<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:3709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T10:53:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11448534 \ CV EXPL  24-2505</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:3709">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:3709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T10:49:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:3709 Rechtbank Overijssel , 03-06-2025 / 11448534 \ CV EXPL  24-2505</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:3709:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 juni 2025 voor akte uitlating partijen.</para>
        <para>Eiser vordert om de gedaagde te veroordelen tot betalingen. Eiser stelt gedaagde in gebreke en wil betalingen van (deels) onbetaald gebleven gedeelte van de koopprijs, vergoeding voor het voortgezet grondgebruik en een contractuele boete.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:3709:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11448534 \ CV EXPL  24-2505</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wondende te [woonplaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.R. Oude Veldhuis, Van Gurp advocaten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 2 december 2024 met producties<?linebreak?>- de conclusie van antwoord van 17 januari 2025 met producties<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 6 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is eigenaar van een perceel grond, gelegen aan de [adres] in de gemeente Tubbergen. Op het perceel staan buxusbollen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] exploiteert een boomkwekerij. [eiser] en [gedaagde] hebben jarenlang (tot en met omstreeks maart 2018) zaken met elkaar gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagde] zijn op enig moment weer met elkaar in contact gekomen. Het contact zag op de exploitatie van de buxusbollen door [gedaagde] op het perceel van [eiser]. De mondelinge contacten hebben uiteindelijk op 4 maart 2022 geresulteerd in een schriftelijke overeenkomst opgesteld door de heer [naam] van Kobra Accountants, accountant van de heer [eiser]. In de overeenkomst is het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“  <emphasis role="bold italic">In aanmerking nemende dat:</emphasis></para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 </emphasis>[opm. kantonrechter: [gedaagde]] <emphasis role="italic">buxus heeft staan op een perceel cultuurgrond, gelegen aan de [adres], welk perceel eigendom is van partij 2 </emphasis>[opm. kantonrechter [eiser]]<emphasis role="italic">;</emphasis></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 2 te vorderen heeft van partij 1, waaronder een tweetal nota’s bekend onder factuurnummer 2022-02 en 2022-04, beiden als bijlage bijgesloten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 een drietal deelbetalingen, ieder groot € 5.000,-, samen derhalve € 15.000,- heeft voldaan op genoemde nota’s;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 en partij 2 nadere afspraken wensen te maken over betaling en oogst buxus en deze afspraken wensen vast te leggen in onderhavige overeenkomst.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Komen als volgt overeen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 2 stelt partij 1 in de gelegenheid de buxus te oogsten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 betaalt voor de oogst het op basis van bijgaande nota’s restant verschuldigde en wel € 5.000,- uiterlijk per 20 maart aanstaande, en vervolgens wekelijks 1/4e deel van het restant verschuldigde, zijnde € 36.250,-, zodat uiterlijk voor 1 mei 2022 het geheel is voldaan;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 dient de oogst af te ronden uiterlijk 15 mei aanstaande, indien deze datum niet haalbaar blijkt, treden partijen in overleg over een tijdelijk voortgezet grondgebruik, teneinde de oogst af te kunnen ronden. Partijen komen hiertoe onderling een aanvullende vergoeding overeen, zijnde € 4.000,-, welke voor afronding van de oogst door partij 1 aan partij 2 wordt voldaan.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 2 onderneemt geen activiteiten die de kwaliteit en kwantiteit van de buxus aan kan tasten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">partij 1 gaat voortvarend te werk bij oogst van de buxus en laat het perceel in ordelijke staat achter;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aldus overeengekomen te Tubbergen/Manderveen, d.d. 4 maart 2022</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] stuurt [gedaagde] twee facturen met datum 4 maart 2022. De factuur met nummer 2022-02 bedraagt € 54.500,00 inclusief btw, met omschrijving “<emphasis role="italic">partij buxus u bekend</emphasis>”. De factuur met nummer 2022-04 bedraagt € 1.750,00 (vrijgesteld van btw) met omschrijving “<emphasis role="italic">afspraak grondvergoeding 2021 u bekend en conform afspraak</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De oogst van de buxusbollen is niet vóór 15 mei 2022 afgerond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 6 oktober 2022 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] schriftelijk in gebreke gesteld en haar gesommeerd om binnen veertien dagen tot betaling van een bedrag van € 40.250,00 (welk bedrag volgens hem verschuldigd is voor het (deels) onbetaald gebleven gedeelte van de kooprijs, vergoeding voor het voortgezet grondgebruik en een contractuele boete) over te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Nadien hebben (de gemachtigde van) partijen nog met elkaar gecorrespondeerd over voorstellen maar zij zijn niet tot een oplossing gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft nadien nog enkele deelbetalingen verricht aan [eiser].</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot: </para>
        <para>I. betaling van € 21.595,29, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 14.500,00 vanaf 1 december 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
        <para>II. betaling van € 1.177,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
        <para>III. betaling van € 3.123,32 aan beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
        <para>IV. betaling van de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze niet binnen 14 dagen na dit vonnis zijn voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Om aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen toekomen, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of zij bevoegd is van deze zaak kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:311 Burgerlijk Wetboek (BW) wordt onder een ‘pachtovereenkomst’ verstaan de overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie. Artikel 7:312 BW bepaalt vervolgens dat onder landbouw onder andere tuinbouw wordt verstaan, waaronder begrepen het kweken van bomen, bloemen en bloembollen en elke andere tak van bodemcultuur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Wanneer het geschil tussen partijen inderdaad voortvloeit uit een pachtovereenkomst, dan is niet de kantonrechter, maar de pachtkamer van de rechtbank Overijssel bevoegd om deze zaak te behandelen (art. 1019j Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ). De kantonrechter moet zich in dat geval onbevoegd verklaren en de zaak ambtshalve verwijzen naar de bevoegde pachtkamer (art. 1019k lid 2 Rv). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of de overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een pachtovereenkomst en welke gevolgen dit volgens partijen zou moeten hebben voor het verdere verloop van het geding. Partijen hebben zich hier op de mondelinge behandeling nog niet over uitgelaten. Alvorens hierover te beslissen, stelt de kantonrechter partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">5.	De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">24 juni 2025</emphasis> voor akte uitlating partijen, over hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 4.4. is overwogen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>