over een bedrag van € 6.802,80, met dien verstande dat de eventuele verkoopopbrengst van de auto in mindering wordt gestrekt op de openstaande vordering;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 859,10 indien [eiser] tot inname van de auto moet overgaan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 211,75 indien [eiser] tot aangifte bij de politie moet overgaan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat zijn persoonlijke situatie ertoe heeft geleid dat hij in betalingsonmacht is gekomen en dat hij graag een regeling zou willen treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiser] heeft de overeenkomst ontbonden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een achterstand in de leasetermijnen laten ontstaan en daarmee is hij tekortgeschoten in de nakoming van de huurkoopovereenkomst. [eiser] heeft [gedaagde] daarna in gebreke gesteld en de huurkoopovereenkomst op 11 maart 2025 ontbonden. [eiser] was bevoegd om dit te doen op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden. In dit artikel zijn partijen afgeweken van de wettelijke regel van artikel 6:265 BW. De kantonrechter moet aan de hand van wat partijen zijn overeengekomen, toetsen of de ontbindingsverklaring van [eiser] doel heeft getroffen.<footnote-ref linkend="_89eaaa70-2093-467b-b466-5442394bca72" /> Aan alle voorwaarden van artikel 43 van de algemene voorwaarden is voldaan. Daarin staat geen verplichting voor [eiser] om te onderzoeken of de ontbinding gerechtvaardigd is gelet op de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde]. De verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden, wordt daarom toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de auto afgeven aan [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de auto teruggeven aan [eiser]. De huurkoopovereenkomst is geëindigd en [eiser] is nog steeds eigenaar van de auto. Als [gedaagde] de auto niet afgeeft, moet hij de gevorderde dwangsom betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet nog € 6.802,80 aan [eiser] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert in de dagvaarding betaling van een bedrag van € 7.555,69. Dit bedrag is opgebouwd uit de achterstallige facturen van in totaal € 1.417,25 en een bedrag van € 5.385,55 als schadevergoeding op grond van voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Verder is in dit bedrag € 72,61 aan rente begrepen en € 680,28 aan incassokosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat hiertegen geen, althans geen onderbouwd, verweer is gevoerd. [gedaagde] voert alleen aan dat hij een regeling wil treffen en dat hij niet in staat is om eventuele extra kosten of dwangsommen te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Aangezien [gedaagde] de vordering van [eiser] onvoldoende heeft betwist, zal de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 7.555,69 toewijzen. </para>
        <para>Dit alles betekent dat een bedrag van € 20.182,37 wordt toegewezen. De gevorderde overeengekomen rente van 18% per jaar vanaf 20 maart 2025 over het nog openstaande bedrag van de hoofdsom wordt ook toegewezen. Indien de auto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht door [eiser] moet de verkoopopbrengst in mindering worden gebracht op het openstaande bedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kosten van inname van de auto en de kosten van de aangifte bij de politie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vergoeding gevorderd van kosten die zij moet maken als zij de auto zelf moet innemen en aangifte bij de politie moet doen van verduistering. Deze kosten worden afgewezen, omdat ze nog niet zijn gemaakt en het ook niet zeker is dat die kosten (tot het geëiste bedrag) zullen worden gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>120,21</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.476,21</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de Opel Isignia met het kenteken [kenteken] is ontbonden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de Opel Isignia met het kenteken [kenteken] aan [eiser], dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 400,00 per dag dat hij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.555,69, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar over een bedrag van € 6.802,80, met ingang van 20 maart 2025, tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien de auto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht wordt door [eiser], de verkoopopbrengst in mindering wordt gestrekt op de openstaande vordering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>16 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_89eaaa70-2093-467b-b466-5442394bca72" label="1">
    <para> Dat heeft de Hoge Raad bepaald in een uitspraak op 7 juli 2023 (overweging 3.2.). Deze is te vinden op www.rechtspraak.nl door te zoeken op ECLI:NL:HR:2023:1071.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>