<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:3700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T07:57:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11592839 \ CV EXPL  25-709</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Huurrecht 2025/113</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:3700">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:3700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-10T15:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:3700 Rechtbank Overijssel , 02-06-2025 / 11592839 \ CV EXPL  25-709</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:3700:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 11 februari 2005, totdat in de verzetprocedure is beslist.</para>
        <para>Eiser was veroordeelt om al haar honden uit de woning te verwijderen. Eiser stelt groot belang te hebben bij schorsing van de executie, omdat door haar beperkte netwerk en kwetsbare situatie haar de middelen ontbreekt om direct geheel en effectief aan alle gedragsaanwijzingen tegemoet te komen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:3700:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11592839 \ CV EXPL  25-709</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 2 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.L.T.A. Scheepers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WONINGSTICHTING DOMIJN</emphasis>, </para>
      <para>te Enschede,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Domijn,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 14 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt<?linebreak?>- de pleitnota van Domijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] huurt sinds 21 mei 2019 de zelfstandige woonruimte aan de </para>
        <para>
          [adres] van Domijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van 11 februari 2025 heeft de kantonrechter van deze rechtbank geoordeeld als volgt:</para>
        <para>I. Legt de gedaagde partij ([eiser]) als gedragsaanwijzing op om binnen veertien dagen na dit vonnis:</para>
        <para>e. alle honden uit de woning gelegen aan de [adres] te verwijderen en verwijderd te houden;</para>
        <para>f. zowel overdag als ’s nachts geen overlast te veroorzaken, waaronder in elk geval dient te worden begrepen stank- en geluidsoverlast;</para>
        <para>g. het gehuurde goed schoon te maken, schoon te houden en goed te onderhouden;</para>
        <para>h. mee te werken aan inspectie/controle van de eisende partij in/rondom het gehuurde, tenminste één keer per maand of zoveel minder of vaker als de eisende partij noodzakelijk acht, waarbij de eisende partij dit schriftelijk vooraf zal aankondigen;</para>
        <para>op straffe van een dwangsom van € 100,00 per overtreding, met een maximum van € 300,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. Ontbindt, indien de gedaagde partij binnen twee jaar na betekening van dit vonnis een bedrag van €  300,00 aan dwangsommen heeft verbeurd voor overtreding van hetgeen is bepaald onder I overtreding van het gevorderde onder I, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. Veroordeelt de gedaagde partij om de woning gelegen aan de [adres], met alle zich daarin bevindende en niet aan de eisende partij toebehorende roerende zaken, te verlaten en te ontruimen, binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen.</para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft verzet ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, ook al is een rechtsmiddel ingesteld, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [eiser] heeft zij een groot belang bij schorsing van de executie. Door haar beperkte netwerk en kwetsbare situatie ontbreekt het haar aan de middelen om direct geheel en effectief aan alle gedragsaanwijzingen tegemoet te komen, hetgeen onvermijdelijk zou leiden tot ontruiming van de woning. Zij is inmiddels wel bezig om het merendeel van de in het gehuurde aanwezige honden elders onder te brengen, maar dat is (nog) niet gelukt. </para>
        <para>Ter zitting heeft Domijn benadrukt dat zij er niet op uit is om [eiser] uit de woning te krijgen. Van een aangezegde ontruiming is ook (nog) geen sprake. Zij wil wel dat [eiser] geen honden meer houdt in het gehuurde en daar daadwerkelijk werk van gaat maken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In hetgeen partijen hebben aangevoerd, wordt aanleiding gezien de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen voor zover het gaat om de veroordelingen onder II en III. Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat niet van haar kan worden gevergd de honden elders onder te brengen totdat in de verzetprocedure is beslist, faalt dit betoog. Het belang van Domijn bij verwijdering van de honden weegt, gelet op de met de aanwezigheid van deze honden gepaard gaande overlast, zwaarder dan het belang van [eiser] bij behoud van de bestaande toestand. Daarbij komt nog dat ook volgens [eiser] zelf de huidige situatie onhoudbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 11 februari 2025, voor zover dit ziet op de onderdelen II en III van het dictum, totdat in de verzetprocedure is beslist,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>