<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:2751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T14:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_24_4208</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:2751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:2751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T14:09:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:2751 Rechtbank Overijssel , 25-04-2025 / ak_24_4208</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:2751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:2751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ZWO 24/4208 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Kaya),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Argonaut Advies, Argonaut </title>
    <para>(gemachtigde: mr. I.M. van den Assem).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>FMMU Advies heeft deze aanvraag met het besluit van 22 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is Argonaut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Argonaut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Argonaut. Tevens is voor Argonaut verschenen [naam], verzekeringsarts.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <para>2. Eiseres, geboren in 1950, is beperkt in haar mobiliteit als gevolg van lichamelijke klachten. Eiseres beschikt over een Valys-pas met een standaard persoonlijk kilometerbudget. Met haar huidige pas beschikt eiseres over een standaard kilometer budget, waarmee zij recht heeft om op jaarbasis maximaal 700 kilometer met de taxi te reizen tegen een tarief van € 0,20 per kilometer.</para>
    <para />
    <para>3. Voor reizigers met een beperking die in het geheel niet in staat zijn gebruik te maken van de trein en geen alternatief hebben voor het taxivervoer kan worden voorzien in een HPKB, waarmee op jaarbasis maximaal 2350 kilometer tegen € 0,20 per kilometer van de taxi gebruik kan worden gemaakt.</para>
    <para />
    <para>4. Op 2 juli 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend om toekenning van een HPKB.<?linebreak?></para>
    <para>5. FMMU Advies heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres wel in staat moet worden geacht te reizen met de trein. Volgens FMMU kan eiseres hierbij gebruik maken van hulpmiddelen, zoals een rolstoel of scootmobiel, waardoor zij niet hoeft te lopen en met behulp van NS-assistentie met de trein kan reizen. Ook zou eiseres wel met de trein kunnen reizen met hulp van een begeleider. Dit besluit is door Argonaut gehandhaafd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt ten eerste vast dat Argonaut bevoegd is tot het nemen van een besluit op het bezwaarschrift van eiseres. Ter zitting heeft de rechtbank inzage gehad in de dienstverleningsovereenkomst op grond waarvan deze bevoegdheid aan Argonaut door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is toebedeeld.<?linebreak?></para>
    <para>7. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de afwijzing van aanvraag om toekenning van een HPKB. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.<?linebreak?></para>
    <para>8. Eiseres stelt dat zij medisch niet in staat is om met de trein te reizen. Zij wijst daartoe op klachten van de degeneratieve wervelkolom in combinatie met scoliose. De slijtage in de wervelkolom begint vanaf boven in de nek tot haar onderrug. Deze slijtage zorgt voor zeurende pijn in het hele lichaam. <?linebreak?>Daarnaast zorgt de wervelkolom kromming/scoliose in combinatie met de zeurende pijn ervoor dat de mobiliteit van eiseres sterk beperkt wordt. Omdat zij ook nog te kampen heeft met een beenlengteverschil, heeft zij daarnaast last van evenwichtsstoornissen. Zij neigt snel naar links te vallen als zij even wankelt, wat in de trein vaak en onverwachts kan voorkomen. In een rijdende trein moet zelfs een persoon zonder aandoeningen en beperkingen opletten om zijn /haar evenwicht niet te verliezen. Eiseres loopt met een stok en kan zich daarom niet goed vasthouden in het geval de trein een beweging maakt waardoor zij haar evenwicht verliest. Zij heeft dan immers slechts één hand om zich vast te houden. Daarbij komt ook nog dat eiseres door de artrose haar linkerarm praktisch niet kan gebruiken voor het grijpen.<?linebreak?>Voor eiseres is het van groot belang dat zij niet in drukke ruimten verblijft. Door voornoemde klachten en aandoeningen is eiseres slecht ter been en vanwege de vernauwing van de wervelkolom en enorme pijn, kan zij het onmogelijk in een (over)volle trein volhouden. Ook kan zij niet lang staan of lopen. Dit kan voor problemen zorgen bij uitstappen en overstappen, omdat de trein bijna nooit langer dan één minuut stilstaat op een treinstation voordat deze verder rijdt.<?linebreak?>Voorts is het gebruik van het toilet in de trein een groot probleem. Eiseres kan door haar aandoening in een (over)volle trein niet naar een toilet lopen. Haar aandoening maakt ook dat zij veel langer op het toilet moet zitten dan gemiddeld. Dat leidt tot irritatie van medereizigers. Als rekening wordt gehouden met een toiletbezoek van een aantal keer per dag, dan kan een treinreis een te grote belasting worden als eiseres naar het toilet moet en deze bezet blijkt te zijn.<?linebreak?>Eiseres betoogt dat de arts van Argonaut onvoldoende heeft doorgevraagd op haar klachten. Hierdoor is geen juist beeld ontstaan van haar problematiek. <?linebreak?>De arts bij Argonaut maakt melding van een driewieler via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), maar ook dit is geen adequate oplossing. Eiseres kan hiervan geen gebruik maken door de zeer beperkte wendbaarheid. Hetzelfde geldt voor een rolstoel of een scootmobiel.  <?linebreak?>Een probleem bij het treinreizen is dat eiseres geen trap kan lopen. Veel treinen zijn dubbeldekkers. Om gebruik te maken van de zitruimten moet een reiziger óf naar beneden óf naar boven. <?linebreak?>Ten slotte heeft eiseres aangevoerd dat temperatuurverschillen voor haar slecht zijn, met name kou is funest. In de wintermaanden betekent dat voor eiseres dat zij ook om die reden geen gebruik kan maken van de trein. Vanwege de klachten die het gevolg zijn van de kou als de deur van de trein open staat, moet zij namelijk telkens opstaan uit haar rolstoel. Dat is problematisch gelet op haar evenwichtsklachten.  </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond<emphasis role="italic">.</emphasis> Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Beoordeeld moet worden of eiseres, gezien haar beperkingen, met de trein kan reizen, eventueel met behulp van een hulpmiddel en/of begeleiding.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para> De indicatiestelling van een HPKB vindt plaats volgens het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het Protocol). Onder punt 3 van dat Protocol staan de toekenningscriteria. Een aanvrager komt in aanmerking voor een HPKB als hij/zij:<?linebreak?>1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening (Valys-pas), een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart; en<?linebreak?>2. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogeheten "mens-machinecombinatie") zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden; en/of<?linebreak?>3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.<?linebreak?>In het Protocol is bepaald dat het doel van de inhoudelijke beoordeling is om vast te stellen of een aanvrager gezien zijn ergonomische belemmeringen (criterium 2) en/of chronische medische toetsbare beperkingen (criterium 3) niet met de trein kan reizen. Omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, zijn in beginsel geen reden voor toekenning van een HPKB.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaan de in het Protocol neergelegde toekenningscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.<footnote-ref linkend="_1e82caa4-f320-45cc-bb7d-ebd495afb54d" /> Dit betekent dat Argonaut bij het beoordelen van de aanvraag van eiseres dit Protocol kan toepassen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat eiseres voldoet aan het eerste criterium om in aanmerking te komen voor een HPKB omdat zij over een Valys-pas beschikt. Eiseres is niet in het bezit van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogeheten "mens-machinecombinatie") zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden, het tweede criterium.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De vraag ligt daarom voor of eiseres door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen (criterium 3). De rechtbank overweegt dat Argonaut zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hiervan geen sprake is en acht hiervoor het volgende redengevend.<?linebreak?>Niet in geschil is dat eiseres lichamelijke klachten heeft en dat zij hiervan beperkingen ondervindt. Bij de aanvraag voor een HPKB is het echter aan eiseres om haar medische situatie te schetsen om zo de arts aanknopingspunten te leveren om op te kunnen doorvragen. Eiseres heeft in bezwaar geen melding gemaakt van toiletproblemen en ook niet van klachten als gevolg van temperatuurverschillen. Ook in beroep heeft ze hier geen medische onderbouwing van overgelegd. De arts van Argonaut had gelet hierop dan ook geen reden om naar dergelijke omstandigheden te vragen. Aangezien eiseres tot op heden ook geen onderbouwing heeft gegeven van voornoemde klachten zijn deze dan ook op goede gronden niet bij de beoordeling betrokken. Daarnaast overweegt de rechtbank dat zelfs als sprake zou zijn van langdurig en veelvuldig toiletgebruik, daarmee nog steeds niet gezegd zou zijn dat eiseres geen gebruik kan maken van een toilet in de trein of op het station. <?linebreak?>Ten aanzien van de andere beperkingen zoals eiseres die ervaart, zijnde onder meer de fysieke klachten en beperkingen als gevolg van haar scoliose, heeft Argonaut terecht opgemerkt dat eiseres voor treinvervoer gebruik kan maken van een rolstoel en dat zij zich kan laten bijstaan door een begeleider. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor haar problematiek geen reële oplossing is.<?linebreak?>De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij vanwege haar aandoeningen moet opstaan als zij het koud krijgt. De verzekeringsarts van Argonaut heeft op de zitting overtuigend gemotiveerd dat koudeklachten niet kunnen worden verklaard uit de aandoeningen van eiseres. </para>
        <para>Ten slotte wijst de rechtbank erop dat gelet op het Protocol omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, in beginsel geen reden zijn voor toekenning van een HPKB. Dat taxivervoer wellicht een prettigere manier van vervoer is voor eiseres is weliswaar begrijpelijk, maar gelet op het strikte toetsingskader zoals aangegeven onder 9.2. onvoldoende reden om tot toekenning van een HPKB te kunnen komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>10. De beroepsgronden slagen niet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiseres niet in aanmerking komt voor een HPKB. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1e82caa4-f320-45cc-bb7d-ebd495afb54d" label="1">
    <para> Centrale Raad van Beroep (CRvB) 15 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2554, CRvB 23 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1189 en CRvB 13 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW8656</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>